Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bikker en Dobbe over het onderzoek van de Consumentenbond naar tekortkomingen in de bescherming van online gokkers en de lopende massaclaim van de Consumentenbond
Vragen van de leden Bikker (ChristenUnie) en Dobbe (SP) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over het onderzoek van de Consumentenbond naar tekortkomingen in de bescherming van online gokkers en de lopende massaclaim van de Consumentenbond (ingezonden 13 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 17 maart
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1234.
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «Verboden trucs in legale online casino’s: massaclaim
in de maak»1 en «Consumenten voor totaalverbod gokreclame én betere bescherming»2?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe weegt u het feit dat 84% van door de Consumentenbond onderzochte populatie een
totaalverbod op gokreclame steunt en 88% betere bescherming tegen dark patterns verlangt?
Antwoord 2
De in het bericht van de Consumentenbond genoemde cijfers geven een belangrijk signaal
af over maatschappelijke zorgen rond gokken. Ik neem dergelijke signalen serieus en
betrek deze bij de uitwerking van de door mijn voorganger aangekondigde maatregelen
rond kansspelen op afstand.3
Vraag 3
Kunt u expliciet aangeven of u van oordeel bent dat de Wet kansspelen op afstand,
zoals deze sinds 2021 wordt uitgevoerd, onvoldoende bescherming biedt aan kwetsbare
spelers en waarop u dat oordeel baseert?
Antwoord 3
De Wet op de Kansspelen, zoals deze in 2021 is gewijzigd met de Wet kansspelen op
afstand (hierna: Wet koa), biedt onvoldoende bescherming aan kwetsbare spelers. Dit
is ook de algemene conclusie in de evaluatie van de Wet koa.4 Daarin concluderen de onderzoekers dat de invoering van de Wet koa tot op heden (nog)
niet heeft bijgedragen aan een verantwoord en controleerbaar kansspelaanbod. Ook heeft
het beleid volgens de onderzoekers geleid tot een grote groep nieuwe spelers, waaronder
relatief veel jongvolwassenen. De Wet koa heeft wel geleid tot een betrouwbaar aanbod
en tot een mate van controleerbaarheid en controle die groter is dan bij illegaal
aanbod het geval is, aldus de onderzoekers. Daarnaast blijkt uit een analyse van TNO
dat online gokken een systeem is met een sterke neiging tot escalatie, aangedreven
door positieve feedbackloops in zowel vraag als aanbod. Volgens TNO zijn de beschermende
maatregelen tegen onmatig speelgedrag en ter preventie van verslaving niet in staat
gebleken deze zelfversterkende feedbackloops afdoende te bedwingen.5
Vraag 4
Bent u het ermee eens dat de belofte van «veilig en gecontroleerd» online gokken niet
is waargemaakt, nu structureel sprake is van toenemende gokverslavingen, ernstige
financiële schade bij gedupeerde burgers en het gebruik van gedragsbeïnvloedende technieken
door legale aanbieders?
Antwoord 4
Zoals ik hiervoor in het antwoord op vraag 3 heb genoemd, biedt de Wet koa onvoldoende
bescherming aan kwetsbare spelers. De Wet koa ging uit van de eigen verantwoordelijkheid
van de speler en de bescherming beperkte zich daarbij tot consumenten en het voorkomen
van kansspelverslaving. De toen gekozen insteek blijkt problematisch te zijn, zo blijkt
uit de evaluatie van de Wet koa, en betere bescherming is nodig.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat het toepassen van dergelijke gedragsbeïnvloedende technieken
door vergunninghoudende gokbedrijven onverenigbaar is met hun zorgplicht, juist omdat
zij aantoonbaar bijdragen aan problematisch speelgedrag?
Antwoord 5
Onderzoeksbureau Behavioural Insights heeft in opdracht van de Ksa onderzoek gedaan
naar gedragsbeïnvloeding op bepaalde online kansspelplatformen. Uit het rapport, dat
in september 2025 is opgeleverd, komt naar voren dat online kansspelaanbieders zowel
op positieve als negatieve wijze gebruik maken van gedragsbeïnvloeding om het gedrag
van consumenten te sturen. Positieve gedragsbeïnvloeding zijn bijvoorbeeld ontwerptechnieken
om mensen te helpen weloverwogen keuzes te maken. Negatief bijvoorbeeld als de beslisomgeving
wordt ingericht met als doel om mensen zo veel mogelijk te laten inzetten of zo lang
mogelijk te laten spelen. Dit laatste is kwalijk en onwenselijk in het kader van bescherming
van mensen tegen gokschade.
Vraag 6
Is het ontbreken van een expliciet wettelijk verbod op dark patterns een lacune in
de bescherming van burgers die actief zijn op online gokplatforms? Zo ja, hoe en op
welke wijze en termijn bent u van plan dit probleem aan te pakken?
Antwoord 6
Bij de uitwerking van de aangekondigde maatregelen wordt ook gekeken naar de gedragsbeïnvloedende
technieken die worden toegepast en of het noodzakelijk is om daar de wet- en regelgeving
op aan te passen. Hier kan ik nu nog niet op vooruitlopen.
Vraag 7 en 8
Hoe beoordeelt u de vaststelling van de Consumentenbond dat meerdere legale aanbieders
werken met oneerlijke standaardinstellingen en extreem hoge speellimieten, en kunt
u bevestigen of dit naar uw oordeel in strijd is met geldende wet- en regelgeving?
Kunt u concreet aangeven welke maximale speellimieten en welke uitgangspunten voor
standaardinstellingen momenteel wettelijk of beleidsmatig gelden, en waarom deze niet
hebben voorkomen dat spelers gemiddeld duizenden euro’s verliezen?
Antwoord 7 en 8
Het onderzoek van de Consumentenbond waarin extreem hoge speellimieten en oneerlijke
standaardinstellingen werden vastgesteld is gepubliceerd in november 2023. Inmiddels
is de regelgeving op dit onderwerp aangepast en zijn op 1 oktober 2024, vooruitlopend
op de evaluatie van de Wet koa, maatregelen ingevoerd op het gebied van speellimieten
en spelersbescherming.6 Op basis van de Regeling speellimieten en bewuster speelgedrag en de Beleidsregel
Verantwoord Spelen 2024 van de Ksa gelden stortingslimieten waarbij spelers worden
verplicht contact op te nemen met de vergunninghouder wanneer zij een maandelijkse
stortingslimiet van 350 euro of hoger willen instellen (150 euro voor jongvolwassenen
tot 24 jaar) en waarbij de vergunninghouder verplicht is de financiële draagkracht
van een speler na te gaan wanneer deze meer dan 700 euro in de maand stort (300 euro
voor jongvolwassenen tot 24 jaar). Daarnaast geldt op basis van deze maatregelen dat
het instellen van limieten plaats dient te vinden in een neutrale keuzearchitectuur,
waarbij de speler zo min mogelijk wordt beïnvloed door gedragsbeïnvloedingstechnieken.
Oneerlijke standaardinstellingen of extreem hoge speellimieten zijn binnen deze regelgeving
niet meer toegestaan. Verder dienen limieten verplicht in euro’s te worden weergegeven
en gelden verplichte pop-ups tijdens het spelen. Uit de effectmetingen van de Ksa
blijkt dat deze maatregelen effect hebben omdat spelers bij vergunde aanbieders minder
hoge limieten instellen en minder verliezen na de genoemde wijziging van de regelgeving.
Dit is uiteengezet in de brief aan uw Kamer op 3 juli 2025.7
De Ksa houdt toezicht op de naleving van deze regelgeving en treedt op bij overtredingen,
zoals bij de recente bindende aanwijzing voor Hillside in het kader van de zorgplicht
en nagaan van de draagkracht van spelers.8
Vraag 9
Hoe vaak heeft de Kansspelautoriteit sinds 2021 handhavend opgetreden tegen legale
aanbieders wegens schending van de zorgplicht, en kunt u daarbij per jaar aangeven
hoeveel waarschuwingen, boetes en vergunningmaatregelen zijn opgelegd? Acht u deze
handhavingspraktijk, bezien in het licht van de huidige maatschappelijke schade en
de lopende massaclaim, voldoende afschrikwekkend, en zo ja, waarom?
Antwoord 9
In 2023, 2024 en 2025 heeft de Ksa het volgende aantal waarschuwingen gegeven en boetes
opgelegd aan vergunde aanbieders:
Interventie
2025
2024
2023
Waarschuwingen
38
37
16
Boetes
5
2
8
Een groot deel van het aantal waarschuwingen aan de legale aanbieders had betrekking
op de zorgplicht. Ook hebben alle vijf boetes in 2025 betrekking gehad op overtredingen
van de zorgplicht. Gezien de lange doorlooptijden van boetetrajecten, hebben de boetes
van 2025 betrekking op overtredingen van de zorgplicht die plaatsvonden na de opening
van de markt in 2021 t/m 2023. Een aantal onderzoekdossiers in het kader van de zorgplicht
wacht nog op een mogelijke handhavingsactie van de Ksa. Naast waarschuwingen en boetes
maakt de Ksa ook gebruik van lasten onder dwangsom, aanwijzingen en normoverdragende
gesprekken als handhavingsopties om ervoor te zorgen dat de legale aanbieders zich
houden aan de zorgplichtregels. Als in de vraagstelling met «vergunningsmaatregelen»
intrekking van de vergunning wordt bedoeld, dan is het antwoord dat dit niet heeft
plaatsgevonden.
Het is aan de Ksa of en hoe zij in een individueel geval handhaven. Ik kan geen uitspraken
doen over of de huidige handhavingspraktijk al dan niet voldoende afschrikwekkend
is. Wel erken ik dat het instrumentarium van de Ksa voor toezicht en handhaving op
vergunde aanbieders verbetering behoeft. In het traject tot wijziging van wet- en
regelgeving van online kansspelen wordt dit meegenomen. Daarnaast kan de aanscherping
van de zorgplicht waaraan ik eveneens werk ook bijdragen aan verbeterde toezicht en
handhaving.
Vraag 10
Deelt u de juridische opvatting dat het structureel schenden van de zorgplicht en
het toepassen van verboden of misleidende technieken kan worden aangemerkt als onrechtmatig
handelen, met als mogelijke consequentie ongeldigverklaring van contracten en schadevergoeding
aan gedupeerden?
Antwoord 10
Dit zal per individueel geval moeten worden bekeken en hangt af van hetgeen, bijvoorbeeld
ongeldigverklaring van contracten en schadevergoeding, daadwerkelijk wordt geëist
in een juridische procedure. Een oordeel hierover is aan de rechter. In het kader
van het traject tot wijziging van wet- en regelgeving op het gebied van kansspelen
op afstand onderzoek ik in hoeverre de rechtspositie van spelers van online kansspelen
kan worden verbeterd bij (gestelde) schending van de zorgplichtregels en regels rond
verslavingspreventie.
Vraag 11
Welke concrete gevolgen zou een rechterlijke vaststelling van dergelijk onrechtmatig
handelen volgens u moeten hebben voor de vergunningverlening, verlenging of intrekking
bij betrokken aanbieders?
Antwoord 11
Het is niet aan mij is om te besluiten over het schorsen of intrekken van een vergunning.
Deze besluiten zijn aan de Ksa, als onafhankelijk toezichthouder en zelfstandig bestuursorgaan.
Zoals ook in de beantwoording van eerdere Kamervragen is genoemd, kan de Ksa besluiten
een vergunning in te trekken indien nieuwe informatie of antecedenten met betrekking
tot een vergunninghouder leiden tot het inzicht dat de vergunning toentertijd niet
zou zijn verstrekt.9 Daarnaast zal de Ksa de toezichtservaring over de voorgaande vergunningsperiode met
betrekking tot een vergunninghouder meewegen in de beoordeling van verlengingsaanvragen.
Onder andere worden overtredingen en het gedrag van vergunninghouders tijdens de huidige
vergunningsperiode mee gewogen in de beoordeling.
Vraag 12
Kunt u concreet aangeven welke aanvullende wettelijke maatregelen u op korte termijn
zult nemen om de zorgplicht van online kansspelaanbieders afdwingbaar te versterken,
en op welke termijn de Kamer hierover voorstellen kan verwachten?
Antwoord 12
Momenteel werk ik de aangekondigde maatregelen rond kansspelen op afstand uit, waaronder
aanscherping van de zorgplicht. Mijn voorganger heeft met de Kamer het streven gedeeld
om uw Kamer dit voorjaar te informeren over richtinggevende keuzes die in het kader
van de maatregelen zijn gemaakt. Daarbij wordt uw Kamer ook geïnformeerd over de planning
van het wetgevingstraject. Wat betreft de zorgplicht geldt dat een onafhankelijke
expertgroep werkt aan het doen van aanbevelingen op dit terrein. Deze aanbevelingen
worden in de zomer van 2026 verwacht en meegenomen in het wetgevingstraject.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.