Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Heutink en Jansen vragen over het bericht 'Nederlandse grensboeren halen doelen niet door vervuild water uit Duitsland: dit voelt wel oneerlijk'
Vragen van de leden Heutink en Jansen (beiden PVV) aan de Ministers van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht «Nederlandse grensboeren halen doelen niet door vervuild water uit Duitsland: dit voelt wel oneerlijk» (ingezonden 22 december 2025).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (ontvangen 30 maart 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 830.
Vraag 1
Bent u op de hoogte van dit artikel en wat vindt u hiervan?1
Antwoord 1
Ja, dit artikel is bekend. Ik begrijp dat onder Nederlandse boeren het beeld leeft
dat zij zouden worden benadeeld door verontreiniging afkomstig uit het buitenland.
Van een dergelijke benadeling is echter geen sprake. In de antwoorden op de vragen
hieronder wordt hier nader op ingegaan.
Zoals toegezegd aan het lid Heutink in het WGO Water van 2 februari jl. zal de Kamer
voor de zomer ook nog uitgebreider geïnformeerd worden over de situatie bij de Dinkel2.
Vraag 2
Kunt u aangeven waarom er niet eerder in Brussel aan de bel is getrokken over deze
overduidelijke achterstelling van onze boeren ten opzichte van boeren uit Duitsland?
Antwoord 2
In de huidige stroomgebiedbeheerplannen is expliciet aangegeven bij welke grensbeken
het water dusdanig is verontreinigd met nutriënten dat Nederland de doelen vanuit
de Kaderrichtlijn Water (KRW) daar niet kan halen. Deze informatie is aan de Europese
Commissie (EC) gestuurd. Met betrekking tot de Kaderrichtlijn Water vindt frequent
internationaal overleg plaats met de EC en met de betrokken lidstaten.
In aanvulling hierop spreekt Nederland met onder andere Duitsland over de waterkwaliteit
in de Internationale Rijncommissie, waar de EC ook bij aanwezig is. De waterschappen
langs de grens met Duitsland zijn ook bilateraal en via de grenswatercommissies in
gesprek met hun Duitse partners. Nederland trekt dus al geruime tijd via diverse routes
aan de bel bij de EC en de betrokken lidstaten over de waterkwaliteit in grensoverschrijdende
wateren.
Vraag 3
Is dit niet een overduidelijk voorbeeld dat onze boeren erin worden geluisd door idiote
regels en daarmee bewust naar de afgrond worden geduwd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Nee, dat is niet zo. Doel van de KRW is om het water in lidstaten schoon genoeg te
krijgen en te houden voor alle functies zoals voor drinkwater, recreatie, landbouw
en natuur.
Vraag 4
Waarom draait Nederland op voor de vervuiling uit het buitenland en wat doet u om
dit te stoppen?
Antwoord 4
Nederland draait niet op voor de vervuiling uit het buitenland. Als hierdoor doelen
niet gehaald worden dan kan er binnen de KRW een beroep op uitzonderingen worden gedaan,
waarbij dan rekening kan worden gehouden met grensoverschrijdende vervuiling van wateren.
Nederland moet dan wel zelf voldoende maatregelen hebben getroffen om de binnenlandse
belasting te beperken en kunnen aantonen dat er aan de bel is getrokken – zie ook
het antwoord op vraag 2.
Vraag 5
Wanneer gaat u de Nederlandse Kaderrichtlijn Water (KRW)-normen versoepelen?
Antwoord 5
Alle lidstaten dienen normen voor nutriënten in het oppervlaktewater vast te stellen, die bescherming bieden aan de planten en vissen. Voor fosfor hanteert
Duitsland strengere waarden dan Nederland. Voor stikstof hanteert Duitsland een waarde
van 2,8 mg/l als jaargemiddelde. In Nederland geldt in de betreffende oppervlaktewaterlichamen
2,3 mg/l op basis van zomergemiddelde cijfers. Omdat de concentraties in de winter
veelal hoger zijn dan in de zomer, zijn deze normen goed vergelijkbaar.
De Europese norm voor stikstof in het grondwater is 11,3 milligram per liter (dat is gelijk aan 50 mg nitraat per liter). Deze norm
is Europees vastgesteld en bedoeld als bescherming van grondwater als grondstof voor
drinkwater. In Duitsland wordt deze waarde soms ook gebruikt om oppervlaktewater te
beoordelen, maar deze norm is onvoldoende om de biologische oppervlaktewaterdoelen
te halen en is dus niet maatgevend voor de maatregelen die daar worden getroffen.
We zijn met Duitsland in gesprek om de normen nog beter op elkaar af te stemmen. De
resultaten uit deze gesprekken nemen we mee bij de uitwerking van Stroomgebiedbeheerplannen
2028–2033, waardoor doelbereik en eventuele motivatie van uitzonderingen op onderdelen
zal verbeteren.
Vraag 6
Valt het nog uit te leggen dat het water, één millimeter over de grens, schoner zou
zijn, en in Nederland niet meer? Zo ja, hoe legt u dat dan uit aan al die boeren,
tuinders en vissers die al jarenlang worden gepakt?
Antwoord 6
Zoals in het antwoord op vraag 5 is aangegeven, is de beoordeling van nutriënten in
het oppervlaktewater vergelijkbaar als het gaat om de bescherming van planten en vissen.
Verder is het over het algemeen zo dat het water Nederland meestal schoner binnenkomt
dan dat het ons land verlaat. Ik ben het met u eens dat het voor de uitlegbaarheid
beter is als de normen nog meer op elkaar worden afgestemd. Voor de inzet hierop,
zie het antwoord op de vragen 2 en 5.
Vraag 7
Snapt u dat we als Nederland op deze wijze nooit de KRW-doelen gaan halen?
Antwoord 7
Nee, het is niet het geval dat KRW-doelen in Nederland nooit gehaald kunnen worden.
We voldoen inmiddels aan 83% van de gestelde doelen (dat zijn er meer dan 100.000,
verdeeld over 745 waterlichamen). Het is dankzij de KRW dat er goede internationale
afstemming plaatsvindt en dat er bovenstrooms ook maatregelen genomen worden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.