Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kops over de lage vulgraad van de gasvoorraden
Vragen van het lid Kops (PVV) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over de lage vulgraad van de gasvoorraden (ingezonden 26 februari 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
26 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Gasvoorraad zakt naar een schamele 11,7 procent, maar
«er komen warmere dagen aan»»?1
Antwoord 1
Ja, daar ben ik mee bekend.
Vraag 2
Wat is uw reactie op het feit dat de Nederlandse gasvoorraden volgens genoemd bericht
nog maar voor 11,7% – en inmiddels zelfs 11,1% (!) – gevuld zijn?2 Klopt het dat de vulgraad nog niet eerder zo laag is geweest? Deelt u de conclusie
dat Nederland met een te lage vulgraad de winter in is gegaan?
Antwoord 2
Gasunie Transport Services (GTS) heeft het kabinet aan de start van het stookseizoen
laten weten dat Nederland over voldoende capaciteit beschikt om op een koude dag te
voldoen aan de piekvraag. De vulgraad toentertijd was conform de vuldoelstellingen
opgelegd door de Europese Commissie. Er was ook genoeg volume om de winter door te
komen.
De inzet van de gasopslagen in de winter is normaal en conform de functie van gasopslagen
om meer gas te leveren in de winter. Dit gebeurt ook in de rest van de Europese Unie.
Het exacte moment waarop het gas in de winter door marktpartijen aan de opslagen wordt
onttrokken, is van meerdere factoren afhankelijk. Bepalend hierin is o.a. de gasprijs,
die wordt beïnvloed door onder meer de temperatuur die van invloed is op de vraag.
Een bijzondere omstandigheid dit jaar is de beëindiging van de operationele activiteiten
van GasTerra. Hierdoor wordt voorzien dat de gasopslagen bij Norg en Grijpskerk door
GasTerra uiterlijk per 1 april 2026 leeg zullen worden opgeleverd. Hierover heeft
het kabinet de Kamer in september 2025 geïnformeerd.3 Mede gelet op deze omstandigheid ligt de huidige vulgraad in de lijn der verwachting.
Op basis van de huidige inzichten, ook met inachtneming van de huidige geopolitieke
situatie, zijn er op dit moment geen zorgen ten aanzien van de leveringszekerheid.
Wel zien we dat de prijzen op de groothandelsmarkt voor gas sterk oplopen als gevolg
van het conflict in het Midden-Oosten, wat betekent dat ook in Nederland gas duurder
wordt. Dit wil niet direct zeggen dat er ook minder gas wordt opgeslagen. Of het commercieel
interessant is om gas op te slaan hangt namelijk af van het verschil tussen de prijs
waartegen gas tijdens het vulseizoen kan worden ingekocht en de prijs waartegen het
(tegelijkertijd) forward voor de winter kan worden verkocht (de zomer/winterspread).
Wanneer deze voldoende positief is, is het commercieel aantrekkelijk om gas op te
slaan. Op dit moment is de spread negatief en is opslag niet aantrekkelijk, maar ook
in 2022, toen de gasprijzen historisch hoog waren ontwikkelde de spread zich gedurende
het vulseizoen uiteindelijk zodanig dat de opslagen (hoofdzakelijk door marktpartijen)
maximaal gevuld werden. Het kabinet is daarbij de situatie constant en nauwlettend
aan het monitoren en houdt rekening met alle scenario’s.
Vraag 3, 4 en 5
Wat vindt u van de reactie van de Gasunie: «De voorraad is historisch laag, maar dat
is voor ons geen reden tot zorg»? Is er voor u reden tot zorg? Zo nee, waarom niet?
Verwacht u dat – en zo ja: wanneer – de gasvoorraden volledig leeg zullen raken? Wat
betekent dat voor de leveringszekerheid? Kunt u uitsluiten dat het Bescherm- en Herstelplan
Gas in werking zal treden?
Hoeveel vloeibaar gemaakt aardgas (lng) wordt geïmporteerd? Is dat voldoende? Kunt
u garanderen dat de Nederlanders níét in de kou komen te zitten?
Antwoord 3, 4 en 5
Op dit moment maakt het kabinet zich geen zorgen over de fysieke leveringszekerheid.
Wel houdt het kabinet de gasmarkt nauwlettend in de gaten gezien het voortdurende
conflict in het Midden-Oosten en het prijsopdrijvende effect daarvan.
De vulgraad is lager dan in recente jaren maar niet historisch laag. De gasopslagen
waar in de media veel aandacht voor is zijn seizoensopslagen voor de winter. Die worden
doorgaans tot 1 april gebruikt, daarna begint het vulseizoen weer. Dat de vulgraad
in deze tijd van het jaar relatief laag is, is dan ook normaal.
Daarnaast hebben door relatief lagere temperaturen dan voorgaande jaren (die effect
hebben gehad op de prijs) er afgelopen winter meer onttrekkingen uit de gasopslagen
plaatsgevonden. Ook dit is conform de functie en het gebruik van de gasopslagen. Zie
ook het antwoord op vraag 2.
Mede gezien de huidige weersomstandigheden verwacht het kabinet niet dat de gasopslagen
volledig leeg zullen raken. Ook omdat de gasopslag Bergermeer op 24 maart met 6,89
TWh nog voor 13,83% was gevuld. Overigens zijn we in eerdere jaren wel eens met een
lagere vulgraad de winter uit gekomen. Zo waren op 1 april 2018 de opslagen slechts
voor 6,29% gevuld. Daarnaast ligt de gemiddelde vulgraad van de EU momenteel nog rond
de 28% en is Nederland onderdeel van de interne Europese gasmarkt. Nederlandse afnemers
kunnen daarom ook gas uit de gasopslagen van andere lidstaten benutten, zoals andersom
ook.
Het is van belang te noemen dat deze opslagen niet de enige bron van gas zijn. In
een deel van de nationale vraag wordt voorzien door eigen productie uit kleine gasvelden
op land en gasvelden op zee. Gezien de huidige omstandigheden op de wereldwijde gasmarkt
als gevolg van het Midden-Oosten conflict heeft Nederland in dat kader recent opnieuw
afspraken gemaakt met Duitsland om de gaswinning op de Noordzee uit kleine velden
versneld op te schroeven.
In het overige deel van de vraag wordt voorzien door import per pijpleiding (uit Noorwegen,
het Verenigd Koninkrijk en België) en import van vloeibaar gas (LNG), waarvan het
grootste deel uit de Verenigde Staten afkomstig is. In totaal is er in 2025 20,9 bcm
aan LNG geïmporteerd, het overige gas werd via pijpleiding geïmporteerd. De totale
import bedroeg 42,2 bcm. De geïmporteerde volumes zijn gebruikt voor export van gas
naar andere landen in de EU en voor binnenlands gebruik, waaronder voor het vullen
van de gasopslagen voor deze winter.
Wat betreft het Bescherm- en Herstelplan Gas is er geen reden om nu terug te vallen
op de maatregelen die daarin zijn vastgelegd. Het BH-G bevat maatregelen die de maatschappelijke
en economische gevolgen van een fysiek tekort zoveel mogelijk beperken. Sinds de energiecrisis
van 2022 zitten we in het eerste crisisniveau: de vroegtijdige waarschuwingsfase.
Momenteel is er geen aanleiding om een volgend crisisniveau af te kondigen. Ondanks
de recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten is de aanvoer van gas naar Nederland
nog steeds stabiel, zowel in de vorm van LNG als via pijpleidingen. Daarnaast is er
zoals genoemd nog de gaswinning uit eigen bodem waarmee in de vraag wordt voorzien.
Belangrijk om hierbij te noemen is dat het ontstaan van een daadwerkelijk fysiek tekort
een zeer uitzonderlijke situatie zou zijn. Ter context, tijdens de gascrisis in 2022
was er geen fysiek tekort.
Vraag 6
Wat vindt u ervan dat elektriciteitscentrales méér gas zijn gaan verbruiken doordat
zonnepanelen en windturbines onvoldoende elektriciteit opwekken? Hoeveel gas precies?
Deelt u de mening dat het volstrekt tegenstrijdig is dat Nederland – conform de klimaatgekte
– enerzijds van het gas áf gaat, maar anderzijds door «duurzame» alternatieven juist
méér gas verbruikt? Gaat u deze gekte stoppen?
Antwoord 6
Uit de cijfers van het CBS4 van 9 maart jl. blijkt dat in 2025 zonnepanelen en windmolens in Nederland samen
meer elektriciteit geproduceerd hebben dan in 2024. Ook de elektriciteitsproductie
uit aardgas in Nederland is toegenomen van 43,2 TWh in 2024 naar 48,0 TWh in 2025.
Nederland is onderdeel van een geïntegreerde Europese elektriciteitsmarkt en exporteerde
in 2025 14,0 TWh vergeleken met 4,2 TWh in 2024. De belangrijkste redenen hiervoor
zijn een verminderde productie uit wind voor de Duitse kust, een verminderde productie
in Zwitserland en Oostenrijk door een lager waterpeil en de verminderde elektriciteitsproductie
in Belgische kerncentrales.
Vraag 7
Hoeveel gas uit onze voorraden wordt momenteel geëxporteerd, onder meer naar Duitsland?
Klopt de berichtgeving dat de Duitsers «azen op onze reserves»?5 Deelt u de mening dat óns gas van óns is? Gaat u de export stoppen?
Antwoord 7
Nederland is als netto-importeur in de eerste plaats zelf afhankelijk van de internationale
gasstromen op de interne gasmarkt. Ter illustratie: in 2025 is er 42,2 bcm aan gas
geïmporteerd in Nederland (waarbij ongeveer de helft via pijpleidingen en de helft
in de vorm van LNG); daarvan is 28,1 bcm doorgevoerd naar buurlanden (Duitsland, Verenigd
Koninkrijk en België).6 Daarbij geldt dat het gas in de gasopslagen niet in eigendom is van de Nederlandse
Staat, maar van marktpartijen die dit gas vorige zomer hebben gekocht en opgeslagen
om in het stookseizoen te voldoen aan hun verkoop- en leveringsverplichtingen. Met
gas uit de gasopslag kunnen afnemers op de gehele Noordwest-Europese markt beleverd
worden, waaronder Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk of Duitsland. In verhouding
tot de vraag heeft Nederland relatief veel gasopslagcapaciteit vergeleken met andere
lidstaten.
lidstaat
Gasopslagcapaciteit in verhouding tot de binnenlandse vraag
Nederland
48,1%
Duitsland
27,78%
Frankrijk
34,16%
België
5,87%
Andersom kunnen marktpartijen gas dat is opgeslagen in Duitsland, België of het Verenigd
Koninkrijk ook vervoeren naar Nederland ten einde afnemers in Nederland te voorzien
van gas.
Op grond van Europese wetgeving mogen lidstaten geen maatregelen nemen die de gasstromen
in de interne markt beperken of de gasleveringszekerheid in een andere lidstaat in
gevaar brengen. Ook moet de grensoverschrijdende toegang tot infrastructuur (zoals
gasopslagen) gehandhaafd blijven. Deze regels zorgen ervoor dat er voldoende gas naar
Nederland en andere lidstaten kan stromen om te voorzien in de vraag van bedrijven
en huishoudens. Daarnaast is in de verordening gasleveringszekerheid een solidariteitsmechanisme
opgenomen voor het geval er een echt gasleveringstekort is7. Op grond van die bepalingen kan een lidstaat die in het gascrisisniveau van een
noodsituatie zit8 en te weinig gas heeft om te voorzien in de behoefte van hun «door solidariteit beschermde
afnemers» (eerst en vooral huishoudens, maar in Nederland bijvoorbeeld ook ziekenhuizen)
aangrenzende lidstaten om solidariteit vragen. De verzoekende lidstaat moet voor het
een verzoek mag doen alle maatregelen uit haar noodplan (tot het beperken van de vraag
van door solidariteit beschermde afnemers) al getroffen hebben. Lidstaten die worden
gevraagd om solidariteit te leveren zijn verplicht om aan zo’n verzoek te voldoen,
maar het leveren van solidariteit mag niet ten koste gaan van de levering aan hun
eigen door solidariteit beschermde afnemers. De lidstaat die wordt gevraagd om gas
te leveren moet ervoor zorgen dat dit gas beschikbaar komt, bijvoorbeeld door het
te kopen van marktpartijen die nog wel gas hebben of – indien beschikbaar – uit haar
strategische opslag te halen, om door te verkopen aan de lidstaat die om solidariteit
heeft gevraagd.
Vraag 8
Wat doet u om te voorkomen dat Nederland in de toekomst opnieuw met te lage gasvoorraden
te maken krijgt? Maakt u onder andere werk van een (strategische) noodvoorraad gas?
Gaat u er tevens voor zorgen dat ónze gasvoorraad louter ónze leveringszekerheid zal
dienen?
Antwoord 8
GTS heeft de wettelijke taak om jaarlijks een overzicht op te stellen van de leveringszekerheid
van gas en het kabinet te adviseren over de volumes die moeten worden opgeslagen in
de seizoensopslagen voor de volgende winter. Op basis van het overzicht dat GTS in
september 2025 heeft uitgebracht heeft het kabinet een nationaal vuldoel van 115 TWh
op 1 november 2026 vastgesteld.9 Dit zou in combinatie met overige infrastructuur, zoals LNG-importcapaciteit, volgens
GTS voldoende moeten zijn om een koude winter zonder tekorten door te komen, ook bij
een uitval van de grootste bron van volume gedurende de winter of de grootste bron
van capaciteit. Zie ook het antwoord op vraag 2.
Om het vuldoel voor 2026 te halen zijn er verschillende maatregelen getroffen. Ten
eerste heeft EBN opnieuw instemming gekregen om gas op te slaan indien de markt dat
niet voldoende doet. Eerder heeft het kabinet al aangegeven dat de activiteiten van
EBN om, indien de markt dat niet voldoende doet, gas op te slaan in de gasoplagen
Bergermeer, Norg en Grijpskerk in het opslagjaar 2026–2027 verruimd worden naar maximaal
80 TWh. Deze uitbreiding komt voort uit de beëindiging van de activiteiten van GasTerra
waardoor gasopslagen Norg en Grijpskerk volgend jaar niet door GasTerra worden gebruikt.
Daarnaast lopen er gesprekken met NAM en haar aandeelhouders over de inzet en toekomst
van de gasopslagen Norg en Grijpskerk na beëindiging van GasTerra. Hierover informeer
ik uw Kamer op separaat. Daarbij is het belangrijk te vermelden dat het opslaan van
gas in gasopslagen komend vulseizoen door de volatiliteit van de prijzen op de gasmarkt
als gevolg van de situatie in het Midden-Oosten kostbaarder kan zijn dan in eerdere
jaren (zie hieromtrent ook het antwoord op vraag 2).
Wat betreft een noodvoorraad heeft het vorige kabinet EBN voor het opslagjaar 2026/27
instemming verleend om te starten met het aanleggen van een tijdelijke noodvoorraad
van 5 TWh in PGI Alkmaar. Deze noodvoorraad mag alleen ingezet worden in situaties
met fysieke tekorten die niet meer door de markt kunnen worden opgevangen en wanneer
er in lijn met de desbetreffende EU-verordening een noodsituatie is afgekondigd. Een
dergelijke voorraad kan niet gebruikt worden om bijvoorbeeld de gasprijs te dempen.
De omvang van de noodvoorraad geeft tijd voor het – indien noodzakelijk – zorgvuldig
voorbereiden van het afschakelen van niet-beschermde afnemers.
Daarnaast werkt het kabinet – zoals gevraagd in de motie Grinwis c.s.10 -aan het strategisch gasbeleid, waaronder aan een afwegingskader om de wenselijkheid
van verschillende overheidsinterventies in de gasmarkt te beoordelen. Het voornemen
is om rond de zomer van 2026 de Tweede Kamer te informeren over de stand van zaken
van dit traject. Voor wat betreft de aanwending van de voorraden verwijst het kabinet
naar het antwoord op vraag 7.
Vraag 9
Hoe is het trouwens mogelijk dat het Nationaal Energie Dashboard eerst meldde dat
de vulgraad 1,1% zou zijn – nota bene bevestigd door de Gasunie – maar dit later 11,7%
bleek te zijn? Hoe kunnen zulke fouten gebeuren en voortaan worden voorkomen?
Antwoord 9
Het Nationaal Energie Dashboard wordt niet direct beheerd door het Ministerie van
Economische Zaken en Klimaat. Gasunie Transport Services heeft via social media gereageerd
op dit voorval.11
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.