Schriftelijke vragen : De voorgenomen sluiting van de Nederlandse ambassade in Juba, Zuid-Soedan
Vragen van de leden Stoffer (SGP) en Dobbe (SP) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de voorgenomen sluiting van de Nederlandse ambassade in Juba, Zuid-Soedan (ingezonden 30 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de brief van de Dutch Relief Alliance (DRA) van 2 maart 2026 over
de voorgenomen sluiting van de Nederlandse ambassade in Juba?
Vraag 2
Kunt u inhoudelijk reageren op de zorgen en argumenten die in deze brief worden genoemd,
in het bijzonder ten aanzien van humanitaire toegang, diplomatieke aanwezigheid en
veiligheid van hulpverleners?
Vraag 3
Deelt u de analyse dat Zuid-Soedan structureel te maken heeft met samenlopende crises
– waaronder gewapend conflict, klimaatgerelateerde overstromingen, regionale instabiliteit
en grootschalige vluchtelingenstromen uit Soedan – en dat juist in een dergelijke
context fysieke diplomatieke aanwezigheid essentieel is voor effectieve hulp en vroegtijdige
signalering? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Welke concrete, zwaarwegende argumenten liggen ten grondslag aan het voornemen om
de ambassade in Juba te sluiten, en hoe zijn deze argumenten afgewogen tegen de uitzonderlijk
kwetsbare situatie in Zuid-Soedan, waar naar schatting circa 10 miljoen mensen humanitaire
hulp nodig hebben?
Vraag 5
Welke alternatieven voor volledige sluiting zijn onderzocht, zoals behoud van een
afgeslankte post of versterkte regionale ondersteuning, en waarom zijn deze opties
wel of niet haalbaar geacht?
Vraag 6
Kunt u toelichten hoe de voorgenomen sluiting zich verhoudt tot de investering van
35 miljoen euro voor het wereldwijde Nederlandse ambassadenetwerk vanaf 2027, terwijl
de jaarlijkse kosten van de ambassade in Juba circa 4 miljoen euro bedragen? Acht
u deze bezuiniging proportioneel in het licht van de Nederlandse belangen in Zuid-Soedan
en de uitgesproken ambities in het coalitieakkoord over het vergroten van perspectief
van de meest kwetsbare doelgroepen in fragiele regio’s?
Vraag 7
Bent u bereid om, mede gezien het lopende adviestraject van de Adviesraad Internationale
Vraagstukken (AIV) over het Nederlandse postennetwerk, definitieve besluiten over
sluiting van de ambassade in Juba aan te houden totdat dit advies is verschenen? Zo
nee, waarom niet, en op welke gronden acht u vooruitlopen op dit advies gerechtvaardigd?
Vraag 8
Deelt u de zorg dat sluiting van de Nederlandse ambassade in Juba het signaal afgeeft
dat Nederland zijn betrokkenheid bij een van de meest kwetsbare landen ter wereld
vermindert, en dat dit ruimte kan laten voor andere internationale actoren die minder
prioriteit geven aan mensenrechten en multilateralisme? Hoe weegt u de geopolitieke
effecten van sluiting van de post in Juba?
Vraag 9
Kunt u bovenstaande vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Vraag 10
Kunt u de Kamer de beantwoording zo snel mogelijk doen toekomen, idealiter voor het
commissiedebat Humanitaire Hulp van woensdag 1 april?
Indieners
-
Gericht aan
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Chris Stoffer, Kamerlid -
Medeindiener
Sarah Dobbe, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.