Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Teunissen over het buiten beeld blijven vanbijtincidenten door politiehonden bij het Landelijk Meldpunt tegen hondenbeten
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het buiten beeld blijven van bijtincidenten door politiehonden bij het Landelijk Meldpunt tegen hondenbeten (ingezonden 22 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Staatssecretaris
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (ontvangen 23 maart 2026). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1093.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de videobeelden van een politiehond die tijdens de inzet
bij een voetbalwedstrijd een politieagent heeft gebeten? Wat is uw reactie op deze
beelden?1
Antwoord 1
Ja, ik betreur dat een politiemedewerker is verwond.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
(LVVN) als doel heeft gesteld om het aantal hondenbeten te verminderen, omdat deze
«heftig» zijn en «grote gevolgen hebben voor zowel het slachtoffer als betrokkenen»?2
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Bent u ervan op de hoogte dat hondenbeten door politiehonden tot dusverre niet worden
geregistreerd, ondanks de grote gevolgen voor betrokkenen?3
Antwoord 3
Ja, daarbij merk ik wel op dat iedere geweldsaanwending door de politie wordt geregistreerd,
vastgelegd en beoordeeld op rechtmatigheid, subsidiariteit en proportionaliteit. Ook
de inzet van een politiehond als geweldsmiddel wordt geregistreerd en beoordeeld.
Leren van geweld is een belangrijk doel van deze procedure van melden en beoordelen
van geweld. Jaarlijks publiceert de politie een rapportage met verschillende cijfers
over geweldsaanwendingen. Ook zijn in deze rapportage cijfers opgenomen over het aantal
keren dat een diensthond als geweldsmiddel is ingezet.4 De jaarrapportages dragen eraan bij dat de politie op een transparant en verantwoordelijke
manier omgaat met het geweldsmonopolie.
Specifiek over politiehonden, houdt de politie dus wel cijfers bij over het aantal
keer dat een politiehond wordt ingezet als geweldsmiddel. De politie registreert echter
geen cijfers over het aantal politiemedewerkers, arrestanten of omstanders die gewond
raken door een inzet van politiehonden.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat het Ministerie van LVVN graag inzicht wil krijgen in de omvang
van het probleem van hondenbeten en daarom vorige week een landelijk meldpunt heeft
gelanceerd?
Antwoord 4
Ja.
Vraag 5
Kunt u aangeven of het aantal hondenbeten door politiehonden expliciet wordt meegenomen
in dit landelijke meldpunt tegen hondenbeten? Indien dit niet het geval is, bent u
dan bereid om de politie op te roepen om deze gegevens alsnog bij te houden en te
delen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het aantal hondenbeten door politiehonden wordt niet expliciet meegenomen in het landelijk
meldpunt. Hoewel alle incidenten gemeld kunnen worden, is het landelijk meldpunt primair
gericht op bijtincidenten die plaatsvinden door honden van burgers en niet op beten
door politiehonden wanneer zij worden ingezet als geweldsmiddel door de politie. Het
doel van het meldpunt is inzicht krijgen in de aard en de omvang van bijtproblematiek
in Nederland, om beleid te maken dat goed aansluit op de praktijk. Aanvullende informatie
over de inzet van politiehonden als geweldsmiddel en eventuele beten die plaatsvinden
in die context is niet noodzakelijk om dit doel te bereiken. Ik zie dan ook geen reden
om de politie op te roepen om in dit kader deze gegevens bij te houden en te delen.
Vraag 6
Erkent u dat politiehonden tijdens hun inzet geregeld worden geconfronteerd met stressvolle
en gevaarlijke situaties, waarbij het niet te voorkomen is dat geweld tegen de honden
wordt gebruikt, ze gewond raken, pijn lijden of zelfs komen te overlijden?
Antwoord 6
In het domein politiehonden van de politie staat dierenwelzijn voorop tijdens de training
en de verzorging van de honden. Tijdens operationele inzetten wordt zo veilig mogelijk
gewerkt. Indien de inzet van de politiehond niet verantwoord is, worden andere tactische
keuzes gemaakt. Tegelijkertijd kan dierenleed nooit volledig worden uitgesloten. Net
als politiemedewerkers, lopen politiehonden en hun begeleiders bij een inzet het risico
om blootgesteld te worden aan geweld.
Vraag 7
Kunt u bevestigen dat het voorzien van een comfortabele en veilige omgeving voor dieren,
het zorgen voor een goede gezondheid en het voorkomen van pijn een belangrijk onderdeel
is van de Wet dieren?
Antwoord 7
Ja. De Wet dieren voorziet in regels ter bescherming van het welzijn van dieren.
Vraag 8
Bent u bereid om in samenwerking met de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de politie te onderzoeken of een concreet
afbouwpad kan worden opgesteld voor de inzet van politiehonden, met als doel om de
inzet van politiehonden in stressvolle en gevaarlijke situaties zo snel mogelijk te
beëindigen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Politiehonden leveren een zeer belangrijke bijdrage aan het politiewerk. Zowel in
de opsporing als bij de handhaving van de openbare orde. Vanuit de Koers Politiehonden5 wordt er samen met wetenschappelijke instituten, zoals de Universiteit Utrecht en
de Hogeschool Aeres gewerkt aan het optimaliseren van het dierenwelzijn en het professionaliseren
van de operationele inzetten middels landelijke standaarden. Met als doel om (de inzet
van) politiehonden toekomstbestendig te maken. Uitfasering van het gebruik van politiehonden
is vooralsnog niet aan de orde.
Vraag 9
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Antwoord 9
Het is helaas niet gelukt om de vragen binnen de gestelde termijn te beantwoorden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.