Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Claassen over politieke beïnvloeding en eenzijdige ideologische sturing in het voortgezet onderwijs
Vragen van het lid Claassen (Groep Markuszower) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over politieke beïnvloeding en eenzijdige ideologische sturing in het voortgezet onderwijs. (ingezonden 25 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
25 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de via LinkedIn verspreide oproep «Docenten: Vertel Palestijnse
Verhalen!», waarin wordt gesteld dat sprake zou zijn van een «koloniale politiek van
vernietiging en plundering» door Israël en waarin docenten in het voortgezet onderwijs
worden opgeroepen hun curriculum aan te passen op basis van het boek «Teaching Palestine: Lessons, Stories, Voices»(2025)?1
Antwoord 1
Ja, daar ben ik mee bekend.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat het gebruik van expliciet normatieve en politiek geladen
kwalificaties in onderwijsbijeenkomsten, georganiseerd voor docenten in het voortgezet
onderwijs, spanning kan opleveren met eisen aan pluriformiteit, academische zorgvuldigheid
en politieke neutraliteit in het funderend onderwijs?
Antwoord 2
Ik deel deze opvatting niet. De wettelijke burgerschapsopdracht vraagt van scholen
dat ze kennis en respect bijbrengen van en voor verschillen, bijvoorbeeld in levensovertuiging
en politieke gezindheid. Daarbij past het om leerlingen over verschillende perspectieven
te onderwijzen.
Dat soort perspectieven kunnen een zekere normatieve of politieke geladenheid met
zich meebrengen. Dat brengt voor scholen de extra verantwoordelijkheid met zich mee
om evenwicht aan te brengen in de verschillende en soms tegengestelde perspectieven.
Bovendien is het ook een verantwoordelijkheid van het onderwijs om scholieren en studenten
te stimuleren om zelf kritisch na te denken over de eigen perspectieven. Ik vertrouw
erop dat scholen deze verantwoordelijkheid serieus nemen en op een professionele manier
omgaan met de ruimte die ze daarbij hebben.
Vraag 3
Kunt u aangeven in hoeverre dergelijke bijeenkomsten, georganiseerd aan de Universiteit
Leiden, passen binnen de wettelijke kaders voor burgerschapsonderwijs?
Antwoord 3
De wettelijke burgerschapsopdracht ziet toe op het onderwijs dat op scholen in het
primair en voortgezet onderwijs gegeven wordt. Universiteitsbijeenkomsten vallen buiten
de reikwijdte van de wettelijke burgerschapsopdracht.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het feit dat een betrokkene bij deze activiteiten tevens functies
vervult binnen de lerarenopleiding (ICLON/Universiteit Leiden), binnen ProDemos en
binnen de sectie maatschappijkunde en maatschappijwetenschappen bij SLO?
Antwoord 4
In algemene zin vind ik het getuigen van actieve participatie als een betrokken docent
meerdere rollen binnen en flankerend aan het onderwijs vervult.
Vraag 5
Acht u het wenselijk dat één persoon vanuit meerdere institutionele posities invloed
kan uitoefenen op curriculumontwikkeling, docentprofessionalisering en burgerschapsvorming,
in het bijzonder rond een gevoelig thema, dat forse invloed heeft op de lespraktijk?
Antwoord 5
Zo lang personen blijven binnen de relevante wettelijke kaders, bijvoorbeeld ten aanzien
van het burgerschapsonderwijs, zie ik geen bezwaren tegen betrokkenheid bij zowel
curriculumontwikkeling, als docentprofessionalisering en burgerschapsonderwijs. Het
proces bij zowel curriculumontwikkeling, docentprofessionalisering als burgerschapsonderwijs
is gedegen ingericht en kent voldoende waarborgen om te voorkomen dat een enkel dominant
is.
Vraag 6
Welke waarborgen bestaan er om belangenverstrengeling, netwerkcorruptie of eenzijdige
ideologische beïnvloeding bij curriculumontwikkeling en docentprofessionalisering
te voorkomen, met name wanneer het gaat om gevoelige internationale conflicten?
Antwoord 6
Bij de actualisatie van het curriculum wordt altijd een zorgvuldig proces doorlopen
waarbij veel leraren, vakexperts, scholen en schoolleiders betrokken zijn. De recent
ontwikkelde conceptkerndoelen zijn door leraren en lerarenteams door heel Nederland
van feedback voorzien. Het ontwikkelteam heeft de feedback gewogen en verwerkt in
de opgeleverde kerndoelen. Dat maakt dat er nu een gebalanceerd en weloverwogen curriculum
ligt dat op breed draagvlak kan rekenen en dat niet eenzijdig ideologisch beïnvloed
is.
Lerarenopleidingen bepalen de inhoud van hun onderwijsaanbod op basis van de landelijke
kennisbases die hogescholen gezamenlijk met elkaar hebben geformuleerd. Bij de formulering
van deze kennisbases worden ook diverse experts en onderwijsprofessionals geraadpleegd.
Vraag 7
In hoeverre worden binnen door OCW gefinancierde of erkende instellingen richtlijnen
gehanteerd om te voorkomen dat eenzijdige politieke framing van internationale conflicten
structureel wordt geïntegreerd in lesmateriaal en/of docententrainingen? Bent u bereid
richtlijnen waar nodig te ontwikkelen of te verscherpen?
Antwoord 7
Scholen zijn vrij om (internationale) conflicten in het onderwijs te benaderen op
een manier die zij passend achten, mits binnen de kaders van bijvoorbeeld de wettelijke
burgerschapsopdracht. Zo mag het onderwijs niet in strijd zijn met de basiswaarden
van de democratische rechtstaat en moet scholen kennis over en respect voor verschillen
in politieke gezindheid bijbrengen onder leerlingen. Deze vrijheid brengt een grote
verantwoordelijkheid met zich mee. Ik vertrouw erop dat scholen hier op een professionele
mee omgaan en dat zie ik ook in de praktijk. Er is geen noodzaak om hiervoor nadere
richtlijnen te ontwikkelen.
Vraag 8
Acht u het risico reëel dat door systematische inbedding van één conflictframe met
betrekking tot «Palestina» en Israël in curricula en nascholingstrajecten een klimaat
ontstaat waarin antisemitisme of vijanddenken jegens Joden (indirect) wordt genormaliseerd
en op welke wijze monitort u dit risico?
Antwoord 8
De wettelijke burgerschapsopdracht draagt scholen op om zorg te dragen voor een schoolcultuur
waarin alle leerlingen zich veilig voelen. Dit geldt voor alle scholen en leerlingen,
ook Joodse. De Inspectie van het Onderwijs (hierna: inspectie) ziet hierop toe.
Vraag 9
Bent u bereid te onderzoeken in hoeverre binnen lerarenopleidingen, curriculumcommissies
en gesubsidieerde instellingen sprake is van eenzijdige ideologische sturing rond
het Israëlisch-Palestijns conflict en de Kamer hierover te informeren?
Antwoord 9
Zowel lerarenopleidingen als curriculumcommissies staan bij de ontwikkeling van nieuw
curriculum in nauw contact met diverse experts en onderwijsprofessionals. Daarbovenop
houdt de inspectie toezicht op de kwaliteit van het onderwijs en op de naleving van
wettelijke kaders, in het geval van lerarenopleiding in samenwerking met de aangewezen
accreditatieorganisatie. Zo zijn er voldoende checks and balances ingebouwd om eenzijdige
ideologische sturing te voorkomen. Er is op dit moment geen noodzaak om daar aanvullend
onderzoek naar te doen.
Vraag 10
Kunt u toezeggen dat bij de ontwikkeling van burgerschaps- en maatschappijleerprogramma’s
expliciet wordt gewaarborgd dat geopolitieke thema’s feitelijk en historisch worden
onderbouwd én binnen het kader van de democratische rechtsstaat worden behandeld?
Antwoord 10
Burgerschaps- en maatschappijleerprogramma’s worden ontwikkeld op basis van de kerndoelen
en examenprogramma’s. Deze kerndoelen en examenprogramma’s worden door de overheid
vastgesteld. Daarin staat wat leerlingen moeten weten, kunnen of hebben ervaren. De
manier waarop een school de inhoud van de kerndoelen en examenprogramma’s aanleert
aan de leerlingen en welke leermiddelen of lesmethodes zij daarbij gebruiken, is aan
de school. OCW ondersteunt hen bij het maken van goed onderbouwde keuzes met een kwaliteitskader
voor leermiddelen. Scholen kunnen naar verwachting vanaf volgend schooljaar gebruik
gaan maken van dit kader. Scholen en leermiddelenmakers werken kennisgedreven aan
geopolitieke thema’s en houden rekening met de kaders die de democratische rechtsstaat
stelt.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.