Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van Oosterhout en Tseggai over olietankers die vanuit Venezuela via de Caribische delen van het Koninkrijk onderweg zijn naar Rotterdam
Vragen van de leden Van Oosterhout en Tseggai (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over olietankers die vanuit Venezuela via de Caribische delen van het Koninkrijk onderweg zijn naar Rotterdam (ingezonden 28 januari 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de Minister
van Klimaat en Groene Groei, de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Defensie
en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 20 maart
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1223.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de berichten over olietankers die vanuit Venezuela via de
Caribische delen van het Koninkrijk onderweg zijn naar Rotterdam?1, 2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat de Bullebaai op Curaçao weer een belangrijk rol speelt in de internationale
oliehandel vanuit Venezuela?
Antwoord 2
Op Bullenbaai bevindt zich een (commerciële) olieterminal in beheer bij Curaçao Refinery
Utilities (CRU). Een deel van de recente transporten en opslag bevat olie afkomstig
uit Venezuela. Daarmee kan je echter niet stellen dat Curaçao een belangrijke rol
speelt in de internationale oliehandel.
Vraag 3
Klopt het dat de opslaglocaties in de Rotterdamse haven het belangrijkste doorvoerpunt
binnen de Europese oliemarkt zijn voor de Venezolaanse olie?
Antwoord 3
De Rotterdamse haven is per definitie een belangrijke doorvoerhaven van mondiale olieproducten.
Het kan echter niet eenduidig worden vastgesteld dat Rotterdam specifiek het belangrijkste
doorvoerpunt voor Venezolaanse olie in Europa is, dit is eerder een indirect gevolg
van de algemene marktpositie van Rotterdam dan een specifiek, aantoonbaar patroon
voor Venezolaanse olie. Er is geen beschikking over cijfers hoeveel Venezolaanse olie
in welke havens wordt verwerkt.
Vraag 4
Klopt het dat schepen die olie hebben gelost op Curaçao onder valse vlag voeren terwijl
ook de verplichte transponder uitstond en zij op de Amerikaanse sanctielijst staan?
Klopt het dat deze schepen hiermee de internationale zeevaartregels overtreden?
Antwoord 4
Het is bekend dat het schip MT Regina onder valse vlag olie heeft gelost op Curaçao.
Het VN-Zeerechtverdrag (UNCLOS) bepaalt dat een Staat een schip het recht verleent
om zijn vlag te voeren. Het varen onder valse vlag betekent dat het schip een vlag
voert waartoe het niet gerechtigd is. Het uitzetten van de Automatic Identification System (AIS) transponder tijdens de vaart is slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan.
Met het varen onder valse vlag zijn internationale zeevaartregels overtreden.
Het schip MT Regina is op basis van een havenstaatcontrole aangehouden op Curaçao
vanwege het niet voldoen aan internationale maritieme verdragen, onder meer het voeren
van een valse vlag van Oost-Timor en het aan boord hebben van valse certificaten.
Het schip zal worden vastgehouden totdat een hernieuwde inspectie heeft aangetoond
dat volledig voldaan wordt aan de van toepassing zijnde verdragen en het schip veilig
is om te kunnen vertrekken.
Curaçao is gehouden aan de sanctiewetgeving van de Europese Unie (EU-sancties). Landen
buiten de VS, dus ook Nederland en Curaçao, zijn niet gehouden aan sancties van de
VS. Het voeren van een valse vlag valt niet onder EU-sancties. Er is geen sprake van
overtreding van sancties bij het aanmeren van schepen in de havens van Curaçao.
Vraag 5
Klopt het dat het schip Regina dat op Curaçao olie heeft afgeleverd volgens de Curaçaose
havenautoriteit vaart onder de vlag van Oost-Timor, maar dat dit niet blijkt te kloppen
omdat Oost-Timor afgelopen jaar via een circulaire aan alle International Maritime Organization-leden (IMO) heeft laten weten dat diverse schepen frauduleus de vlag van Oost-Timor
gebruiken en dat alle Oost-Timorese registraties als frauduleus moeten worden beschouwd?
Heeft het Koninkrijk als IMO-lid dit ook aan de autoriteiten op Curaçao doorgegeven?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het is correct dat Oost-Timor recent de IMO-leden geïnformeerd heeft over onjuist
en frauduleus gebruik van haar (niet bestaande) internationale vlagregister. Overigens
heeft het Koninkrijk ook IMO-leden geïnformeerd ten aanzien van vals gevlagde schepen
in de (niet bestaande) internationale vlagregisters van Sint Maarten en Aruba.
Ja. Via de Koninkrijks Maritieme Administratie (KMA) werken de landen binnen het Koninkrijk
nauw samen op maritiem gebied en wordt zoveel mogelijk informatie uitgewisseld. Curaçao
heeft, via het Koninkrijk, directe toegang tot de actuele IMO documentatie. Zo zijn
de landen van het Koninkrijk overeengekomen dat elk autonoom land eigenstandig bijhoudt
welke informatie voor hen van belang is.
Vraag 6
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is wanneer schepen die zich niet aan de
internationale zeevaartregels houden kunnen aanmeren in een haven in het Koninkrijk
der Nederlanden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Ja. Het is onwenselijk dat zeeschepen zich niet aan de internationale zeevaartregels
houden. Deze regels zijn essentieel om de veiligheid op zee en bescherming van het
mariene milieu mondiaal op gelijke wijze te borgen.
Het toelaten van schepen in havens van het Koninkrijk is aan de autoriteiten van het
desbetreffende land. Hoewel het in eerste aanleg contrair lijkt, kan het wenselijk
zijn dat schepen met vermeende afwijkingen (zoals een valse vlag) juist wel aanmeren
in een van de havens van het Koninkrijk. Dit omdat schepen die aanmeren in een haven
in het Koninkrijk worden onderworpen aan het regime van havenstaatcontrole en daarmee
feitelijk vast te stellen is of de schepen voldoen aan alle internationale verdragsverplichtingen.
Wanneer tijdens zo’n controle blijkt dat een schip niet aan de internationale maritieme
verdragen voldoet kan een Havenstaat maatregelen nemen, waaronder het aanhouden van
een schip. Dat is recent gebeurd met de MT Regina op Curaçao.
Vraag 7
Kunt u het juridische kader schetsen waarbij wordt ingegaan op de precieze verantwoordelijkheidsverdeling
tussen het Koninkrijk en het autonome land Curaçao als het gaat om dit soort olietransporten?
Kunt u hierbij nadrukkelijk ingaan op de rol van het Koninkrijk – als IMO-lid – ten
aanzien van het handhaven van internationale zeevaartregelgeving?
Antwoord 7
In artikel 3 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden (Statuut3) staat opgesomd welke onderwerpen kwalificeren als aangelegenheden van het Koninkrijk.
Indien uit het Statuut niet volgt dat iets een Koninkrijksaangelegenheid is, betreft
het in beginsel een landsaangelegenheid, en gaan de autonome landen er zelf over.
Toezicht op en handhaving van sancties binnen de jurisdictie van individuele landen
zijn aangelegenheden waar de autonome landen zelf over gaan. Curaçao heeft dit uitgewerkt
in de Sanctielandsverordening. Voor Nederland geldt de Sanctiewet 19774. De EU heeft geen sancties ingesteld tegen Venezolaanse olie, noch staan de betreffende
schepen op een EU-sanctielijst.
De toepassing van EU-sancties binnen het Koninkrijk valt onder «buitenlandse betrekkingen»
en aldus is er sprake van een Koninkrijksaangelegenheid. De bepalingen in dit kader
zijn neergelegd in de Rijkssanctiewet5, die hiermee het overkoepelende juridische kader binnen het Koninkrijk vormt. Het
Ministerie van Buitenlandse Zaken is beleidscoördinerend binnen het Koninkrijk op
het gebied van sancties, zowel bij de ontwikkeling van nieuwe maatregelen binnen de
EU als bij de naleving daarvan.
De betreffende olietransporten vallen qua veiligheids- en milieueisen voor zeeschepen
onder de internationale zeevaartverdragen van IMO. Het Koninkrijk is als geheel verdragspartij
bij IMO. Havenstaatverplichtingen, zoals milieuaspecten en de (controle van) lading,
zijn een autonome verantwoordelijkheid van de landen van het Koninkrijk.
Vraag 8
Kunt u toelichten wat de rol van de Kustwacht Caribisch Gebied is ten aanzien van
het handhaven van internationale zeevaartregelgeving? Klopt het dat wanneer de Kustwacht
Caribisch Gebied betrokken is hiermee ook het Koninkrijk betrokken is omdat de Kustwacht
Caribisch Gebied onder de verantwoordelijkheid van de Koninkrijksregering valt? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 8
De Kustwacht Caribisch Gebied (hierna: Kustwacht) is een maritieme rechtshandhavingsorganisatie,
bestaande uit de Landen Curaçao, Aruba, Sint Maarten en Nederland. De vier landen
bepalen gezamenlijk het beleid van de Kustwacht, dat operationeel valt onder beheer
van Defensie. De Kustwacht zorgt voor de veiligheid op de wateren rond Aruba, Curaçao,
Sint Maarten en Caribisch Nederland (BES). De Kustwacht voert opsporings-, toezichthoudende-
en dienstverlenende taken uit op basis van de Rijkswet Kustwacht voor Aruba, Curaçao
en Sint Maarten alsmede voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
(hierna: Rijkswet6) en het justitiële beleidsplan Kustwacht. De Rijkswet geeft o.a. aan dat de Kustwacht
belast is met het toezicht op scheepvaart, waaronder het verkeer en de uitrusting
van schepen. Het justitiële beleidsplan 2022–2025 (met doorloop naar 20267) voor de Kustwacht richt zich op handhaving van illegale activiteiten om te voorkomen
dat de effecten van de illegale activiteiten in lokale milieus terecht komen. De Kustwacht
opereert onder lokaal gezag in de wateren waarin zij jurisdictie en bevoegdheden heeft
ten aanzien van haar taakstelling.
Met referte naar het antwoord op vraag 7 is het Koninkrijk alleen dan betrokken als
er sprake is van de zogenoemde Koninkrijksaangelegenheden. Handhaving van de verplichtingen
in het kader van internationale zeevaartregelgeving betreft een autonome aangelegenheid
van de landen zelf, en vindt derhalve plaats op nationaal niveau en onder nationaal
gezag.
Vraag 9
Deelt u de mening van diverse deskundigen dat deze situatie in de Rijksministerraad
had moeten worden besproken aangezien ook Koninkrijkaangelegenheden in het geding
zijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Nee, omdat er geen Koninkrijkaangelegenheden in het geding zijn. De EU heeft geen
sancties ingesteld tegen Venezolaanse olie. Wanneer er sprake is van (mogelijke) overtreding
van EU-sancties of andere regels waar Curaçao aan gehouden is, dan is het aan de autoriteiten
van Curaçao (waaronder bijvoorbeeld de Curaçao Ports Authority en de Harbor and Safety Inspection van de Maritieme Autoriteit Curaçao) om hierop te acteren. In het geval dat daar
signalen van zijn wordt daar serieus opvolging aan gegeven door daarvoor bevoegde
autoriteiten. Waar nodig wordt daarbij het politieke niveau geïnformeerd en zo nodig
betrokken.
Het is van belang te benoemen dat er frequent contact en veelvuldige afstemming is
tussen de Caribische (ei)landen en Nederland, tussen diverse diensten en departementen
en elk op hun eigen vakgebied.
Vraag 10
Deelt u de zienswijze van de havenveiligheidsadviseur van de Curacaose havenautoriteit
dat de directie buitenlandse betrekkingen van het land Curacao in samenspraak met
het Koninkrijk behoort te beoordelen of een schip op een sanctielijst mag aanmeren
en dat dit hiermee dus een Koninkrijksaangelegenheid is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
De Curaçaose maritieme autoriteiten hebben een autonome verantwoordelijkheid voor
het toelatingsbeleid en dienen daarbij het EU-sanctiebeleid na te leven. De concrete
uitvoering wordt gecoördineerd via Buitenlandse Zaken en de Dienst Buitenlandse Betrekkingen
van de Caribische Landen. Russisch gevlagde schepen en door de EU gesanctioneerde
schepen, entiteiten en personen dienen te worden geweerd uit havens en sluizen in
het Koninkrijk. Zoals eerder aangegeven is de EU en/of het Koninkrijk niet gehouden
aan de Amerikaanse sanctielijst.
Vraag 11
Wie is de eigenaar van de op Curaçao opgeslagen Venezolaanse olie afkomstig van het
schip Regina?
Antwoord 11
Nadere details over eigenaarschap, hoeveelheden en commerciële afspraken vallen onder
de autonome verantwoordelijkheid van het land Curaçao en zijn niet gedeeld.
Vraag 12
Deelt u de mening dat zolang de situatie rondom het transport van Venezolaanse olie,
waarvan het ook de vraag is wie de economische winst op strijkt, schimmig is en er
sterke vermoedens zijn dat internationale regelgeving niet goed wordt nageleefd, dit
transport niet via het Koninkrijk der Nederlanden zou moeten worden getransporteerd?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Zoals aangegeven onder vraag 6 is het onwenselijk dat zeeschepen zich niet aan de
internationale zeevaart regels houden. Daarom is hier, middels havenstaatcontrole,
op gehandhaafd en is het betreffende schip aangehouden. Zoals eerder aangegeven zijn
er op dit moment geen EU-sancties ten aanzien van Venezolaanse olie.
Vraag 13
Erkent u dat de olie in de Venezolaanse voorraden bij de meest vervuilende olie ter
wereld hoort, onder andere door de hoogste CO2-intensiteit en tweedehoogste methaanintensiteit van alle olieproducerende landen,
en dat de exploitatie van de Venezolaanse olievoorraden 13% van het resterende wereldwijde
koolstofbudget om onder de 1,5 graden opwarming te blijven in een keer zou opgebruiken?
Deelt u in dat licht de mening dat de Venezolaanse olie beter onder de grond blijft?
Antwoord 13
Het klopt dat de Venezolaanse olie tot de meest broeikas-intensieve olie ter wereld
behoort. Dat exploratie van die voorraden 13% van het resterende wereldwijde koolstofbudget
om onder de 1,5 graden opwarming te blijven zou opgebruiken, komt uit een analyse
van de koolstofboekhoud consultant Climate Partner in opdracht van The Guardian. Het is duidelijk dat een groot deel van de huidige fossiele voorraden, waaronder
olie, niet kan worden gebruikt als we de wereldwijde opwarming van de aarde tegen
het einde van deze eeuw willen beperken tot 1,5 graden.
Het is echter niet aan de Nederlandse regering om te bepalen wie welke olie nog zou
mogen oppompen. Het kabinet zet met name in op internationale afspraken over vermindering
van de uitstoot van broeikasgassen, de afbouw van fossiele subsidies en vermindering
van de vraag naar olie door de ontwikkeling van niet-fossiele energie- en grondstoffen,
efficiencyverbetering en recycling van koolstof.
Vraag 14
Deelt u de vaststelling dat de afhankelijkheid van olie weer maar eens tot gewelddadig
conflict geleid heeft? Deelt u de daaruit volgende conclusie dat Nederland haar klimaatplannen
moet bijstellen om nog sneller de afhankelijk van fossiele brandstoffen volledig af
te bouwen?
Antwoord 14
In het Klimaatplan 2025–2035 wordt reeds onderkend dat de energietransitie niet alleen
noodzakelijk is voor het klimaat en onze gezondheid, maar ook voor onze energieonafhankelijkheid,
onder meer via vermindering van de importafhankelijkheid van fossiele brandstoffen.
Het kabinet werkt daarnaast aan een kamerbrief over verantwoorde afbouw van fossiel,
die overzicht geeft over de verantwoorde afbouw van de verschillende fossiele energiedragers
in Nederland en de vraagstukken die hierbij komen kijken. Met deze brief geeft het
kabinet ook opvolging aan de motie van de leden De Groot en Grinwis over de gevolgen
van de afspraken in COP28 over «weg bewegen van fossiel» en de motie van het lid Kröger
c.s. over het afbouwen van fossiele brandstoffen als hoge prioriteit.8
Vraag 15
Heeft u contact met de autoriteiten op Curaçao over de onderhavige situatie? Zo nee,
waarom niet? Bent u bereid dit alsnog zo spoedig mogelijk te doen?
Antwoord 15
Er is op verschillende niveaus intensief contact met de autoriteiten op Curaçao. Dat
geldt overigens (op maritiem gebied) ook voor de andere landen en openbare lichamen
in het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Vraag 16
Kunt u voorgaande vragen afzonderlijk van elkaar binnen de gestelde termijn beantwoorden?
Antwoord 16
Dat is helaas niet gelukt De beantwoording heeft meer tijd gevraagd, mede door de
kabinetswissel en samenvoeging met antwoorden op andere Kamervragen. Ik verwijs hiervoor
ook naar de uitstelbrief verzonden aan de Kamer door collega van den Burg9.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede namens
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede namens
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
D. Yesilgöz-Zegerius, minister van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.