Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid De Vos over de miljoenen euro’s aan dwangsommen die worden uitgekeerd aan asielzoekers
Vragen van het lid De Vos (JA21) aan de Ministers van en voor Asiel en Migratie over de miljoenen euro’s aan dwangsommen die worden uitgekeerd aan asielzoekers (ingezonden 18 februari 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 27 maart 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1300
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het artikel van NOS van 14 januari jl., waaruit blijkt dat
de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in 2024 in totaal 36,8 miljoen euro aan
dwangsommen heeft uitgekeerd aan asielzoekers?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat voor miljoenen euro’s aan dwangsommen worden uitgekeerd
aan asielzoekers en dat deze dwangsommen per zaak kunnen oplopen tot 37.000 euro?
Antwoord 2
Het is onwenselijk dat de kosten oplopen. Daarnaast is de lange wachttijd onwenselijk
vanuit het perspectief van de aanvrager die recht heeft op tijdige behandeling van
zijn of haar aanvraag.
De IND geeft bovendien aan dat dwangsomprocedures het proces niet bespoedigen. Het
afschaffen van de rechterlijke dwangsom is onderdeel van de Asielnoodmaatregelenwet,
die momenteel voorligt ter behandeling bij de Eerste Kamer. De maatregel kan direct
na inwerkingtreding van de wet geïmplementeerd worden. Tot die tijd geef ik uitvoering
aan bestaande wetgeving en daaruit volgende rechterlijke uitspraken.
Vraag 3
Hoeveel heeft de IND in 2025 uitgekeerd aan dwangsommen en wat was het maximum per
zaak?
Antwoord 3
De IND heeft in 2025 in totaal2 79 miljoen euro aan dwangsommen betaald. Het maximum per zaak is afhankelijk van
de vraag of de vreemdeling wel of geen (opvolgend) «beroep niet tijdig beslissen (BNTB)»
indient en wat de rechter in de individuele zaak aan dwangsom oplegt.
Voor wat betreft de zaken waarin de IND nog een bestuurlijke dwangsom op basis van
ingebrekestelling (zonder tussenkomst van de rechter) moet uitbetalen3, bedraagt dit maximaal € 1.442,– per zaak. Voor wat betreft de rechterlijke dwangsom
heeft de rechter de vrijheid om te bepalen hoe hoog de dwangsommen zijn, maar volgt
daarbij normaliter de beleidslijnen die binnen de rechtspraak zijn afgesproken4.
Wanneer na een eerdere uitspraak (Beroep Niet Tijdig Beslissen – BNTB) nog steeds
niet is beslist op de aanvraag, kan de vreemdeling een opvolgend BNTB indienen bij
de rechtbank. Het aantal keer dat een vreemdeling een opvolgend BNTB kan indienen
is – zolang niet is beslist op de aanvraag – niet aan een maximum verbonden.
Vraag 4
Deelt u de mening dat het onwenselijk is dat asielzoekers tienduizenden euro’s kunnen
ontvangen via dwangsommen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 4
Zoals aangegeven bij vraag 2 is het onwenselijk dat asielzoekers te maken hebben met
lange wachttijden en draagt dit bij aan de inzet tot het afschaffen van de rechterlijke
dwangsom.
Het gevolg daarvan is dat IND in gebreke kan worden gesteld en dat een beroep niet
tijdig beslissen kan worden ingediend. Dit draagt niet bij aan het verkorten van de
wachttijden en heeft oplopende kosten tot gevolg. De IND werkt hard aan het verminderen
van de wachttijden en daarmee het beperken van de oplopende kosten.
Vraag 5
Deelt u de opvatting, van zowel het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) als
de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de dwangsomregeling is
bedoeld als bestuurlijke prikkel voor tijdige besluitvorming en niet als financiële
tegemoetkoming of inkomensbron voor asielzoekers? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 5
Ja, ik volg de lijn van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad
van State van 14 januari 2026.
Vraag 6
Deelt u de mening van de indiener dat de huidige dwangsomregeling een perverse prikkel
kan vormen, waarbij het voor asielzoekers aantrekkelijk wordt om hun procedure zo
veel mogelijk te dwarsbomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, vindt u dit wenselijk?
Antwoord 6
Op het moment dat aanvragers niet meewerken aan hun procedure kan dit reden tot afwijzing
zijn. Gevallen waarbij de aanvrager de procedure vertraagt om een dwangsom te verbeuren
zijn mij niet bekend. Indien dit zich wel zou voordoen kan de IND het besluit en daarmee
de dwangsom onder (bij wet) bepaalde voorwaarden, zoals overmacht, toerekening of
instemming opschorten.
Vraag 7
Bent u bereid onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden om dwangsommen aan asielzoekers
af te schaffen of in elk geval te verlagen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 7
Het afschaffen van de rechterlijke dwangsommen is onderdeel van de Asielnoodmaatregelenwet,
die momenteel voorligt ter behandeling bij de Eerste Kamer.
Vraag 8
Bent u bereid onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden om dwangsommen niet langer
uit te keren aan asielzoekers, maar aan werkende Nederlanders in de vorm van een jaarlijkse
belastingkorting? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 8
Een onderzoek naar de vraag of een dergelijke handelwijze (juridisch) haalbaar is
bevindt zich buiten mijn beleidsterrein. Daarnaast ligt het afschaffen van de rechterlijke
dwangsommen ter behandeling voor bij de Eerste Kamer.
Vraag 9
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Antwoord 9
Ja.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.