Schriftelijke vragen : Het rapport 'Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen; effecten van beleid'
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het rapport «Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen; effecten van beleid» (ingezonden 23 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het rapport «Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen; effecten
van beleid»?1
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat in dit rapport wordt gesteld dat bij aanwezigheid van wolven
interacties met recreanten voor de hand liggen en dat (zelfs dodelijke) ongelukken
met mensen, waaronder kinderen, niet volledig kunnen worden uitgesloten?
Vraag 3
Hoe beoordeelt u deze constatering in het licht van de huidige situatie waarin wolven
zich structureel in Nederland lijken te vestigen?
Vraag 4
Welke criteria hanteert u om te bepalen wanneer sprake is van een voorzienbaar risico
voor burgers door de aanwezigheid van wolven?
Vraag 5
Waar zijn deze criteria beleidsmatig of juridisch vastgelegd?
Vraag 6
Erkent u dat een expliciete afweging tussen deze belangen noodzakelijk is wanneer
bescherming van een diersoort structureel botst met grondrechten van burgers?
Vraag 7
Op welke wijze wordt binnen het wolvenbeleid rekening gehouden met de veiligheid van
recreanten in drukbezochte natuurgebieden, waaronder gezinnen met kinderen?
Vraag 8
Zijn er actuele risicoanalyses uitgevoerd naar mogelijke interacties tussen wolven
en mensen in Nederlandse natuurgebieden? Zo ja, kunt u deze met de Kamer delen? Zo
nee, waarom niet?
Vraag 9
Op welke wijze wordt binnen het wolvenbeleid invulling gegeven aan de zorgplicht van
de overheid voor de bescherming van het recht op leven en veiligheid van burgers,
zoals onder meer beschermd in artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van
de Mens (EVRM)?
Vraag 10
Hoe worden het recht op privéleven en woning (artikel 8 EVRM) en het eigendomsrecht
(artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM) betrokken bij de afwegingen binnen
het wolvenbeleid?
Vraag 11
Welke protocollen en interventiemaatregelen bestaan er voor situaties waarin wolven
afwijkend of potentieel gevaarlijk gedrag vertonen richting mensen?
Vraag 12
Wie draagt bestuurlijk en juridisch de verantwoordelijkheid indien zich een ernstig
(mogelijk dodelijk) incident voordoet tussen een wolf en een mens en hoe is deze verantwoordelijkheid
vastgelegd?
Vraag 13
Kunt u toelichten welke mogelijkheden burgemeesters hebben om op te treden in situaties
waarin wolven mogelijk een gevaar vormen voor inwoners of recreanten?
Vraag 14
In hoeverre acht u deze mogelijkheden in de praktijk toereikend?
Vraag 15
Kunt u daarnaast verklaren waarom burgemeesters in de praktijk terughoudend lijken
te zijn om van deze bevoegdheden gebruik te maken?
Vraag 16
Deelt u de opvatting dat onduidelijkheid over bevoegdheden kan leiden tot handelingsverlegenheid
bij burgemeesters?
Vraag 17
Waarom worden incidenten, angstbeleving, aantasting van leefbaarheid en economische
schade in het wolvendossier vaak aangeduid als «maatschappelijke acceptatieproblemen»
en niet als beleidsrelevante indicatoren voor veiligheid en leefbaarheid?
Ondertekenaars
Caroline van der Plas, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.