Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Russcher over de uitspraken van minister Boekholt-O’Sullivan in The Guardian inzake het aanpassen van het energie- en ruimtegebruik van Nederlandse burgers
Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de uitspraken van Minister Boekholt-O’Sullivan in The Guardian inzake het aanpassen van het energie- en ruimtegebruik van Nederlandse burgers (ingezonden 25 maart 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening)
(ontvangen 31 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met uw eigen uitspraken in The Guardian van 23 maart 2026, waarin u
het dagelijks energie- en ruimtegebruik van Nederlandse burgers ter discussie stelt
en vergelijkingen trekt met rantsoenering tijdens militaire missies in Afghanistan?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
U verklaarde dat u in Afghanistan «een muntje kreeg voor de douche en een muntje om
naar huis te bellen» en voegde toe dat burgers «afspraken moeten maken, want het aanbod
is niet oneindig.» – welk concreet beleid vloeit uit deze uitspraak voort, en welke
vormen van rantsoenering, tokensystemen, quota of verbruiksplafonds voor energie,
water of andere nutsvoorzieningen worden door het kabinet overwogen of voorbereid?
Antwoord 2
Zoals ik in mijn brief van 26 maart aan de Kamer heb laten weten, had ik mijn woorden
zorgvuldiger moeten kiezen en dit voorbeeld niet moeten gebruiken. Er vloeit geen
beleid voort uit deze voorbeelden.
Vraag 3
Kunt u uitleggen waarom de Nederlandse burger zijn gedrag zou moeten aanpassen – zoals
de wasmachine ’s nachts aanzetten – terwijl het overbelaste elektriciteitsnet het
gevolg is van geforceerde elektrificatie zonder adequate uitbreiding van de infrastructuur?
Antwoord 3
De oproep om stroom waar mogelijk buiten piekuren te gebruiken, is geen afwenteling
op huishoudens maar een praktische maatregel om het elektriciteitsnet doelmatiger
te benutten. Dit sluit aan bij de rijkscampagne Zet ook de knop om. De netbeheerders
werken hard aan uitbreiding van de infrastructuur; het kabinet ondersteunt dit met
een Versnellingsaanpak om de doorlooptijden van realisatie te verkorten. Daarnaast
werken het kabinet en betrokken partijen aan maatregelen om het bestaande net efficiënter
te benutten. Zie daartoe ook bijvoorbeeld de brief van de (vorige) Minister van KGG
van 4 februari 2026 over het aansluitoffensief netcongestie.
Vraag 4
Bestaan er binnen uw ministerie of de regering ambtelijke verkenningen, notities of
scenariostudies over het beperken, reguleren of rantsoeneren van huishoudelijk energieverbruik,
en bent u bereid deze naar de Kamer te sturen?
Antwoord 4
Voor zover binnen de overheid stukken zijn over netcongestie, flexibiliteit of vraagsturing,
hebben die betrekking op beter gebruik van schaarse capaciteit, door bijvoorbeeld
gebruik buiten de piekuren te stimuleren, en niet op het beperken van huishoudelijke
vrijheden via rantsoenering.
Vraag 5
Welke tijdsafhankelijke energiebeperkingen, dynamische afschakelmechanismen of op
afstand bestuurbare apparatuur voor huishoudens worden door het kabinet overwogen,
op welke wettelijke grondslag, en hoe zou de handhaving en controle daarvan eruitzien?
Antwoord 5
In het kabinetsbeleid voor spreiding van elektriciteitsverbruik door huishoudens is
vrijwilligheid het uitgangspunt. Het kabinet overweegt geen tijdsafhankelijke energiebeperkingen,
dynamische afschakelmechanismen of op afstand bestuurbare apparatuur voor huishoudens
op grond van een publiekrechtelijk dwingend regime. Wel wordt toegewerkt naar de invoering
van tijdafhankelijke nettarieven voor kleinverbruikers om dit te stimuleren, waarbij
gebruikers worden ontzorgd door slimme apps voor energiemanagement om net-intensieve
apparaten, zoals warmtepompen en thuislaadpalen, automatisch optimaal in te zetten2.
Vraag 6
Op basis van welke norm of maatstaf concludeert u dat de gemiddelde Nederlander te
veel ruimte, energie of water verbruikt, en welke maatregelen – zoals woningdelingsregelingen,
verplichte kamerverhuur of andere vormen van woonruimteverdeling – overweegt de regering
om het aantal kamers per persoon terug te dringen van 2,1 naar het Europees gemiddelde
van 1,7?
Antwoord 6
Ik hanteer geen norm waaruit zou volgen dat de gemiddelde Nederlander «te veel» ruimte,
energie of water gebruikt. Het kabinet bereidt geen maatregelen voor zoals verplichte
woningdeling, verplichte kamerverhuur of een norm voor het aantal kamers per persoon.
Zoals ik in mijn brief van 26 maart jongstleden heb aangegeven had ik mijn woorden
in het interview zorgvuldiger moeten kiezen.
Vraag 7
Deelt u de mening dat het tekort aan netcapaciteit niet was ontstaan als Nederland
zijn eigen aardgasvoorraad niet vroegtijdig had afgebouwd, en wat zijn de totale kosten
geweest van het dichtdraaien van de gaskraan in Groningen, inclusief de import van
buitenlands gas en het ontmantelen en overdragen aan Oekraïne van ons gaspompsysteem?
Antwoord 7
Die mening deel ik niet. Netcongestie is een probleem van elektriciteitsinfrastructuur
en piekbelasting en dat staat los van de vraag of aardgasproductie uit Groningen langer
had moeten doorgaan. Na de aardbevingen van 2018 in Zeerijp besloot het kabinet om
de gaswinning uit het Groningenveld zo snel mogelijk volledig te beëindigen. Op 19 april
2024 is met brede parlementaire steun gaswinning uit het Groningenveld definitief
wettelijk beëindigd. Daarbij zijn alle overwegingen en perspectieven inclusief geopolitieke
factoren en leveringszekerheid uitgebreid en zorgvuldig gewogen. Het belang van energiezekerheid
spreekt voor zich. Het kabinet zit daar bovenop.
Vraag 8
In hoeverre is het woningtekort direct te herleiden tot massale immigratie, gezien
het feit dat de Nederlandse bevolking enkel nog kunstmatig groeit door migratie, en
waarom kiest de regering voor grootschalige bijbouw in plaats van het aanpakken van
deze oorzaak?
Antwoord 8
Het beleid van het kabinet is zowel gericht op het toevoegen van woningen om het woontekort
aan te pakken als ook op minder instroom.
In de «Primos-prognose 2025, Prognose van bevolking, huishoudens en woningbehoefte»
laat ABF Research zien hoe de door ABF verwachte woningbouw in de komende 15 jaar
opgedeeld kan worden. Met 45% van de woningbouw wordt de groei van de bevolking opgevangen.
Met 25% wordt voorzien in extra vraag naar woningen doordat huishoudens kleiner worden
(minder mensen per woning). Met 14% wordt de geraamde sloop van woningen gecompenseerd.
Met de resterende 16% wordt het woningtekort teruggedrongen. Voor de bevolkingsgroei
geldt vervolgens dat deze voor 95% ontstaat door migratie. De basis achter deze prognose
van ABF zijn de CBS-bevolkingsprognoses.
Vraag 9
Hoe verhoudt uw oproep tot «eenvoudiger leven» zich tot het feit dat de Nederlandse
burger al tot de hoogst belaste ter wereld behoort, en erkent u dat de werkende middenklasse
onevenredig hard wordt geraakt door de gecombineerde lasten van de woningcrisis, het
klimaatbeleid en de kosten van immigratie?
Antwoord 9
Ik onderken dat veel huishoudens druk ervaren door woonlasten, energiekosten en bredere
kosten van levensonderhoud. Het kabinet zet zich in om die druk te verminderen, onder
meer door maatregelen gericht op het verlagen van woonlasten, het verbeteren van betaalbaarheid
en het versterken van de koopkracht van huishoudens.
Vraag 10
Welke klimaat- en stikstofregelgeving die woningbouw belemmert is het kabinet bereid
op te schorten totdat het woningtekort is opgelost, en indien geen enkele: waarom
weegt deze regelgeving zwaarder dan adequate huisvesting?
Antwoord 10
Het kabinet is niet voornemens klimaat- of stikstofregelgeving generiek op te schorten.
De inzet is om woningbouw sneller mogelijk te maken binnen de geldende wettelijke
kaders, onder meer via vereenvoudiging van procedures, financiële stimulansen en maatregelen
om knelpunten zoals stikstof en netcongestie te verminderen. Natuur- en klimaatmaatregelen
zijn juist noodzakelijk met het oog op een gezonde en duurzame leefomgeving. Adequate
huisvesting en de bescherming van natuur, klimaat en leefomgeving zijn publieke belangen
die in samenhang moeten worden gediend.
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.