Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over het niet meer individueel onderzoeken van alle DNA-monsters van wolven
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het niet meer individueel onderzoeken van alle DNA-monsters van wolven (ingezonden 9 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 24 maart 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1239.
Vraag 1
Bent u ermee bekend dat Wageningen Environmental Research (WENR) wegens capaciteitsproblemen
niet langer alle DNA-monsters die worden afgenomen na aanvallen op vee onderzoekt
op welk individuele wolf het betreft?
Antwoord 1
Bij aanvallen op gehouden dieren doet Wageningen Environmental research (WEnR) in
opdracht van de provincies in alle gevallen DNA-onderzoek naar de veroorzakende diersoort.
Het provinciaal beleid ten aanzien van afname en testen van monsters, zoals beschreven
in het Wolvenplan 2025 is ongewijzigd.1 Navraag bij de provincies als bevoegd gezag heeft dit bevestigd. Het DNA-onderzoek
waarbij ook wordt bepaald welk individu van de betreffende veroorzakende soort betrokken
was, is wel verminderd door een sterk toenemend aantal schadegevallen. Volgens de
provincies is de huidige capaciteit bij WEnR voldoende om conform het provinciale
Monitoringplan Wolf te voldoen aan de monitoringsverplichting die volgt uit de Habitatrichtlijn
en eventuele juridische onderbouwing van de omgang met probleemwolven.
Vraag 2
Klopt het dat hierdoor een deel van de monsters alleen nog wordt onderzocht op diersoort,
maar niet meer op individueel dier?
Antwoord 2
Ja, dit is bevestigd door de provincies.
Vraag 3
Zo ja, hoe kan dan nog worden bijgehouden welke wolven herhaaldelijk vee aanvallen
en mogelijk als probleemwolf moeten worden aangemerkt?
Antwoord 3
Provincies hebben aangegeven dat het DNA-onderzoek waarbij ook wordt bepaald welke
individuele wolf bij een aanval op vee betrokken was, zoals beschreven in het Wolvenplan
2025, nog steeds plaatsvindt bij een schademelding. Ongeacht of het vee achter wolfwerende
rasters was gehuisvest.
Vraag 4
Klopt het dat DNA-onderzoek op individueel dier bij aanvallen achter een goedgekeurd
raster alleen nog plaatsvindt wanneer het raster volledig foutloos is bevonden?
Antwoord 4
Nee, zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat hiermee juist waardevolle informatie verloren gaat over wolven
die ook rasters weten te omzeilen?
Antwoord 5
Die opvatting deel ik niet. Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 6
Bent u bekend met het feit dat voor de nieuwe aanbesteding voor DNA-onderzoek slechts
WENR en één commercieel laboratorium hebben ingeschreven en dat het commerciële bedrijf
zijn afgewezen omdat zij niet aan de gestelde eisen voldeden?
Antwoord 6
Het bepalen of er in een specifiek geval sprake is van een probleemwolf, is de bevoegdheid
van de provincies. Conform de interventierichtlijnen uit het Wolvenplan 2025 wordt
een wolf onder meer als probleemwolf aangemerkt als deze in een gebied in een gemeente
of in een aangrenzende gemeente binnen een periode van tenminste twee weken tenminste
twee keer vee aanvalt dat wordt beschermd door een goed functionerend raster dat voldoet
aan de technische eisen uit de adviesnorm uit de provinciale faunaschade preventiekit
wolven. Deze formulering is in lijn met de door u genoemde aangehouden motie. Het
is aan de provincies als bevoegd gezag om te bepalen hoe kan worden vastgesteld of
aan deze criteria wordt voldaan.
Vraag 7
Hoe verhoudt dit zich tot het feit dat WENR momenteel al kampt met capaciteitsproblemen
en dat ook voldoende capaciteit een eis zou moeten zijn?
Antwoord 7
Uit navraag bij de provincies is naar voren gekomen dat zij op dit moment een aanbestedingsprocedure
hebben lopen. Tijdens de marktconsultatie via tendernet hebben zich twee partijen
gemeld, waarvan een zich gedurende de procedure heeft teruggetrokken.
Vraag 8
Kunt u toelichten op welke punten het commerciële laboratorium niet voldeed en welke
oplossingen u ziet om te zorgen dat wél alle DNA-monsters volledig onderzocht kunnen
worden, bij dit commerciële bedrijf of elders?
Antwoord 8
Zoals bij de beantwoording op vraag 1 is aangegeven, is volgens de provincies de huidige
capaciteit bij WEnR voldoende om te voldoen aan de wettelijke monitoringsverplichting
en eventuele juridische onderbouwing van de omgang met probleemwolven. Dit zal uiteraard
ook in de toekomst gecontroleerd blijven worden.
Vraag 9
Voldoet Nederland nog aan de monitoringsverplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn
wanneer niet langer van alle monsters wordt vastgesteld om welk individueel dier het
gaat, gezien het feit dat Nederland ervoor heeft gekozen om via DNA-monitoring invulling
te geven aan deze verplichtingen? Kunt u hierop een juridische toelichting geven?
Antwoord 9
Zie het antwoord op de vragen 7 en 8.
Vraag 10
Deelt u de zorg dat bij een verdere toename van het aantal wolven en het aantal aanvallen
op vee dit systeem volledig onhoudbaar wordt als de capaciteit niet wordt uitgebreid?
Antwoord 10
Ja, Nederland voldoet voor het monitoren van wolven aan de vereisten van de Habitatrichtlijn.
Het provinciale beleid, zoals beschreven in het Wolvenplan 2025, is ongewijzigd en
daarmee test Nederland meer dan is vereist voor verplichtingen vanuit de Habitatrichtlijn.
Dna-monitoring is geen Europese verplichting.
Vraag 11
Kunt u aangeven wat de stand van zaken is van de toezegging en wanneer daadwerkelijk
meer wolven zullen worden gezenderd, gezien het feit dat u heeft eerder toegezegd
dat zoveel mogelijk wolven in Nederland zouden worden gezenderd?
Antwoord 11
Zoals aangegeven bij de beantwoording van vraag 1, is er op basis van de door de provincies
verstrekte informatie voor mij geen aanleiding tot zorg.
Vraag 12
Klopt het dat in Nederland nog geen vergunningen worden afgegeven voor het gebruik
van de soft-close pootklem voor het vangen van wolven voor onderzoek, terwijl deze
methode in andere Europese landen wel veelvuldig wordt toegepast?
Antwoord 12
Zoals aangegeven in de beantwoording van vragen van uw Kamer (Aanhangsel Handelingen
II 2025/26, nr. 580) is het aan de provincies of RVO om structurele zenderprogramma’s door middel van
vergunningen of maatwerkvoorschriften mogelijk te maken. Momenteel lopen bij de provincies
Utrecht en Gelderland aanvragen voor zenderonderzoek. Ik volg deze ontwikkelingen
met grote interesse.
Vraag 13
Welke Europese regelgeving belemmert dit precies en waarom wordt het gebruik van soft-close
pootklemmen in andere lidstaten door deze regelgeving niet belemmerd maar in Nederland
wel?
Antwoord 13
Ja, dat is correct.
Vraag 14
Bent u bereid te bezien hoe deze belemmeringen kunnen worden weggenomen, zodat de
meest diervriendelijke vangmethode kan worden ingezet om wolven te zenderen en daarmee
de druk op DNA-monitoring kan verminderen?
Antwoord 14
De EU heeft een verbod ingesteld op het gebruik van wildklemmen voor het vangen van
wilde dieren (Verordening (EEG) nr. 3254/91). Dit verbod is neergelegd in artikel 11.72,
eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving. Dit geldt in principe
ook voor het gebruik van pootklemmen voor het vangen van wolven. Volgens de Europese
Commissie kan evenwel bij uitzondering voor wetenschappelijk onderzoek of monitoring
van diersoorten – waaronder zenderen kan worden begrepen – het gebruik van pootklemmen
worden toegestaan, in het licht van de doelstelling van Verordening (EEG) 3254/91
om de instandhouding van diersoorten te verbeteren.2 De pootklem kan dus niet worden gebruikt om dieren te vangen met als doel om bijvoorbeeld
dieren af te schrikken of bepaald gedrag te beïnvloeden. Mij zijn geen gegevens bekend
over het gebruik van pootklemmen bij wolvenonderzoek in andere lidstaten.
Vraag 15
Bent u bereid te bezien hoe deze belemmeringen kunnen worden weggenomen, zodat de
meest diervriendelijke vangmethode kan worden ingezet om wolven te zenderen en daarmee
de druk op DNA-monitoring kan verminderen?
Antwoord 15
Zoals ik het antwoord op vraag 14 heb aangegeven, zijn er geen belemmeringen voor
het gebruik van pootklemmen voor wetenschappelijk onderzoek of monitoring van wolven.
Ik volg de ontwikkelingen bij de provincies met interesse.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.