Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Moorman over de impact van de kabinetsplannen op zwangere vrouwen en ouders
Vragen van de leden Moorman (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de impact van de kabinetsplannen op zwangere vrouwen en ouders (ingezonden 4 maart 2026).
Antwoord van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens de
Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 31 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «CNV: jaarlijks zeker 25.000 zwangeren geraakt door
kabinetsplan»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Vraag 2
Deelt u de mening dat zestien weken 100% betaald zwangerschapsverlof een belangrijk
verworven recht is? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot het besluit om het maximumdagloon
te verlagen, waardoor zwangere vrouwen er honderden euro’s per maand op achteruitgaan?
Antwoord 2
Ja, ik vind het belangrijk dat de arbeidspositie van vrouwen niet verslechtert. Met
de plannen uit het coalitieakkoord wil het kabinet onze arbeidsmarkt en sociale zekerheid
toekomstbestendiger maken. Daar zijn helaas ook lastige keuzes bij nodig. Via de verlaging
van het maximumdagloon is beoogd de laagste inkomens te ontzien. Niettemin raakt de
verlaging veel mensen. Ik ben daarom bereid om te kijken naar het uitzonderen van
de verlofregelingen van de verlaging van het maximumdagloon. Daarbij vind ik het van
belang dat er oog is voor de uitvoerbaarheid, de huidige budgettaire kaders en de
samenhang met andere uitkeringen. Ik zal dit vervolgens bespreken met sociale partners
en ik streef ernaar om uiterlijk op Prinsjesdag met een voorstel te komen richting
de Kamer.
Vraag 3
Welke gevolgen heeft het verlagen van het maximumdagloon met 20% voor de hoogte van
het loon tijdens zwangerschapsverlof? Kunt u per inkomenscategorie in beeld brengen
hoeveel euro per maand vrouwen hierdoor mislopen?
Antwoord 3
Het dagloon vormt de grondslag voor de verlofuitkering en wordt berekend op basis
van het SV-loon, waarbij het bevallings- en zwangerschapsverlof 100 procent dagloon
is. Het dagloon is – in de hoofdregel – het loon dat een werknemer in de referteperiode
heeft genoten en waarover belastingen en sociale premies zijn betaald, gedeeld door
het gemiddeld aantal dagloondagen in één jaar (261). Het dagloon is per 1 januari
2026 wettelijk gemaximeerd op € 304,25 per dag, omgerekend is dit € 6.617,44 per maand.
Iedereen die meer verdient dan 80% van dit bedrag wordt via de uitkering geraakt door
de verlaging, aangezien het maximumdagloon wordt verlaagd met 20%. Voor inkomens die
onder 80% van het maximumdagloon verdienen, geldt dat zij niet geraakt worden door
de verlaging in het maximumdagloon. Deze verlaging ziet er per inkomenscategorie dan
als volgt uit voor de uitkeringen uit de Wet arbeid en zorg, weergegeven per maand:
Inkomenscategorie
(% van maximumdagloon)
Huidige bedrag
Bedrag na 20% verlaging
maximumdagloon
Verschil
≥100%
€ 6.617,44
€ 5.293,95
€ 1.323,49
90%
€ 5.955,69
€ 5.293,95
€ 661,74
80%
€ 5.293,95
€ 5.293,95
–
Vraag 4
Welke gevolgen heeft het verlagen van het maximumdagloon met 20% voor vrouwen die
ziek worden als gevolg van hun zwangerschap? Kunt u per inkomenscategorie in beeld
brengen hoeveel euro per maand vrouwen hierdoor mislopen?
Antwoord 4
De uitkeringen uit de ziektewet en de Wet arbeid en zorg (Wazo) zijn beide gebaseerd
op de dagloonsystematiek. Wanneer vrouwen ziek worden als gevolg van of door hun zwangerschap
wordt hun uitkering niet verlaagd en geldt dat zij een uitkering vanuit de Ziektewet
ontvangen voor 100% van het maximumdagloon. De gevolgen op de uitkeringen van de verlaging
van het maximumdagloon komen daarbij overeen zoals beschreven in antwoord 3.
Vraag 5
Hoeveel vrouwen die met zwangerschapsverlof zijn gegaan in 2024 en 2025 vielen in
de categorie 80–100% maximumdagloon? Welk percentage bedroeg dit van het totale aantal
Wet arbeid en Zorg-uitkeringen (WAZO-uitkeringen)?
Antwoord 5
In 2024 waren er circa 13.900 vrouwen in de categorie 80–100% maximumdagloon, dit
bedroeg 10,4% van het totale aantal zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen voor werknemers.
Daarnaast zijn er in 2024 circa 8.500 vrouwelijke werknemers met een inkomen op of
boven het maximumdagloon met zwangerschapsverlof gegaan (6,4% van het totale aantal
uitkeringen). In 2025 waren er, op basis van voorlopige gegevens, circa 14.000 vrouwen
in de categorie 80–100% maximumdagloon. Gegevens van 2025 over werknemers boven het
maximumdagloon zijn nog niet bekend.
Vraag 6
Hoeveel werkenden vallen onder een cao waarin is geregeld dat de werkgever het maximumdagloon
tijdens zwangerschapsverlof aanvult tot 100%? Hoeveel werkenden werken niet onder
een cao waarin dit is geregeld?
Antwoord 6
Uit een eerder onderzoek onder 108 cao’s komt naar voren dat in 43 cao’s (29% van
de werknemers van de onderzochte cao’s) het zwangerschaps- en bevallingsverlof tot
100% van het loon wordt aangevuld.2 Werkgevers kunnen ook buiten een cao om de uitkering tijdens zwangerschap aanvullen
tot 100% of het loon doorbetalen. Hier zijn geen cijfers over bekend.
Vraag 7
Hoeveel extra kosten brengt het lagere maximumdagloon met zich mee voor werkgevers
die het loon aanvullen? In hoeverre verwacht u dat dit zwangerschapsdiscriminatie
in de hand werkt?
Antwoord 7
Het aanvullen van de uitkering wordt o.a. via cao-afspraken geregeld en er bestaat
geen wettelijke verplichting hiertoe binnen de Wazo. Werkgevers zullen bij een lagere
uitkering het loon meer moeten aanvullen als hierover binnen een cao afspraken zijn
gemaakt. De grootte van deze aanvulling is afhankelijk van de hoogte van het loon
van de werknemer en de afspraken binnen een cao of bedrijf. Een mogelijk gevolg van
de verlaging is dat werkgevers hierdoor wellicht minder geneigd zullen zijn om het
aanvullen van het loon tot 100% bij Wazo-uitkeringen vast te leggen in cao-afspraken.
De gevolgen van deze maatregel op zwangerschapsdiscriminatie zijn moeilijk in te schatten.
Vraag 8
Welke impact heeft de verlaging van het maximumdagloon op de hoogte van het ouderschapsverlof?
Kunt u dit uitsplitsen naar inkomenscategorie?
Antwoord 8
Voor het betaald ouderschapsverlof (en ook voor het aanvullend geboorteverlof) geldt
een vergoeding van 70% tot het maximumdagloon. De impact van de verlaging van het
maximumdagloon is in onderstaande tabel in beeld gebracht.
Inkomenscategorie
(% van maximumdagloon)
Huidige bedrag
Bedrag na 20% verlaging
maximumdagloon
Verschil
≥100%
€ 4.632,21
€ 3.705,77
€ 926,44
90%
€ 4.168,99
€ 3.705,77
€ 463,22
80%
€ 3.705,77
€ 3.705,77
€ 0,00
Vraag 9
Hoeveel werkenden vallen onder een cao waarin is geregeld dat de werkgever het maximumdagloon
tijdens ouderschapsverlof aanvult tot 100%? Hoeveel werkenden werken niet onder een
cao waarin dit is geregeld?
Antwoord 9
Uit onderzoek onder 108 cao’s komt naar voren dat in 11 cao’s (16% van de werknemers
van de onderzochte cao’s) de uitkering van 70% maximumdagloon voor het betaald ouderschapsverlof
wordt verhoogd. In drie cao’s wordt het loon negen weken volledig doorbetaald; in
twee cao’s wordt het loon vier weken volledig doorbetaald en gedurende de overige
weken conform de wet; in vier cao’s wordt 75% van het loon doorbetaald; in één cao
70% van het laatstverdiende loon, en in één cao is gedurende 13 weken sprake van variabele
doorbetaling (50 tot 90% afhankelijk van de salarisschaal).3
Vraag 10
Welk gevolg verwacht u dat de verlaging van het maximumdagloon heeft op de hoeveelheid
ouders die ouderschapsverlof opnemen? Welke impact heeft dit op de beschikbaarheid
in de kinderopvang?
Antwoord 10
Vrouwen zijn verplicht om het zwangerschaps- en bevallingsverlof op te nemen, de opname
van het geboorte- en het ouderschapsverlof is optioneel. De kans bestaat dat ouders
minder snel dit verlof zullen opnemen, vanwege de mogelijke terugval in inkomen. Wat
precies de impact van de verlaging zal zijn op het gebruik van het aanvullend geboorte-
en ouderschapsverlof, is moeilijk te voorspellen. Uit onderzoek blijkt dat van de
ouders die geen gebruik maakten van het volledig aanvullend geboorteverlof, 27% van
hen aangaf het inkomen niet te kunnen missen. En 18% van hen aangaf dat het voor hen
financieel niet aantrekkelijk was. Van de ouders die niet volledig gebruik maakten
van het aanvullend geboorteverlof, gaf 15% aan dat zij het inkomen niet konden missen
en 11% dat zij het financieel niet aantrekkelijk vonden.
Met een verlaging van het maximumdagloon bestaat de kans dat een deel van de ouders
minder gebruik zullen gaan maken van het ouderschapsverlof of aanvullend geboorteverlof.
Het is op dit moment niet goed in te schatten wat het effect daarvan is op de beschikbaarheid
in de kinderopvang.
Vraag 11
Deelt u de opvatting dat ouderschapsverlof eraan bijdraagt dat ouders de zorg voor
hun kinderen op een gelijkwaardige manier kunnen verdelen? In hoeverre deelt u de
zorg dat zorgtaken ongelijker verdeeld worden doordat ouders minder vaak verlof zullen
opnemen omdat zij teveel loon moeten inleveren?
Antwoord 11
Het ouderschapsverlof is onder andere bedoeld om een gelijkwaardigere verdeling in
zorgtaken tussen ouders te bevorderen en de arbeidsparticipatie van vrouwen te stimuleren.
In de beleidsevaluatie van het betaald ouderschapsverlof wordt onder andere beoordeeld
of en hoe het ouderschapsverlof bijdraagt aan deze doelen. Deze evaluatie zal voor
de zomer worden gepubliceerd.
Vraag 12
Bent u bereid af te zien van de verlaging van het maximumdagloon voor alle 260.000
mensen die erdoor geraakt worden, waaronder 25.000 zwangeren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Met de plannen uit het coalitieakkoord wil het kabinet de arbeidsmarkt en sociale
zekerheid toekomstbestendiger maken. Daar zijn helaas lastige keuzes bij nodig, maar
ik vind het ook belangrijk dat de arbeidspositie van vrouwen niet verslechtert. Ik
ben daarom bereid om te kijken naar het uitzonderen van verlofregelingen van de verlaging
van het maximumdagloon. Daarbij kijk ik ook naar de uitvoerbaarheid, de huidige budgettaire
kaders en de samenhang met andere uitkeringen. Deze opties wil ik eerst bespreken
met sociale partners, waarna ik uiterlijk op Prinsjesdag met een voorstel kom richting
de Kamer.
Vraag 13
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 13
Ja, zie bijgaand.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.