Schriftelijke vragen : Verplicht afstaan van landbouwgrond voor maaipaden door Waterschap Noorderzijlvest
Vragen van het lid Wiersma (BBB) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over verplicht afstaan van landbouwgrond voor maaipaden door Waterschap Noorderzijlvest (ingezonden 24 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het voornemen van Waterschap Noorderzijlvest om vanaf 2028 standaard
vier meter brede maaipaden langs watergangen in te voeren?1
Vraag 2
Klopt het dat het waterschap hierbij gebruik wil maken van de wettelijke gedoogplicht,
waardoor agrariërs verplicht moeten toestaan dat deze stroken worden gebruikt zonder
dat het waterschap de grond aankoopt of een marktconforme vergoeding betaalt?
Vraag 3
Realiseert u zich dat hiermee productieve landbouwgrond structureel uit productie
wordt gehaald, met directe gevolgen voor opbrengst, inkomen en bedrijfscontinuïteit
van agrarische ondernemers?
Vraag 4
Hoe verhoudt het verplicht afstaan van landbouwgrond via een gedoogplicht zich volgens
u tot het uitgangspunt dat eigendomsrechten van boeren moeten worden gerespecteerd?
Vraag 5
Deelt u de mening dat een maatregel die structureel landbouwgrond aan het gebruik
van de boer onttrekt, feitelijk sterk lijkt op onteigening van gebruik, maar dan zonder
de gebruikelijke procedures en zonder volledige schadeloosstelling?
Vraag 6
Deelt u de mening dat zo erg ingrijpen in het eigen eigendom onwenselijk is?
Vraag 7
Welke juridische grenzen gelden voor waterschappen bij het opleggen van een gedoogplicht
voor onderhoudspaden, en vindt u het proportioneel dat deze bevoegdheid wordt ingezet
voor een generieke maatregel van vier meter breed in een heel beheergebied?
Vraag 8
Klopt het dat binnen het bestuur van het waterschap aanvankelijk ook een drie-meteroptie
is besproken, maar dat uiteindelijk toch direct is gekozen voor vier meter?
Vraag 9
Waarom is volgens het waterschap drie meter niet voldoende, terwijl dit in veel situaties
jarenlang als gangbare werkbreedte voor onderhoud gold?
Vraag 10
Is het besluit genomen zonder eerst het gebied in te gaan en met agrariërs te kijken
naar de praktische situatie per watergang?
Vraag 11
Hoe beoordeelt u het dat een dergelijke maatregel met grote gevolgen voor agrariërs
vanachter de bestuurstafel wordt opgelegd zonder een zorgvuldig gebiedsproces?
Vraag 12
Kunt u aangeven op welke concrete veiligheidsnormen deze keuze voor vier meter gebaseerd
is, mede gelet op het feit dat het waterschap zich beroept op onder andere veiligheid
voor medewerkers, en waarom veiligheid niet met maatwerk of smallere paden geborgd
zou kunnen worden?
Vraag 13
Hoe realistisch is het volgens u dat grote onderhoudscombinaties overal kunnen werken
als watergangen doodlopend zijn en machines moeten draaien op aangrenzende landbouwpercelen?
Vraag 14
Bent u ermee bekend dat in het eerste jaar van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
(GLB). en de daaruit voortvloeiende bufferstroken, boeren deze stroken konden benutten
voor eco-regelingen en -punten, maar dat deze mogelijkheden het jaar daarna door het
waterschap weer zijn weggenomen?
Vraag 15
Deelt u de frustratie van boeren dat zij enerzijds door Europees en nationaal beleid
worden verplicht bufferstroken en natuurmaatregelen aan te leggen, terwijl dezezelfde
stroken vervolgens door andere overheden weer worden afgepakt voor ander gebruik?
Vraag 16
Klopt het dat door regels rond bloemrijke bufferstroken vaak niet door deze stroken
gereden of gemaaid mag worden, waardoor het onderhoud door het waterschap in de praktijk
juist lastiger kan worden?
Vraag 17
Bent u ermee bekend dat loonwerkers en boeren in sommige gebieden hebben geïnvesteerd
in smalspoormachines, juist om onderhoud op smallere paden mogelijk te maken?
Vraag 18
Wat vindt u ervan dat deze investeringen door een plotselinge beleidswijziging feitelijk
waardeloos dreigen te worden?
Vraag 19
Klopt het dat het waterschap voornemens is deze stroken vaker te gebruiken dan nu
het geval is, bijvoorbeeld meerdere keren per jaar?
Vraag 20
Wat betekent dit voor het gebruik van deze stroken door agrariërs en voor de opbrengstderving
op hun percelen?
Vraag 21
In hoeverre heeft het waterschap een economische impactanalyse gemaakt van de gevolgen
voor agrarische bedrijven in het gebied?
Vraag 22
Hoe zijn volgens u de maatschappelijke baten voor het waterschap afgewogen tegen de
economische lasten die eenzijdig bij boeren terechtkomen?
Vraag 23
In hoeverre past een uniforme verplichting van vier meter bij het rijksbeleid dat
inzet op maatwerk, gebiedsgericht werken en het versterken van de positie van boeren
in het landelijk gebied?
Vraag 24
Bent u bereid om met Waterschap Noorderzijlvest in gesprek te gaan over alternatieven?
Vraag 25
Bent u bereid zich ervoor in te zetten dat boeren niet eenzijdig worden geconfronteerd
met verplichtingen zonder compensatie?
Vraag 26
Kunt u toezeggen dat u de Kamer informeert over de uitkomsten van dit gesprek en over
eventuele aanpassingen van juridische kaders om te voorkomen dat landbouwgrond via
een gedoogplicht structureel aan boeren wordt onttrokken?
Ondertekenaars
Femke Wiersma, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.