Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op van het lid Teunissen over ernstige verwondingen, ontbrekende registratie en risico’s bij de inzet van politiehonden
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over ernstige verwondingen, ontbrekende registratie en risico’s bij de inzet van politiehonden (ingezonden 22 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 23 maart 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1094.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de videobeelden van een politiehond die tijdens de inzet
bij een voetbalwedstrijd een politieagent heeft gebeten?1 Wat is uw reactie op deze beelden?
Antwoord 1
Ja, ik betreur dat een politiemedewerker is verwond.
Vraag 2
Heeft u er kennis van genomen dat een student van de Radboud Universiteit, nadat deze
door een politiehond werd gebeten, twee weken in het ziekenhuis heeft gelegen, vijf
keer is geopereerd, vijf maanden heeft moeten herstellen, en levenslang is misvormd?2 Wat vindt u hiervan?
Antwoord 2
Ja, ik betreur dat deze persoon deze mate van letsel heeft opgelopen.
Vraag 3 tot en met 6
Kunt u bevestigen dat het vooraf nooit met zekerheid is in te schatten hoe een hond
in een hoogstressvolle situatie reageert, wie wordt gebeten, en welke verwondingen
daarbij worden toegebracht?
Kunt u bevestigen dat in de afgelopen jaren herhaaldelijk is gebleken dat politiehonden
in stressvolle situaties onvoorspelbaar gedrag vertonen, wat leidt tot onbedoelde
bijtincidenten en (ernstige) verwondingen?
Deelt u de mening dat het inzetten van politiehonden daarmee kan worden aangemerkt
als een zeer zwaar en onvoorspelbaar geweldsmiddel? Zo nee, waarom niet?
Acht u het verantwoord om een geweldsmiddel in te zetten waarbij er een hoge onzekerheid
is hoeveel schade er wordt aangericht en aan wie? Zo ja, waarom?
Antwoord 3 tot en met 6
Politiehonden worden breed ingezet in het politiewerk, zowel in de opsporing als in
de handhaving van de openbare orde. Een hond is een levend wezen en dat brengt onvoorspelbaarheid
met zich mee. Die onvoorspelbaarheid wordt zoveel mogelijk beperkt door selectie,
intensieve opleiding, certificering, voortdurende training van de hond en de geleider,
en operationele regie.
Het inzetten van politiehonden om te bijten, is een zwaar geweldsmiddel. Voor de inzet
van een politiehond als geweldsmiddel gelden dan ook strenge regels.Ten behoeve van
de uniformiteit en voorspelbaarheid, zijn er bovendien landelijke professionele standaarden
vastgesteld voor die gevallen waarin een politiehond daadwerkelijk wordt ingezet om
te bijten. Deze standaarden vormen de basis voor het onderwijs aan hondengeleiders.
Van hondengeleiders wordt verwacht dat zij in alle gevallen een zorgvuldige afweging
maken, alvorens de politiehond in te zetten als geweldsmiddel.
Vraag 7
Herinnert u zich dat u in eerdere in antwoorden op Kamervragen hebt aangegeven dat
de politie niet registreert hoeveel politiemedewerkers, arrestanten of omstanders
gewond raken bij de inzet van politiehonden?3
Antwoord 7
Ik hecht eraan om het proces van melden, registreren en beoordelen van geweld nader
toe te lichten.
Iedere politieambtenaar die geweld heeft gebruikt maakt daarvan een registratie in
het systeem Basisvoorziening Handhaving (BVH). Behalve de aard en de gevolgen van
het gebruikte geweld, wordt ook vastgelegd van welk geweldsmiddel eventueel gebruik
is gemaakt. Naast deze schriftelijke vastlegging, wordt de geweldsaanwending door
de betreffende politiemedewerker ook mondeling gemeld bij de hulpofficier van justitie,
waarbij ook de feiten en de omstandigheden van het geval worden besproken. Dit vindt
plaats binnen de betreffende politie-eenheid.
Vervolgens beoordeelt de hulpofficier van justitie of er aanleiding bestaat om nader
te laten onderzoeken of de geweldsaanwending voldeed aan het toetsingskader. Als hij
geen aanleiding ziet voor nader onderzoek, dan maakt de hulpofficier van justitie
een «geweldsmutatie» op. Indien de geweldsaanwending naar het oordeel van de hulpofficier
van justitie wél nader moet worden onderzocht, dan maakt hij of zij een «geweldsregistratie»
op. Van bepaalde geweldsaanwendingen moet altijd een geweldsregistratie worden opgemaakt,
bijvoorbeeld na vuurwapengebruik of na ernstig letsel. Iedere geweldsregistratie wordt
vervolgens in het beoordelingsproces gebracht. In de kern houdt dat in dat de politiechef,
na een advies van het sectorhoofd en een onafhankelijke commissie, beoordeelt of het
gebruikte geweld voldeed aan de eisen van professionaliteit.
Uit het voorgaande volgt dat iedere geweldsaanwending door de politie wordt geregistreerd,
vastgelegd en beoordeeld op rechtmatigheid, subsidiariteit en proportionaliteit. Dat
geldt dus ook voor een geweldsaanwending waarbij een politiehond is betrokken. Leren
van geweld is een belangrijk doel van deze procedure van melden en beoordelen van
geweld.
Jaarlijks publiceert de politie een rapportage met verschillende cijfers over geweldsaanwendingen.4 De jaarrapportages dragen eraan bij dat de politie op een transparant en verantwoordelijke
manier omgaat met het geweldsmonopolie. Ook zijn in de rapportage cijfers opgenomen
over het aantal keren dat een diensthond als geweldsmiddel is ingezet. Deze cijfers
worden gebaseerd op het aantal BVH-registraties dat is opgemaakt van inzetten van
een politiehond als geweldsmiddel. Hoewel de BVH-geregistreerde cijfers op zichzelf
niet direct inzichtelijk maken wat de gevolgen zijn geweest van de inzet van een politiehond
als geweldsmiddel in een concreet geval, zijn deze gevolgen en andere relevante informatie
wel degelijk opgenomen bij de BVH-registratie. En ook bij de beoordeling van een geweldsaanwending
waarbij een politiehond is ingezet, worden relevante feiten en de gevolgen van het
geweldgebruik uiteraard betrokken.
Vraag 8
Kunt u bevestigen dat werkgevers op basis van artikel 9, lid 1 en 2, van de Arbeidsomstandighedenwet
een lijst moeten bijhouden van arbeidsongevallen die leiden tot de dood, blijvend
letsel, ziekenhuisopname of verzuim van meer van drie werkdagen? Kunt u bevestigen
dat deze verplichting ook voor de politie geldt?
Antwoord 8
Ja.
Vraag 9
Kunt u de Tweede Kamer een overzicht verschaffen van de bijtincidenten met politiehonden
in de afgelopen vijf jaar die hebben geleid tot de dood, blijvend letsel, een ziekenhuisopname
of verzuim van meer dan drie werkdagen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Voor zover het gaat over het aantal keer inzetten van een politiehond als geweldsmiddel
en gevolgen van burgers daarvan, verwijs ik u naar het antwoord op vraag 7.
Indien een hond onbedoeld een politieambtenaar bijt, vindt registratie plaats van
een dienstongeval. Het aantal dienstongevallen worden, net als ongewilde schoten,
door de politie geregistreerd. De registratie vermeldt ook de aard van het ongeval.
Als een ongeval is veroorzaakt bij de inzet van een diensthond, wordt de betreffende
ongevalsmelding voorzien van het label «diensthond». Daarmee voldoet de politie aan
de verplichting die voortvloeit uit artikel 9, lid 1 en 2 van de Arbeidsomstandighedenwet.
Niet alle details van een concreet voorval zijn echter nader te specificeren, of als
zodanig te registreren. Uit het systeem is dan ook niet af te leiden of in een concreet
dienstongeval een bijtincident betrof of een ander incident is waarbij de diensthond
betrokken is geweest. Denk aan het oplopen van vingerletsel door de hondenriem of
lichamelijke klachten door onverwachte bewegingen van de hond. Daardoor is het niet
mogelijk om op basis van de geregistreerde arbeidsongevallen waarbij een diensthond
betrokken was, aan te geven hoeveel daarvan bijtincidenten betreffen met (ernstig)
letsel tot gevolg.
Vraag 10
Bent u ermee bekend dat de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur onlangs een landelijk meldpunt tegen hondenbeten heeft gelanceerd, met als
doel inzicht te krijgen in hoeveel en wat voor bijtincidenten per jaar plaatsvinden?
Antwoord 10
Ja.
Vraag 11
Deelt u de mening dat inzicht in het totale aantal bijtincidenten door politiehonden
relevant is om een volledig beeld te krijgen van hondenbeten en om de proportionaliteit
van de inzet van politiehonden te kunnen beoordelen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Ik verwijs u naar mijn antwoord op vraag 7.
Vraag 12
Bent u bereid om de politie te verzoeken om deze gegevens voortaan structureel te
registreren? Bent u bereid om deze gegevens periodiek met de Kamer te delen? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 12
Ik verwijs u naar mijn antwoord op vraag 7.
Vraag 13
Bent u zich ervan bewust dat de inzet van politiehonden daarnaast ook nog eens grote
welzijnsrisico’s voor de honden zelf met zich meebrengt, zoals extreme stress en verwondingen
die zelfs kunnen leiden tot de dood?5
Antwoord 13
In het domein politiehonden van de politie staat dierenwelzijn voorop tijdens de training
en de verzorging van de honden. Tijdens operationele inzetten wordt zo veilig mogelijk
gewerkt. Indien de inzet van de politiehond niet verantwoord is, worden andere tactische
keuzes gemaakt. Tegelijkertijd kan dierenleed nooit volledig worden uitgesloten. Net
als politiemedewerkers, lopen politiehonden en hun begeleiders bij een inzet het risico
om blootgesteld te worden aan geweld.
Vraag 14
Bent u bereid om in samenwerking met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de politie
te onderzoeken of een concreet afbouwpad kan worden opgesteld voor de inzet van politiehonden,
met als doel om de inzet van politiehonden in stressvolle en gevaarlijke situaties
zo snel mogelijk te beëindigen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 14
Politiehonden leveren een zeer belangrijke bijdrage aan het politiewerk. Zowel in
de opsporing als bij de handhaving van de openbare orde. Vanuit de Koers Politiehonden6 wordt er samen met wetenschappelijke instituten, zoals de Universiteit Utrecht en
de Hogeschool Aeres gewerkt aan het optimaliseren van het dierenwelzijn en het professionaliseren
van de operationele inzetten middels landelijke standaarden. Met als doel om (de inzet
van) politiehonden toekomstbestendig te maken. Uitfasering van het gebruik van politiehonden
is vooralsnog niet aan de orde.
Vraag 15
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Antwoord 15
In verband met de leesbaarheid zijn sommige vragen samengevoegd. Het is helaas niet
gelukt om de vragen binnen de gestelde termijn te beantwoorden.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.