Schriftelijke vragen : De wetenschappelijke onderbouwing van windturbinenormen, de bescherming van omwonenden en afstandsnormen
Vragen van het lid Van den Berg (JA21) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei en van Infrastructuur en Waterstaat over de wetenschappelijke onderbouwing van windturbinenormen, de bescherming van omwonenden en afstandsnormen (ingezonden 19 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de meest recente versie van de RIVM-factsheet over gezondheidseffecten
van windturbinegeluid en met de voorbereiding van nieuwe landelijke windturbinenormen?
Vraag 2
Kunt u aangeven welke inhoudelijke wijzigingen sinds 2021 in deze factsheet zijn aangebracht,
welke nieuwe wetenschappelijke inzichten daarbij zijn betrokken en op welke wijze
die wijzigingen zijn verwerkt in de voorbereiding van nieuwe windturbinenormen?
Vraag 3
Kunt u uiteenzetten welke internationale wetenschappelijke literatuur sinds 2022 door
het RIVM en het Expertisepunt Windenergie en Gezondheid is betrokken bij de advisering
over windturbinegeluid, en kunt u daarbij specifiek ingaan op het Duitse Umweltbundesamt-onderzoek
uit 2022 naar hinder van moderne windturbines?
Vraag 4
Op welke wijze is dit Duitse Umweltbundesamt-onderzoek betrokken bij het plan-MER,
de nota van toelichting en de voorbereiding van de nieuwe landelijke windturbinenormen?
Vraag 5
Welke blootstelling-responsrelatie ligt thans ten grondslag aan de in het ontwerpbesluit
en het plan-MER beschouwde normopties voor windturbinegeluid?
Vraag 6
Kunt u per beschouwde normoptie, waaronder in ieder geval 37, 40, 43, 45, 47 en 50
dB Lden, aangeven welk percentage ernstige hinder binnenshuis en, indien beschikbaar, buitenshuis
daarbij volgens de door het kabinet gebruikte modellen hoort?
Vraag 7
Kunt u bevestigen dat in de toelichting bij de nieuwe normering 45 dB Lden wordt gekoppeld aan een lager percentage ernstige hinder binnenshuis dan 47 dB Lden, en kunt u exact uiteenzetten welke beleidsmatige en wetenschappelijke afweging ten
grondslag ligt aan de uiteindelijke normkeuze?
Vraag 8
Bent u bereid een onafhankelijke wetenschappelijke beoordeling te laten uitvoeren
van de door Leonard Baart de la Faille gepubliceerde omzetting van de Duitse dosis-effectrelatie
naar de Nederlandse systematiek, en de Kamer over de uitkomsten daarvan te informeren?
Vraag 9
Waarom kiest het kabinet bij windturbinegeluid voor normering op basis van Lden en Lnight, en welke alternatieven, zoals aanvullende maximum- of gebeurtenisnormen, zijn onderzocht
om met name slaapverstoring beter te adresseren?
Vraag 10
Welke praktijkgegevens over klachten, hinder, slaapverstoring, handhaving en ervaren
overlast rond bestaande windparken zijn betrokken bij de voorbereiding van de nieuwe
normen?
Vraag 11
Klopt het dat het RIVM momenteel een nieuw blootstelling-responsonderzoek uitvoert
waarvan de resultaten eind 2026 worden verwacht, terwijl de beoogde inwerkingtreding
van de definitieve windturbinenormen uiterlijk per 1 januari 2027 is voorzien?
Vraag 12
Hoe waarborgt u dat de resultaten van dit blootstelling-responsonderzoek nog daadwerkelijk
en zorgvuldig kunnen worden meegewogen bij de definitieve vaststelling van de normen?
Vraag 13
Worden in dit blootstelling-responsonderzoek ook personen betrokken die na plaatsing
van windturbines zijn verhuisd wegens ervaren overlast, en zo nee, op welke wijze
wordt mogelijke selectiebias dan ondervangen?
Vraag 14
Bent u bekend met het besluit van provinciale staten van Gelderland om voor nieuwe
windturbines uit te gaan van een minimale afstand van twee keer de tiphoogte tot geluidsgevoelige
gebouwen, en met het voorstel om deze afstandsnorm in de Omgevingsverordening Gelderland
op te nemen?
Vraag 15
Hoe beoordeelt u deze Gelderse afstandsnorm in het licht van de bescherming van omwonenden
tegen hinder en slaapverstoring door windturbines?
Vraag 16
Waarom is bij de voorbereiding van landelijke windturbinenormen niet gekozen voor
een expliciete minimale afstandsnorm, terwijl een provincie als Gelderland daar inmiddels
wel toe overgaat dan wel deze norm concreet heeft voorgesteld?
Vraag 17
Bent u bereid expliciet te onderzoeken en uit te spreken of naast geluidsnormen ook
een landelijke minimale afstandsnorm voor windturbines wenselijk en juridisch houdbaar
is?
Vraag 18
Welke instructies, handreikingen of tijdelijke beleidskaders gelden in de tussenperiode
voor gemeenten en provincies die besluiten nemen over windprojecten, zodat ook op
lokaal niveau wordt aangesloten bij de meest recente stand van de wetenschap?
Vraag 19
Bent u bereid de Kamer te informeren over de vraag of en, zo ja, in welke gevallen
decentrale overheden vooruitlopend op de nieuwe landelijke normstelling eigen normen
of vergunningvoorwaarden hanteren?
Vraag 20
Bent u bereid geen onomkeerbare keuzes in de definitieve landelijke normstelling te
maken voordat de Kamer expliciet is geïnformeerd over de betekenis van nieuwe wetenschappelijke
inzichten voor de bescherming van omwonenden?
Vraag 21
Deelt u de opvatting dat bij normstelling rond windturbinegeluid en afstandsnormen
maximale transparantie over gebruikte wetenschappelijke bronnen, aannames en hinderpercentages
noodzakelijk zijn om het vertrouwen van omwonenden in de overheid te versterken?
Ondertekenaars
Daniël van den Berg, Tweede Kamerlid