Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Straatman en Armut over het bericht 'Voor vier op de tien scholieren uit Groningen en Drenthe komt georganiseerde criminaliteit dichtbij'
Vragen van de leden Straatman en Armut (beiden CDA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Voor vier op de tien scholieren uit Groningen en Drenthe komt georganiseerde criminaliteit dichtbij» (ingezonden 20 februari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 25 maart 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1324.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Voor vier op de tien scholieren uit Groningen en Drenthe
komt georganiseerde criminaliteit dichtbij»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het zeer zorgwekkend en onaanvaardbaar is dat een dergelijk
groot aandeel jongeren in deze regio’s in aanraking komt met georganiseerde criminaliteit?
Antwoord 2
Ja, het rekruteren van jongeren voor de georganiseerde criminaliteit is een ernstige
zaak. De bestrijding hiervan neem ik zeer serieus.
Vraag 3 en 4
Hoe duidt u deze cijfers specifiek voor Groningen en Drenthe, mede in het licht van
de bredere aanpak van ondermijnende criminaliteit in Noord-Nederland?
Beschikt u over vergelijkbare regionale cijfers voor andere delen van Nederland, en
hoe verhouden de signalen uit Groningen en Drenthe zich tot de rest van het land?
Antwoord 3 en 4
De provincies Groningen en Drenthe worden, net als andere regio’s in Nederland, geconfronteerd
met ondermijnende criminaliteit. De cijfers onderstrepen het belang van de strijd
die het kabinet voert tegen ondermijnende criminaliteit in heel het land.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakt met de Landelijke jeugdmonitor2 per gemeente inzichtelijk hoeveel jongeren in aanraking komen met criminaliteit.
Deze monitor laat zien dat het aandeel jeugdige verdachten (12–23 jaar) erg verschilt
per gemeente. Uit de data blijkt dat in de gemeente Groningen het aantal verdachte
jongeren vergelijkbaar is met de Randstad. In Drenthe is het aantal verdachte jongeren
gemiddeld ten opzichte van andere delen van Nederland (Landelijke jeugdmonitor 2025).
Uit een vergelijkende analyse van het dashboard «Zicht op ondermijning»3 blijkt dat respectievelijk 55% en 63% van alle gemeenten in Nederland hoger scoren
op het gebied van jonge aanwas dan de gemeenten in Groningen en Drenthe (data uit
2023).
Vraag 5
Hoe verklaart u dat juist in Groningen en Drenthe dergelijke hoge percentages worden
gemeten, en ziet u hier specifieke regionale risicofactoren, zoals beperkte handhavingscapaciteit
en een ontstaan waterbedeffect voor ondermijnende criminaliteit in die regio’s?
Antwoord 5
Specifiek in Noord-Groningen zijn de percentages jeugdige verdachten iets hoger dan
in de meeste andere gebieden in Nederland. Mogelijke oorzaken zijn de aantrekkingskracht
van een omvangrijk buitengebied met enkele zeehavens, een luchthaven en een goede
ontsluiting over weg, water en spoor, ook richting Duitsland en de Scandinavische
landen. Er is op basis van de beschikbare data geen relatie te leggen met de beschikbare
handhavingscapaciteit. Ook duiden de beschikbare data niet op een waterbedeffect.
Vraag 6 en 7
Kunt u aangeven welke concrete resultaten de huidige landelijke aanpak van jeugdige
betrokkenheid bij ondermijnende criminaliteit in Noord-Nederland de afgelopen drie
jaar heeft opgeleverd?
In hoeverre maakt de preventie van jeugdige betrokkenheid bij georganiseerde en ondermijnende
criminaliteit expliciet onderdeel uit van het Nationaal Programma Leefbaarheid en
Veiligheid in Groningen en welke concrete resultaten zijn tot dusver bereikt in de
betrokken gebieden?
Antwoord 6 en 7
De gemeenten Groningen en Leeuwarden nemen deel aan het Nationaal Programma Leefbaarheid
en Veiligheid (NPLV) en Preventie met Gezag. De inzet van Preventie met Gezag en het
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid sluiten op elkaar aan en versterken
elkaar. Binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid wordt gewerkt aan
problemen op het gebied van onderwijs, armoede, gezondheid, wonen en veiligheid.
Tussen 2018 en 2024 verbeterde de leefbaarheid in de NPLV-gebieden iets sterker dan
landelijk. Hierbij gaat het om verbeteringen in de fysieke omgeving, woningvoorraad,
voorzieningen, sociale samenhang, overlast en onveiligheid. De bereikte resultaten
zijn beschreven in de voortgangsrapportage van het NPLV4.
Vraag 8
Acht u de politiecapaciteit, preventieve inzet en ketensamenwerking tussen gemeenten,
politie en het Openbaar Ministerie in Groningen en Drenthe toereikend om ronselpraktijken
onder jongeren tijdig te signaleren en effectief tegen te gaan? Hoe is de rolverdeling
binnen deze samenwerking vormgegeven, hoe wordt deze gemonitord, en waarop baseert
u uw oordeel over de effectiviteit daarvan?
Antwoord 8
De gemeenten, politie en het Openbaar Ministerie in Noord-Nederland werken er hard
aan om ervoor te zorgen dat ronselpraktijken onder jongeren tijdig en effectief gesignaleerd
worden. Zo wordt binnen de Drentse aanpak Ondermijning, de Regionale aanpak Ondermijning
en binnen het RIEC Noord-Nederland aandacht besteed aan de aanpak rondom uitbuiting
van jongeren. Het Openbaar Ministerie probeert daarbij de verbinding te versterken
in de aanpak van jeugdgroepen. Bijvoorbeeld op gemeenteniveau, maar ook richting de
verschillende basisteams van de politie over de districten heen.
In de gemeenten die deelnemen aan Preventie met Gezag wordt de inzet van politie en
OM geïntensiveerd. In Groningen betekent dit dat er vanuit het OM extra capaciteit
wordt ingezet en dat er prioriteit wordt gegeven aan de betreffende zaken. De politie
traint de medewerkers op onderwerpen als drugs, preventie en ondermijning.
Het CBS levert jaarlijks een update van de monitor op de criminaliteitsdata in de
wijken. Deze resultaten worden jaarlijks beknopt gerapporteerd in de voortgangsrapportage
aanpak ondermijnende criminaliteit5.
Vraag 9
Welke preventieve programma’s zijn in Groningen en Drenthe beschikbaar om jongeren
weerbaarder te maken tegen criminele uitbuiting, en hoe wordt de effectiviteit daarvan
gemeten?
Antwoord 9
Naast het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en de aanpak Preventie met
Gezag maken de provincies Groningen en Drenthe ook gebruik van gelden uit de Regiodeals.
De Regiodeal Eemsdelta richt zich onder meer op het voorkomen van jeugdcriminaliteit,
het realiseren van weerbare dorpen en op meer samenwerking tussen gemeenten, scholen,
politie en welzijn. Met de impuls van de Regiodeals worden de regio’s krachtiger gemaakt
doordat de samenwerking tussen overheden en organisaties in de regio’s wordt versterkt.
Samen met de wetenschap wordt de effectiviteit van interventies onderzocht, waarbij
landelijke trends in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek in beeld
worden gebracht. De resultaten worden beschreven in de jaarlijkse voortgangsrapportages
NPLV, Preventie met Gezag en de voortgangsrapportages van de regiodeals.
Vraag 10
Op welke wijze vindt afstemming plaats met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
over de rol van scholen in het signaleren en voorkomen van betrokkenheid van leerlingen
bij georganiseerde criminaliteit?
Antwoord 10
Scholen hebben ook een rol in het signaleren en voorkomen van betrokkenheid bij (georganiseerde)
criminaliteit, maar scholen kunnen dit niet alleen. Zij werken daarin intensief samen
met onder meer de politie en het jeugdwerk. Om dat te stimuleren werkt het Ministerie
van Justitie en Veiligheid nauw samen met andere departementen, waaronder het Ministerie
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bijvoorbeeld binnen het programma Preventie
met Gezag. Veel gemeenten zetten binnen dit programma in op het versterken van een
veilig leerklimaat. Al tien gemeenten hebben in het kader van Preventie met Gezag
veiligheidsconvenanten afgesloten met in totaal 113 verschillende po-, vo- en mbo-scholen
zodat politie, jeugdwerk en leerplicht nauw samenwerken om jongeren in beeld te hebben
en te begeleiden.
Verder hebben scholen zelf ook een zorgplicht voor de veiligheid op school. Met het
Wetsvoorstel «vrij en veilig onderwijs» scherpt het kabinet die zorgplicht aan. Het
doel is dat scholen beter zicht krijgen op de veiligheid op school, betere begeleiding
bieden bij onveiligheid, bijvoorbeeld door de aanstelling van een vertrouwenspersoon,
en hun veiligheidsbeleid jaarlijks evalueren.
Vraag 11 en 12
Bent u bereid te onderzoeken of scholen in Groningen en Drenthe extra ondersteuning
nodig hebben bij burgerschapsvorming, digitale weerbaarheid en het herkennen van signalen
van crimineel ronselen?
Bent u bereid om te bezien of voor Noord-Nederland een gerichte, integrale en regionaal
toegesneden aanpak nodig is waarin veiligheid, onderwijs en preventie nadrukkelijk
worden verbonden, en de Kamer hierover te informeren?
Antwoord 11 en 12
De gemeenten en scholen in Noord-Nederland hebben een eigen verantwoordelijkheid als
het gaat om (het voorkomen van) jeugdproblematiek. Daarbij krijgen zij goede ondersteuning
en ligt er reeds een regionale aanpak voor Noord-Nederland. Wat het kabinet betreft
is een nieuwe aanpak of aanvullende ondersteuning niet noodzakelijk.
Zo krijgt Stichting School & Veiligheid een subsidie om scholen te ondersteunen bij
het werken aan een veilig schoolklimaat, bijvoorbeeld met ondersteuning op het gebied
van samenwerking tussen onderwijs, politie en gemeente en op het gebied van gegevensdeling.
Ook kunnen scholen individueel ondersteuning krijgen via het adviespunt van Stichting
School & Veiligheid.
Vanuit het netwerk School & Veiligheid binnen de aanpak Preventie met Gezag wisselen
gemeenten en scholen ervaringen met elkaar uit. Daarnaast is er het Expertisepunt
Burgerschap, waar scholen terecht kunnen voor actuele informatie, tips en inspiratie
over het vormgeven van burgerschapsonderwijs. De bovengenoemde ondersteuning is gratis
en toegankelijk voor alle scholen in Nederland. Tot slot moedigt het kabinet scholen
aan om alvast aan de slag te gaan met de geactualiseerde kerndoelen met specifiek
aandacht voor digitale geletterdheid en mediawijsheid wordt besteed.
De gemeenten Groningen en Leeuwarden werken met ondersteuning vanuit Preventie met
Gezag en het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid aan een geconcentreerde
en intensieve aanpak ter voorkoming van jeugdcriminaliteit en een verbeterde leefomgeving.
Het RIEC Noord-Nederland heeft met ondersteuning vanuit mijn ministerie een aanpak
voor jonge aanwas ontwikkeld. Voor versterking van de regio maakt Noord-Nederland
gebruik van Regiodeals. Hierdoor is er voldoende ondersteuning aanwezig.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.