Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kostic en Teunissen over “de juridische onhoudbaarheid van financiële steun aan Tata Steel”
Vragen van de leden Kostić en Teunissen (PvdD) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de juridische onhoudbaarheid van financiële steun aan Tata Steel (ingezonden 20 februari 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei), de Staatssecretaris
van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
(ontvangen 2 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1367.
Inleiding:
Het kabinet merkt op dat een groot aantal van de vragen in soortgelijke vorm herhaald
worden. Dit ziet bijvoorbeeld op de borging van het behalen van de doelen, de gezondheidseffectrapportage
en de beoogde klimaat- en gezondheidswinst. Waar relevant wordt in deze beantwoording
veel verwezen naar eerder gegeven antwoorden en zijn vragen en antwoorden uit eerdere
sets in deze beantwoording opgenomen. Hiermee heeft de Kamer alle informatie bij elkaar
en een goed beeld heeft van het antwoord dat het kabinet op dit moment aan de Tweede
Kamer kan geven.
Eerst zou ik graag nogmaals de status van de JLoI en het proces om te komen tot een
maatwerkafspraak willen toelichten in de hoop dat het herhalen van deze informatie
helpt om alle informatie bij elkaar te hebben en zo een goed beeld te krijgen van
de besprekingen en mogelijke maatwerkafspraak met Tata Steel. De JLoI is een tussenstap
in het proces om te komen tot een definitieve maatwerkafspraak. De JLoI bevat inspanningsverplichtingen
en de contouren van de definitieve maatwerkafspraak, waaronder de beoogde doelen,
projecten en het financiële kader. De haalbaarheid van deze beoogde doelen en projecten
en de businesscase is en wordt doorlopend extern getoetst door de technische en financiële
adviseurs van de staat. De komende periode onderhandelen de Ministeries van EZK en
IenW verder met het bedrijf om tot een definitieve maatwerkafspraak te komen. Het
kabinet kan niet vooruitlopen op de uitkomsten van deze onderhandelingen.
Binnenkort gaan we met elkaar in debat over de JLoI met Tata Steel. Dat is het moment
waarop de Kamer kan reageren op de inhoud van de JLoI en eventuele aandachtspunten
kan meegeven aan het kabinet. Met deze overwegingen vanuit de Kamer in de hand, onderhandelt
het kabinet verder met Tata Steel om tot een definitieve maatwerkafspraak te komen.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het persbericht van Advocates for the Future waarin wordt
gesteld dat de voorgenomen staatssteun van maximaal 2 miljard euro aan Tata Steel
Nederland juridisch onhoudbaar, ineffectief en onrealistisch is?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de juridische analyse van Advocates for the Future van 19 december
2025 dat de voorgenomen staatssteun aan Tata Steel in haar huidige vorm niet voldoet
aan de vereisten van noodzaak, effectiviteit en proportionaliteit onder de Europese
staatssteunregels (CEEAG), met name omdat niet is aangetoond dat de maatregelen leiden
tot daadwerkelijke en additionele klimaat- en gezondheidswinst? Op welke wetenschappelijke
bronnen baseert u uw beoordeling dan precies (graag met nauwkeurige bronvermelding)?
Antwoord 2
Advocates for the Future heeft de juridische analyse ingediend als reactie op de publieke
consultatie van de Joint Letter of Intent met Tata Steel2. Alle reacties op de publieke consultatie worden momenteel samengevat tot een zogenaamd
hoofdlijnenverslag. Dit hoofdlijnenverslag wordt binnenkort naar de Kamer verzonden.
De Nederlandse staat wil en zal geen staatssteun verlenen aan een private onderneming
in het kader van de maatwerkaanpak om te voldoen aan geldende wet- en regelgeving.
De maatregelen onder de maatwerkaanpak moeten dan ook bovenwettelijk zijn. De staat
ziet hier streng op toe en ook de Europese Commissie (hierna: EC) controleert dat
de steun niet wordt gegeven om aan geldende EU-wetgeving te voldoen. De verwachte
CO2-reductie van de projecten in de JLoI wordt onderschreven door het rapport van de
technische adviseur van de staat. De Landsadvocaat heeft juridisch advies verleend
over de (aanvullende) milieumaatregelen en in het bijzonder de bovenwettelijkheid
daarvan. Dit advies is naar de Kamer verzonden.3 De Landsadvocaat concludeert dat de voorgestelde milieumaatregelen op dit moment
niet juridisch afdwingbaar zijn zonder maatwerkafspraak. Daarmee is de beoogde gezondheidswinst
dus additioneel aan de geldende wet- en regelgeving.
Staatssteun kan rechtmatig worden verleend indien wordt voldaan aan de voorwaarden
van een Europees staatssteunkader, in dit geval, de Richtsnoeren staatssteun ten behoeve
van klimaat, milieubescherming en energie 2022 (2022/C 80/01) (CEEAG). De beoogde
steunmaatregel wordt dus conform de voorwaarden en verplichtingen uit het CEEAG-kader
opgesteld. De EC moet de uiteindelijke steunmaatregel beoordelen en zal de voorgestelde
maatregel toetsen aan de hand van dit kader. De juridische borging van het behalen
van de doelen wordt uitgewerkt in de uiteindelijke maatwerkafspraak.
Vraag 3
Kunt u aangeven of u een juridische staatssteunanalyse heeft laten opstellen waarin
expliciet wordt getoetst aan artikel 107, lderde lid, van het Verdrag betreffende
de werking van de Europese Unie (VWEU), het CEEAG-kader en het beginsel «de vervuiler
betaalt», en bent u bereid deze analyse met de Kamer te delen vóór verdere besluitvorming?
Zo nee, bent u bereid deze op te stellen en te delen?
Antwoord 3
De verenigbaarheid met de interne markt van de beoogde steunmaatregel zal door de
EC worden getoetst aan de hand van de CEEAG. Om die reden wordt de beoogde steunmaatregel
zo vormgegeven dat aan de voorwaarden en verplichtingen uit het CEEAG-kader wordt
voldaan, waaronder bijvoorbeeld het beginsel «de vervuiler betaalt» voor de milieumaatregelen.
Dit is geanalyseerd en hierover vinden ook gesprekken plaats met de EC in het kader
van de prenotificatiefase van deze steunmaatregel. Echter, het formele notificatietraject
van de steunmaatregel bij de EC is nog niet gestart. Op het moment van de formele
notificatieprocedure wordt door de EC getoetst of de steunmaatregel voldoet aan alle
voorwaarden en verplichtingen uit de CEEAG en of de steunmaatregel verenigbaar is
met de interne markt. De EC is exclusief bevoegd om te beoordelen of de steun verenigbaar
is met artikel 107, derde lid, VWEU. De steun kan niet worden verleend zonder dat
de EC deze heeft beoordeeld en goedgekeurd. Deze goedkeuring, en daarmee de toets
aan artikel 107, derde lid, VWEU, wordt openbaar gemaakt en gepubliceerd op de website
van de Europese Commissie.
Vraag 4
Kunt u uiteenzetten op welke wijze de aan de Kamer verstrekte CO2-reducties zijn berekend en welke aannames daarbij zijn gehanteerd over productievolumes
en referentiescenario’s? Kunt u de onderliggende stukken en exacte wetenschappelijke
bronnen met de Kamer delen, zodat de Kamer haar controlerende en kaderstellende taak
naar behoren kan uitvoeren?
Antwoord 4
Zoals in eerdere beantwoording aangegeven zijn bij de Kamerbrief4 over de ondertekening van de JLoI ook de berekeningen van de CO2-reductie gepubliceerd5.
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de kritiek van experts dat de beoogde CO2-reducties grotendeels een «papieren werkelijkheid» betreft omdat een aanzienlijk
deel van de uitstoot het gevolg is van capaciteitsafbouw, emissieverplaatsing en aannames?
Op welke wetenschappelijke bronnen baseert u uw beoordeling dan precies (graag met
nauwkeurige bronvermelding)?
Antwoord 5
Zoals in het antwoord op vraag 2 aangegeven zijn de beoogde CO2-reducties getoetst door de technische adviseur van de staat6. Het rapport hierover is met de JLoI meegestuurd naar de Kamer. Wat betreft de punten
over capaciteitsafbouw en emissieverplaatsing verwijs ik graag naar eerdere beantwoording
waarin wordt aangegeven dat er geen sprake is van capaciteitsafbouw en dat de maatwerkaanpak
zich focust op vermindering van de directe CO2-uitstoot bij de bedrijven zelf. De komende periode worden de juridische waarborgen
voor het behalen van de doelen uitgewerkt en opgenomen in de uiteindelijke maatwerkafspraak.
Vraag 6
Waarom is bij de beoordeling van de klimaatwinst uitsluitend gekeken naar emissiereducties
binnen Nederland (scope 1), terwijl bekend is dat methaanlekken bij gaswinning de
totale klimaatimpact substantieel kunnen verhogen?
Antwoord 6
Een vergelijkbare vraag is eerder gesteld en beantwoord. Voor uw gemak hieronder nogmaals
de exacte vraag en het antwoord.
Kunt u uiteenzetten waarom bij dit soort afspraken alleen wordt gekeken naar uitstoot
op Nederlandse bodem en niet naar de wereldwijde klimaatimpact, terwijl CO2 niet bij landsgrenzen ophoudt?
De internationale en Europese afspraken op klimaatbeleid en het verminderen van de
CO2-uitstoot zijn ingericht langs de lijnen van de verantwoordelijkheid voor de nationale
uitstoot. Daarnaast heeft het kabinet heeft bij het vaststellen van klimaatbeleid
oog voor de internationale klimaatimpact van maatregelen. Zo werkt het kabinet in
samenwerking met andere EU-lidstaten aan de implementatie van de methaanverordening
en aan een monitoringssysteem voor het verkrijgen van inzicht op gas dat uit het buitenland
op de markt in de EU wordt gebracht. De maatwerkafspraken zijn gericht op het realiseren
van maatregelen die bijdragen aan directe vermindering van CO2-uitstoot van de industrie in Nederland en waar relevant de impact op de leefomgeving
te verminderen. Zoals ook aangegeven bij de antwoorden op vraag 1 tot en met 3 zijn
de bedrijfsemissies stuurbaar via een maatwerkafspraak. Deze aanpak is in lijn met
internationale afspraken. Het kabinet beoogt met de maatwerkaanpak om de industrie
te verduurzamen en in Nederland te behouden. De vraag naar staal zal immers blijven
bestaan. Als er geen maatwerkafspraak komt, en het bedrijf zou besluiten om de productie
naar het buitenland te verplaatsen, heeft dit tot gevolg dat staal vanuit het buitenland
geïmporteerd zal worden. Daarmee vergroten we onze import afhankelijkheid. Daarbij
is de staalproductie in het buitenland niet schoner of duurzamer, waarmee de verplaatsing
van de productie een negatief effect heeft zou hebben op het klimaat.
Vraag 7
Acht u het verenigbaar met de 1,5°C-doelstelling van het Parijsakkoord dat het grootste
deel van de steun wordt ingezet voor installaties die primair op aardgas zullen gaan
draaien, zonder harde verplichting tot tijdige omschakeling naar hernieuwbare energie,
terwijl onzeker is of en wanneer omschakeling naar groene waterstof daadwerkelijk
mogelijk zal zijn gezien de beperkte beschikbaarheid en concurrerende vraag? Op welke
wetenschappelijke bronnen baseert u uw positie hierin dan precies (graag met nauwkeurige
bronvermelding)?
Antwoord 7
De maatwerkafspraak met TSN beoogt een grote CO2-reductie van 7,2 Mton/jaar en forse verbetering van de leefomgeving en gezondheid
van omwonenden te realiseren. Verder is in de JLoI opgenomen dat TSN ernaar streeft
om uiterlijk in 2045 en zo snel als redelijkerwijs mogelijk is klimaatneutraliteit
te bereiken. Juist vanwege de 1,5°C-doelstelling van het Parijsakkoord is het van
belang om op korte termijn de emissies naar beneden te brengen.
Zoals in eerdere beantwoording aangegeven7 is in de JLoI overeengekomen dat TSN in de periode 2032–2037 het aardgas in de nieuw
te bouwen DRP-installatie zal vervangen door groene waterstof en/of biomethaan. De
installatie kan technisch overgaan op groene waterstof en/of biomethaan en hiervoor
zijn dus geen technische aanpassingen nodig. Om in de tussenfase dat de DRP op aardgas
draait een grotere CO2-reductie mogelijk te maken wordt CCS toegepast. Als is overgestapt op biomethaan
kunnen hiermee ook negatieve emissies worden gerealiseerd.
Voor de aankoop van groene waterstof en biomethaan is de Staat voornemens een lening
van 200 miljoen euro te verstrekken. De haalbaarheid van de overstap op groene energiebronnen
is getoetst door de technische en financiële adviseurs van de staat. Voor groen gas
specifiek schat externe adviseur Common Futures het Europese productiepotentieel voor
groengasproductie op 100 bcm, ruim voldoende om aan de vraag van TSN van 0.5 bcm te
voldoen. De juridische waarborgen voor de overstap op groene energiebronnen worden
de komende tijd uitgewerkt en opgenomen in de maatwerkafspraak. Daarbij is het voorkomen
van een lock-in op aardgas een van de voorwaarden uit het relevante staatssteunkader
van de EC, de CEEAG.
Vraag 8
Waarom zijn in de Joint Letter of Intent geen juridisch afdwingbare verplichtingen
opgenomen die Tata Steel verplichten om uiterlijk op een vast moment te stoppen met
het gebruik van kolen en aardgas? Hoe wordt het risico op een langdurige fossiele
lock-in voorkomen, en kunt u de expertbronnen waarop u zich baseert meesturen?
Antwoord 8
Het proces van de maatwerkaanpak is zo georganiseerd dat de JLoI inspanningsverplichtingen
bevat. Zie vraag 7 hierboven voor een nadere toelichting op de afspraken over de overstap
van kolen naar aardgas en het voorkomen van een lock-in.
Vraag 9
Kunt u toelichten hoe en door wie is getoetst en vastgesteld dat de gesubsidieerde
maatregelen niet (gedeeltelijk) zien op naleving van bestaande wettelijke verplichtingen
van Tata Steel? Hoe wordt precies voorkomen dat publieke middelen worden ingezet voor
kosten die op grond van het beginsel «de vervuiler betaalt» voor rekening van het
bedrijf zelf horen te komen?
Antwoord 9
De maatwerkaanpak richt zich op het realiseren van bovenwettelijke maatregelen, oftewel
maatregelen die een grotere reductie bewerkstelligen dan wettelijk verplicht. Er kan
dus ook alleen maatwerksteun worden gegeven voor bovenwettelijke maatregelen. De Staat
toetst hier streng op. Ook de EC toetst dat de Nederlandse staat alleen maatregelen
steunt die verder gaan dan Unienormen. Voor de milieumaatregelen specifiek is een
juridische analyse gemaakt door de Landsadvocaat, zie ook het antwoord op vraag 2.
Hieruit volgt dat de voorgestelde milieumaatregelen op dit moment niet wettelijk afdwingbaar
zijn.8
Vraag 10
Aangezien de voorgestelde steun slechts betrekking heeft op een deel van de staalproductie
en Tata Steel zelf niet in staat zou zijn om de productie te vergroenen, hoe voorkomt
u dat een subsidiefuik ontstaat? Staat niet reeds vast dat Tata Steel straks voor
meer subsidie zal aankloppen? En wordt het door de nu voorgestelde steunmaatregelen
van 2 miljard euro niet lastiger om deze te weigeren? Kunt u aangeven hoe precies
dit scenario wordt voorkomen?
Antwoord 10
Met de JLoI committeert de staat zich op dit moment op geen enkele manier aan aanvullende
investeringen boven op de beoogde maatwerksubsidie van 2 miljard euro. Daarbovenop
is in de JLoI opgenomen dat er geen maatwerksteun wordt voorzien voor de tweede fase
van de verduurzaming van TSN. De staat ziet op dit moment ook geen realistisch scenario
waarin de tweede fase van de verduurzaming van TSN in aanmerking komt voor maatwerkondersteuning.
De tweede fase zal naar de huidige verwachting medio jaren ’30 worden uitgevoerd.
Op dat moment zijn naar verwachting hoge EU ETS kosten en een goedwerkende CBAM in
combinatie met een mogelijk kolenverbod aan de orde. Dit alles maakt het zeer onwaarschijnlijk
dat er überhaupt subsidie mag worden verstrekt voor deze fase. Tegelijkertijd kan
dit scenario nooit volledig uitgesloten worden, omdat wet- en regelgeving en klimaatbeleid
in de toekomst kan wijzigen. Daarbij is het goed om op te merken dat een individueel
bedrijf niet kan worden uitgesloten van eventueel in de toekomst bestaande generieke
subsidie-instrumenten. Zie ook de beantwoording van vragen van de leden Kostić (PvdD),
Dassen (Volt), Van Oosterhout en Zalinyan (beiden GroenLinks-Pvda) die op 4 februari
jl. zijn beantwoord en eveneens zien op het voorkomen van, kort gezegd, een subsidiefuik.9 Zie voor uw gemak hieronder de exacte vragen en beantwoording:
Welke mechanismen voorziet u op te nemen in de definitieve maatwerkafspraak om te
voorkomen dat Staat gedwongen wordt tot aanvullende investeringen om eerder geïnvesteerd
kapitaal te beschermen?
Zoals ook aangegeven in het antwoord op vraag 1 committeert de staat zich met de JLoI
op geen enkele manier aan aanvullende investeringen boven op de beoogde maatwerksubsidie
van 2 miljard euro. In de JLoI staan een aantal mechanismen genoemd waarmee wordt
geborgd dat de maatwerksubsidie wordt gebruikt voor het realiseren van de maatschappelijke
doelen. Allereerst is er vooraf een grondige beoordeling van de businesscase gemaakt,
waarin mogelijke financiële risico’s worden geïdentificeerd. De businesscase wordt
getoetst door een financieel adviseur van de staat. Daarnaast zal tijdens de projectperiode
de subsidie worden uitgekeerd in tranches; na het behalen van vooraf vastgestelde
mijlpalen wordt een tranche voorlopig uitgekeerd. Dat betekent dat de staat de volgende
tranche van de subsidie pas overmaakt als er voldoende voortgang is in de projecten
en de subsidie wordt pas definitief vastgesteld als de afgesproken doelen zijn behaald.
De laatste tranche van de subsidie wordt pas overgemaakt nadat alle projecten zijn
opgeleverd. De staat heeft ook de mogelijkheid om de subsidie op te schorten als er
een tekort blijkt om de projecten te realiseren. Ook zal een clawback mechanisme worden
ingesteld om overcompensatie te voorkomen. In de JLoI staan ook de financiële verplichtingen
van TSN en TSL, waaronder dat alle kosten voor de projecten buiten de € 2 miljard
bijdrage van de staat voor rekening van Tata Steel zijn. De staat zal ook zekerheden
krijgen om de verstrekte subsidie te beschermen. In de definitieve maatwerkafspraak
zullen de afspraken en mechanismen nader worden uitgewerkt.
Wat betekent de formulering «as it currently stands» in Artikel 7 van de JLoI? Onder
welke omstandigheden zou deze formulering niet meer gelden en zou vervolgfinanciering
alsnog worden overwogen? Erkent u dat dit ruimte biedt voor toekomstige subsidieverzoeken?
Antwoord
Dit betekent dat de staat op dit moment geen realistisch scenario voor zich ziet waarin
de tweede fase van de verduurzaming van TSN in aanmerking komt voor maatwerkondersteuning.
Ten eerste is de kans op goedkeuring van de EC voor een tweede steunverzoek voor één
bedrijf klein. Daarnaast zal de tweede fase pas medio jaren ’30 worden uitgevoerd.
Op dat moment zijn naar verwachting hoge EU ETS kosten en een goedwerkende CBAM in
combinatie met een mogelijk kolenverbod aan de orde, waarmee er vermoedelijk geen
sprake is van een onrendabele top en/of bovenwettelijke maatregelen. Dit alles maakt
het zeer onwaarschijnlijk dat er überhaupt subsidie mag worden verstrekt voor deze
fase. Tegelijkertijd kan dit scenario nooit volledig uitgesloten worden, omdat zowel
wet- en regelgeving als klimaatbeleid in de toekomst kunnen wijzigen en een bedrijf
niet op voorhand uitgesloten kan worden van eventueel in de toekomst bestaande generieke
subsidie-instrumenten. Zoals ook in het antwoord op vraag 1 is beschreven geldt daarnaast
dat het ontvangen van een eventuele maatwerksubsidie niet betekent dat het bedrijf
geen aanspraak kan maken op andere generieke duurzaamheidssubsidies, zoals bijvoorbeeld
de SDE++ voor CCS.
Vraag 11
Waarom is er geen volledige en transparante counterfactual analyse gepubliceerd waaruit
blijkt welk investeringspad Tata Steel zonder staatssteun zou volgen? Hoe kan zonder
zo’n analyse worden vastgesteld dat sprake is van een daadwerkelijk stimulerend effect
van de steun?
Antwoord 11
Het counterfactual scenario bevat bedrijfsvertrouwelijke informatie en is om deze
reden, net als de businesscase, niet gepubliceerd. Dit is de gebruikelijke gang van
zaken bij dit soort trajecten van individuele ondernemingen. De businesscase en het
counterfactual scenario van TSN worden uitvoerig getoetst door de financiële adviseur
van de staat. Daarbij moet, voor het verkrijgen van goedkeuring voor de eventuele
staatssteun door de EC, zoals de CEEAG voorschrijft, ook inzicht worden geboden in
het counterfactual scenario en een onderbouwing van het stimulerend effect worden
gegeven. De EC toetst deze dus ook en deze analyse is dus van belang voor het verkrijgen
van goedkeuring van de EC voor het verlenen van rechtmatige staatssteun.
Vraag 12
Hoe verhoudt het ontbreken van een afgeronde milieueffectrapportage en gezondheidseffectrapportage
zich tot het vereiste dat de steun bovenwettelijk is en daadwerkelijk bijdraagt aan
de verbetering van de gezondheid van omwonenden? Op welke onafhankelijke wetenschappelijke
adviezen baseert u zich precies?
Antwoord 12
Zie de aanbiedingsbrief bij deze beantwoording, de beantwoording van vraag 2 hierboven
en de eerdere beantwoording van vergelijkbare vragen over het MER [PM verwijzing].
Daarbij moet worden opgemerkt dat bovenwettelijkheid wordt afgemeten aan (normen uit)
nationale en Europese wetgeving, niet aan een het MER of de GER. Een MER of GER is
immers een uitwerking van de effecten van de voorgestelde plannen van Tata Steel waar
Tata Steel een vergunning voor aanvraagt. Zie ook het eerder aan de Kamer gestuurde
advies van de Landsadvocaat.10
Vraag 13
Kunt u toelichten hoe de gezondheidswinst voor omwonenden van Tata Steel onafhankelijk
en zoveel mogelijk real time zal worden gemonitord, conform aangenomen motie-Teunissen
c.s. over zo snel mogelijk zorgen voor onafhankelijk, continu en fijnmazig meten van
gevaarlijke stoffen bij Tata Steel (Kamerstuk 28 089, nr. 302), en welke sancties op welke termijn volgen indien deze uitblijft?
Antwoord 13
Deze elementen worden nader uitgewerkt richting het sluiten van de maatwerkafspraak.
Zie ook de aanbiedingsbrief bij deze beantwoording. Zoals reeds geantwoord11 op 25 november 2025 op een eerdere vraag van de leden Kostić (PvdD) en Koekkoek (Volt)
over dit onderwerp is in artikel 8.2.d van de JLoI afgesproken dat TSN onderzoekt
hoe ze onafhankelijke en transparante metingen en monitoring kan versterken, boven
op de wettelijke verplichtingen die TSN op het gebied van meten en monitoren al heeft.
Vraag 14
Kunt u toelichten of de Europese Commissie al een eerste analyse heeft gemaakt van
de steunmaatregelen? Wat is de status van de beoordeling door de Commissie? Kunt u
het standpunt van de Commissie met de Kamer delen?
Antwoord 14
Zoals aangeven bij het antwoord op vraag 3 is met de EC gesproken over de voorwaarden
vanuit het steunkader waaronder rechtmatige staatssteun zou kunnen worden verleend.
De gesprekken met de EC worden doorlopend gevoerd en zijn constructief. Echter, het
formele notificatie traject van de steunmaatregel bij de EC is nog niet gestart en
de EC heeft dus ook nog geen formele beoordeling afgerond.
Vraag 15
Bent u bereid verdere besluitvorming en een eventuele staatssteunmelding bij de Europese
Commissie op te schorten totdat (a) een volledige juridische staatssteunanalyse is
afgerond en gedeeld met de Kamer, (b) bindende klimaatdoelen en gezondheidsdoelen
zijn vastgelegd (in lijn met de onafhankelijke adviezen van o.a. Expertgroep Gezondheid
IJmond), en (c) duidelijk is dat de maatregelen daadwerkelijk bijdragen aan de mondiale
klimaatdoelen?
Antwoord 15
Zoals ook toegelicht in het antwoord op vraag 3, zal de verenigbaarheid met de interne
markt van de beoogde steunmaatregel door de EC worden getoetst aan de hand van de
CEEAG en is de maatregel om die reden zo vormgegeven dat aan de betreffende voorwaarden
voldaan kan worden. De maatwerkafspraak met TSN is de snelste en effectiefste weg
naar verduurzaming en verbetering van de leefomgeving en gezondheid van omwonenden.
De inzet voor de maatwerkafspraak is gebaseerd op verschillende adviezen en rapporten,
waaronder de adviezen van de Expertgroep Gezondheid IJmond. De staat heeft experts
ingehuurd om de voorstellen en mogelijke afspraken juridisch, technisch en financieel
te toetsten. Het kabinet vindt het in het belang van de omwonenden en het klimaat
dat Tata Steel op de kortst mogelijke termijn de nodige verbeteringen gaat realiseren.
Verdere onderzoeken zullen het proces vertragen terwijl het juist in ons allerbelang
is om voortgang te boeken. Zoals eerder in deze en eerdere beantwoording aangegeven
worden de juridische waarborgen voor het behalen van de doelen de komende periode
verder uitgewerkt en opgenomen in de maatwerkafspraak. De EC toetst bepaalde aspecten
van deze waarborgen ook bij het beoordelen van de maatregel aan het relevante staatssteunkader,
CEEAG. Het goedkeuringsbesluit van de EC wordt openbaar gemaakt.
Vraag 16
Herinnert u zich dat eerdere analyses van experts benadrukken dat de transformatie
van Tata Steel naar aardgasproductie met CCS de Nederlandse energietransitie belemmert
door grootschalige vraag naar (groen)gas, wat mest uit de bioindustrie vereist en
daarmee een lock-in van intensieve veehouderij creëert, inclusief greenwashing-effecten?
Hoe beoordeelt u deze bevindingen en op welke wetenschappelijke bronnen baseert u
die beoordeling? Erkent u dat industrie afhankelijk maken van de intensieve veehouderij
ingaat tegen de aangenomen motie-Tjeerd de Groot om die intensieve veehouderij af
te bouwen?12 Hoe wordt precies gewaarborgd dat de stappen die worden genomen met Tata Steel die
afbouw niet vertragen of dwarsbomen?
Antwoord 16
Zoals in eerdere beantwoording van Kamervragen aangegeven13, leidt het gebruik van biomethaan niet tot een afhankelijkheid van mest. Biomethaan
kan namelijk ook uit andere rest- en afvalstromen worden geproduceerd. Daarbij wordt
ook import van biomethaan voorzien. Er is dus geen sprake van een afhankelijkheid
tussen de verduurzaming van de industrie en de intensieve veehouderij. Het milieubeleid
en de bijbehorende regelgeving in de landbouw, waar een vermindering van de omvang
van de veestapel onderdeel van uitmaakt, bepaalt de hoeveelheid mest die geproduceerd
wordt in Nederland. Het kabinet houdt bij de vormgeving van biomethaan beleid rekening
met een krimp van de veestapel. Waarbij een daling in de hoeveelheid beschikbare mest
geen risico vormt voor het biomethaan beleid.14
Vraag 17
Welke maatregelen treft u om te voorkomen dat de 2 miljard euro steun aan Tata Steel
leidt tot een afhankelijkheid van gas en biomethaan uit veeteeltmest in plaats van
een versnelling van de overstap naar echt hernieuwbare energiebronnen, zoals wind-
en zonne-energie direct voor groene waterstofproductie?
Antwoord 17
Zie het antwoord op vraag 16.
Vraag 18
Kunt u deze vragen individueel en vóór het debat over de Jointetter of Intent met
Tata Steel beantwoorden?
Antwoord 18
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.