Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op van de vragen die de leden Inge van Dijk, Steen en Struijs over het bericht 'Grote onwetendheid en zorgen over risico’s aflopende aflossingsvrije hypotheek
Vragen van de leden Inge van Dijk, Steen (beiden CDA) en Struijs (50PLUS) aan de Ministers van Financiën en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over het bericht «Grote onwetendheid en zorgen over risico’s aflopende aflossingsvrije hypotheek» (ingezonden 11 februari 2026).
Antwoord van Minister Heinen (Financiën) (ontvangen 19 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het in het artikel aangehaalde onderzoek van Van Bruggen Adviesgroep,
waaruit blijkt dat er bij huishoudens met een aflossingsvrije hypotheek sprake is
van een groot kennisgebrek over hun financiële situatie en de gevolgen van het aflopen
van deze hypotheekvorm?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het artikel en het onderzoek.
Vraag 2
Deelt u de zorgen over dit gebrek aan kennis en de potentiële impact daarvan, met
name voor mensen in de leeftijd vanaf 57 jaar, omdat het aflopen van de aflossingsvrije
hypotheek kan betekenen dat de maandlast stijgt doordat er moet worden afgelost, of
zelfs geen nieuwe financiering verkregen kan worden op basis van een lager toetsinkomen
in het zicht van pensioen?
Antwoord 2
Ja, ik deel uw zorgen. Ruim 2,5 miljoen mensen in Nederland hebben een (deels) aflossingsvrije
hypotheek. Het is belangrijk dat klanten kennis hebben van de kenmerken en risico’s
van de (deels) aflossingsvrije hypotheek. Voor een meerderheid van de klanten zal
gelden dat er nu of in de toekomst geen problemen ontstaan met het voldoen aan de
financiële verplichtingen. Echter, een aflossingsvrije hypotheek kan voor individuele
huishoudens verhoogde financiële risico’s met zich meebrengen. Aan het einde van de
looptijd van de hypotheek kan de situatie ontstaan dat een klant de hypotheek niet
uit inkomen of ander vermogen dan de eigen woning kan herfinancieren of aflossen,
wat ertoe kan leiden dat de woning verkocht moet worden, al dan niet met een restschuld.
Terugval van inkomen na pensionering kan deze risico’s vergroten. De Autoriteit Financiële
Markten (AFM) heeft in 2021 onderzoek gedaan naar deze risico’s. Hieruit bleek dat
ongeveer 78.000 huishoudens het risico lopen dat ze hun aflossingsvrije hypotheek
niet kunnen herfinancieren op het moment dat deze afloopt, en een deel hiervan met
een restschuld achterblijft.2 Het is mogelijk dat de omvang van deze groepen inmiddels is gewijzigd vanwege ontwikkelingen
in onder andere lonen, woningprijzen en rentes.
De daadwerkelijke risico’s per individueel huishouden verschillen. Het is daarom belangrijk
dat de kredietaanbieder hier zicht op heeft. De AFM ziet erop toe dat aanbieders van
hypothecair krediet het klantbelang centraal stellen. De AFM verwacht daarbij van
aanbieders dat ze zich inspannen om klanten met een aflossingsvrije hypotheek te benaderen
om meer inzicht te krijgen in hun financiële situatie om zo eventuele betaalbaarheidsrisico’s
vroegtijdig te kunnen signaleren. De AFM verwacht van aanbieders dat hun klanten,
voor zover de aflossingsvrije hypotheek nu en in de toekomst betaalbaar is, zorgeloos
kunnen blijven wonen. Na het startschot met de campagne «Word ook aflossingsblij»
in 2018 hebben kredietaanbieders tot eind 2024 1,76 miljoen klanten benaderd over
mogelijke risico’s van hun aflossingsvrije hypotheek. 744.000 klanten ondernamen in
die periode acties om hun financiële situatie te verbeteren.
Kredietaanbieders moeten klanten met een aflossingsvrije hypotheek blijven benaderen
om potentiële betaalbaarheidsrisico’s aan het einde van de aflossingsvrije looptijd
in beeld te brengen en klanten een handelingsperspectief te bieden. Ook hypotheekadviseurs
kunnen hier een rol in spelen. Daarnaast is het verstandig als consumenten zelf het
gesprek aangaan met hun aanbieder of adviseur. Ik constateer dat het genoemde onderzoek
erop wijst dat er nog steeds onwetendheid en zorgen bestaan onder mensen over de risico’s
van een aflopende aflossingsvrije hypotheek. Zoals aangegeven deel ik uw zorg hierover
en ik vind het daarom belangrijk dat aanbieders en adviseurs klanten blijven benaderen
en activeren, en dat de AFM hier aandacht aan blijft besteden in haar toezicht.
Vraag 3
Deelt u de mening dat er meer bewustwording nodig is rondom de risico’s van aflossingsvrije
hypotheken, zeker nu de druk vanuit toezichthouders toeneemt om de omvang van deze
hypotheekvorm verder te beperken?
Antwoord 3
Het is belangrijk dat aanbieders en adviseurs klanten met een aflossingsvrije hypotheek
blijven benaderen en waar nodig activeren, en dat de AFM hier aandacht aan blijft
besteden in haar toezicht. Uit het eerder aangehaalde onderzoek van de AFM blijkt
dat een deel van de klanten betaalbaarheidsrisico’s loopt, maar dat de meeste mensen
met een aflossingsvrije hypotheek niet in betaalbaarheidsproblemen komen. Op het moment
dat de aflossingsvrije hypotheek afloopt, zal de aanbieder moeten bepalen of een nieuwe
financiering mogelijk is. Ik vind het belangrijk dat klanten waarvan de hypotheeklasten
betaalbaar zijn – ook wanneer de aflossingsvrije hypotheek afloopt – zorgeloos kunnen
blijven wonen.
Vraag 4
Bent u bereid om in gesprek te gaan met hypotheekverstrekkers en andere betrokken
partijen om proactieve informatievoorziening richting huishoudens met een aflossingsvrije
hypotheek te verbeteren, bijvoorbeeld door het starten van een nieuwe publiekscampagne,
naar analogie van de in 2017 gelanceerde campagne «Wordt ook aflossingsvrij»?
Antwoord 4
Het is aan aanbieders en adviseurs om klanten te benaderen en waar nodig te activeren
en aan de AFM om hier toezicht op te houden. Ik vind het belangrijk dat deze partijen
hiermee doorgaan en blijf daarover met hen in gesprek.
Vraag 5 en 6
Herkent u het beeld dat met name bij oudere huishoudens sprake is van een stapeling
van effecten (beperking aflossingsvrije hypotheek, inkomensnorm op basis van een lager
pensioeninkomen, het deels wegvallen van hypotheekrenteaftrek na 30 jaar), waardoor
het lastiger wordt om een hypotheek aan te vragen, over te sluiten of aan te passen?
Ziet u ook het risico dat mensen, om de hogere woonlasten te voorkomen, zo lang mogelijk
in de huidige woning blijven wonen wat de de doorstroming op de woningmarkt kan belemmeren
en wat ervoor zorgt dat ouderen niet in de woning terecht kunnen komen die het meest
geschikt voor ze is?
Antwoord 5 en 6
Een hypotheek is een langlopende financiële verplichting, die voor veel mensen doorloopt
nadat zij met pensioen gaan. Omdat veel mensen te maken krijgen met een lager inkomen
na pensionering moeten kredietaanbieders niet alleen beoordelen of de hypotheek nu
financieel verantwoord is, maar ook na pensionering. Daarnaast geldt dat in 2031 en
de jaren daarna mensen met een aflossingsvrije hypotheek het recht op hypotheekrenteaftrek
verliezen. Deze zaken kunnen doorwerken in een nieuwe kredietbeoordeling: mensen kunnen
mogelijk minder lenen door een lager pensioeninkomen terwijl de netto hypotheeklasten
in de toekomst juist toenemen. Mede tegen deze achtergrond besteden de Europese Centrale
Bank (ECB) en De Nederlandsche Bank (DNB) nadere aandacht aan aflossingsvrije hypotheken
in hun toezicht. DNB geeft aan dat het aannemelijk is dat dit zal leiden tot een verdere
afname van de aflossingsvrije hypotheekschuld in Nederland.3
Door de combinatie van deze factoren kan het voor sommige huishoudens, bijvoorbeeld
bij huishoudens met een laag pensioeninkomen, lastiger worden om een hypotheek te
verkrijgen, over te sluiten of aan te passen. Het moet voorkomen worden dat mensen
bij het aangaan van een hypotheek onverantwoorde financiële risico’s aangaan. Ik vind
het tegelijkertijd belangrijk dat mensen de stap naar een nieuwe woning kunnen maken
als ze dat willen en dit voor hen financieel verantwoord is. Hiertoe zijn de afgelopen
jaren ook verschillende goede stappen gezet, bijvoorbeeld met de werkelijkelastentoets
voor senioren bij doorstroming naar een goedkopere woning.
Vraag 7
Bent u bekend met signalen dat de Europese Centrale Bank het toezicht op aflossingsvrije
hypotheken verder wil aanscherpen waardoor ouderen nog meer beperkingen opgelegd krijgen
met betrekking tot het mogen aanhouden van aflossingsvrije hypotheken?
Antwoord 7
Ja, ik ben daarmee bekend en volg de ontwikkelingen nauwgezet. Banken zijn op grond
van de Wet op het financieel toezicht verplicht om de risico’s die zijn verbonden
aan hun dienstverlening op adequate wijze te beheersen. De ECB en DNB houden daar
prudentieel toezicht op. DNB besteedt, voor banken samen met de ECB, in haar toezicht
nadere aandacht aan de risico’s van aflossingsvrije hypotheken voor financiële instellingen.
Ik sta met DNB in contact over de maatregelen en de gevolgen en volg de ontwikkelingen
zoals aangegeven nauwgezet. De AFM ziet erop toe dat kredietaanbieders het klantbelang
centraal blijven stellen. Ook met hen sta ik in contact over de gevolgen van de maatregelen.
Vraag 8
Zo ja, bent u bereid de mogelijke impact hiervan te laten onderzoeken, waarbij onder
meer wordt gekeken naar de gevolgen voor individuele huishoudens, de doorstroming
op de woningmarkt en het systeemrisico voor de bankensector in Nederland?
Antwoord 8
De ECB en DNB zijn onafhankelijk in hun toezicht en in de maatregelen die zij opleggen
aan banken. Ik vind het belangrijk dat de prudentiële toezichthouders daarbij zicht
hebben op de bredere gevolgen van hun maatregelen en deze in ogenschouw nemen. Het
gaat in dit geval om de gevolgen van maatregelen voor de maandlasten van groepen huishoudens
en de doorstroming op de woningmarkt. Ik ben hierover met DNB in gesprek.
De AFM heeft aangegeven dat zij van aanbieders verwacht dat klanten voor wie de aflossingsvrije
hypotheek nu en in de toekomst betaalbaar is (bijvoorbeeld op moment van herfinanciering),
zorgeloos kunnen blijven wonen. De AFM heeft daarbij aangegeven dat het belangrijk
is dat hypotheekaanbieders hun bestaande hypotheekklanten met aflossingsvrije hypotheken
zorgvuldig blijven behandelen en dat klanten niet onevenredig worden getroffen door
eventuele maatregelen om risico’s te beheersen. Omdat de AFM erop toeziet dat aanbieders
het klantbelang centraal blijven stellen, bijvoorbeeld in de context van het terugbrengen
van het volume van aflossingsvrije hypotheken, vind ik het belangrijk dat er nauw
contact is tussen de ECB, DNB en de AFM over de maatregelen en de bredere gevolgen
hiervan.
Vraag 9
Hoe weegt u het risico van aflossingsvrije hypotheken in Nederland in relatie tot
deze risico’s in andere Europese landen onder meer gezien ons pensioenstelsel en de
daarmee samenhangende financiële buffers?
Antwoord 9
Het is van belang om in de beoordeling van financiële stabiliteitsrisico’s in brede
zin te kijken naar het vermogen dat tegenover de (aflossingsvrije) hypotheekschuld
staat, omdat bij aflossingsvrije hypotheken de opbrengst bij verkoop de primaire bron
is van afbetaling van de lening.
Door de jaren heen zijn er verschillende maatregelen genomen die de risico’s voor
huishoudens en de bredere prudentiële risico’s van aflossingsvrije hypotheken beperken.
Daarbij doel ik naast de doorlopende toezichtinspanningen onder andere op de introductie
van de fiscale en niet-fiscale aflossingseisen en de verlaging van de loan-to-value-limiet.4 Mede hierdoor heeft er een relatieve groei plaatsgevonden van aflossende hypotheken,
zoals annuïtaire, en is er de afgelopen jaren een dalende trend waarneembaar in het
aandeel aflossingsvrije schuld van de totale hypotheekschuld.
Er kan een hoger risico verbonden zijn aan aflossingsvrije hypotheken, omdat er gedurende
de looptijd niet wordt afgelost. Ook hebben aanbieders beperkt inzicht in de capaciteit
van huishoudens om ook na pensionering aan de financiële verplichtingen te voldoen.
Tegelijkertijd constateer ik dat er relatief veel vermogen tegenover de nog uitstaande
aflossingsvrije hypotheekschuld staat en dat er bij relatief veel (deels) aflossingsvrije
hypotheken aanzienlijke overwaarde is. Zo hebben (deels) aflossingsvrije hypotheken
in Nederland doorgaans een lage loan-to-value-ratio (wat betekent dat de hoogte van de hypotheek ten opzichte van de waarde van
de woning relatief laag is): twintig procent van de hypotheken op de Nederlandse markt
heeft een loan-to-value-ratio van hoger dan 75 procent, terwijl dit bij aflossingsvrije leningen maar zo’n
zeven procent van het totale aantal is.
Vraag 10
Welke actie wilt u gaan ondernemen om aantrekkelijke hypotheekproducten, zoals doorstroomhypotheken,
voor ouderen verder te gaan brengen zoals opgenomen in het regeerakkoord? Momenteel
zijn zulke producten in de markt nog te beperkt aanwezig en doorstroming wordt hierdoor
belemmerd.
Antwoord 10
In het Coalitieakkoord 2026–2030 is aangegeven dat met een doorstroombank of aantrekkelijk
hypotheekproduct voor ouderen (doorstroomhypotheek) stenen makkelijker in geld worden
omgezet. De aandacht vanuit het Coalitieakkoord voor doorstroming en hypotheken voor
ouderen sluit aan bij al ondernomen acties, zoals via het Convenant Ouderen en toekomstbestendig
wonen.5 De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zal de Kamer rond de zomer
informeren over de status van het verbeteren van de doorstroommogelijkheden voor ouderen.6
Ondertekenaars
E. Heinen, minister van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.