Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mutluer over het bericht dat 1.700 agenten in het dossier van vermoorde Lisa uit Abcoude zaten te neuzen
Vragen van het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht dat 1.700 agenten in het dossier van vermoorde Lisa uit Abcoude te neuzen (ingezonden 4 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 24 maart 2026).
Vraag 1 en 2
Kent u het bericht dat maar liefst 1.700 politieagenten het dossier van de vermoorde
Lisa uit Abcoude hebben ingezien? Zo ja, klopt dit bericht? Over welke periode heeft
deze inzage plaatsgevonden? En in welke systemen vonden deze inzagen plaats? Is hier
uit te splitsen naar inzagen in het dossier met onder meer verhoren, aangiftes, sporen
en/of in de melding en de daarop volgende updates van de ontwikkeling van de melding,
het signalement van de verdachte en andere info die tot de opsporing en aanhouding
van de verdachte kon leiden?1
In hoeveel van deze inzagen was sprake van een functionele noodzaak?
Antwoord 1 en 2
Ik ben bekend met het bericht. Ik heb uw Kamer in mijn Kamerbrieven van 9 maart en
20 maart jl. nader geïnformeerd over deze kwestie. Daarin heb ik aangegeven dat in
mijn Kamerbrief van 3 maart jl. wisselend is gesproken over of er inzage is geweest
in «politiesystemen» en in het «dossier». Hier had enkel moeten staan dat het om politiesystemen
ging.De geraadpleegde systemen bieden onder meer inzicht in het berichtenverkeer van
de meldkamer, de eerste bevindingen van de politiemedewerkers ter plaatse en de eerste
onderzoekshandelingen. Er wordt niet gedoeld op het gehele dossier.
De politie voert gesprekken met betrokken medewerkers. Die gesprekken zijn bedoeld
om de context van de bevragingen van de systemen vast te stellen en staan in het kader
van bewustwording. De korpschef zal mij na afronding van dit proces informeren over
het algemene beeld dat uit de bevindingen naar voren komt.
Vraag 3
Hoe is het mogelijk dat een dergelijk groot aantal politiefunctionarissen ongeoorloofde
toegang heeft kunnen krijgen tot dit dossier? Welke autorisatiestructuur en toegangsbeperkingen
waren van toepassing op dit dossier?
Is sprake geweest van systeemfouten, tekortschietend toezicht of cultuurproblemen
binnen de organisatie?
Antwoord 3
Politiemedewerkers moeten de ruimte krijgen om vanuit hun professionaliteit hun werk
te doen; daar hoort bij dat er systemen zijn die bij een incident of melding snel
relevante informatie beschikbaar stellen en de heterdaadkracht vergroten. Dat neemt
niet weg dat politiemedewerkers zorgvuldig moeten omgaan met de informatie waartoe
zij toegang hebben.
De autorisatie voor de diverse politiesystemen is gebaseerd op een zorgvuldige afweging
ten aanzien van nut en noodzaak. Dat betekent dat autorisaties voor bijvoorbeeld een
systeem waarin uitgebreide opsporingsinformatie is opgenomen beperkt zijn en zelfs
per onderzoek en medewerker worden toegewezen. Andere systemen zijn juist gericht
op het zo breed en snel mogelijk verspreiden van relevante informatie over bijvoorbeeld
daders, zodat de heterdaadkracht direct na een melding wordt vergroot.
Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek, neemt de korpsleiding de bekendheid
van de regels over het raadplegen van systemen onder de loep. Ook wordt bekeken of
aanvullende maatregelen nodig zijn op het gebied van informatiebeveiliging.
Vraag 4
Op welk moment is intern geconstateerd dat sprake was van ongeoorloofde inzage? Wie
heeft dit vastgesteld en welke directe maatregelen zijn toen genomen? Waarom is dit
niet eerder gesignaleerd of voorkomen?
Antwoord 4
Begin september 2025 kwamen er concrete signalen over onterechte bevragingen binnen.
Dat leidde uiteindelijk tot een landelijk oriënterend onderzoek.
Het past bij een professionele organisatie om, als daar aanleiding toe is, ook bereid
te zijn zichzelf te onderzoeken. Daarom geeft de politie nu opvolging aan het onderzoek.
Vraag 5
Welke sancties worden ondernomen tegen politiefunctionarissen die zonder functionele
noodzaak inzage hebben gehad in dit dossier? Kunt u aangeven welke sancties in vergelijkbare
gevallen eerder zijn opgelegd?
Antwoord 5
Wanneer er onterechte bevragingen zijn, zal dit op de binnen de politie gebruikelijke
wijze worden opgepakt. Het is aan het bevoegd gezag om passende maatregelen te treffen
als uit de te voeren gesprekken met politiemedewerkers blijkt dat er geen sprake was
van een functionele noodzaak.
Vraag 6
Kunt u aangeven wat de impact van dit gedrag van deze politiefunctionarissen is geweest
voor de nabestaanden van Lisa? Heeft u ze gesproken? Heeft de politieleiding ze gesproken?
Antwoord 6
Het spijt mij heel erg dat de nabestaanden van Lisa geconfronteerd zijn geweest met
de grote hoeveelheden berichtgeving van de afgelopen tijd. De politie en ikzelf staan
met de nabestaanden in contact via hun advocaat. Er staat een gesprek met hen gepland.
Vraag 7
Welke maatregelen kent de politie in de praktijk om ongeoorloofde inzage te voorkomen?
Vindt u deze beperkingen effectief? Zo ja waarom? Zo nee, waarom niet? Wilt u dat
onderbouwen?
Antwoord 7
De politie kent verschillende maatregelen om de kans op ongeoorloofde inzage te verkleinen.
Zo wordt ingezet op de bewustwording rondom de regels over het raadplegen van systemen.
De toegang en autorisaties zijn per systeem ook anders ingericht, afhankelijk van
de informatie die in het systeem staan. Autorisaties worden door leidinggevenden toegekend
op basis van functie.
Tevens zet de politie in op het gebruik van protective monitoring. De korpsleiding heeft mij laten weten dat de politie per 1 januari 2025 landelijk
is gestart met de invoering van protective monitoring. Protective monitoring is een systeem waarmee de logbestanden van de politiesystemen geanalyseerd worden,
met als doel het vroegtijdig detecteren van afwijkend, risicovol en onrechtmatig gebruik
van politiegegevens. Deze proactieve controle is momenteel actief op meerdere politiesystemen
en wordt nog verder uitgebreid. Protective monitoring is nog niet volledig dekkend en daardoor is deze proactieve controle nog niet op
alle politiesystemen mogelijk. Door middel van protective monitoring wordt permanent gelet op ongewone bevragingen van systemen en maakt tevens onderdeel
uit van de aanpak van corruptie.
De korpsleiding beziet naar aanleiding van het onderzoek of het beleid ten aanzien
van het raadplegen van systemen en de bekendheid daarvan binnen het korps aanpassing
vraagt.
Vraag 8
Zijn er in de afgelopen vijf jaar eerder signalen geweest van ongeoorloofde wijze
van inzagen in dossiers? Zo ja, om hoeveel gevallen ging het? Hoe is tot op heden
met deze meldingen omgegaan? Waarom is niet eerder actie ondernomen door de politieleiding?
Antwoord 8
In het jaarverslag van de politie is terug te vinden hoeveel disciplinaire maatregelen
er zijn opgelegd die te relateren zijn aan de verkeerde omgang met informatie; 183
in 20242.
Vraag 9
Welke aanvullende maatregelen neemt u zich thans voor om de informatiebeveiliging
te optimaliseren zodat herhaling wordt voorkomen?
Antwoord 9
Zoals aangegeven in mijn Kamerbrief van 3 maart jl. neemt de korpsleiding de bekendheid
van de regels over het raadplegen onder de loep. Ook wordt bekeken of aanvullende
maatregelen nodig zijn op het gebied van informatiebeveiliging. Ik blijf hierover
met de politie in gesprek.
Vraag 10
Bent u bereid de Kamer te informeren over de uitkomsten van het interne onderzoek
en eventuele vervolgstappen?
Antwoord 10
Zoals ook met u gedeeld in mijn brief van 20 maart jl., heeft de korpschef mij gemeld
dat er vanuit de korpsleiding een persoonlijke herstelbrief komt voor de medewerkers
die eerder een brief ontvingen in het kader van het raadplegen van de systemen. Daarnaast
worden er laagdrempelige bijeenkomsten georganiseerd waar politiemedewerkers worden
uitgenodigd om met de korpsleiding in gesprek te gaan. Vakbonden en medezeggenschap
worden hierbij uitgenodigd. Deze gesprekken zijn gericht op het herstel van vertrouwen.
Zoals ook aangekondigd in mijn brief van 9 maart, worden ook de gesprekken tussen
leidinggevenden en betrokken politiemedewerkers gevoerd. Die gesprekken zijn bedoeld
om de context van de bevragingen van de systemen vast te stellen en staan in het kader
van bewustwording. De korpschef zal mij na afronding van dit proces informeren over
het algemene beeld dat uit de bevindingen naar voren komt.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.