Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kostic en Teunissen over de Joint Letter of Intent met Tata Steel
Vragen van de leden Kostić en Teunissen (beiden PvdD) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de Joint Letter of Intent met Tata Steel (ingezonden 28 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei), de Staatssecretaris
van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
(ontvangen 2 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1047.
Vraag 1
Kunt u zich uw antwoorden op onze eerdere vragen over Joint Letter of Intent (JLoI
nog herinneren?1
Antwoord 1
Ja. Daarnaast heeft het kabinet afgelopen jaar op diverse andere momenten vragen ontvangen.
• Kamervragen2 over de additionele kosten voor Tata Steel over de maatwerkafspraak, ingezonden op
8 december 2025 en beantwoord op 4 februari 2026;
• Kamervragen3 over de Joint Letter of Intent met Tata Steel, de fors hogere uitstoot van Tata Steel,
staalslakken en de forse salarisverhogingen van directieleden bij Tata Steel, ingezonden
op 24 oktober 2025 en beantwoord op 9 december 2025;
• Kamervragen4 over de getekende Joint Letter of Intent met Tata Steel, ingezonden op 2 oktober
2025 en beantwoord op 24 november 2025;
• Het tweeminutendebat5 Leefomgeving en Externe veiligheid d.d. 18 december 2025;
• De brief6 over de uitkomsten van de Actieagenda Industrie en Omwonenden d.d. 18 december 2025;
• Kamervragen7 over staalslakkenkwesties, ingezonden op 26 september 2025 en beantwoord op 24 november
2025;
• Het commissiedebat8 Leefomgeving en Externe veiligheid d.d. 30 september 2025;
• De brief9 over de Joint Letter of Intent met Tata Steel d.d. 29 september 2025;
• Kamervragen10 over het milieueffectrapport van Tata Steel en misleidende communicatie over uitstootcijfers,
ingezonden op 11 juli 2025 en beantwoord op 15 september 2025;
• De brief11 over de milieuproblematiek van Tata Steel d.d. 10 april 2025;
• Het schriftelijk overleg12 over de milieuproblematiek van Tata Steel d.d. 13 mei 2025.
Omwille van consistentie is bij de beantwoording waar relevant gebruik gemaakt van
bovenstaande informatie.
Vraag 2
Welke mogelijkheden worden onderzocht om toch eerder tot gedwongen sluiting van de
zwaar verouderde, vervuilende en lekkende Kooksgasfabriek 2 (KGF2) over te gaan, aangezien
daar al jaren de regels worden overtreden en Tata Steel zelf zegt dat ze niet aan
alle regels kunnen voldoen?
Antwoord 2
Handhaving na constatering van overtredingen is aan het bevoegd gezag. Een mogelijkheid
is dat die handhaving, na het doorlopen van de wettelijk voorgeschreven procedures,
leidt tot (al dan niet vervroegde) gedwongen sluiting13. De Omgevingsdienst beoordeelt momenteel of Tata Steel voldoet aan de aanzegging
om binnen 12 maanden de overtredingen te beëindigen en aan de regels te voldoen. Voor
deze beoordeling voert de Omgevingsdienst momenteel inspecties uit bij de KGF2. Op
basis van de uitkomsten zal worden bekeken of en welke vervolgstappen nodig zijn.
Vraag 3
Klopt het dat in de huidige plannen Kooksgasfabriek 1 (KGF1) en Hoogoven 6 nog tot
2045 open zullen blijven en kolen zullen blijven gebruiken? Wat vindt u van deze tijdslijn,
gezien de belangen van milieu en de gezondheid van omwonenden?
Antwoord 3
Volgens de huidige plannen dient het bedrijf uiterlijk in 2045 klimaatneutraal te opereren. Als onderdeel daarvan moeten ook KGF1 en Hoogoven 6
sluiten. Dit laat overigens onverlet dat alle bestaande installaties, waaronder de
KGF1, aan de wettelijke normen moeten voldoen en dat het bevoegd gezag hierop toeziet
(en waar nodig handhavend zal optreden).
Het kabinet onderzoekt in aanvulling hierop ook de mogelijkheden voor beleid of wetgeving
voor een verbod op grootschalig gebruik van fossiele kolen, conform de aangenomen
motie-Rooderkerk over het publiekrechtelijk borgen dat het industrieel gebruik van k.
Vraag 4
Wat vindt u ervan dat de AMVI aangeeft dat de financiële modellen en bijbehorende
aannames nog niet in een finale fase waren toen zij hun advies moesten schrijven?
Antwoord 4
Het is binnen de maatwerkaanpak gebruikelijk dat de AMVI advies geeft op modellen
en aannames die nog niet definitief zijn. De AMVI heeft volwaardig advies kunnen geven
op basis van deze conceptstukken. De AMVI geeft advies op de conceptversie van de
JLoI. Het advies van de AMVI ziet juist op de conceptversie omdat de plannen in die
fase nog aangepast kunnen worden naar aanleiding van deze adviezen. De AMVI geeft
onafhankelijk advies op de gebruikte modellen.
Vraag 5
Welke onafhankelijke instantie beoordeelt de business case en de aannames die zijn
gemaakt en kunt u ons die beoordeling sturen?
Antwoord 5
De staat wordt vanaf de start van de gesprekken over een maatwerkafspraak met TSN
bijgestaan door externe adviseurs. Op financieel gebied wordt de staat geadviseerd
door KPMG. Zij toetsen de financiële modellen en onderliggende aannames van TSN. KPMG
zal ook een openbaar rapport opstellen dat meegestuurd kan worden bij een definitieve
maatwerkafspraak. Behalve door de financieel experts van de staat en van KPMG wordt
de beoogde steun aan TSN ook getoetst door de Europese Commissie, onder andere op
proportionaliteit.
Vraag 6
Wat gebeurt er met Project Roadmap+ als de maatwerkafspraken niet door zouden gaan?
Zijn het Project Roadmap+ en de maatwerkafspraken nou wel of niet met elkaar verbonden,
aangezien in de JLoI wordt aangegeven dat deze wordt uitgevoerd zonder staatssteun,
maar u in uw antwoord op vraag 17 aangeeft dat «Wanneer de maatwerkafspraak is ondertekend,
is TSN gebonden aan de realisatie van de projecten binnen Roadmap+»?
Antwoord 6
De Roadmap+ betreft een vrijwillig pakket van maatregelen van TSN om de uitstoot van
onder meer stof, zware metalen, geur, geluid en PAK’s te verminderen en is op dit
moment al in uitvoering. De Roadmap+ wordt dus, onafhankelijk van een eventuele maatwerkafspraak,
zelfstandig uitgevoerd door het bedrijf. Met het vastleggen van de resultaten van
de Roadmap+ in de JLoI zijn de uitvoering en de resultaten van de maatregelen in het
kader van Roadmap+ geborgd, zie ook artikel 5 lid 2 van de JLoI:
«Project Green Steel Phase 1 and the Project of additional environmental and health
measures (b. and c. under Article 5.1) together will form the scope of this JLoI and
the intended tailor-made agreement.»
De uitvoering van de Roadmap+ van TSN vindt plaats zonder financiële maatwerksteun.
De resultaten van de uitvoering ervan zijn opgenomen in de in artikel 3 van de JLoI
vermelde doelstellingen. Dit verzekert dat de verwachte resultaten van Roadmap+ worden
gerealiseerd. TSN is voornemens alle hiervoor benodigde resterende handelingen uit
te voeren als Roadmap+-handelingen.
Vraag 7
Komt er nog een advies van de AMVI en Expertgroep Gezondheid IJmond over de definitieve
JLoI, gezien het feit dat deze twee adviesorganen aangeven dat er nog «belangrijke
documenten en modellen» ontbraken toen zij hun advies moesten geven over de concept
JLoI?
Antwoord 7
De AMVI en de Expertgroep hebben conform het proces van de AMVI bij de maatwerkaanpak
advies gegeven op de concept-JLoI. Dit advies heeft grotendeels een plek gekregen
in de definitieve JLoI en wordt deels meegenomen in het vervolgtraject richting een
maatwerkafspraak. Het advies is van belangrijke waarde om het gezondheidsbelang mee
te wegen.
In het tweeminutendebat Leefomgeving en Externe Veiligheid op 18 december 2025 heeft
de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat toegelicht waarom het kabinet
geen advies over de definitieve JLoI vraagt aan de AMVI en/of de Expertgroep. Bij
het vaststellen van de maatwerkaanpak is vastgelegd dat de AMVI adviseert over de
concept JLoI. In het geval van het traject met TSN is de Expertgroep, bij uitzondering
en op verzoek van de AMVI, aangesloten bij het opstellen van dit advies. Een tijdens
het tweeminutendebat ingediende motie14 met daarin het verzoek om de AMVI en/of de Expertgroep om advies te vragen over de
definitieve JLoI heeft geen meerderheid gehaald in de Tweede Kamer.
Vraag 8
Wat is het oordeel van de Expertgroep Gezondheid over de laatste versie van de JLOI
precies? Heeft de Expertgroep u op wat voor manier dan ook (via de ambtelijke weg
of anders) daarover iets te kennen gegeven?
Antwoord 8
De Expertgroep heeft geen advies gegeven over de definitieve JLoI. Zie ook het antwoord
op vraag 7. De Expertgroep heeft op 19 maart jl. op uitnodiging van de Kamerleden
een gesprek met hen gevoerd over de gezondheidseffecten van de JLoI. Voorafgaand aan
dit gesprek met de Kamer heeft de Expertgroep een position paper15 gepubliceerd.
De Expertgroep bevestigt dat sommige adviezen wel en andere adviezen (nog) niet zijn
overgenomen in de JLoI.
In het gesprek met de Kamer gaf de Expertgroep daarom aan dat het «glas halfvol is»
en dat de maatwerkafspraak zekerheden en concrete en afdwingbare afspraken moet bevatten.
De Expertgroep benadrukte ook dat het kabinet door moet gaan met de maatwerkafspraken
en dat de adviezen niet moeten leiden tot verdere vertraging van de verbetering van
de gezondheid van omwonenden. Het kabinet werkt nu aan de maatwerkafspraak, waarin
de doelen uit de JLoI uiteindelijk in de maatwerkafspraak omgezet worden in geborgde
en concrete resultaatverplichtingen.
Vraag 9
Gezien het recht op informatie voor Kamerleden en het feit dat de Kamer heeft uitgesproken
dat het kabinet alle adviezen van Expertgroep Gezondheid moet opvolgen, kunt u ervoor
zorgen dat wij nu alsnog een reactie van de AMVI en Expertgroep Gezondheid IJmond
krijgen op het definitieve JLoI? Zo nee, waar bent u bang voor?
Antwoord 9
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 7 en besproken in het tweeminutendebat Leefomgeving
en Externe Veiligheid op 18 december 2025 worden de AMVI en de Expertgroep niet gevraagd
om advies te geven op de definitieve JLoI.
Vraag 10
Kijkende naar uw beantwoording van onze eerdere vragen over de JLOI, hoe rijmt uw
vermelding van stikstofuitstoot in 2024 voor Tata Steel Nederland (5,3 kton) met de
vermelding in het jaarverslag van het bedrijf (5,065 kton)?16 Wat is de bron voor uw gegevens en hoe is het verschil te verklaren?
Antwoord 10
De formulering van de vraag bevat een onjuiste weergave van de destijds gestelde vraag
en de antwoorden op verschillende vragen. De eerdere beantwoording waarnaar wordt
verwezen, ging, aangezien de gestelde vraag daar op zag, over het convenant uit 1992
met betrekking op de gehele sector basismetaal in Nederland, niet alleen over TSN.
De uitstoot van de gehele sector is hoger dan die van een specifiek bedrijf.
Alle cijfers in die tabel hebben betrekking op de gehele sector basismetaal. De emissieniveaus
in 1985 en de doelstellingen voor 2010 zijn overgenomen uit het door de vragenstellers
aangehaalde convenant uit 1992. De cijfers met betrekking tot de emissieniveaus in
2010 en 2024 zijn ten tijde van de beantwoording van de eerdere vragen overgenomen
uit de openbare emissieregistratiegegevens. Deze zijn openbaar toegankelijk via www.emissieregistratie.nl/data.
Op deze website wordt ook uitgelegd17 hoe de gegevens worden verzameld en openbaar beschikbaar worden gemaakt. Ten tijde
van de beantwoording van de eerdere vragen (in november 2025) ging het om voorlopige
cijfers; deze zijn inmiddels geactualiseerd.
Vraag 11
Hoeveel is de verwachte jaarlijkse stikstofuitstoot van Tata Steel nadat de DeNOx installatie bij de pelletfabriek in werking is gesteld? Gegeven dat de uitstoot in
2024 5.0 of 5.3 kton was en de DeNOx een «significante vermindering»18 in de stikstofuitstoot zou moeten betekenen, hoe ambitieus is een doel van 4.0 kton
per jaar dan nog, zeker gezien er sprake is van een stikstofcrisis die ten koste gaat
van o.a. gezondheid en woningbouw?19
Antwoord 11
De (beoordeling van de) daadwerkelijke stikstofuitstoot na het treffen van de maatregel
is aan het bevoegd gezag, de provincie Noord-Holland. In de uiteindelijke maatwerkafspraak
worden bovenwettelijke milieudoelen vastgesteld. Deze doelen moeten voldoende ambitie
bevatten, maar ook haalbaar zijn voor het bedrijf. De uiteindelijke NOx-doelstelling
is onderdeel van de lopende onderhandelingen met het bedrijf.
Vraag 12
Gezien het een gegeven is dat de huidige uitstoot van fijnstof (PM10) van Tata Steel
IJmuiden nu 418 kton is20, waarom staat er dan in de JLOI21 dat de doelstelling om de maximale uitstoot van PM10 naar 467 een reductie zou zijn?22
Antwoord 12
In reactie23 op de motie-Zalinyan/Kostić heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
aangegeven dat de doelstelling is gebaseerd op een reductie ten opzichte van historische
emissieniveaus (referentiejaar 2019). Aangezien er sindsdien al effectieve reductiemaatregelen
zijn getroffen, is de inzet bij de verdere uitwerking van de maatwerkafspraak dat,
waar relevant en haalbaar, ambitieuzere reductiedoelstellingen worden vastgelegd dan
in de JLoI (zie artikelen 6.12 lid b en 11.12 van de JLoI). Het kabinet kon zich dus
goed vinden in het verzoek van de motie en daarom heeft deze ook «oordeel Kamer» als
appreciatie gekregen.
Vraag 13
Klopt het dat met deze grens Tata Steel eigenlijk meer PM10 mag emitteren dan ze nu
doet?
Antwoord 13
Zie het antwoord op vraag 12.
Vraag 14
Hoe komt u bij de cijfers die u eerder met ons deelde over de benzeenuitstoot van
19,8 ton in 2024 als uit het eMJV24 blijkt dat de uitstoot 28,2 ton is? Voor zink staat in het eMJV 19,9 ton (ipv 14,6)
en lood 1,07 ton (ipv 0,8), dus waar zit het verschil in precies?25
Antwoord 14
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 15
Kunt u de tabel op p. 12 en 13 van uw eerder antwoorden op onze vragen aanvullen met
daarin de bronvermelding van de data?26
Antwoord 15
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 16
Hoe verklaart u het verschil tussen de 6,8 Mton/jaar27 en de 5,86 Mton/jaar28?
Antwoord 16
De JLoI en het MER kunnen verschillen in scope en uitgangspunten. Het is voor het
kabinet van belang dat de projecten worden uitgevoerd om de doelen van vermindering
van de CO2-uitstoot en verbetering van de leefomgeving en gezondheid van omwonenden te behalen.
Juridische waarborgen hiervoor worden de komende periode verder uitgewerkt.
Daarbij geldt dat de integrale beoordeling van het MER bij het bevoegd gezag ligt;
de provincie Noord-Holland. Dit proces loopt nog. Het kabinet kan en wil om die reden
niet ingaan op de inhoud van het MER, dat is en blijft aan de provincie Noord-Holland.
Vraag 17
Wat vindt u ervan dat de afspraken met het staalbedrijf uit het milieuconvenant van
1992 over reductie van bepaalde schadelijke stoffen in 2010, voor een groot deel niet
zijn nagekomen en zelfs anno 2026 nog niet? Wat zegt dit over betrouwbaarheid van
afspraken met zulke bedrijven?
Antwoord 17
De inspanningen van het kabinet zijn er volledig op gericht om in het hier en nu tot
bindende resultaatsafspraken te komen over forse, versnelde en afdwingbare emissiereducties,
conform de in de JLoI geformuleerde beoogde doelstellingen.
Het niet behalen van doelstellingen uit het convenant zegt wat het kabinet betreft
op zichzelf niets over de betrouwbaarheid van afspraken en/of bedrijven. Het betreffende
convenant vermeldt expliciet dat het gaat om inspanningsverplichtingen, ook voor onderdelen
«waarvan het woordgebruik op een resultaatsverbintenis zou kunnen duiden» (artikel 3.3).
Dit convenant bood dus, net als het wettelijk kader, geen grond om het behalen van
de in de JLoI geformuleerde reductiedoelen af te dwingen.
Vraag 18
Wat vindt u ervan dat voor zeer schadelijke stoffen, zoals benzeen, een reductie van
97,5% in 2010 was beloofd, maar dat de emissie van benzeen in plaats daarvan flink
is gestegen?
Antwoord 18
Zie het antwoord op vraag 17.
Vraag 19
Hoe komt dit over op omwonenden denkt u, en wat doet dat met het vertrouwen in de
overheid en het staalbedrijf? Heeft u omwonenden hierover gesproken en over hun ervaringen
met het gedrag en beloften van het staalbedrijf? Zo ja, wat hebben ze u meegegeven?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 19
De Ministeries van EZK en IenW treden veelvuldig in overleg met (vertegenwoordigers
van) omwonenden. Het kabinet neemt de zorgen en belangen van de omwonenden zeer serieus.
Het kabinet zet daarom het traject van de maatwerkafspraak voort om tot bindende resultaatsverplichtingen
te komen. Gezien de ervaringen is het begrijpelijk dat de omwonenden kritisch staan
tegenover beloften vanuit het bedrijf en eerst willen zien, voordat zij geloven. Het
is aan het bedrijf om het vertrouwen van deze omwonenden terug te winnen. De maatwerkaanpak
is er in tegenstelling tot eerdere plannen juist op gericht om als voorwaarde van
financiële steun afdwingbare doelen te stellen. De omwonenden hebben onder andere
aangegeven dat zij willen dat de afspraken en doelen juridisch geborgd worden. Voor
het kabinet heeft het behalen van de maatschappelijke doelen ook de hoogste prioriteit
en betrekt deze geuite zorgen van omwonenden bij de maatwerkafspraak door afspraken
te maken over de borging van de afspraken.
Daarbij wekt het vertrouwen te zien dat het bedrijf op dit moment ook op andere plaatsen
al concreet grote investeringen doet in verduurzaming. Zo investeert Tata Steel in
de verduurzaming van andere projecten zoals het transitieproject naar EAF-staalproductie
in het Verenigd Koninkrijk (Port Talbot) en de bouw van een elektrische smeltoven
in India. Die stappen dragen bij aan het vertrouwen dat ook de industriële verduurzaming
van TSN daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Vraag 20
Hoe is daar door de tijd heen gemonitord en onafhankelijk gemeten of aan de afspraken
werd voldaan en welke concrete stappen heeft het Rijk steeds gezet om er ook op toe
te zien dat de afspraken werden nagekomen? Heeft het Rijk ooit iemand aangesproken
op het niet nakomen van het milieuconvenant en zo ja, hoe en wanneer precies? In het
kader van informatierecht van Kamerleden, kunt u een overzicht met een tijdlijn sturen
over alle stappen en besluiten die hierover in de loop van tijd zijn gemaakt, zodat
we kunnen leren van het verleden nu het kabinet voornemens is weer nieuwe afspraken
aan te gaan met de staalfabriek?
Antwoord 20
In algemene zin is het antwoord op het laatste deel van de vraag dat een bindende
maatwerkafspraak een ander soort afspraak is dan het milieuconvenant uit 1992 omdat
de maatwerkafspraak resultaatsverplichtingen bevat. De afspraken in dat convenant
waren expliciet geen resultaatverplichtingen (zie ook het antwoord op vraag 17 en
de eerdere beantwoording). Daarnaast is de scope verschillend, omdat de uiteindelijke
maatwerkafspraak ziet op nieuwe projecten van het bedrijf. In de tussentijd zijn daarnaast
veel verschillende ontwikkelingen geweest.
Verder wordt gevraagd om een uitgebreide historische reconstructie. Het convenant
liep van 1992 tot en met 2010; daarmee wordt gevraagd om stappen en besluiten te reconstrueren
die 15 tot ruim 30 jaar achter ons liggen. Er is hiervoor op dit moment onvoldoende
informatie beschikbaar. De inspanningen van het kabinet zijn er volledig op gericht
om in het hier en nu tot bindende afspraken te komen over forse, versnelde en afdwingbare
emissiereducties.
Vraag 21
Welke lessen trekt u over betrouwbaarheid van afspraken maken met de staalfabriek,
aangezien duidelijk is dat veel afspraken uit het milieuconvenant uit 1992 nu nog
steeds niet zijn gehaald, laat staan in 2010 toen ze al behaald hadden moeten worden?29
Antwoord 21
Zie het antwoord op vraag 17 en 20.
Vraag 22
Waarom geeft u in uw eerdere antwoorden aan dat het milieuconvenant uit 1992 niet
afdwingbaar is, terwijl ten tijde van het ondertekenen van het convenant werd aangegeven
dat de afspraken zijn gemaakt zodat de Minister de bedrijven niet via wetgeving tot
maatregelen hoefde te dwingen30, 31?
Antwoord 22
Convenanten dienen doorgaans om maatschappelijke doelen te realiseren zonder dat dit
gepaard gaat met extra regeldruk. Ondertekenaars van dit specifieke convenant hebben
zich in dit geval tot een inspanning verplicht. Daarnaast zijn Europese en nationale
wettelijke normen tussen 1992 en 2010 (en uiteraard ook daarna) stapsgewijs strenger
geworden en is de luchtkwaliteit in Nederland sinds 1992 mede daardoor aanzienlijk
verbeterd.
Vraag 23
Kunt u toegeven dat het achteraf gezien niet de beste zet was om het milieuconvenant
op die manier af te sluiten en dat het beter was geweest om maatregelen wettelijk
af te dwingen?32 Zo nee, waarom leert u niet van het verleden?
Antwoord 23
Het kabinet kan niet oordelen over wat in 1992, met de kennis van toen, wel of niet
de beste zet was voor de bewoording van het convenant. In algemene zin geldt wel dat
kabinet nu juist kiest voor een andere aanpak, waarbij privaatrechtelijke bindende
afspraken worden gemaakt. Zie ook het antwoord op vraag 20.
Vraag 24
Kunt u toezeggen dat aan een op te zetten metaaltafel ook vertegenwoordigers aan zullen
sluiten van omwonendenorganisaties en milieuorganisaties zoals, Gezondheidop1, Frisse
Wind, Dorpsraad Wijk aan Zee, Greenpeace en Urgenda?
Antwoord 24
De metaaltafel is een initiatief vanuit de Metaal Recycling Federatie en vanuit de
metaalsector zelf. Het kabinet volgt de opzet van deze tafel en de ontwikkelingen
die hier eventueel uit volgen met interesse, maar is niet betrokken of organisator
en kan zelf dus geen partijen uitnodigen om deel te nemen.
Vraag 25
Klopt het dat volgens eigen inschatting van Tata Steel Nederland er jaarlijks ongeveer
100 miljoen kilo kolen en ijzererts verwaait vanaf het terrein in IJmuiden33? Zo ja, wat vindt u hiervan? En wat betekent dit voor de gezondheid van omwonenden?
Wat zijn de effecten op het milieu (graag met bronvermelding onderbouwen)?
Antwoord 25
Nee, dit klopt niet. De verwaaiing van stof van het terrein naar de omgeving (emissies)
is te vinden in tabel 4.2 van de Detailstudie luchtkwaliteit van het MER. TSN heeft aan het kabinet laten weten dat zij de term verwaaiing hanteert
voor materiaalverliezen in de grondstoffenketen tussen het aanvoeren van grondstoffen
in de haven en het afleveren van grondstoffen naar de eindfabriek. Deze materiaalverliezen
komen door gebruik van verschillende registratiesystemen, vervoer met transportbanden
en vrachtwagens en deels door verwaaiing via opslag. De verwaaiing die optreedt via
opslag betreft de werkelijke emissie en maakt onderdeel uit van de PM10 modellen.
De materiaalverliezen bij het vervoer wordt opgeruimd en teruggebracht in het proces.
De beoordeling van het MER, waaronder deze informatie, is aan het bevoegd gezag.
Vraag 26
Waar baseert u uw opmerking op dat een maatwerkafspraak een «flinke verbetering voor
de gezondheid te kunnen realiseren» als er nog geen gezondheidseffectrapportage (GER)
is en de Expertgroep Gezondheid IJmond zegt «De inschatting van de Expertgroep is dat de gezondheidsverbetering op basis van deze
JLoI beperkt zal zijn»34? Kunt u uw mening onderbouwen met wetenschappelijke conclusies en onafhankelijke
experts en daarvan de stukken naar ons sturen? Zo nee, kunt u dan stoppen met zelf
bepalen wat «flinke» verbeteringen zijn voor de gezondheid van omwonenden die jarenlang
door de overheid zijn genegeerd?
Antwoord 26
De Expertgroep heeft advies gegeven op de concept-JLoI. De JLoI is naar aanleiding
van het gecombineerde advies van de AMVI en de Expertgroep verder aangescherpt. Zo
zijn onder andere additionele stoffen opgenomen in de JLoI op advies van de Expertgroep
(zie Artikel 3.2.vi).
De JLoI bevat beoogde reductiedoelstellingen voor de uitstoot van een reeks stoffen
waarvan zowel het RIVM als de Expertgroep Gezondheid IJmond heeft aanbevolen dat met
name die emissies gereduceerd zouden moeten worden om de impact op de gezondheid van
omwonenden te verminderen35. Het gaat om reducties die voor sommige stoffen oplopen tot 68%; dat is in de ogen
van het kabinet «flink».
Vraag 27
Hoe staat het nu met het tijdelijk verbod op staalslakken en de stop op gebruik van
staalslakken bij waterwerken van het Rijk, zoals bij de Ooster- en Westerschelde?
Welke reactie is er vanuit de Europese Commissie hierop gekomen en wat betekent dit
voor het gebruik ervan?
Antwoord 27
De pauzeknop die op 23 juli 2025 is ingedrukt36 geldt nog steeds. Sinds die tijd zijn toepassingen van niet-vormgegeven bouwstoffen
met daarin meer dan 20 massaprocent LD/ELO-slak op land in lagen dikker dan 0,5 m
of op locaties waar direct contact met het materiaal of het stof daarvan mogelijk
is, niet toegestaan. Deze noodregeling heeft een looptijd van één jaar en kan met
maximaal een half jaar worden verlengd.
De Europese Commissie (EC) heeft aanvullende vragen gesteld naar aanleiding van het
verzoek om goedkeuring van deze regeling dat Nederland heeft ingediend in lijn met
artikel 129 REACH. Deze vragen zijn inmiddels beantwoord en de termijn van 60 dagen
waarbinnen de EC een besluit zal nemen, loopt uiterlijk 3 april aanstaande af. Als
er een besluit van de EC bekend is, zal de Kamer hierover en over de gevolgen daarvan
worden geïnformeerd.
Voor waterwerken door het Rijk in de Ooster- en de Westerschelde geldt de bestuurlijke
toezegging dat daar tot 23 juli 2026 geen staalslak voor zal worden gebruikt. In de
eerdergenoemde brief van 18 december 2025 staat aangegeven dat er op 15 december in
Middelburg een constructief gesprek is gevoerd over de zorgen en behoeften vanuit
Zeeland met de gedeputeerde van de provincie Zeeland, vertegenwoordigers van de Zeeuwse
gemeenten en van de visserijsector en de natuur- en milieubeweging. Dit gesprek wordt
het komende half jaar voortgezet.
Vraag 28
Nu een aantal gemeenten hebben besloten om helemaal te stoppen met toepassing van
staalslakken, kunt u andere gemeenten in het land er ook actief op wijzen wat hun
mogelijkheden zijn om ook ermee te stoppen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 28
Naar aanleiding van diverse onderzoeksrapporten en incidenten is per 23 juli 2025
op de pauzeknop gedrukt voor toepassingen van niet-vormgegeven bouwstoffen met daarin
meer dan 20 massaprocent LD/ELO-staalslak, op of in de landbodem van meer dan 0,5 meter
dik of op locaties waar direct contact met het materiaal of het stof daarvan mogelijk
is; denk hierbij aan inhalatie of oog-, hand-, mondcontact met toegepaste staalslak.
Hiertoe is een noodregeling vastgesteld waarin op grond van het voorzorgsbeginsel
ook een vergunningplicht is geïntroduceerd voor de overige toepassingen van niet-vormgegeven
bouwstoffen met daarin meer dan 20 massaprocent staalslak in of op de landbodem.
Met de regeling geldt voor een groot deel van de toepassingen een verbod of een restrictie
in de vorm van een vergunningplicht. Alleen voor toepassingen van vormgegeven bouwstoffen
met daarin staalslak als één van de grondstoffen, voor niet-vormgegeven bouwstoffen
met minder dan 20 massaprocent staalslak en staalslak toepassingen in groot oppervlaktewater
gelden geen restricties. Daarmee zijn voor de risicovolle toepassingen al aanvullende
maatregelen getroffen. Voor de overige toepassingen geeft de regelgeving voldoende
handvatten om deze verantwoord toe te passen en daarop toe te zien.
Zoals ook in de Kamerbrief van 13 maart jl.37 is beschreven, staat het bevoegde gezagen vrij om lokaal beleid vast te stellen op
basis van locatiespecifieke kenmerken ter bescherming van mens en milieu. Het Besluit
activiteiten leefomgeving (Bal) maakt het afwijken en aanvullen van de rijksregels
voor milieubelastende activiteiten onder voorwaarden mogelijk. Het bevoegd gezag mag
onder voorwaarden afwijken van artikel 2.11, afdeling 2.7 en de hoofdstukken 3, 4
en 5 van het Bal, tenzij anders bepaald38.
Vraag 29
Kunt u in ieder geval bevestigen dat u gemeenten niet heeft afgeremd of zult afremmen
in het instellen van een verbod op toepassing van staalslakken en dat u de wens van
gemeenten om meer te doen om milieu en gezondheid van hun burgers te beschermen respecteert?
Antwoord 29
Het staat bevoegde gezagen vrij om lokaal beleid vast te stellen op basis van locatiespecifieke
kenmerken ter bescherming van mens en milieu. Het Besluit activiteiten leefomgeving
(Bal) maakt het afwijken en aanvullen van de rijksregels voor milieubelastende activiteiten
onder voorwaarden mogelijk. Het bevoegd gezag mag onder voorwaarden afwijken van artikel 2.11,
afdeling 2.7 en de hoofdstukken 3, 4 en 5 van het Bal, tenzij anders bepaald39.
In de Kamerbrief40 van 22 september 2025 heeft de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
aangekondigd naar de toekomst toe te willen kunnen staan voor een systeem waarin secundaire
bouwstoffen, zoals staalslak, verantwoord kunnen worden toegepast en er geen onaanvaardbare
milieu- en gezondheidsschade wordt veroorzaakt: een beleidskader secundaire bouwstoffen.
Onderdeel hiervan is ook de vraag wat centraal en decentraal opgepakt wordt. Deze
afweging zal in nauw overleg met de medeoverheden worden gemaakt.
Vraag 30
Wordt in de business case van Tata Steel rekening gehouden met het permanent worden
van het huidige tijdelijke verbod op specifieke toepassingen van staalslakken of hebben
ze aangenomen dat dit verbod op termijn wordt opgeheven? Welke invloed zou een permanent
verbod hebben op de business case van Tata en op de JLoI?
Antwoord 30
Het kabinet heeft deze vraag eerder beantwoord41 en aangegeven welke aannames Tata Steel heeft gedaan in haar businesscase ten aanzien
van wet- en regelgeving en beleid met betrekking tot staalslakken en welke invloed
een permanent verbod zou kunnen hebben op de businesscase en op de JLoI.
Vraag 31
Klopt het dat er 1,066 miljard euro van de begroting van het Ministerie van Financiën
zal worden overgeheveld naar het Klimaatfonds om de maatwerksubsidie te kunnen geven?
Waarnaar refereert u precies met «de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën»
waar dit geld staat?
Antwoord 31
De Aanvullende Post (AP) is een apart begrotingshoofdstuk van het Ministerie van Financiën.
Het is als het ware een aparte begroting met middelen die geoormerkt zijn voor bepaalde
doeleinden.
De middelen voor de maatwerkafspraak met TSN zijn deels gereserveerd in het Klimaat-
en energiefonds en deels op de Aanvullende Post van de Rijksbegroting. Hierover is
eerder het volgende aangegeven42: Binnen het Klimaat- en energiefonds is € 934 miljoen gereserveerd voor de maatwerkafspraak
met TSN. Daarnaast zijn in het voorjaar van 2023 deze middelen aangevuld vanuit de
SDE-middelen die aanvankelijk gereserveerd waren voor hogere openstellingsrondes in
2024 en 2025. Deze middelen zijn daarna overgeheveld naar de Aanvullende Post (AP).
In afwachting van uitzicht op een overeenkomst met TSN, en om de onderhandelingspositie
van de staat in de tussentijd te borgen, is van deze middelen in voorjaar 2024 een
reservering op de AP gemaakt van € 1,142 miljard voor TSN. In totaal is daarmee € 2,076 miljard
gereserveerd voor de maatwerkafspraak met TSN. Vanwege prudentie is een kleine marge
aangehouden bovenop de € 2 miljard uit de JLoI, dit kan onder andere benodigd zijn
voor uitvoerings- en implementatiekosten.
Uiteindelijk zullen de middelen die gereserveerd zijn op de AP naar de KGG-begroting
worden overgeboekt.
Vraag 32
Deelt u de mening dat het bewust verhullen van het beschikbare budget in andere posten
dan de daarvoor bestemde post voor Maatwerkafspraken binnen het Klimaatfonds in strijd
is met het universaliteitsbeginsel in de comptabiliteitswet? Waarom is het geld niet
gewon gereserveerd op de daarvoor bestemde plek?
Antwoord 32
Om de onderhandelingspositie van de staat tijdens de lopende onderhandelingen met
het bedrijf te beschermen is ervoor gekozen om het beschikbare budget voor de maatwerkafspraak
met TSN niet zichtbaar op de begroting te reserveren. De onderhandelingen over het
steunbedrag vanuit de staat voor deze maatwerkafspraak waren immers nog niet afgerond.
Door de hiervoor beschikbare middelen op de begroting zichtbaar te maken zou de staat
weggeven hoeveel steun zij maximaal kon geven.
Vraag 33
Waarom is er zoveel gebrek aan transparantie over waar het geld voor Tata vandaan
moet komen tegenover de Kamer en de burgers, die dat geld moeten ophoesten?
Antwoord 33
Zie het antwoord op vraag 32.
Vraag 34
Waarom denkt u dat Tata Steel Limited als moederbedrijf niet bereid is een 403-verklaring
te tekenen?
Antwoord 34
Het kabinet kan deze vraag niet beantwoorden. Het is aan het bedrijf zelf om een eigen
afweging te maken om wel of geen 403-verklaring af te geven. Het is dus aan Tata Steel
Limited om hierover eventueel een verklaring voor te geven.
Als de onderliggende vraag ziet op de verantwoordelijkheid van TSL voor dit project,
is het goed om aan te geven dat TSL ook partij is bij de JLoI en dat TSL dus ook de
verplichting is aangegaan om de afspraken, zoals opgenomen in de JLoI, na te komen.
Het is voor het kabinet uiteraard van belang om de waarborgen rondom de subsidie zo
sterk mogelijk te maken. Dat is ook een reden om niet alleen een afspraak met TSN
te maken, maar ook met de aandeelhouder TSL. In de JLoI staan de eerste contouren
van de waarborgen opgenomen, dit moet verder uitgewerkt worden in de maatwerkafspraak.
Ter illustratie, zie artikel 7 in de JLoI waarin onder andere is afgesproken dat TSL
de totale investering (2,3–4 miljard euro) die nodig is om het project te bouwen,
dient te regelen. Daarmee is een waarborg ingebouwd voor het geval TSN (een deel van)
de investering niet kan opbrengen of regelen. Ook als de benodigde externe financiering
niet op tijd rond zou zijn, dient TSL dit tekort te overbruggen (zie artikel 7.1.2.
sub d van de JLoI). Daarnaast zal de subsidie voorlopig en in tranches worden verstrekt
en is in de JLoI afgesproken dat de staat zekerheden zal krijgen voor de subsidie
(zie artikel 7.1.1. sub g van de JLoI). Dit wordt de komende tijd verder uitwerkt.
Goed om hierbij op te merken dat ten aanzien van de zekerheden in de JLoI al is afgesproken
dat de investering van de onderneming altijd achtergesteld zal zijn aan de subsidie
van de staat.
Vraag 35
Wat betekent het voor de Nederlandse burgers dat het Indiase bedrijf niet garant staat
voor de leningen en verplichtingen die de Nederlandse dochter aangaat?
Antwoord 35
Zoals ook in het antwoord hierboven omschreven, is het voor het kabinet van groot
belang om goede waarborgen te regelen voor de subsidie. In de JLoI zijn de contouren
hiervoor geschetst en komt het principe duidelijk naar voren dat TSL verantwoordelijk
is en kan worden gehouden voor de investering die nodig is aan de zijde van het bedrijf.
Dit wordt nader uitgewerkt in de maatwerkovereenkomst, maar de kaders zoals afgesproken
in de JLoI zijn daarbij leidend. Dit staat los van een meer algemene garantstelling
die een moeder voor een dochterbedrijf kan afgeven. Ter verdere achtergrond, in beginsel
is een garantstelling door TSL enkel relevant als TSN niet in staat zou zijn om te
voldoen aan haar (financiële) verplichtingen uit de eventuele maatwerkafspraak. Allereerst
is en wordt er voorafgaand aan het ondertekenen van de eventuele maatwerkafspraak
een grondige beoordeling van de businesscase gemaakt, waarin mogelijke financiële
risico’s worden geïdentificeerd en gemitigeerd.
Daarnaast zal tijdens de projectperiode de subsidie worden uitgekeerd in tranches,
na het behalen van vooraf vastgestelde mijlpalen. Dat betekent dat de staat de volgende
tranche van de subsidie pas overmaakt als er voldoende voortgang is in de projecten.
De laatste tranche van de subsidie wordt pas overgemaakt nadat alle projecten zijn
opgeleverd. Ook andere manieren van borgen, zoals een clawback mechanisme om overcompensatie
te voorkomen, worden momenteel verder uitgewerkt. Zoals in de beantwoording op vraag 34
ook is aangegeven, de staat zal daarnaast zekerheden krijgen voor de subsidie, dit
is al afgesproken in de JLoI en wordt uitgewerkt in een maatwerkovereenkomst.
Vraag 36
Wat vindt u ervan dat de board van Tata Steel India aangeeft43 dat er pas na 2035 getest zal worden met verschillende energiedragers (o.a. waterstof)
terwijl in de JLoI staat dat dit vanaf 2032 toegepast zal worden? Waarom wordt überhaupt
zo laat getest?
Antwoord 36
In de JLoI is afgesproken dat TSN in de periode 2032–2037 gaat overstappen op groene
waterstof en/of groen gas. TSN zal hiervoor tenders in de markt zetten en over de
precieze voorwaarden van deze tenders zullen afspraken worden gemaakt tussen de overheid
en het bedrijf. Wanneer exact wordt overgestapt is afhankelijk van het slagen van
deze tenders. Het zou dus kunnen voorkomen dat het in 2032 niet gelijk lukt om de
volledige volumes in te kopen. Dan zou de overstap op hernieuwbare energiebronnen
later in de tijd gemaakt worden en wordt de bijbehorende CO2-reductie dus ook later gerealiseerd. De doelen en waarborgen voor het behalen van
deze doelen worden de komende tijd uitgewerkt en opgenomen in de maatwerkafspraak.
Vraag 37
Wat vindt u ervan dat de board van Tata Steel India spreekt44 van «veranderingen in beleid» voor bijvoorbeeld nettarieven als «voorwaarden voor
maatwerkafspraken? Hoe strookt dit met uw opmerking dat hier geen budget voor is?
Antwoord 37
De netwerktarieven zijn een van de opzeggronden voor de JLoI voor het bedrijf. Met
de opzeggronden committeert de staat zich op dit moment op geen enkele wijze aan compensatie
of het betalen van kostenstijgingen aan TSN. Het zijn opzeggronden voor de JLoI voor
het bedrijf, geen voorwaarden waaraan de staat verplicht is te voldoen. De staat maakt
beleid dat zij nodig acht voor klimaat, gezondheid en veiligheid en de afspraken in
de JLoI beperken de staat hier op geen enkele manier in. Als (nieuw) beleid op deze
punten leidt tot een substantiële negatieve impact op de businesscase van TSN, is
het aan TSN om een afweging te maken of zij de JLoI op willen zeggen op basis van
één van deze opzeggronden. Daarbij gelden de opzeggronden enkel voor de JLoI en niet
meer op het moment dat er een definitieve maatwerkafspraak is gesloten. Een subsidieaanvraag
en een maatwerkafspraak is een vrijwillig traject. Dit betekent dat TSN altijd zelf
een overweging zal moeten maken om wel of niet tot een maatwerkafspraak over te gaan.
Nadat TSN een eventuele maatwerkafspraak heeft ondertekend zijn deze maatwerkafspraken
wel degelijk afdwingbaar en dus niet meer vrijblijvend. Zoals in de JLoI vermeld,
stelt de staat maximaal 2 miljard euro maatwerksubsidie beschikbaar voor de maatwerkafspraak
met TSN. De overige kosten en de investeringsbeslissing zijn voor rekening en risico
van TSN zelf.
Daarbij zijn de netwerktarieven een van de randvoorwaarden voor de verduurzaming van
de industrie in den brede en staat het onderwerp al nadrukkelijk op de politieke agenda,
zo ook in het coalitieakkoord. Het kabinet heeft aandacht voor dit generieke beleidsvraagstuk,
ook als er geen maatwerkafspraak met TSN wordt gesloten.
Vraag 38
Gezien het nieuwe onderzoek naar de schadelijke effecten op de gezondheid van mensen
van dioxines, bent u nog steeds van mening dat de grote toename in de uitstoot van
dioxines na het «Groen» Staalplan «niet per definitie onverantwoord» is (antwoord
op vraag 40)? Zo ja, waar baseert u dit op en welke recente adviezen van gezondheidsexperts?45
Antwoord 38
Dat de geraamde dioxine-uitstoot na realisatie van het Groen Staal-plan stijgt, is
niet per definitie onverantwoord. Tegelijkertijd worden dioxines meegenomen als te
duiden stof ten behoeve van de berekening van gezondheidsrisico's in de GER-TSN. De
Kamer is hierover reeds geïnformeerd in het methodisch kader voor de GER-TSN (referentie
2025D16206).
Vraag 39
Wat wordt de maximale productiecapaciteit van Tata Steel na uitvoering van het «Groen»
Staalplan?
Antwoord 39
TSN geeft aan dat de maximale productiecapaciteit na de transitie gelijk blijft aan
de huidige maximale productiecapaciteit.
Vraag 40
Waarom neemt u een CO2-emissiereductie van 19% mee als resultaat van de maatwerkafspraken als Tata zelf
aangeeft dat «het de ambitie van Tata Steel is om na realisatie van dit voornemen
ook over te gaan tot vervanging van Hoogoven 6 en de productiecapaciteit terug te
verhogen»?46
Antwoord 40
Het klopt niet dat de productiecapaciteit van Hoogoven 6 wordt verhoogd. TSN gaat
de meest vervuilende en grootste Hoogoven (Hoogoven 7) en Kookgasfabriek 2 vervangen
door een DRP-EAF. De DRP-EAF wordt qua capaciteit zo groot als technisch mogelijk
op dit moment. De productiecapaciteit voor vloeibaar staal van de DRP-EAF is kleiner
dan de productiecapaciteit van vloeibaar staal die berust op de huidige Kooksgasfabriek 2
en Hoogoven 7-productieketen. TSN heeft de ambitie om plakken in te zetten om de totale
productie van ruw staal op een constant volume te houden.
TSN is daarnaast voornemens om in de tweede fase van de transitie HO6 te vervangen
door nieuwe installaties (DPR-EAF of vergelijkbare technologie). Na deze stap kan
er evenveel vloeibaar staal worden geproduceerd als voor de transitie.
Vraag 41
Kunt u bevestigen dat uit het milieujaarverslag 202447 van Tata Steel blijkt dat de uitstoot van schadelijke stoffen als lood, arseen en
benzeen in 2024 tot ruim drie keer hoger was dan in voorgaande jaren werd vastgesteld?
Antwoord 41
Ja, zoals eerder aan de Kamer gemeld48, is ook duidelijk dat de door de jaren heen gemeten luchtkwaliteit in de leefomgeving
niet is veranderd door de hogere gerapporteerde emissie in 2024. In de IJmond staat
een vast luchtmeetnet waarmee de luchtkwaliteit in de leefomgeving (de immissie) wordt
gemeten. De immissie betreft de concentratie op leefniveau in de lucht die wij inademen
en is daarmee relevant voor de mate waarin de leefomgeving gezond is. Uit de immissiemetingen
blijkt dat in 2024 op alle meetlocaties wordt voldaan aan de wettelijke EU-grenswaarden
voor de luchtkwaliteit.
Vraag 42
Kunt u bevestigen dat er sprake kan zijn van onderrapportage door Tata Steel, wat
strafbaar is onder de Wet op de Economische Delicten?
Antwoord 42
Het kabinet kan dit niet bevestigen. Zoals ook toegelicht in de beantwoording van
eerdere Kamervragen49 is de rapportage van een hogere uitstoot door meerdere oorzaken mogelijk50, 51.
Vraag 43
Bent u zich ervan bewust dat de Omgevingsdienst vaker heeft geconstateerd dat beweringen
van Tata Steel over uitstoot niet kloppen en dat zelfs de Reclame Code Commissie Tata
Steel hierover op de vingers heeft getikt? Wat vindt u daarvan? Wat zegt dat over
betrouwbaarheid van Tata Steel?
Antwoord 43
Deze vraag is eerder gesteld52 en beantwoord. Het doel van een maatwerkafspraak is om de afspraken juridisch te
borgen en zorgen dat deze afspraken ook uitvoerbaar en controleerbaar zijn. Het kabinet
benut de expertise van de OD NZKG bij de totstandkoming van een eventuele maatwerkafspraak.
Vraag 44
Wat vindt u ervan dat de Omgevingsdienst het gedrag van Tata Steel «opportunistisch
en calculerend» heeft genoemd?
Antwoord 44
De OD NZKG heeft jarenlange ervaring met het bedrijf. Het kabinet benut de expertise
van de OD NZKG bij de ontwikkeling van de maatwerkafspraken.
Vraag 45
Erkent u dat dit soort gedrag van bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen, erom
vraagt dat de overheid meer regie neemt, meer controle krijgt en meer inzet op onafhankelijk,
continu, fijnmazig en zoveel mogelijk real time meten van gevaarlijke stoffen en deze
data zo veel mogelijk openbaar beschikbaar maakt, zodat snel en goed gecontroleerd
en gemonitord kan worden en ook burgers op elk moment kunnen zien wat in hun omgeving
wordt uitgestoten (ook in lijn met motie-Teunissen c.s., Kamerstuk 28 089, nr. 302)? Zo nee, hoe gaat u dan volledige transparantie waarborgen en garanderen dat bedrijven
niet meer kunnen spelen met cijfers, meetapparatuur en meetresultaten?
Antwoord 45
Het kabinet wil toewerken naar een systeem waarin emissies en immissies van relevante
vervuilende stoffen goed en op de juiste momenten worden gemeten, dichter bij de bedrijven,
waarbij meetgegevens transparanter en beter controleerbaar zijn. Zo kunnen metingen
meer bijdragen aan gezondheidsbescherming. Het is in het belang van de zware industrie,
omwonenden en het bevoegd gezag dat metingen door bedrijven betrouwbaar en controleerbaar
zijn, dat ze de informatie opleveren die nodig is en dat over de kwaliteit geen discussie
hoeft plaats te vinden.
Om te bepalen hoe dit het beste kan worden vormgegeven, wordt gestart met een aantal
praktijkgerichte en risicogestuurde meetpilots op het gebied van het betrouwbaarder
en toegankelijker maken van immissie- en emissiemetingen bij een aantal industriële
locaties. De resultaten van de pilot landen in een advies over het wel of niet zetten
van mogelijke vervolgstappen.
De Kamer is over dit alles reeds geïnformeerd in de brief53 over de uitkomsten van de Actieagenda Industrie en Omwonenden.
Vraag 46
Ziet u het grote belang van snel toegankelijke inzicht in de volledige uitstoot van
Tata Steel en de uitvoering van de opdracht van de Kamer (zoals verwoord in motie-Teunissen
c.s.) om af te wijken van de reguliere processen rondom metingen en om zo snel mogelijk
te zorgen voor onafhankelijk, continu en fijnmazig meten van gevaarlijke stoffen bij
Tata Steel, inclusief het voor handhaving benodigde cameratoezicht en deze data zo
veel mogelijk openbaar beschikbaar te maken? Hoe gaat u daar precies voor zorgen en
welk tijdspad met deadlines hoort daar precies bij? Wat wilt u hierover in de maatwerkafspraken
opnemen?
Antwoord 46
Zie het antwoord op vraag 45. Verder is in artikel 8.2.d van de JLoI afgesproken dat
TSN onderzoekt hoe ze onafhankelijke en transparante metingen en monitoring kan versterken,
bovenop de wettelijke verplichtingen die TSN op het gebied van meten en monitoren
al heeft. Hoe dit artikel zijn beslag krijgt in de uiteindelijke maatwerkafspraken
is onderwerp van de onderhandelingen over de maatwerkafspraak.
Vraag 47
Kunt u deze vragen één voor één en zo snel mogelijk beantwoorden en in ieder geval
voor het plenaire Tata Steel debat over de JLoI?
Antwoord 47
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Mede ondertekenaar
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.