Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Westerveld over opvang op locaties op het water
Vragen van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Asiel en Migratie over opvang op locaties op het water (ingezonden 2 december 2025).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 20 maart 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 786.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Opvang gaat te water, veiligheid blijft aan wal: een
op de vijf asielschepen voldoet niet aan de eisen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u ervan de desbetreffende vastgoedondernemer in Terneuzen zich actief heeft
gemengd met het verzet tegen het openen van een asielzoekerscentrum (azc), specifiek
met winstbejag als doel, terwijl de gemeente al had gekozen voor een leegstaand bedrijfspand
als opvanglocatie?
Antwoord 2
In algemene zin staat het iedere ondernemer vrij om locaties aan het COA of de gemeente
aan te bieden. Tegelijkertijd zijn de signalen, zoals vermeld in de aangehaalde berichtgeving,
zorgelijk en betreur ik deze ten zeerste.
Om ongewenste beïnvloeding te voorkomen, heeft het COA een aantal waarborgen ingebouwd
om samen met een gemeente tot een locatiekeuze te komen. Het COA kijkt hierbij naar
objectieve criteria, zoals de prijs van een eventuele ontwikkeling en de afstand tot
voorzieningen zoals winkels en openbaar vervoer. Vaak vergelijkt het COA, samen met
de gemeente, verschillende locaties om tot een optimale locatiekeuze te komen.
Vraag 3
Deelt u de zorgen dat commerciële aanbieders door actieve beïnvloeding van bewoners
en lokale politici besluiten over asielopvang kunnen sturen richting voor hen financieel
aantrekkelijke, maar mogelijk minder veilige of realistische alternatieven? Acht u
dit een risico voor de integriteit van het proces en voor de zorgvuldige democratische
besluitvorming op lokaal niveau?
Antwoord 3
De signalen, zoals vermeld in het artikel, zijn zorgelijk. Voor zorgvuldige besluitvorming
in de gemeente is het van essentieel belang dat lokale politici zonder last hun werk
kunnen doen. Daarom is dit ook in de Grondwet en in de gemeentewet verankerd. Vanuit
het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt daarnaast geïnvesteerd
in de weerbaarheid en integriteit van het lokaal bestuur. Het Netwerk Weerbaar Bestuur
ondersteunt politieke ambtsdragers wanneer zij te maken krijgen met oneigenlijke druk
of beïnvloeding.
Verder is het in algemene zin noodzakelijk om minder afhankelijk te worden van commerciële
aanbieders van noodopvang. In dit verband werkt het COA hard om de afhankelijkheid
van noodopvang te verminderen. Door mijn ambtsvoorganger is toegezegd dat het COA
de ruimte krijgt om toe te groeien naar 70.000 reguliere plekken, onder voorwaarde
van overdraagbaarheid en opzegbaarheid. Daarnaast zijn in het coalitieakkoord meerjarig
financiële middelen beschikbaar gesteld voor een stabiele financiering van het COA.
De mogelijkheden voor langjarige planning door het COA worden hiermee vergroot. Hiertoe
wordt voorlopig ook de spreidingswet in stand gehouden. Op 27-2 werd de capaciteitsraming
2026 vastgesteld en gepubliceerd2. Wanneer er voldoende vast en flexibele COA-opvangplekken zijn wordt de inzet van
de spreidingswet overbodig.
Vraag 4
Bent u bereid om met gemeenten het gesprek aan te gaan over het risico van campagnes
door commerciële scheepsexploitanten of vastgoedeigenaren die reguliere azc-plannen
frustreren om hun eigen diensten te promoten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
In algemene zin is de insteek van het COA om dure noodopvangvoorziening zo snel mogelijk
af te bouwen en te vervangen door reguliere opvang. Dit is goed voor de bewoners,
de omgeving en is veel goedkoper. In dit proces onderhoudt het COA nauwe contacten
met de gemeente over de verschillende belangen die spelen rondom de realisatie. Ongewenste
beïnvloeding en commerciële belangen worden hier, indien noodzakelijk, ook in mee
genomen.
Vraag 5
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat de concurrentiestrijd door de toenemende
vraag naar asielboten ten koste gaat van de veiligheid op de opvanglocaties op water?
Zo ja, welke concrete stappen neemt u hiervoor?
Antwoord 5
Nee. Als het COA een opvanglocatie in gebruik neemt, dan wordt deze altijd gekeurd
en veilig bevonden. Aanvullend worden schepen die gebruikt worden voor de opvang van
asielzoekers periodiek gekeurd na ingebruikname.
Tegelijkertijd blijft het voor de asielzoekers, statushouders en de medewerkers van
het COA wenselijk om minder afhankelijk te zijn van noodopvangplekken op het water.
Door de hoge bezetting op COA-locaties, onder andere veroorzaakt door lange asielprocedures
en onvoldoende uitstroom naar gemeenten van statushouders, zit de opvang overvol.
Vraag 6 en 7
Kunt u aangeven hoeveel asielzoekers en hoeveel statushouders op dit moment verblijven
in een locatie op water?
Kunt u aangeven hoeveel kinderen op dit moment verblijven op opvanglocaties op water
en kunt u daarbij aangeven welke locaties dit zijn en of deze allemaal voldoen aan
de wettelijke veiligheids- en pedagogische eisen?
Antwoord 6 en 7
Medio februari verbleven er ruim 6.200 asielzoekers en 2.700 statushouders in asielopvang
op het water. Hiervan zijn 644 mensen jonger dan 18 jaar. Alle locaties voldoen aan
de veiligheidseisen die gesteld zijn aan opvang op schepen. De schepen worden periodiek
gekeurd. Een overzicht van de locaties is bijgevoegd aan dit schrijven. Alle schepen
zijn gecertificeerd en voldoen aan alle geldende veiligheidseisen. De IL&T voert regelmatig
inspecties uit. Eventuele aandachtspunten die tijdens deze controles worden geconstateerd,
worden direct opgepakt en zo snel mogelijk verholpen.
Vraag 8
Klopt het dat volgens de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ongeveer een vijfde
van de gecontroleerde asielboten niet voldoet aan de veiligheidsregels, en dat in
de afgelopen drie jaar in totaal 664 gebreken zijn geconstateerd? Zo ja, kunt u toelichten
om welke typen veiligheidsrisico’s het hierbij gaat?
Antwoord 8
De schepen die het COA, maar ook gemeenten, gebruiken voor de opvang van Oekraïense
ontheemden worden periodiek gekeurd. In deze keuringen komen aandachtspunten naar
voren die, afhankelijk van de ernst, opgelost moeten worden voordat de keuring met
goed gevolg doorlopen is. Het betrof voornamelijk operationele veiligheidsrisico’s
van gedragsmatige aard, zoals tijdelijke obstakels in vluchtroutes of struikelgevaar
door los geplaatste objecten. Brandveiligheid of constructieve veiligheid was daarbij
niet in het geding. Alle signalen uit de keuringen zijn door het COA opgevolgd.
Vraag 9
Hoe is de deskundigheid van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) sinds 2022
versterkt als het gaat om de kwaliteit van de asielopvang op locaties op water? Is
er hierbij specifiek aandacht voor de veiligheid van kinderen? Zo ja, op welke manier?
Antwoord 9
Sinds 2022 is de deskundigheid van het COA op het gebied van de opvang op waterlocaties
continu versterkt, met een speciale focus op de veiligheid van kinderen. De positie
en begeleiding van kinderen in noodopvang, en met name de kinderen op de schepen die
gebruikt worden voor opvang, worden voortdurend gemonitord en verbeterd. Dit sluit
aan bij de bredere verbeteringen die doorgevoerd worden voor kinderen in de noodopvang,
zoals beschreven in de brieven van 19 september 2025 en 6 november 20253.
Binnen de beperkingen van de beschikbare middelen heeft het COA onder andere geïnvesteerd
in contactpersonen voor kinderen, de aanleg van rust- en recreatieruimtes, en de toeleiding
naar onderwijs voor kinderen. Daarnaast is er specifieke aandacht voor zwemveiligheid,
waarbij bewoners worden geïnformeerd over de gevaren van water en verdrinking, en
zwemlessen worden georganiseerd voor kinderen vanaf 5 jaar. Deze initiatieven dragen
bij aan de algehele verbetering van de opvangkwaliteit voor kinderen, met specifieke
aandacht voor hun veiligheid in een omgeving die mogelijk extra risico’s met zich
meebrengt, zoals water en schepen.
Vraag 10
Klopt het dat exploitanten van cruiseboten jaarlijks gemiddeld 63.000 euro per opgevangen
asielzoeker ontvangen en dit vele malen duurder is dan opvang in een azc? Zo ja, wat
vindt u van de situatie waarbij het COA vanwege hun wettelijke taak noodgedwongen
is om bij commerciële scheepsexpoitanten plekken af te nemen en de gestegen kosten
voor rekening van de samenleving komen. Bent u het met ons eens dat dit ook afbreuk
doet aan het draagvlak voor opvang?
Antwoord 10
Helaas is het COA nog steeds afhankelijk van dure noodopvang op schepen. Op veel plekken
zien we dat er concrete ontwikkelingen lopen om deze noodopvang te vervangen door
reguliere asielopvang danwel alternatieve noodopvang op land. Dit kost echter tijd
omdat de reguliere of noodopvanglocatie vaak gebouwd of verbouwd moet worden. Het
vervangen van noodopvang door reguliere opvang heeft de absolute prioriteit. Zoals
toegezegd aan de kamer zal ik u hier periodiek over informeren.
Het COA werkt er hard aan om (kortdurende) noodopvang te vervangen door langjarige
reguliere opvang en dat is inderdaad noodzakelijk voor het behoud en het creëren van
draagvlak.
Vraag 11
Wat is uw appreciatie van het feit dat doordat boten niet openbaar worden aanbesteed,
onderhandelaars hogere prijzen kunnen vragen en bent u hierover in gesprek met het
COA?
Antwoord 11
Het COA heeft de afgelopen jaren het proces rondom het contracteren van schepen aangepast.
In 2022 werden de schepen inderdaad na een korte marktanalyse direct gecontracteerd.
Dit was toen noodzakelijk door het grote tekort aan opvangplekken. Momenteel worden
alle nieuw te contracteren schepen aanbesteed.
Vraag 12
Deelt u de mening dat het voor zowel de veiligheid van asielzoekers, maar ook vanwege
kostenaspect en draagvlak, zeer wenselijk is om asielopvang op het water af te schalen?
Zo ja, welke concrete stappen onderneemt u daartoe en wanneer? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Ja. In de brief van 25 november jl.4 is nader toelichting gegeven op de wijze waarop de moties van de heer van Dijk en
Van Nispen over het stoppen van commerciële noodopvang worden uitgevoerd en welke
knelpunten hierbij worden ervaren. Zoals hierboven aangegeven kost het realiseren
van reguliere opvangplekken tijd, waardoor het aantal noodopvangplekken nog niet direct
kan worden afgebouwd. Tegelijkertijd stijgt het aantal reguliere opvangplekken gestaag,
van circa 41.000 op 1 januari 2026 naar circa 51.000 plekken op 1 januari 2027. Zoals
hierboven vermeld zal dit nog niet voldoende zijn. Het COA heeft ruimte om toe te
groeien naar 70.000 reguliere plekken, onder voorwaarde van overdraagbaarheid en opzegbaarheid.
In het coalitieakkoord zijn meerjarig financiële middelen beschikbaar gesteld voor
een stabiele financiering van het COA. Hiermee worden de mogelijkheden voor langjarige
planning door het COA vergroot. Daarnaast wordt tevens de spreidingswet voorlopig
in standgehouden. Op 27-2 werd de capaciteitsraming 2026 vastgesteld en gepubliceerd5. Wanneer er voldoende vaste en flexibele COA-opvangplekken zijn wordt inzet van de
spreidingswet overbodig.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.