Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Leijen over berichtgeving dat fietslampen te hoog en te fel zijn afgesteld, wat kan leiden tot gevaarlijke verkeerssituaties
Vragen van het lid Van Leijen (D66) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht dat fietslampen te hoog en te fel zijn afgesteld, wat kan leiden tot gevaarlijke verkeerssituaties (ingezonden 6 maart 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 26 maart
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de signalen dat weggebruikers steeds vaker hinder en gevaar ondervinden
van te felle of verkeerd afgestelde (led-)verlichting op fietsen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
In hoeverre erkent u dat het tijdelijk wegvallen van zicht door felle fietsverlichting
een specifiek risico vormt voor andere kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals voetgangers
en oudere fietsers, en hoe verhoudt dit zich tot de ambities uit het Strategisch Plan
Verkeersveiligheid?
Antwoord 2
Verblinding kan tot risico’s leiden bij alle weggebruikers, zoals (tijdelijk) minder
zicht door die verblinding. Dit risico kan worden teruggedrongen door het juist afstellen
van de verlichting, dit vraagt om bewustwording bij de gebruiker. Met de campagne
«AAN in donker» wordt jaarlijks in het najaar campagne gevoerd voor het voeren van
fietsverlichting. Hoewel deze campagne vooral is gericht op het verhogen van het aantal
fietsers dat verlichting voert, ga ik in overleg met de betrokken partners met de
insteek om zo breed mogelijk aandacht te vragen voor de juiste afstelling van fietsverlichting.
Vraag 3
Kunt u toelichten of de huidige wettelijke kaders voor de maximale lichtopbrengst
en de afstelling van de lichtbundel nog wel volstaan, gezien de technologische sprongen
die de afgelopen jaren zijn gemaakt in de fietsindustrie?
Antwoord 3
De huidige regelgeving voor de fietsverlichting dateert uit 20082. Met deze regelgeving is de verplichting om fietsverlichting op de fiets gemonteerd
te hebben, komen te vervallen en uit de voertuigregelgeving gehaald. In plaats daarvan
zijn fietsers verplicht om licht te voeren bij duisternis of slecht zicht, maar hoeft
dat niet op de fiets gemonteerd te zijn. Losse fietslampen die aan de fiets of de
kleding zijn bevestigd, zijn sindsdien ook toegestaan.
Door deze wijziging zijn alle verplichtingen over fietsverlichting geregeld in het
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) en zijn alle verwijzingen naar
verlichting uit de Regeling voertuigen (destijds Voertuigreglement) gehaald.
Deze wijziging voorzag in de ontwikkeling en opkomst van LED-verlichting in combinatie
met batterijen dat in het dagelijkse verkeer werd gebruikt. Voor 2008 was het gebruik
van LED-verlichting namelijk strikt genomen verboden. Sinds de legalisering van losse
LED-verlichting is het aandeel (juist) verlichte fietsers dan ook toegenomen van circa
57% in 2004 tot circa 65% in 2008 en 75% in 2025.
In de wijziging van 2008 zijn algemene gebruiksregels gesteld over verlichting van
fietsen of fietsers. In artikel 35a van het RVV is bepaald dat deze verlichting andere
weggebruikers niet mag verblinden, niet mag knipperen en voortdurend zichtbaar moet
zijn voor tegemoetkomend en achteropkomend verkeer. Een nieuwe wettelijke normen vast
leggen voor de lichtbundel of de richtingshoek is (op de korte) termijn niet effectief.
Dit levert ook aanzienlijke lasten op voor burgers, bedrijven en handhavende instanties.
Dat is niet in lijn met de ambities in het Coalitieakkoord om terughoudend te zijn
met nieuwe regelgeving en ook is het niet proportioneel gelet op het doel om verblinding
door onjuist afgestelde verlichting te voorkomen. Inzetten op bewustwording van de
juiste afstelling is effectiever.
Vraag 4
In hoeverre vindt er momenteel handhaving plaats op de kwaliteit en afstelling van
fietsverlichting, en acht u de huidige handhavingscapaciteit op dit specifieke punt
voldoende?
Antwoord 4
Uit navraag bij de politie komt naar voren dat de focus van de handhaving bij het
gebruik van fietsverlichting ligt en niet zozeer bij de afstelling of felheid daarvan.
Het aantal bekeuringen voor verblindende verlichting is zeer beperkt: tussen de 0
en 12 per jaar. Wel komt het voor dat fietsers bij staandehoudingen erop worden gewezen
dat zij hun verlichting meer naar beneden af moeten te stellen. Zoals aangegeven in
het antwoord op vraag 2 ga ik in overleg met partners om in de campagne «AAN in het
donker» ook aandacht te vragen voor afstelling van verlichting, zodat daar bij controles
ook op kan worden gewezen en gehandhaafd.
Vraag 5
Bent u bereid om in gesprek te gaan met fabrikanten en brancheorganisaties (zoals
de RAI Vereniging) om strengere afspraken te maken over de standaardinstellingen en
de maximale lichtopbrengst van lampen op nieuwe (elektrische) fietsen?
Antwoord 5
De gedragsnorm in het RVV is dat verlichting niet mag verblinden. Deze norm is niet
gekwantificeerd in een maximaal toelaatbare lichtsterkte. Dat komt mede doordat de
richting van de bundel van de lamp bepalender is dan de lichtsterkte: bij een onjuiste
afstelling kan deze verblinden. Het ministerie zal met de verkeersveiligheidspartners
meer aandacht vragen voor de juiste afstelling van de lamp. Dat is zinvoller dan strengere
regels opleggen aan brancheorganisaties of fabrikanten over de maximale lichtopbrengst.
Vraag 6
Zijn er momenteel data beschikbaar over het aantal verkeersongevallen waarbij verblinding
door fietsverlichting een rol speelde? Zo nee, bent u bereid dit te laten onderzoeken?
Antwoord 6
In zijn algemeenheid geldt dat fietsen in het donker veiliger is als goede verlichting
wordt gevoerd. Betrouwbare cijfers over de omvang van het effect van goede verlichting
op verkeersveiligheid zijn niet beschikbaar.3 Data waarbinnen alleen is gekeken naar het aspect verblinding is niet bekend, het
wordt in de ongevallenregistratie door de politie niet vastgelegd. Het kunnen bepalen
van het exacte aantal verkeersslachtoffers door alleen verblinding vergt naar verwachting
uitgebreid en langdurig onderzoek. Ik vind het effectiever om geld en capaciteit in
te zetten op bewustwording.
Vraag 7
Ziet u een rol voor een publiekscampagne om fietsers bewust te maken van het belang
van een correcte afstelling van hun koplamp, vergelijkbaar met campagnes voor autoverlichting?
Antwoord 7
Met de campagne «AAN in donker» wordt jaarlijks in het najaar campagne gevoerd voor
het voeren van fietsverlichting. Hoewel deze campagne vooral is gericht op het verhogen
van het aantal fietsers dat verlichting voert, ga ik in overleg met de betrokken partners
met de insteek om zo breed mogelijk aandacht te vragen voor de juiste afstelling van
fietsverlichting.
Vraag 8
Hoe beoordeelt u de Duitse StVZO-normen, waarbij een scherpe horizontale afbakening
van de lichtbundel verplicht is om verblinding te voorkomen?4
Antwoord 8
De Duitse Straßenverkehrs-Zulassungs-Ordnung (StVZO) regelt dat fietsen alleen op
de weg mogen worden gebruikt als die zijn voorzien van verlichting. De verlichting
mag ook afneembaar zijn en mag niet knipperen. De «scherpe horizontale afbakening»
(ook wel cut-off genoemd) staat echter niet in de StVZO. Er is wel bepaald dat de
koplamp zo moet zijn afgesteld dat andere weggebruikers niet verblind worden. Dit
is vergelijkbaar met de Nederlandse regelgeving, met als belangrijkste verschil dat
in Nederland geen typegoedgekeurde fietsverlichting verplicht is.
Verder is bepaald dat de verlichting mag zijn voorzien van een dimlichtfunctie en
een grootlichtfunctie. Daarnaast moet de verlichting een typegoedkeuring voordat deze
in de handel mag worden gebracht of het wegverkeer mag worden gebruikt.
Al met al is de conclusie dat het Nederlandse en Duitse stelsel vooral qua technische
eisen verschillen. In Duitsland zijn technische eisen expliciet bepaald, in Nederland
niet. De belangrijkste regel, dat de verlichting zo moet zijn afgesteld dat die niet
verblindend is voor anderen, is in Nederland en Duitsland hetzelfde.
Vraag 9
Bent u bereid om te verkennen of het overnemen van (delen van) de Duitse normering
in de Nederlandse wetgeving een effectieve bijdrage kan leveren aan het terugdringen
van verblinding op de fietspaden?
Antwoord 9
Zoals in de vorige vraag is toegelicht, is de afstelling van verlichting in Duitsland
net zo geregeld als in Nederland, namelijk dat verlichting zo moet zijn afgesteld
dat geen andere weggebruikers worden verblind. Het overnemen van het Duitse model
ten aanzien van technische eisen zou betekenen dat fietsverlichting moet worden gekeurd
aan internationale normen5 voor verlichting van motorvoertuigen voordat deze op de markt mag worden gebracht
en op een fiets mag worden gebruikt. Tegelijkertijd voorkomt typegoedkeuring niet
dat goedgekeurde verlichting door onjuiste afstelling kan verblinden. Een keuring
van fietsverlichting is een majeure wijziging en levert aanzienlijke lasten op voor
burgers, bedrijven en handhavende instanties. Dat is niet in lijn met de ambities
in het Coalitieakkoord om terughoudend te zijn met nieuwe regelgeving en ook is het
niet proportioneel gelet op het doel om verblinding door onjuist afgestelde verlichting
te voorkomen. Het in de campagne aandacht vragen voor de juiste afstelling van fietsverlichting
is effectiever, sneller en eenvoudiger.
Vraag 10
Bent u bereid om de regelgeving rondom verlichtingstechnieken voor micromobiliteit
structureel te laten toetsen aan de snelle innovaties in de sector, en kunt u aangeven
op welke termijn u de Kamer kunt informeren over een eventuele modernisering van de
toelatingseisen voor (e-bike) verlichting?
Antwoord 10
Veel eisen aan verlichting van voertuigen komen voort uit internationale overleggen
waar Nederland ook bij betrokken is. Voor alle voertuigen waarvoor een typegoedkeuring
is vereist (waaronder micromobiliteit), worden de internationale normen al toegepast
en waar nodig periodiek herzien. Het inrichten van een aanvullende structurele toetsing
over verlichtingseisen zie ik dan ook als niet zinvol.
Op dit moment bestaat geen typegoedkeuring voor (alle) elektrische fietsen waarin
eisen voor de lichtsterkte van fietsverlichting zijn opgenomen. Daarom wordt de lichtsterkte
van fietsverlichting nu niet getoetst en daar zijn ook geen plannen voor. Daarnaast
is de afstelling van verlichting (de richting van de lichtbundel van met name de koplamp)
geen aspect voor een typegoedkeuring, maar een aspect dat de gebruiker zelf moet afstellen,
te meer omdat het al verboden is om andere weggebruikers te verblinden.
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.