Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen de leden Kostic en Tuinissen over het bericht 'Zorgen over nieuwe hyperscale Amsterdam' en de bijbehorende oproep van maatschappelijke organisaties
Vragen van de leden Kostić en Teunissen (beiden PvdD) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Klimaat en Groene Groei over het bericht «Zorgen over nieuwe hyperscale Amsterdam» en de bijbehorende oproep van maatschappelijke organisaties (ingezonden 29 januari 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening),
mede namens de Minister van Klimaat en Groene Groei (ontvangen 2 april 2026). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1203.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Zorgen over nieuwe hyperscale Amsterdam»1 en de bijbehorende oproep van maatschappelijke organisaties?2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u op elk van de geuite zorgen door de advocaat van de maatschappelijke organisaties
Leitmotiv, Advocates for the Future, Bits of Freedom, critical infrastructure lab
en DeGoedeZaak reageren met een gedegen onderbouwing?3
Antwoord 2
In de brief van de stichting PiLP van 10 december 2025 uiten maatschappelijke organisaties
hun zorgen over de verleende omgevingsvergunningen voor de activiteit milieu ten aanzien
van de bouw van drie datacentrumtorens aan de Plimsollweg in Amsterdam. Zij geven
aan dat de ontwikkeling in Amsterdam een groot beslag legt op het elektriciteitsnet,
waardoor andere bedrijven en woningbouw niet kunnen aansluiten. Het project loopt
sinds 2019 en daardoor wordt Amsterdam, volgens de organisaties, geconfronteerd met
een speculatieve ontwikkeling, terwijl er landelijk beperkingen gelden voor hyperscale
datacentra en lokaal al jaren een moratorium bestaat op alle datacentra. Naar mening
van de organisaties zou het in een goed functionerende democratie mogelijk moeten
zijn om eerder genomen besluiten te heroverwegen.
Het kabinet deelt net als de gemeente de zorgen van de maatschappelijke organisaties
over de belasting van het stroomnet. Netcongestie speelt helaas op veel plaatsen in
Nederland. Het is van belang om te benoemen dat de gemeenteraad van Amsterdam in beginsel
verantwoordelijk is voor de ruimtelijke keuzes voor de inrichting van haar grondgebied,
binnen de kaders die door het Rijk zijn gesteld. Als het gaat om de ruimtelijke keuzes
door de gemeente Amsterdam past het Rijk terughoudendheid bij de beoordeling van de
besluitvorming door de gemeente. Dat geldt ook voor vergunningverlening door de provincie.
De verantwoording over de decentrale besluitvorming gebeurt immers primair door de
colleges van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten aan respectievelijk
de gemeenteraad en provinciale staten. In dat kader kan ook de heroverweging van dit
type besluiten aan de orde komen, waarbij dan ook aspecten als rechtszekerheid en
nadeelcompensatie aan de orde kunnen komen.
In het geval van het datacentrum aan de Plimsolweg heeft de Omgevingsdienst Noorzeekanaalgebied,
namens de gemeente, op basis van een toets aan het toenmalige bestemmingsplan op basis
van een aanvraag in 2019 een omgevingsvergunning voor de bouw en ingebruikname verleend.
De verlening van deze vergunning heeft plaatsgevonden voordat de regels van het Rijk
ten aanzien van hyperscale datacentra van toepassing waren. Later heeft de provincie,
op basis van aanvragen in 2021 en 2022, in 2025 vergunningen voor onder meer milieuactiviteiten
verleend.
Het is verder relevant om te melden dat er bij deze ontwikkeling geen sprake is van
een hyperscale datacentrum, volgens de definitie in de regels van het Rijk. De omvang
van dit datacentrum bedraagt immers minder dan 10 hectare bebouwd vloeroppervlak,
terwijl de regels van het Rijk van toepassing zijn op datacentra met een bebouwd vloeroppervlak
van meer dan 10 hectare en een aansluitvermogen van 70 megawatt of meer.
Vraag 3
Kunt u aangeven welke vergunningen precies wanneer zijn verleend en aan wie, welke
onderdelen nog wijzigbaar waren in 2024–2025, en kunt u de volledige tijdlijn inclusief
voorbereidings- en wijzigingsbesluiten delen met de Kamer?
Antwoord 3
De omgevingsvergunningen zijn door de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied verleend
namens burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam en gedeputeerde staten
van de provincie Noord-Holland. Op basis van informatie van de Provincie Noord-Holland
en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied kan ik aangeven dat de volgende vergunningen,
inclusief voorbereidings- en wijzigingsbesluiten, verleend zijn:
Op 6 november 2020 heeft de omgevingsdienst namens burgemeester en wethouders van
Amsterdam een bouwvergunning verleend (aangevraagd op 3 december 2019) voor het bouwen
van drie torens in afwijking van de toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan.
Op 15 juli 2025 heeft de Omgevingsdienst, namens gedeputeerde staten van Noord-Holland,
een omgevingsvergunning vanwege een wijziging in de gevel voor een beoordeling vanuit
welstand voor zonnepanelen en twee waterbuffertanks (aangevraagd op 1 december 2021).
Deze verginning is definitief, maar nog niet onherroepelijk
De provincie Noord-Holland heeft op 15 juli 2025 drie milieuvergunningen (voor elke
toren één) verleend en toestemming gegeven voor afwijking van het geluidverdeelplan
(aangevraagd op 11 april 2022). Tegen de vergunning loopt nog een beroepsprocedure.
De gemeenteraad van Amsterdam heeft in zijn vergadering van 12 juli 2019 een voorbereidingsbesluit
genomen voor het gehele grondgebied van Amsterdam met betrekking tot datacentra. Het
voorbereidingsbesluit gold voor de (wettelijke) periode van één jaar en heeft tot
doel om vooruitlopend op een gemeentelijk beleid voor datacenters de bestaande situatie
met betrekking tot datacenters «on hold» te zetten4.
De Minister van VRO heeft op 16 februari 2022 voor heel Nederland (uitgezonderd twee
locaties) een voorbereidingsbesluit onder de Wro genomen waarmee verboden werd om
gronden en bouwwerken zodanig te wijzigen dat een hyperscale datacentrum met een bebouwd
vloeroppervlakte van meer dan 10 ha en een elektrisch aansluitvermogen van 70 MW of
meer gebouwd of in gebruik genomen kon worden5. Dit voorbereidingsbesluit gold voor de (wettelijke) periode van negen maanden.
Op 16 november 2022 heeft de Minister een tweede voorbereidingsbesluit voor de duur
van negen maanden genomen6 en op 16 augustus 2023 een derde voorbereidingsbesluit7.
Op 1 januari 2024 is ook het Besluit van 20 december houdende wijziging van het Besluit
kwaliteit leefomgeving in verband met een instructieregel voor hyperscale datacentra
in werking getreden8.
Vraag 4
Klopt het dat de regering het ontwerpbesluit waarin het mogelijk werd gemaakt om hyperscale
datacenters landelijk te verbieden in 2022 is gepresenteerd en dat al op 16 februari
2022 een voorlopig besluit werd genomen om de vestiging van hyperscale datacenters
tijdelijk te blokkeren totdat nieuwe nationale criteria en regels zouden worden vastgesteld?
Zo nee, hoe zit het dan precies?
Antwoord 4
Ja, zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3, heeft het Rijk op 16 februari 2022
een voorbereidingsbesluit genomen waarna gestart is met een wetgevingstraject voor
instructieregels voor hyperscale datacentra (AmvB). Het ontwerpbesluit is gedurende
het wetgevingstraject op verschillende momenten gepubliceerd en op 1 januari 2024
in werking getreden. Met het voorbereidingsbesluit is beoogd de bouw en ingebruikname
van nieuwe hyperscale datacentra (meer dan 10 ha bebouwd vloeroppervlak en een aansluitvermogen
van 70 MW of meer) tegen te houden (buiten de twee eerder genoemde uitzonderingsgebieden).
Vraag 5
Kunt u bevestigen dat het gebruikelijk is om bij ruimtelijke besluiten ook «voorzienbare
ontwikkelingen» en dus verwachte toekomstige wetgeving en beleid mee te wegen in de
besluitvorming?
Antwoord 5
Ja, in voorkomende gevallen is het gebruikelijk dat het bevoegd gezag (in dit geval
B en W van Amsterdam en GS van Noord Holland) bij besluitvorming rekening houden met
voorgenomen eigen beleid of verwacht beleid- en wetgeving van andere bestuursorganen.
Vraag 6
Was het juridisch ook mogelijk geweest om bij de vergunningsverlening rondom de hyperscale
datacenter in Amsterdam de «voorzienbare ontwikkeling» van een komend landelijk verbod
mee te wegen in de besluitvorming rondom (een van de) vergunningen? Welke mogelijke
juridische ruimte zit daar in theorie?
Antwoord 6
Nee, zoals in de eerdere antwoorden aangegeven is de eerste vergunning voor het bouwen
en in gebruik nemen van dit datacentrum aangevraagd op 3 december 2019 en verleend
op 6 november 2020, waarbij onder meer getoetst is aan het vigerende bestemmingsplan.
Het Rijk heeft op 16 februari 2022 via een voorbereidingsbesluit een landelijk verbod
bekend gemaakt en aangegeven dat er landelijk beleid en regelgeving werd opgesteld
om de bouw van nieuwe hyperscale datacentra tegen te gaan. Daarbij heeft het Rijk
ook aangegeven wat onder een hyperscale datacentra in de zin van het Rijksbeleid en
de regelgeving werd verstaan.
Het was voor de Omgevingsdienst, namens het bevoegd gezag, niet mogelijk om bij de
vergunningverlening het landelijke verbod mee te wegen, omdat de vergunning aangevraagd
en verleend is ruim voordat het verbod op de vestiging van nieuwe hyperscale datacentra
van kracht werd. Daarbij is, wegens een bebouwd vloeroppervlak van minder dan 10 hectare,
het landelijke verbod überhaupt niet van toepassing is op het initiatief aan de Plimsolweg.
Vraag 7
Wat zijn de verwachte kosten in termen van energieverbruik (bijvoorbeeld equivalent
aan het stroomverbruik van alle huishoudens in Haarlem), ruimtebeslag (inclusief hoogbouw
van 85 meter in het havengebied), watergebruik, CO2-uitstoot en netcapaciteit voor dit project? Ten koste van welke andere belangrijke
zaken gaat dit, bijvoorbeeld duurzame energieopwekking, natuur, woningbouw of klimaatadaptatie,
(of iets anders)?
Antwoord 7
De maatschappelijke en politieke afweging voor de vestiging van dit datacenter ligt
bij de gemeente Amsterdam en de provincie Noord-Holland. Zij zijn bevoegd gezag geweest
voor de plannen en de vergunningverlening. Uit informatie van de provincie Noord-Holland
blijkt dat het gaat om een aansluitvermogen van 33 MW per toren, dus 99 MW in totaal.
Bij het beoordelen van de aanvragen voor de drie torens is door de provincie gekeken
naar de vestigingsvoorwaarden van de provincie. Zo is na overleg met de aanvrager
afgezien van het gebruik van grondwater en is er voor gezorgd dat het datacentrum
zijn warmte af kan staan aan een te bouwen warmtegebouw aan de overkant van de straat.
Omdat het Rijk hierbij verder niet betrokken is geweest, ben ik niet op de hoogte
van verdere inhoudelijke specificaties. Zie verder het antwoord op vraag 2.
Vraag 8
Hoeveel windturbines zouden in theorie nodig zijn om zo’n hyperscale datacenter te
laten draaien?
Antwoord 8
Het datacenter heeft een vermogen van 99 Megawatt. Stel dit datacenter vraagt volcontinu
elektriciteit, dan leidt dat tot een elektriciteitsvraag van circa 0,87 TWh per jaar.
In de nieuwste windparken op zee staan windturbines van 11 MW per stuk. Een 11 MW
turbine levert met 3.700 vollasturen circa 0,041 TWh per jaar. Om de jaarvraag te
dekken zijn in theorie dan 21,2 (dus 22) turbines nodig.
Vraag 9
Gaat dit project zorgen voor minder beschikbare ruimte en energiecapaciteit voor fundamentele
zaken als woningen, zorgvoorzieningen, scholen, etc? Zo nee, hoe onderbouwt u dat?
Zo ja, hoe verantwoordt u dan de keuze voor de hyperscale datacenter boven de andere
zaken die gelden als van groot maatschappelijk belang?
Antwoord 9
Ja. Het datacenter heeft een ruimtelijke impact en vraagt beschikbare transportcapaciteit,
dus het zal altijd impact hebben op andere ontwikkelingen. Het is daarbij relevant
om aan te geven dat het hier gaat om een historisch project met een energiecontract
dat al veel eerder is vastgesteld. In dit geval heeft het datacenter al transportcapaciteit
gecontracteerd voordat congestie werd afgekondigd en een wachtrij is ingesteld. Daarmee
kan het dus geen afstand doen van de rechten voor andere doeleinden. Zie verder het
antwoord op vraag 2.
Vraag 10
Hoe rijmt het toelaten van zo’n energieslurpend hyperscale datacenter met al bestaande
grote problemen rondom woningnood, netcongestie, hoge energieprijzen en de energietransitie?
Antwoord 10
Ik begrijp de zorgen die er bestaan over deze ontwikkeling. Het betreft echter een
ontwikkeling die al lang speelt en die bovendien niet valt onder de regels van het
Rijk over hyperscale datacentra. Om die reden heeft de maatschappelijke en politieke
afweging voor de vestiging van dit datacenter gelegen bij de gemeente Amsterdam en
de provincie Noord-Holland. Zie verder het antwoord op vraag 2.
Vraag 11
Zijn deze problemen ooit ergens in de besluitvorming bewust meegewogen? Zo ja, hoe
precies en wanneer? Zo nee, waarom niet en vindt u ook dat dat wel zou moeten gebeuren?
Antwoord 11
Zoals eerder aangegeven heeft de besluitvorming over dit datacentrum gelegen bij de
provincie Noord-Holland en de gemeente Amsterdam. Het Rijk is hierbij niet betrokken
geweest. Uit informatie van de provincie Noord-Holland heb ik begrepen dat het project
is getoetst aan de vestigingsvoorwaarden voor datacenters van de provincie9.
Vraag 12
Is de impact op ruimte en energie voor woningen, zorgvoorzieningen, scholen, verzorgingshuizen,
en andere zaken van groot maatschappelijk belang ergens in de besluitvorming rondom
de hyperscale datacenter meegewogen? Zo ja, kunt u de uitgebreid schetsen wat precies
is afgewogen en wanneer? Zo nee, waarom niet? Bent u het met ons eens dat zo’n expliciete
weging wel zou moeten worden gemaakt en verankerd in beleid?
Antwoord 12
Die impact is inderdaad meegewogen in de besluitvorming rondom de instructieregel
«hyperscale datacentra». Sterker nog: de impact op ruimte en energie is de reden geweest
om de instructieregel op te stellen (vanwege nationale belangen).
Zoals in de toelichting op de AMvB staat opgenomen is de ruimte in Nederland is schaars
en wordt Nederland geconfronteerd met grote opgaven die allemaal gepaard gaan met
ruimtelijke claims. Hierbij valt te denken aan de energietransitie, landbouw en de
woningbouwopgave. In Nederland is, vanwege het ruimtebeslag, de landschappelijke impact,
het hoge energiegebruik en de belasting van de landelijke energie-infrastructuur,
maar beperkt ruimte voor de bouw en ingebruikname van hyperscale datacentra en daarom
is destijds de instructieregel opgesteld.
Vraag 13
Waar en wanneer is precies het besluit genomen dat in de situatie van netcongestie
een Amerikaanse hyperscale voorrang zou mogen krijgen boven bijvoorbeeld woningen?
Antwoord 13
Hierover is geen expliciet besluit genomen. Het is niet openbaar wanneer het energiecontract
is afgesloten met dit project. Het afsluiten van overeenkomsten tussen netbeheerders
en afnemers vindt plaats tussen deze partijen onderling, op basis van de energiewet,
zonder dat daar een overheidsbesluit aan te pas komt.
Gezien de bouwvergunning in 2019 is aangevraagd gaan wij ervan uit dat de contracten
voor energie en transportcapaciteit toen ook zijn afgesloten. In die periode golden
nog geen voorrangsregels voortransportcapaciteit: pas in april 2024 is er door de
ACM een maatschappelijk prioriteringskader opgenomen in de Netcode elektriciteit,
voor het verdelen van transportcapaciteit in tijden van netcongestie10. In de huidige situatie krijgt een transportverzoek voor woningbouw prioriteit, en
aansluitingen voor commerciële datacenters niet.
Vraag 14
In hoeverre acht u dit project verenigbaar met strategische energie- en grondstoffenonafhankelijkheid,
gelet op de verspilling van schaarse energie en ruimte die ten koste gaat van nationale
prioriteiten zoals de energietransitie, klimaataanpak en circulariteit?
Antwoord 14
Investeren in robuuste en duurzame datacenters en digitale infrastructuur is essentieel
om Nederland én Europa ook in de toekomst concurrerend te houden en onze digitale
open strategische autonomie te waarborgen. Het kabinet herkent daarom niet dat datacenters
«verspilling van schaarse energie en ruimte» zijn. Daarbij erkent het kabinet wel
dat er een discrepantie bestaat tussen de vraag uit de sector en dat wat in termen
van ruimte en energieverbruik realiseerbaar is. Daarom is er regulering vanuit het
Rijk op dit thema, onder andere via de eerder genoemde instructieregel hyperscale
datacentra.
Voor het rechtvaardig verdelen van capaciteit op het stroomnet is er het prioriteringskader
van de ACM, dat bepaalt welke sectoren voorrang krijgen bij het verkrijgen van nieuwe
transportcapaciteit. Datacenters zijn niet opgenomen in dit kader en nieuwe aanvragen
van datacenters krijgen dus ook geen voorrang, tenzij dat nodig is voor een vitale
voorziening zoals een ziekenhuis. Hiermee wordt voorkomen dat de elektriciteitsvraag
van nieuwe datacenters ten koste gaat van woningbouw en andere maatschappelijke prioritaire
sectoren.
Vraag 15
Voor welke specifieke doeleinden wordt het datacenter door Microsoft gebruikt, welke
soorten data worden er verwerkt en opgeslagen, en in hoeverre draagt dit bij aan de
strategische digitale autonomie van Nederland en de EU, of juist aan verdere afhankelijkheid
van Amerikaanse techgiganten? Kunt u dat met verwijzing naar expertbronnen onderbouwen?
Antwoord 15
Er bestaat geen verplichting voor afnemers van datacentrumdiensten om bij de Nederlandse
autoriteiten melding te maken over de doeleinden waarvoor ze gebruik (zullen) maken
van servercapaciteit die ze afnemen in een datacentrum, of over het type data dat
ze in dit datacentrum van plan zijn te verwerken of op te slaan. Er is geen informatie
bij het kabinet beschikbaar over de doeleinden waarvoor Microsoft de servercapaciteit
in dit te ontwikkelen datacentrum zal gaan gebruiken. In Nederland gevestigde datacentra
zijn verplicht de op hen toepasselijke wet- en regelgeving na te leven. Indien het
vermoeden bestaat dat zij dat niet of onvoldoende doen, is het aan de bevoegde (gerechtelijke)
autoriteiten om daar een onderzoek naar in te stellen en eventueel sancties op te
leggen.
In algemene zin kan gesteld worden dat de aanwezigheid van voldoende datacentrumcapaciteit
cruciaal is voor het functioneren van de digitale infrastructuur en belangrijk is
voor de positie van Nederland als digitaal knooppunt.11 De mate van digitale afhankelijkheden die Nederland c.q. de EU ervaart, wordt in
essentie bepaald door de overweging die individuele afnemers maken bij hun keuze voor
(ICT-)dienstverleners. De aanwezigheid van een datacentrum waarvan de servercapaciteit
in zijn volledigheid door Microsoft gebruikt wordt doet daar niet aan af. Het is van
belang dat (overheids-)organisaties op basis van hun eigen risicoprofiel en kritieke
data en processen een weloverwogen keuze maken voor (ICT-)dienstverleners, en daarin
overwegingen ten aanzien van digitale autonomie meenemen. Met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie
krijgt deze overweging een centralere rol in het overheidsgebruik van clouddiensten.
Vraag 16
Eerder bleek dat Microsoft datacenters in Nederland worden gebruikt door het Israëlische
leger dat daar tientallen miljoenen uren aan opnamen van telefoongesprekken van Palestijnen
opslaat, dus zou het kunnen dat de nieuwe hyperscale daarvoor ook wordt gebruikt?12 Kunt u dat met zekerheid uitsluiten? Zo nee, wat vindt u dan van die situatie ook
in het kader van de Nederlandse verantwoordelijkheid voor bescherming van mensenrechten?
Bent u bereid om hierover iets op te nemen in uw beleid rondom datacenters?
Antwoord 16
Allereerst kan gesteld worden dat het betreffende datacentrum nog niet is ontwikkeld,
en dus ook nog niet in gebruik is genomen. Daarnaast is er op dit moment geen informatie
bekend over de data die Microsoft van plan is in dit datacentrum op te slaan. Zoals
in het antwoord op vraag 15 is vermeld, bestaat er geen verplichting voor afnemers
van datacentrumdiensten om bij Nederlandse autoriteiten melding te maken van de doeleinden
waarvoor zij gebruik maken van een datacentrum of het type data dat ze in een datacentrum
verwerken of opslaan.
Wat betreft de casus die u aanhaalt uit september 2025; hierin heeft Microsoft kenbaar
gemaakt dat de betreffende dienstverlening aan het Israëlische Ministerie van Defensie
is gestopt en uitgeschakeld omdat dergelijk gebruik in strijd zou zijn met de algemene
voorwaarden van Microsoft.13 Daarmee is het op dit moment niet aannemelijk dat het te ontwikkelen datacentrum
voor die doeleinden zal worden ingezet.
In Nederland gevestigde datacentra zijn verplicht de op hen toepasselijke wet- en
regelgeving na te leven. Indien het vermoeden bestaat dat zij dat niet of onvoldoende
doen, is het aan de bevoegde (gerechtelijke) autoriteiten om daar een onderzoek naar
in te stellen en eventueel sancties op te leggen. Deze autoriteiten zijn onafhankelijk
en maken daarbij hun eigen afwegingen.
Vraag 17
In hoeverre acht de regering dit project verenigbaar met strategische digitale autonomie
en digitale veiligheid, mede gezien de afhankelijkheid van een Amerikaans techbedrijf
voor kritieke infrastructuur en overheidsdata?
Antwoord 17
Zoals in antwoord op de vorige vraag is aangegeven, kan in algemene zin gesteld worden
dat de aanwezigheid van voldoende datacentrumcapaciteit cruciaal is voor de positie
van Nederland als digitaal knooppunt.
De mate van digitale afhankelijkheden die Nederland c.q. de EU ervaart, wordt in essentie
bepaald door de overweging die individuele afnemers maken bij hun keuze voor (ICT-)dienstverleners.
De aanwezigheid van een datacentrum waarvan de servercapaciteit in zijn volledigheid
door Microsoft gebruikt wordt doet daar niet aan af. Het is van belang dat (overheids-)organisaties op basis van hun eigen risicoprofiel en kritieke data en processen een
weloverwogen keuze maken voor (ICT-) dienstverleners, en daarin overwegingen ten aanzien
van digitale autonomie meenemen. Met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie krijgt
deze overweging een centralere rol in het overheidsgebruik van onder meer clouddiensten.
Vraag 18
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening gaf tijdens het vragenuur
van dinsdag 27 januari 2026 aan dat ze niet ziet hoe deze casus raakt aan strategische
autonomie. Staat de regering hier nog steeds zo in, en zo ja, kunt u de stelling dat
de casus niets te maken heeft met strategische autonomie dan onderbouwen met verwijzingen
naar onafhankelijk onderzoeken en experts?
Antwoord 18
In het vragenuur van 27 januari 2026 heeft de vorige Minister van VRO aangegeven dat
het onderwerp «strategische autonomie» op het vlak van digitalisering onderdeel is
van de portefeuille van de toenmalige Staatssecretaris van BZK. Om die reden is zij
hier in het vragenuur niet verder op ingegaan.
Een nadere reflectie op de verwachte impact van de ontwikkeling van het datacentrum
op strategische autonomie is reeds gegeven in de beantwoording van vragen 15 en 17.
Vraag 19
Erkent u dat dit project, gecombineerd met het hosten van overheidsdata zoals van
de Belastingdienst bij Microsoft, de strategische autonomie en digitale veiligheid
ondermijnt door o.a. de VS-data-toegang via de Amerikaanse CLOUD Act?
Antwoord 19
De ontwikkeling van een nieuw datacentrum door een Britse datacentrumontwikkelaar
is op zichzelf geen project dat onze strategische autonomie en digitale veiligheid
ondermijnt. De aankondiging dat Microsoft de beschikbare capaciteit in het datacentrum
in z’n geheel afneemt, maakt dat in dit datacentrum – net als in diverse andere datacentra
in Nederland waar Microsoft servercapaciteit afneemt – mogelijk data uit clouddiensten
van Microsoft wordt opgeslagen en verwerkt.
Indien een organisatie gebruik maakt van een Amerikaanse clouddienstverlener, zoals
Microsoft, bestaat het risico dat Amerikaanse autoriteiten onder de CLOUD Act een
verzoek indienen voor het delen van gegevens. Dit risico dient door (overheids)organisaties
meegenomen te worden in de risicoanalyse. Conform het Rijksbreed cloudbeleid 2022
dienen organisaties die onder het Rijksbreed cloudbeleid 2022 vallen bij het risico
op dreiging van statelijke actoren, voortijdig dreigings- en beveiligingsadvies in
te winnen bij de AIVD c.q. de MIVD.
Onverminderd het bovenstaande is het van groot belang dat er meer mogelijkheden komen
voor soevereine c.q. digitaal autonome cloudoplossingen. In dat verband wordt onder
de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) onder meer gewerkt aan (een verkenning
naar) een soevereine overheidscloud. Ook het versterken van de Nederlandse en Europese
concurrentiepositie van de cloudmarkt is een belangrijke inzet. Over deze inzet is
uw Kamer middels een Kamerbrief geïnformeerd.14
Vraag 20
Kunt u de juridische adviezen delen over welke mogelijkheden er waren (en zijn) voor
herroeping of aanpassing van de vergunning(en), gezien bijvoorbeeld de problemen rond
netcongestie en het groot maatschappelijk belang van onze digitale veiligheid en wonen?
Antwoord 20
Nee, zoals eerder aangegeven hebben de afwegingen en de besluitvorming over deze ontwikkeling
gelegen bij de provincie Noord-Holland en de gemeente Amsterdam en is het Rijk daarbij
niet betrokken geweest. Uit informatie van de provincie Noord-Holland heb ik vernomen
dat de vergunning reeds is gepubliceerd en daarmee voldoet het aan de wet- en regelgeving.
Er zijn naar mijn weten geen mogelijkheden om de vergunning aan te passen of te herroepen,
tenzij er nieuwe (milieu)wetgeving van toepassing is.
Vraag 21
Als die juridische adviezen nog nergens zijn opgevraagd, bent u bereid om alsnog om
extra juridisch advies te vragen, met het doel te verkennen of ergens nog ruimte is
om de komst van de hyperscale datacenter tegen te houden, gezien de langdurige negatieve
impact op andere zaken van groot maatschappelijk belang, zoals onze strategische autonomie
en wonen?
Antwoord 21
Nee, vanuit ruimtelijk perspectief wordt in de regelgeving van het Rijk onder een
hyperscale datacentrum verstaan: het exploiteren van een rekencentrum of datacentrum
met een bebouwd vloeroppervlakte van meer dan 10 ha en een elektrisch aansluitvermogen
van 70 MW of meer. Zoals ook in de toelichting bij de regels in het Besluit kwaliteit
leefomgeving is aangegeven is het een bewuste keuze van de wetgever geweest om alleen
regels te stellen voor de vestiging van een datacentrum dat aan de criteria van meer
dan 10 ha bebouwd vloeroppervlak en 70 MW of meer voldoet. Kleinere datacentra (met
een oppervlakte van minder dan 10 hectare) of datacentra die slechts aan één criterium
voldoen vallen niet onder de regels van het Rijk. Wel kunnen gemeenten, provincies
en waterschappen in hun verordening of omgevingsplan regels stellen door dit type
datacentra. Vanuit andere invalshoeken die relevant zijn vanuit het oogpunt van digitale
autonomie, zoals het effect op de nationale veiligheid en verdienvermogen, is er op
dit moment geen reden voor overheidsingrijpen.
Vraag 22
Bent u bereid om met de advocaten van Advocates for the Future en maatschappelijke
organisaties Leitmotiv, Bits of Freedom, critical infrastructure lab en DeGoedeZaak
in gesprek te gaan over de casus en over de lessen die we hieruit moeten trekken en
om hierover op korte termijn aan de Tweede Kamer per brief terug te koppelen?15 Zo nee, waarom niet?
Antwoord 22
Uit contact met de provincie Noord-Holland en de gemeente Amsterdam heb ik vernomen
dat zij in gesprek gaan met deze maatschappelijke organisaties. Ik zie geen reden
om zelf met hen in gesprek te gaan.
Vraag 23
Klopt het dat als de vergunningsaanvraag voor deze drie torens vandaag gedaan zou
worden, deze buiten het landelijk verbod zou vallen gezien de huidige regels over
bijvoorbeeld hoeveelheid hectare, en zo ja, hoe beoordeelt u dit feit?
Antwoord 23
Dat klopt op basis van de informatie die ik over deze zaak heb gekregen. De regels
van het Rijk verbieden alleen de bouw en ingebruikname van nieuwe datacentra met een
bebouwd vloeroppervlak van meer dan 10 hectare en met een aansluitvermogen van 70 megawatt
of meer. Omdat het betreffende datacentrum in Amsterdam een bebouwd vloeroppervlak
heeft van 2,2 hectare, valt deze niet onder de Rijksregels. Ik begrijp de zorgen die
er lokaal bestaan over het ruimtebeslag en het energieverbruik dan dit datacentrum.
Conform de aangenomen motie van het lid Grinwis cs16 gaat het kabinet de komende periode onderzoeken of en welk aanvullend beleid nodig
is om op toekomstige gevallen te sturen.
Vraag 24
Erkent u dat het opsplitsen van één datacenter in meerdere gebouwen met elk een afzonderlijk
aansluitvermogen ertoe leidt dat de bedoeling van het hyperscale-verbod wordt ondergraven,
terwijl de feitelijke maatschappelijke impact gelijk blijft? Zo nee, waar baseert
u dat op?
Antwoord 24
Nee, zoals de vorige Minister van VRO heeft aangegeven in het vragenuur is het opsplitsen
van het datacentrum in drie gebouwen niet relevant voor de vraag of deze ontwikkeling
past binnen de Rijksregels. Het totale bebouwde vloeroppervlak van de drie torens
samen bedraagt 2,2 hectare. Dat is dus minder dan de 10 hectare die als grenswaarde
is gebruikt bij de Rijksregels ten aanzien van hyperscale datacentra.
Vraag 25
Bent u bereid om opnieuw te kijken naar de regelgeving rondom het verbod, en te verkennen
of er aanscherpingen nodig zijn gezien de maatschappelijke onrust en andere grote
maatschappelijke belangen die om ruimte en energie vragen?
Antwoord 25
Conform de aangenomen motie van het lid Grinwis cs gaat het kabinet de komende periode
onderzoeken of en welk aanvullend beleid nodig is om op toekomstige gevallen te sturen.
Hierover zal uw Kamer op een later moment worden geïnformeerd.
Vraag 26
Welke andere lessen trekt u uit deze gang van zaken voor de toekomst?
Antwoord 26
Zoals ik heb aangegeven in het antwoord op vraag 2 deelt het kabinet de zorgen over
de belasting van het stroomnet. Om die reden is ook in het coalitieakkoord opgenomen
dat het aanpakken van de netcongestieproblemen onze hoogste prioriteit heeft. Zoals
verder aangegeven in het antwoord op vraag 2 is de realisatie van dit datacentrum
verder passend binnen de regels zoals het Rijk die heeft gesteld. Ik zie om die reden
geen aanvullende lessen om te trekken uit de gang van zaken.
Vraag 27
Kunt u de vragen één voor één beantwoorden en binnen twee weken, gezien de urgentie
van de situatie?
Antwoord 27
Ja, de vragen zijn één voor één beantwoord. Wegens de hoeveelheid vragen en de benodigde
afstemming tussen de verschillende bewindspersonen en met de provincie Noord-Holland
en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, is het niet gelukt om de vragen binnen
twee weken te beantwoorden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede namens
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.