Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Teunissen over een politieagent die werd aangevallen door een politiehond
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over een politieagent die werd aangevallen door een politiehond (ingezonden 22 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister van
Werk en Participatie (ontvangen 23 maart 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2025–2026, nr. 1099.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de videobeelden van een politiehond die tijdens de inzet
bij een voetbalwedstrijd een politieagent heeft gebeten?1 Wat is uw reactie op deze beelden?
Antwoord 1
Ja, ik betreur dat een politiemedewerker is verwond.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat het vanuit de Arbeidsomstandighedenwet belangrijk is om werknemers
en derden te beschermen tegen gevaren?
Antwoord 2
Ja, Artikel 3 van de Arbowet schrijft voor dat de werkgever zorgt voor veilige en
gezonde werkomstandigheden voor alle werknemers. Als het werk ook gevaar kan opleveren
voor anderen in of rond het bedrijf, neemt de werkgever maatregelen om dat te voorkomen
(art. 10 Arbowet).
Vraag 3
Deelt u de mening dat het inzetten van politiehonden een zeer zwaar geweldsmiddel
is, zoals ook aangegeven door de politie, en tevens een onvoorspelbaar geweldsmiddel
is, gezien de incidenten?2 Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Politiehonden worden breed ingezet in het politiewerk, zowel in de opsporing als bij
de handhaving van de openbare orde. Een hond is een levend wezen en dat brengt onvoorspelbaarheid
met zich mee. Die onvoorspelbaarheid wordt zoveel mogelijk beperkt door selectie,
intensieve opleiding, certificering, voortdurende training van de hond en de geleider,
en operationele regie.
Het inzetten van politiehonden om te bijten, is een zwaar geweldsmiddel. Voor de inzet
van een politiehond als geweldsmiddel gelden dan ook strenge regels. Ten behoeve van
de uniformiteit en voorspelbaarheid, zijn er bovendien landelijke professionele standaarden
vastgesteld voor die gevallen waarin een politiehond daadwerkelijk wordt ingezet om
te bijten. Deze standaarden vormen de basis voor het onderwijs aan hondengeleiders.
Van hondengeleiders wordt verwacht dat zij in alle gevallen een zorgvuldige afweging
maken, alvorens de politiehond in te zetten als geweldsmiddel.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat de Arbeidsomstandighedenwet voorschrijft dat de werkgever de
arbeid zodanig moet organiseren dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de veiligheid
en de gezondheid van de werknemer, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd
(artikel 3, lid 1a)?
Antwoord 4
Ja, de werkgever moet zorgen voor veilige en gezonde werkomstandigheden. Hij dient
het werk zo aan te passen dat het geen schade toebrengt aan de veiligheid of gezondheid
van werknemers.
Vraag 5
Kunt u bevestigen dat de gevaren en risico’s zoveel mogelijk moeten worden voorkomen
of beperkt, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd (artikel 3, lid 1b)?
Antwoord 5
Ja, de werkgever heeft een zorgplicht naar zijn werknemers. Dit betekent dat hij de
veiligheid en gezondheid van zijn werknemers dient te beschermen. Als dit niet mogelijk
is, dient de werkgever andere doeltreffende maatregelen te treffen. Daarbij hebben
maatregelen gericht op collectieve bescherming voorrang hebben boven maatregelen gericht
op individuele bescherming. Collectieve bescherming heeft tot doel alle werknemers
in een bepaalde omgeving of situatie te beschermen, zonder dat individuele maatregelen
nodig zijn. Individuele bescherming heeft tot doel een individuele werknemer te beschermen
tegen specifieke risico’s, wanneer collectieve maatregelen onvoldoende zijn of niet
mogelijk zijn. In de Arbowetgeving (art. 4.4 Arbobesluit) is dit aangeduid als de
arbeidshygiënische strategie.
Vraag 6
Kunt u aangeven of en hoe de politie (periodiek) evalueert of en in welke mate de
inzet van politiehonden gelet op de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening noodzakelijk is, ondanks de nadelige invloed op de veiligheid van de werknemers?
Antwoord 6
Vanuit de Koers Politiehonden3 wordt er samen met wetenschappelijke instituten, zoals de Universiteit Utrecht en
de Hogeschool Aeres gewerkt aan het optimaliseren van het dierenwelzijn en het professionaliseren
van de operationele inzetten middels landelijke standaarden. Met als doel om (de inzet
van) politiehonden toekomstbestendig te maken. Daarnaast wordt er momenteel een brede
evaluatie uitgevoerd over alle geweldsmiddelen waarover politiemedewerkers in de basispolitiezorg
beschikken. In dat kader worden verschillende aspecten van elk geweldsmiddel onderzocht.
Ook de politiehond als geweldsmiddel maakt onderdeel uit van de evaluatie, waaronder
de veiligheid van een politiemedewerker bij de inzet van een hond.
Vraag 7 en 8
Bent u ermee bekend dat op eerdere Kamervragen over een politiehond die werd neergeschoten
nadat die zich tegen het eigen arrestatieteam keerde, de Minister van Justitie en
Veiligheid aangaf dat de politie niet registreert hoeveel politiemedewerkers gewond
raken bij de inzet van politiehonden?4
Hoe verhoudt dit zich tot artikel 9, lid 1 en 2, van de Arbeidsomstandighedenwet,
die voorschrijft dat een werkgever een lijst moet bijhouden van arbeidsongevallen
die leiden tot de dood, blijvend letsel, een ziekenhuisopname of verzuim van meer
dan drie werkdagen?
Antwoord 7 en 8
Indien een politieambtenaar onbedoeld door een hond wordt gebeten, wordt dit geregistreerd
als een dienstongeval. Het aantal dienstongevallen wordt door de politie geregistreerd.
Daarbij wordt ook de aard van het ongeval vermeld. Als een ongeval is veroorzaakt
bij de inzet van een diensthond, wordt de betreffende ongevalsmelding voorzien van
het label «diensthond». Daarmee voldoet de politie aan de verplichting die voortvloeit
uit artikel 9, lid 1 en 2 van de Arbeidsomstandighedenwet.
Niet alle details van een concreet voorval worden echter nader gespecificeerd, of
als zodanig geregistreerd. Uit het systeem is dan ook niet af te leiden of in een
concreet dienstongeval een bijtincident betrof of een ander incident is waarbij de
diensthond betrokken is geweest. Denk aan het oplopen van vingerletsel door de hondenriem
of lichamelijke klachten door onverwachte bewegingen van de hond. Daardoor is het
niet mogelijk om op basis van de geregistreerde arbeidsongevallen waarbij een diensthond
betrokken was, aan te geven hoeveel bijtincidenten er hebben plaatsgevonden.
Vraag 9
Kunt u bevestigen dat werkgevers onder de Arbeidsomstandighedenwet verplicht zijn
om risico’s vooraf goed in kaart te brengen en een plan op te stellen om ongelukken
en schade waar mogelijk te voorkomen?5
Antwoord 9
Ja. Werkgevers zijn op basis van artikel 5 van de Arbowet verplicht een Risico Inventarisatie
en -Evaluatie (RI&E) op te stellen waarin ze de arbeidsrisico’s in kaart brengen en
in het plan van aanpak maatregelen opschrijven en uitvoeren om deze risico’s te minimaliseren.
Vraag 10 en 11
Kunt u aangeven of er een plan is opgesteld om politieagenten die in aanraking komen
met politiehonden te beschermen tegen mogelijke schade en in welke mate deze voldoet
aan de voorwaarden uit de Arbeidsomstandighedenwet?
Kunt u aangeven of de politie een Risico Inventarisatie en Evaluatie heeft opgesteld
waarin expliciet is opgenomen hoe alle agenten die in aanraking komen met politiehonden
worden beschermd tegen bijtincidenten? Kunt u aangeven in welke mate deze voldoet
aan de voorwaarden uit Arbeidsomstandighedenwet?
Antwoord 10 en 11
De politie is volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om een RI&E op te stellen
waarin alle operationele arbeidsrisico’s zijn opgenomen waar politiemedewerkers mee
in aanraking kunnen komen binnen de taakstelling van de functie. Dit geldt ook voor
de operationele arbeidsrisico’s omtrent politiehonden.
De politie traint politiemedewerkers die gaan samenwerken met de politiehondengeleiders
tijdens de Integrale Beroepsvaardigheidstraining (IBT) en Operationele Begeleiding
en Training (OBT). Daarbij is er ook aandacht voor de risico’s van het werken met
politiehonden. Daarnaast heeft een Team Surveillancehonden (TSH) van de politie aanvullende
trainingsdagen. Wanneer er onverhoopt een bijtincident plaatsvindt bij een politiemedewerker,
is de benodigde behandeling afhankelijk van de verwonding. Indien nodig verricht de
Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) een ongevalsonderzoek naar aanleiding van een melding.
De politie heeft waar andere politiemedewerkers (zoals de Mobiele Eenheid) in directe
samenwerking optreden met politiehonden(geleiders) aandachtspunten opgenomen in de
betreffende RI&E’s. Ook geven hondengeleiders aan dat sommige situaties onvermijdelijk
zijn, gezien het werken met dieren en de onverwachte situaties waarin politiemedewerkers
terecht in kunnen komen. Dit is een door de politieorganisatie aanvaard risico.
De RI&E’s binnen de politie zijn opgesteld en getoetst door arbokerndeskundigen conform
de eisen van de Arbeidsomstandighedenwet.
Vraag 12
Bent u bereid om met de Minister van J&V en de politie in overleg te treden om te
kijken hoe politieagenten en derden beter kunnen worden beschermd tegen (ernstige)
verwondingen door beten van politiehonden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Het politiehondendomein is volop in ontwikkeling. Er is veel aandacht voor het dierenwelzijn
in de Koers Politiehonden. Zo heeft de richtlijn «aangelijnd werken» sinds 2023 geleid
tot het terugdringen van ongewilde bijtincidenten. Ook is er tijdens de training en
opleiding veel aandacht voor intervisie en het uitwisselen van ervaringen om de inzet
van politiehonden te verbeteren. Daarnaast worden er verkenningen uitgevoerd met een
muilkorf die op afstand kan worden afgeworpen met een afstandsbediening waarover de
hondengeleider beschikt. Dit zou in de toekomst kunnen leiden tot een verdere daling
van het aantal ongewilde bijtincidenten. Op dit moment is er geen aanleiding om hierover
in overleg te treden.
Vraag 13
Bent u bereid om in samenwerking met de Minister van Justitie en Veiligheid, de Staatssecretaris
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de politie te onderzoeken of
een concreet afbouwpad kan worden opgesteld voor de inzet van politiehonden, met als
doel om de inzet van politiehonden in stressvolle en gevaarlijke situaties zo snel
mogelijk te beëindigen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 13
Politiehonden leveren een zeer belangrijke bijdrage aan het politiewerk. Zoals hierboven
is aangegeven wordt er vanuit de Koers Politiehonden samengewerkt met wetenschappelijke
instituten, zoals de Universiteit Utrecht en de Hogeschool Aeres aan het optimaliseren
van het dierenwelzijn en het professionaliseren van de operationele inzetten middels
landelijke standaarden. Met als doel om (de inzet van) politiehonden toekomstbestendig
te maken. Uitfasering van het gebruik van politiehonden is vooralsnog niet aan de
orde.
Vraag 14
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Antwoord 14
In verband met de leesbaarheid zijn sommige vragen samengevoegd. Het is helaas niet
gelukt om de vragen binnen de gestelde termijn te beantwoorden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.