Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van Oosterhout, Teunissen, Dassen en Piri over ‘het rapport waarin de Britse inlichtingendienst stelt dat de klimaatontregeling, het verlies aan biodiversiteit en de ineenstorting van ecosystemen raken aan nationale veiligheid en welvaart van het VK’
Vragen van het lid Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA), Teunissen (PvdD), Dassen (Volt) en Piri (GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei en van Defensie over het rapport waarin de Britse inlichtingendienst stelt dat de klimaatontregeling, het verlies aan biodiversiteit en de ineenstorting van ecosystemen raken aan nationale veiligheid en welvaart van het VK (ingezonden 30 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei), mede namens
de Ministers van Justitie en Veiligheid, van Defensie, van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Staatssecretarissen
van Defensie en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (ontvangen 31 maart
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1063.
Vraag 1
Bent u bekend met het rapport waarin de Britse inlichtingendienst waarschuwen dat
de klimaatontregeling, het verlies aan biodiversiteit en de ineenstorting van ecosystemen
de nationale veiligheid en welvaart van het Verenigd Koninkrijk in gevaar brengen,
en hoe beoordeelt u de relevantie van deze conclusies voor Nederland en Europa?1,
2,
3
Antwoord 1
Ja, het kabinet is bekend met dit rapport gepubliceerd door het Britse Department for Environment, Food & Rural Affairs van 20 januari 2026.4 De conclusies in de analyse komen in hoofdlijnen overeen met de conclusies over klimaatverandering
in de trendanalyse nationale veiligheid 20245 en de Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid 2022.6 Kijkende naar de risico’s van ecosysteemdegradatie op de veiligheidscontext zijn
een aantal van de key judgements uit het Britse rapport minder relevant voor specifiek Nederland, gezien de Nederlandse
landbouw en voedselproductie. Omdat Nederland het overgrote deel exporteert, zijn
de afhankelijkheden zoals genoemd door het Verenigd Koninkrijk een minder groot risico
op onze veiligheid.
Vraag 2
Herkent u de analyse dat klimaatontregeling, biodiversiteitsverlies en ecosystemencollaps
niet alleen milieuproblemen zijn, maar ook harde veiligheidsrisico’s, onder meer via
voedsel- en wateronzekerheid, energiezekerheid, migratie, geopolitieke spanningen
en toegenomen conflict? Kunt u dit toelichten?
Antwoord 2
Ja, het kabinet herkent deze analyse. Klimaatverandering en biodiversiteitsverlies
zijn een mondiaal probleem en hebben, naast effecten op onze leefomgeving en gezondheid,
een groeiende impact op onze welvaart en veiligheid. Het streven naar onafhankelijkheid
en veiligheid vraagt om investeringen in schone en betaalbare energie van Europese
bodem, economisch leiderschap, groene marktcreatie en verduurzaming van de brede economie,
met name strategische industrie en banen.
In de Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid 2022 beschrijft het Analistennetwerk
Nationale Veiligheid (ANV) dat klimaat- en natuurrampen een brede impact hebben en
dat vrijwel alle nationale veiligheidsbelangen kunnen worden geraakt. De gevolgen
voor de nationale veiligheid die worden benoemd zijn: 1) klimaatverandering als trend
met directe negatieve impact op de nationale veiligheid door directe gevolgen als
frequentere en ernstigere weersextremen, zeespiegelstijging en een toename aan overstromingen,
natuurbranden en infectieziekten. Daarnaast benoemt de trendanalyse 2) klimaatverandering
als threat multiplier. Hiermee wordt bedoeld dat naast de genoemde directe effecten er ook internationale
cascade-effecten zijn die het Koninkrijk indirect raken, bijvoorbeeld door geopolitieke
spanningen, het al dan niet begaanbaar zijn/worden van (nieuwe) vaarroutes en het
onder druk staan van voedselzekerheid en toenemende migratie.
Vraag 3
In welke mate bekijkt het Rijk vandaag milieu-, klimaat-, en natuurrisico’s als veiligheidskwesties?
Hoe vindt hierover afstemming plaats met Europese partners?
Antwoord 3
Het Rijk ziet de gevolgen van klimaatverandering al lange tijd als een veiligheidsrisico.
Zo is in de in 2023 gepubliceerde Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden
(2023–2029) de actielijn «intensiveren klimaatmitigatie en -adaptatie» opgenomen.
In deze actielijn staan de prioriteiten om de nationale veiligheidsrisico’s van klimaatverandering
tegen te gaan.7 Ook de EU identificeerde in 2023 de noodzaak om de impact van klimaatverandering
en ecosysteem degradatie op veiligheid en weerbaarheid beter te definiëren en implementeren
in de mededeling «Een nieuwe visie op het verband tussen klimaat en veiligheid: aanpak
van de gevolgen van klimaatverandering en aantasting van het milieu voor vrede, veiligheid
en defensie».8
In relatie tot afstemming met Europese partners wisselt het Ministerie van Defensie
onder meer informatie uit over klimaatverandering en veiligheid via het Climate and Defence Network, geleid door de Europese Dienst voor Extern Optreden.9 Naast Europese lidstaten zijn ook de NAVO en andere landen, zoals Canada, Noorwegen,
het Verenigd Koninkrijk, en de VS hierin vertegenwoordigd. Tijdens bijeenkomsten wordt
gesproken over de nationale strategieën, opgesteld om de krijgsmachten voor te bereiden
op klimaatverandering en de implementatie er van.
Vraag 4
Heeft de Rijksoverheid beschikking over een gelijkaardige risicoanalyse voor Nederland?
Zo ja, kunt u deze analyse, al dan niet vertrouwelijk, met de Tweede Kamer delen?
Antwoord 4
Om trends en ontwikkelingen in dreigingen tegen de nationale veiligheid te onderkennen,
waaronder Klimaatverandering, maakt Nederland gebruik van de Rijksbrede Risicoanalyse
Nationale Veiligheid die in 2022 met uw Kamer is gedeeld.10 Deze analyse wordt eens in de drie jaar in opdracht van het Ministerie van Justitie
en Veiligheid uitgevoerd. Om zicht te houden op tussentijdse ontwikkelingen is in
2024 voor het eerst ook een trendanalyse uitgevoerd.11 Een nieuwe Rijksbrede Risicoanalyse verschijnt naar verwachting voor de zomer van
dit kalenderjaar.
Vraag 5
Zo nee, is er een Nederlandse overheidsdienst die een structurele risicoanalyse maakt
van de impact van de klimaatontregeling, het verlies aan biodiversiteit en de ineenstorting
van ecosystemen op de nationale veiligheid van Nederland? Indien niet, staat een dergelijke
risicoanalyse op de planning?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 4. Een nieuwe Rijksbrede Risicoanalyse verschijnt naar verwachting
voor de zomer van dit kalenderjaar en zal dan met uw Kamer worden gedeeld.
Vraag 6
Indien het niet op de planning staat, kunt u alsnog de Kamer voor de zomer een rapportage
bezorgen over de veiligheidsrisico’s ten gevolge van de klimaatontregeling, het verlies
aan biodiversiteit en de ineenstorting van ecosystemen voor Nederland?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 4 en 5. Tevens zal het kabinet u voor de zomer informeren
over hoe het voornemens is uitvoering te geven aan motie van het lid Klos12 over het organiseren van een eerste Nederlandse briefing klimaat, natuur en veiligheid
in 2026. Het kabinet is voornemens om daarmee ook reageren op het verzoek van het
lid Dassen om een Commissiebrief13 over de mogelijkheden die Nederland heeft om te zorgen dat we eenzelfde dreigingsanalyse
kunnen maken als de Britten hebben gedaan.
Vraag 7
Zijn de Nederlandse Krijgsmacht, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)
en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) zich bewust van de risico’s
die de klimaatontregeling, het verlies aan biodiversiteit en de ineenstorting van
ecosystemen meebrengen voor de fysieke veiligheid van Nederland en de Nederlanders,
onder andere door de verwachtte toename aan internationale conflicten en destabilisering
van gemeenschappen wereldwijd die de voedingsbodem voor terrorisme kunnen vergroten?
Zo ja, hoe bereiden ze zich op die risico’s voor en acht het kabinet deze voorbereiding
voldoende?
Antwoord 7
Ja, de Nederlandse Krijgsmacht, de AIVD en MIVD zijn zich bewust van de risico's die
klimaatontregeling, het verlies aan biodiversiteit en de ineenstorting van ecosystemen
meebrengen.
Het Ministerie van Defensie stelde reeds intern de Defensiestrategie voor Klimaatverandering en Veiligheid op, waarin klimaatverandering als threat multiplier wordt onderkend: klimaatverandering in combinatie met andere factoren (demografisch,
economisch, politiek, sociaal, religieus) kan tot meer instabiliteit, conflicten en
migratie leiden. Deze Strategie zal dit jaar met uw Kamer worden gedeeld.
In de strategie definieert het Ministerie van Defensie vier sporen om zich voor te
bereiden op de effecten van klimaatverandering op vrede en veiligheid:
1. Anticipatie: Defensie ontwikkelt kennis en vaardigheden om te anticiperen op de strategische
kansen, uitdagingen, risico's en mogelijke toekomstige conflicten als gevolg van klimaatverandering;
2. Adaptatie: Defensie wil effectief kunnen blijven opereren en past zich aan de veranderende
omstandigheden aan;
3. Mitigatie: Defensie gaat zich verder inspannen om de ecologische voetafdruk te verkleinen
en grondstoffen efficiënter te gebruiken en te herwinnen;
4. Samenwerking: Samenwerking is de kern van sporen 1 t/m 3. Defensie gaat nauwer samenwerken
met nationale en internationale partners, inclusief kennisinstellingen, het maatschappelijk
middenveld en het bedrijfsleven.
Verder staat een aantal onderzoeken gepland naar de impact van klimaatrisico’s op
Defensie, bijvoorbeeld op kritieke infrastructuur en datacenters. Eveneens wordt het
effect van klimaatverandering meegenomen in the Future of War Conference, een gezamenlijk initiatief van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) en de University
of Oxford en in wargames.
Met de meest recente Uitvoeringsagenda Energie en Duurzaamheid14 is uw Kamer geïnformeerd over het feit dat de focus van Defensie op het gebied van
duurzaamheidbeleid primair ligt op het versterken van energiezekerheid en autonoom
voortzettingsvermogen.
De AIVD en MIVD zijn beide onderdeel van de vaste kern van het Analistennetwerk Nationale
Veiligheid en daarmee medeopstellers van producten zoals de Rijksbrede Risicoanalyse
Nationale Veiligheid 2022 en de Trendanalyse Nationale Veiligheid 2024. Verder kunnen
de AIVD en MIVD geen uitspraken doen over de modus operandi en onderzoeksgebieden.
Vraag 8
Kunt u uiteenzetten hoe u structureel en systematisch gaat waarborgen dat de risico’s
van klimaatontregeling, biodiversiteitsverlies en ecosystemencollaps voor de nationale
veiligheid en welvaart daadwerkelijk worden meegewogen in alle relevante beleidsprocessen?
Antwoord 8
Veiligheidsrisico’s worden op verschillende niveaus meegenomen in het beleid. Zoals
ook genoemd in de beantwoording van vraag 2, worden met de implementatie van de Wwke
kritieke entiteiten geacht een risicobeoordeling te maken van mogelijke door mens
en natuur veroorzaakte dreigingsrisico’s en op basis daarvan weerbaarheid verhogende
maatregelen te nemen. Risico’s voortkomend uit klimaat (verandering) en natuurrampen
maken hier onderdeel van uit.
Ook in de nieuwe analyse van de klimaatimpacts en -risico’s die binnenkort door het
Planbureau voor de leefomgeving (PBL) zal worden gepubliceerd, wordt expliciet aandacht
besteed aan het onderwerp veiligheid. Deze analyse ligt mede ten grondslag aan de
herziene Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) die het kabinet in 2026 zal presenteren.
Dit is een Rijksbrede aanpak om Nederland voor te bereiden op en weerbaarder te maken
tegen de gevolgen van klimaatverandering.
Vraag 9
Heeft de Rijksoverheid een helder zicht op het risico van toename aan besmettelijke
ziektes in Nederland en pandemieën die naar Nederland kunnen overwaaien? Zo ja, hoe
bereid het Nederlandse zorgsysteem zich hierop voor?
Antwoord 9
De verspreiding en ontwikkeling van infectieziekten in Nederland maar ook vanuit het
buitenland wordt gevolgd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Het RIVM verzamelt en analyseert gegevens over trends in infectieziekten en kijkt
hierbij niet alleen naar ontwikkelingen in mensen maar ook in dieren en de leefomgeving.
Het RIVM heeft ook de infectieziekterisico’s van klimaatverandering voor Nederland
in kaart gebracht.15
Daarnaast wordt op Europees niveau aandacht besteed aan nieuwe gezondheidsbedreigingen
op het vlak van infectieziekten en antimicrobiële resistentie (AMR) die zich door
klimaatverandering kunnen voordoen. Zo monitort het Europees centrum voor ziektepreventie-
en bestrijding (ECDC) de ontwikkeling rondom dichterbij komende ziekteverwekkers die
via muggen of teken, de zogeheten vectoren, overdraagbaar zijn.
In 2022 is bovendien een pakket wet- en regelgeving aangenomen op EU-niveau, waaronder
de EU-verordening ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen (EU/2022/2371).
Deze verordening regelt de coördinatie, samenwerking en afstemming op EU-niveau bij
de voorbereiding op en bestrijding van onder meer infectieziekten, AMR, chemische
en biologische alsook natuur- en klimaatgerelateerde bedreigingen. Op basis van de
verordening worden onder meer additionele eisen gesteld aan nationale surveillance
en monitoring van potentiële infectieziekten, worden periodieke externe evaluaties
voorzien van de staat van paraatheid van lidstaten met betrekking tot zogenaamde «all hazards»-bedreigingen. Ook zijn Europese referentielaboratoria opgezet, waarbij het RIVM is
aangewezen als EU-referentielab voor aandoeningen die onder andere via muggen en teken
worden overgedragen.
Het Nederlandse zorgsysteem bereidt zich hier op verschillende manieren op voor. Hoewel
sommige (tropische) ziekten nu niet of nauwelijks in Nederland worden overgebracht,
behandelen ziekenhuizen en huisartsen wel al zo nu en dan patiënten die in het buitenland
besmet zijn geraakt en ziek worden in Nederland. Er zijn voor veel ziekten daardoor
al richtlijnen en voorzieningen beschikbaar.
Ook voor de publieke gezondheid geldt dat er al richtlijnen beschikbaar zijn voor
veel ziekten. Het is belangrijk dat RIVM en GGD’en de ontwikkeling van infectieziekten
(kunnen) blijven monitoren om veranderingen en ontwikkelingen tijdig op te kunnen
sporen. De richtlijnen kunnen daar dan op worden aangepast. Naar aanleiding van de
evaluatie van Covid-19 zijn plannen gemaakt om de voorbereiding op pandemieën te versterken.
Het vorige kabinet heeft een bezuiniging uitgevoerd op deze plannen voor pandemische
paraatheid. Het kabinet verdiept zich op dit moment in de consequenties van de bezuiniging
op pandemische paraatheid en de mogelijkheden die er zijn.
Vraag 10
Heeft de Rijksoverheid een helder zicht op het risico van lagere opbrengsten in de
landbouw, een lager wereldwijd aanbod aan voedsel en bijgevolg stijgende voedingsprijzen?
Zo ja, hoe bereid het Rijk zich hierop voor om zo de langetermijnvoedselzekerheid
van Nederland te garanderen zonder beroep te doen op vernietigende landbouwmethoden
die het probleem juist verergeren?
Antwoord 10
Het kabinet erkent dat er een wezenlijk risico is dat klimaatverandering, biodiversiteitsverlies
en ecosysteemineenstorting kan leiden tot lagere opbrengsten in de landbouw in Nederland,
in de EU en wereldwijd. Dat als gevolg daarvan voedselprijzen kunnen stijgen, is helder.
Minder helder en voorspelbaar is wanneer, hoe vaak en voor welke producten dit zal
optreden en met welke precieze gevolgen voor de prijs van voedsel. Uiteenlopende maatregelen
moeten ervoor zorgen dat deze risico’s kleiner worden en de voedselvoorziening weerbaar
is tegen deze verstoringen. Het kabinet zet in op het versterken van de weerbaarheid
van de voedselvoorzieningsketen en voedsel wordt onderdeel van de vitale infrastructuur
in Nederland, waarbij de continuïteit van deze sector en de bescherming tegen uiteenlopende
dreigingen, inclusief de gevolgen van klimaatverandering, centraal staan. Het kabinet
zet zich in voor nationale, Europese en internationale maatregelen om de emissies
van broeikasgassen te verminderen en biodiversiteitsverlies tegen te gaan. Inzet op
natuurbeleid, bijvoorbeeld door effectief begeren en waar nodig uitbreiden en verbinden
van natuurgebieden, het beperken van drukfactoren op de natuur en het uitbreiden en
versterken van agrarisch natuurbeheer moeten bijdragen aan het tegengaan van biodiversiteitsverlies
in Nederland.
Het kabinet wil de voedselzekerheid op lange termijn borgen door een transitie naar
een houdbaar, geavanceerd en klimaatadaptief voedselsysteem met voldoende aandacht
voor verdienvermogen van ondernemers. Jaarlijks monitort het PBL de sectorale emissies
via de Klimaat- en Energieverkenning (KEV), terwijl het CBS de opbrengsten vastlegt
in de Landbouwtelling. Internationaal biedt de FAO Food Outlook inzicht in mondiale
trends, zoals voedselprijzen en ketenefficiëntie. Nederland handhaaft zijn positie
als efficiënte producent door in te zetten op verduurzaming en klimaatadaptatie van
de landbouw, hergebruik van afvalstromen en innovaties zoals precisielandbouw. Daarnaast
zet het kabinet in op biotechnologische innovatie voor verduurzaming van de landbouw.
Het kabinet zet zich in Europees verband in op het toestaan van Nieuwe Genomische
Technieken (NGTs) zodat de plantenveredelingssector in staat is sneller weerbare rassen
te ontwikkelen. Voor duurzame voedselproductie op de lange termijn kijkt het kabinet
ook naar technologieën als kweekvlees en precisiefermetatie. Deze verduurzaming en
aanpassing aan klimaatgevolgen zoals weersextremen en verzilting wordt onder meer
ondersteund door Europese samenwerking binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
(GLB). Het kabinet zet zich voor het GLB in op een toekomstgerichte, innovatieve landbouw
en visserij en een gezonde natuur, met blijvende aandacht voor toekomstperspectief,
verdienvermogen, voedselzekerheid en innovatie binnen de draagkracht van de aarde.16 Met de Ministeriële Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof werkt het kabinet in samenhang
aan het oplossen van de vergunningenproblematiek, het realiseren van natuurverbetering
en het bieden van perspectief voor de agrarische sector. Hiermee werkt het kabinet
aan een toekomstbestendige en robuuste agrarische sector, en draagt het daarmee bij
aan voedselzekerheid.
Vraag 11
Deelt u de conclusie dat deze veiligheidsbedreiging potentieel de Nederlandse welvaart
kunnen ondermijnen?
Antwoord 11
Ja, die conclusie deelt het kabinet. Onze economie is inherent verweven met de staat
van de natuur. Zoals het recente wetenschappelijke rapport over de link tussen bedrijven
en biodiversiteit van het Intergovernmental Science-Policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services (IPBES) aantoont, zijn alle bedrijven afhankelijk van biodiversiteit.17 Het verlies aan biodiversiteit vermindert het vermogen van ecosystemen om essentiële
ecosysteemdiensten zoals bestuiving en waterzuivering te leveren en vormt daarmee
een materieel risico voor bedrijven, financiële instellingen als ook de macro-economische
stabiliteit en brede welvaart.
Vraag 12
Herkent u de vaststelling dat er een realistische mogelijkheid is dat bepaalde wereldwijde
ecosystemen zoals koraalriffen en boreale wouden reeds vanaf 2030 kunnen instorten
met alle daaruit volgende veiligheidsrisico’s voor de wereld en dus ook voor Nederland?
Welke nationale, Europese en internationale noodmaatregelen zijn nog mogelijk om dit
te voorkomen?
Antwoord 12
Het kabinet deelt de zorgen over de kwetsbaarheid van cruciale wereldwijde ecosysteem
diensten. Het ineenstorten van ecosystemen brengt veiligheidsrisico’s voor de mondiale
stabiliteit, voedselzekerheid en klimaatbeheersing met zich mee, wat ook gevolgen
heeft voor Nederland. Wetenschappelijke rapporten van onder meer het IPBES en Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) waarschuwen dat bij aanhoudende opwarming en biodiversiteitsverlies zogenaamde
kantelpunten (tipping points) bereikt kunnen worden.
Hoewel er geen gedetailleerde inventarisatie is gemaakt van de specifieke noodmatregelen
die onmiddellijk genomen moeten worden, is het van cruciaal belang dat er op internationaal,
Europees en nationaal niveau dringende stappen worden gezet. Het kabinet zal dit aanjagen
en er op aansturen dat waar nodig aanvullende stappen worden gezet. Internationaal
richt het kabinet zich op de uitvoering van de Overeenkomst van Parijs en het Kunming-Montreal Global Biodiversity Framework. Europees moeten de doelstellingen van de Europese Klimaatwet, Europese Green Deal en de Natuurherstelwet worden uitgevoerd.
Nationaal richt het kabinet zich op concrete maatregelen om de weerbaarheid van Nederland
te versterken. Voor Nederland als deltaland is het van belang om onder andere slim
om te gaan met water, rivieren meer ruimte te geven om overstromingen te voorkomen,
en nature-based solutions op te schalen, zoals het herstellen van wetlands, het aanleggen van groene bufferzones
en het bevorderen van natuurlijke waterberging. Tegelijkertijd werkt Nederland aan
het reduceren van milieuschadelijke subsidies, het stimuleren van bedrijven en financiële
instellingen om meer rekening te houden met hun impact op en afhankelijkheid van biodiversiteit,
en het implementeren van klimaatadaptatiemaatregelen, inclusief specifieke programma’s
voor Caribisch Nederland. In die programma’s zijn klimaatmaatregelen opgenomen, waaronder
een concreet uitvoeringsprogramma om de drukfactoren op koraal en mangroven in de
Caribische delen van Nederland te verminderen en herstel te bespoedigen. Het verminderen
van deze drukfactoren geeft de biodiversiteit meer weerbaarheid tegen de effecten
van klimaatverandering. Daarnaast wordt gewerkt aan eilandelijke klimaatplannen en
aan een herijking van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) waar Caribisch
Nederland onderdeel van uit zal maken.
Daarnaast is het kabinet volop aan de slag met de nationale opgaven voor natuur en
stikstof, in samenhang met de opgaven op onder andere water en klimaat, via de Taskforce
Landbouw, Natuur en Stikstof, zoals ook aangegeven door de Minister van Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur in de brief Samenhangende aanpak Landbouw, Natuur
en Stikstof van 27 maart jl.18
Vraag 13
Hoe zal Nederland gezien de huidige ontrafeling van de internationale orde ertoe bijdragen
dat de gevolgen van de klimaatontregeling, het verlies aan biodiversiteit en de ineenstorting
van ecosystemen niet nog meer leidt tot een vijandige wereld waarin enkel het recht
van de sterkste geldt? Hoe zal Nederland er juist toe bijdragen dat landen zich maximaal
verenigen om deze uitdagingen samen aan te gaan en bij een toegenomen druk op beperkte
hulpmiddelen vrede te waarborgen?
Antwoord 13
Nederland blijft een actieve pleitbezorger voor ambitieuze internationale afspraken
met heldere rapportageverplichtingen op gebied van biodiversiteit en klimaat, alsook
voor de implementatie van deze afspraken. Ook investeert Nederland in zijn diplomatieke
contacten en ondersteunen we landen met de implementatie van hun klimaat- en biodiversiteitdoelen.
Nederland benut zijn positie als kennispartner om bruggen te slaan tussen het mondiale
Noorden en Zuiden. We ondersteunen ontwikkelingslanden niet alleen financieel, maar
ook met technische innovaties op het gebied van bijvoorbeeld klimaatadaptatie.
Vraag 14
Hoe gaat u de samenleving, inclusief lagere overheden en burgers, transparant informeren
over de conclusies van dergelijke analyses, zodat tijdig kan worden geïnvesteerd in
zowel drastische emissiereductie en natuurherstel als in rechtvaardige adaptatie en
weerbaarheid?
Antwoord 14
Het goed informeren van iedereen in Nederland is inderdaad van belang om tijdig, gezamenlijk
en individueel, de juiste voorbereidingen en maatregelen te treffen, zodat we in ons
land ook op langere termijn goed kunnen omgaan met de gevolgen van klimaatverandering,
zoals weersextremen en verzilting. Met het oog hierop wordt momenteel de nieuwe NAS’26
ontwikkeld. Naar verwachting wordt deze in het najaar van 2026 opgeleverd. Het kabinet
zal in de aankomende Nationale klimaatadaptatiestrategie een aanpak presenteren voor
een klimaatweerbare samenleving. Zie de beantwoording van vraag 8 voor meer informatie
over de NAS.
Veel van de investeringen ten behoeve van de reductie van broeikasgasemissies komen
vanuit het Rijk. Dat neemt niet weg dat het van groot belang is om de samenleving
te betrekken bij het zoeken naar oplossingen voor de klimaatopgave. Dit is onder meer
gedaan middels het Burgerberaad Klimaat.19
Vraag 15
Kunt u deze vragen afzonderlijk en binnen de geldende termijn beantwoorden?
Antwoord 15
De vragen zijn afzonderlijk beantwoord. Vanwege uitvoerige interdepartementale afstemming
is dit helaas niet binnen de termijn gelukt.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede namens
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede namens
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie -
Mede namens
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.