Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van der Werf en Bamenga over het bericht 'Israël: Artsen zonder Grenzen moet 28 februari uit Gaza weg zijn’
Vragen van de leden Van der Werf en Bamenga (beiden D66) aan de Minister en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over het bericht «Israël: Artsen zonder Grenzen moet 28 februari uit Gaza weg zijn» (ingezonden 3 februari 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) en van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking) (ontvangen 20 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat Artsen zonder Grenzen Gaza moet verlaten, omdat
Israël nieuwe eisen stelt aan humanitaire organisaties, waaronder het aanleveren van
persoonsgegevens van medewerkers?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u het eens dat het vertrek van Artsen zonder Grenzen uit Gaza desastreuze gevolgen
kan hebben voor de medische situatie in de Gazastrook, gezien het feit dat de organisatie
een aanzienlijk deel van de medische zorg, geboortezorg en de levering van schoon
drinkwater verzorgt in een reeds zwaar getroffen gezondheidsstelsel?
Antwoord 2
Het kabinet maakt zich zorgen over het besluit van Israël om verschillende internationale
ngo’s te weren. Professionele hulporganisaties, waaronder internationale ngo’s, de
Rode Kruis- en Rode Halve Maanbeweging en de VN-agentschappen, leveren cruciale humanitaire
hulp in de Gazastrook. Artsen zonder Grenzen speelt bijvoorbeeld evident een belangrijke
rol in de humanitaire en medische respons in Gaza. Het kabinet steunt deze organisaties
volledig.
Vraag 3
Heeft u, gezien het doelgericht aanvallen van hulpverleners in eerdere fasen van deze
oorlog, begrip voor het besluit van Artsen zonder Grenzen om persoonsgegevens van
lokale staf niet te delen met Israëlische autoriteiten, en acht u dit besluit gerechtvaardigd?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
We hebben begrip voor het besluit van Artsen zonder Grenzen om de gegevens niet te
delen. Het verzoek van Israël aan de internationale ngo’s om ook persoonsgegevens
van stafleden en hun families te delen strookt volgens de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens
hoogstwaarschijnlijk niet met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Vraag 4
Erkent u dat deze arbitraire vereisten van Israël bijdragen aan verdere ontwrichting
van de al ernstig afgeknepen humanitaire hulpverlening in Gaza? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Hulporganisaties hebben te maken met aanhoudende belemmeringen, naast de Israëlische
herregistratieplicht, waaronder de beperkte opening van grensovergangen en de restricties
voor de invoer van goederen die Israël als dual use ziet, waaronder onderdakmaterialen en bepaalde medische apparatuur. Nederland neemt
Israëlische veiligheidszorgen serieus maar ziet het besluit om internationale ngo’s
de toegang te ontzeggen niet als de juiste weg voorwaarts. Israël heeft daarbij de
verplichting om, conform het humanitair oorlogsrecht, de bevolking in de gehele Gazastrook
te voorzien van essentiële goederen en de levering van deze goederen door derden niet
te belemmeren.
Het Israëlische constitutionele hof deed op 27 februari jl. een voorlopige uitspraak
in de zaak die was aangespannen door 17 van de getroffen internationale ngo’s. Het
hof heeft besloten dat de 17 petitiepartijen niet mogen worden geweigerd uit de Palestijnse
Gebieden tot het hof hier een definitieve uitspraak over heeft gedaan. De voorlopige
voorziening heeft echter geen impact op reeds bestaande beperkingen voor hulporganisaties.
Daarmee neemt het de zorgen over deze kwestie – en over humanitaire toegang tot de
Palestijnse gebieden in den brede – niet weg.
Vraag 5
Heeft u deze arbitraire vereisten en de gevolgen daarvan al bij uw Israëlische collega’s
bekritiseerd? Zo ja, wat was hun reactie en welke concrete toezeggingen zijn daarbij
gedaan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Nederland heeft de zorgen over de herregistratieplicht afgelopen maanden veelvuldig
en op alle niveaus bij de Israëlische autoriteiten aangekaart.
Zo nam voormalig Minister van Buitenlandse Zaken Van Weel op 31 december jl. telefonisch
contact op met zijn Israëlische collega toen bekend werd dat Israël had besloten om
37 internationale ngo’s de toegang te ontzeggen. Voormalig Minister-President Schoof
riep de Israëlische president Herzog medio februari op de herregistratiewet niet te
implementeren. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft de kwestie bovendien aangekaart
bij de Israëlische Minister van Buitenlandse Zaken Sa’ar op 25 februari jl.
Vraag 6
Bent u bereid om in EU-verband en andere internationale fora te pleiten voor aanvullende
diplomatieke druk om deze maatregelen ongedaan te maken en humanitaire toegang tot
Gaza te herstellen? Zo ja, wanneer en op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Nederland blijft zich in EU- en multilateraal verband inzetten voor vrije, veilige
humanitaire toegang in de Palestijnse Gebieden, zoals ook is gebeurd tijdens de Europese
Raad van december vorig jaar. Tevens heeft Nederland tijdens de Raad Buitenlandse
Zaken van 23 februari jl. zorgen uitgesproken over de implementatie van de ngo-registratiewetgeving
en opgeroepen tot een gecoördineerd EU-optreden.
Vraag 7
Welke concrete diplomatieke actie onderneemt de regering richting Israël om humanitaire
toegang voor Nederlandse hulporganisaties te herstellen en om blijvende druk uit te
oefenen ten behoeve van de algemene humanitaire voorzieningen in Gaza?
Antwoord 7
Nederland benadrukt richting Israël dat het de VN, Rode Kruis- en Halve Maanbeweging
en internationale ngo’s veilige, ongehinderde toegang moet verschaffen tot de bezette
Palestijnse Gebieden en dringt erop aan dat Israël de herregistratieplicht, in de
vorm die door Israël nu wordt beoogd, van tafel haalt. Het kabinet zal zich hiervoor
blijven inspannen. Daarbij onderstreept Nederland dat door de maatregelen ook vertrouwde,
onafhankelijke en professionele partners van Nederland worden geraakt. Het kabinet
steunt het werk van de Nederlandse ngo’s onvoorwaardelijk. Het kabinet verzoekt de
Israëlische autoriteiten om het gesprek met de betreffende hulporganisaties aan te
gaan. Nederland onderhoudt voorts nauw contact met partnerorganisaties en met gelijkgestemde
landen over mogelijke handelingsopties. Zo sprak de Minister van Buitenlandse Handel
en Ontwikkelingssamenwerking op 24 februari jl. met directeuren van diverse Nederlandse
hulporganisaties op het kantoor van UNICEF NL over de herregistratieplicht.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.