Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kathmann en Dassen over de beschuldigingen van de Verenigde Staten richting de Nederlandse toezichthouders en NGO’s die toezien op het handhaving van de Digital Services Act
Vragen van de leden Kathmann (GroenLinks-PvdA) en Dassen (Volt) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Ministers van Economische Zaken en van Buitenlandse Zaken over de beschuldigingen van de Verenigde Staten richting de Nederlandse toezichthouders en NGO’s die toezien op het handhaving van de Digital Services Act (ingezonden 12 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aerdts (Economische Zaken en Klimaat), mede namens de
Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 16 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het onderzoek van de Justitiecommissie van het Amerikaanse Huis
van Afgevaardigden, waarin Nederlandse en Europese organisaties onder vuur worden
genomen vanwege hun rol bij de handhaving van de Digital Services Act (DSA)?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u eveneens bekend met de reactie van Bits of Freedom en Justice for Prosperity?
Wat is hierop uw reactie?2
Antwoord 2
Ja. Het kabinet onderschrijft het belang van de handhaving van Europese digitale wetgeving.
Toezichthouders en NGO’s spelen een belangrijke rol hierin en het kabinet zet zich
ervoor in dat zij hun wettelijke en maatschappelijke taken zonder belemmering kunnen
uitvoeren.
Vraag 3
Hoe reageert u op de aantijgingen die in het rapport worden gemaakt, waaronder richting
de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en NGO’s als Bits of Freedom en Justice for
Prosperity?3
Antwoord 3
Het kabinet herkent zich niet in de uitspraken die worden gedaan in het rapport.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat de ACM simpelweg haar wettelijke taak uitvoert door de DSA te
handhaven? Deelt u de zienswijze van de indieners dat dit op geen enkele manier onder
druk mag worden gezet door andere overheden?
Antwoord 4
Dat kan het kabinet bevestigen en die zienswijze deelt het kabinet.
Vraag 5
Kunt u bevestigen dat Bits of Freedom en Justice for Prosperity hun maatschappelijke
taak vervullen door betrokken te zijn bij de handhaving van de DSA? Deelt u de zienswijze
van de indieners dat dit op geen enkele manier onder druk mag worden gezet door andere
overheden?
Antwoord 5
Dat kan het kabinet bevestigen en die zienswijze deelt het kabinet. De effectiviteit
van de DSA wordt niet alleen bepaald door handhaving door toezichthouders, maar ook
door bijdragen van maatschappelijke organisaties, onderzoekers, gebruikers van platforms
en onafhankelijke geschilbeslechtingsorganen, die allemaal rechten ontlenen aan de
DSA.
Vraag 6
Welke status heeft dit rapport? Heeft u reden om te geloven dat hieruit sancties of
maatregelen richting EU-lidstaten kunnen of zullen volgen?
Antwoord 6
Dit document is een staff report van de Republikeinse meerderheid van het Judiciary Committee in het Huis van Afgevaardigden van de VS. Met dit rapport op zichzelf kunnen geen
sancties of maatregelen jegens EU-lidstaten worden ingesteld.
Vraag 7
Wat vindt u van de beschuldiging dat Nederlandse toezichthouders en NGO’s onder druk
worden gezet omdat zij hun wettelijke en maatschappelijke taken uitvoeren? Heeft u
hierover contact gehad met Amerikaanse vertegenwoordigers? Zo niet, kunt u dit alsnog
doen?
Antwoord 7
Het kabinet vindt het niet passend dat Nederlandse toezichthouders en NGO’s onderwerp
zijn van kritiek omdat zij hun wettelijke en maatschappelijke taken uitvoeren. Het
betreft wetgeving die democratisch tot stand is gekomen. Het is onjuist om natuurlijke
personen of organisaties daarop aan te spreken. Toezichthouders en NGO’s spelen een
belangrijke rol in het Nederlandse bestel en het kabinet zet zich ervoor in dat zij
hun wettelijke en maatschappelijke taken zonder belemmering kunnen uitvoeren.
Er is via verschillende kanalen regulier contact met Amerikaanse vertegenwoordigers.
In die contacten heeft het kabinet ook haar zienswijze over deze casus uitgedragen.
Zoals dat wanneer er een dispuut over beleid of regelgeving is, de discussie daarover
via politici en beleidsmakers gevoerd moet worden.
In algemene zin blijft het kabinet zich inspannen voor de trans-Atlantische band.
Tegelijkertijd benutten we diplomatieke kanalen om de VS aan te spreken wanneer hun
acties onze waarden en belangen ondermijnen, altijd met oog voor de relatie en het
behoud van kritieke veiligheidsbelangen.
Vraag 8
Bent u op de hoogte van berichtgeving waaruit blijkt dat de Amerikaanse overheid VS-diplomaten
in Europa heeft geïnstrueerd om de DSA te traineren en frustreren?4 Hoe kijkt u naar deze werkwijze van de Verenigde Staten?
Antwoord 8
Ja. Zie ook het antwoord op vraag 9.
Vraag 9
Is de Amerikaanse ambassade in Nederland ook actief bezig met verzet tegen de handhaving
van de DSA? Kunt u dit bevestigen, en toezeggen dat u contact met de ambassade opneemt
om op te komen voor de vrijheid van onze toezichthouders en NGO’s?
Antwoord 9
Het staat de Amerikaanse regering vrij een positie te hebben op de DSA en deze uit
te dragen.
Het kabinet is in gesprek met vertegenwoordigers van de Amerikaanse regering over
de DSA. De precieze inhoud van deze gesprekken is vertrouwelijk, maar in algemene
zin spant het kabinet zich ervoor in dat toezichthouders en NGO’s hun wettelijke en
maatschappelijke taak zonder belemmering kunnen vervullen. Hiermee geeft het kabinet
uitvoering aan het regeerakkoord waarin staat dat diplomatieke kanalen worden benut
om de VS aan te spreken wanneer hun acties onze waarden en belangen ondermijnen, altijd
met oog voor de relatie en het behoud van kritieke veiligheidsbelangen.
Vraag 10
Veroordeelt u de handelwijze van de Amerikaanse justitiecommissie, nu Nederlandse
organisaties onder schot staan voor het uitvoeren van hun wettelijke en maatschappelijke
taken?
Antwoord 10
Het kabinet deelt de inhoud van het rapport niet. Zie verder het antwoord op vraag 7.
Vraag 11
Bent u bereid maatregelen te nemen om de ACM, Bits of Freedom en Justice for Prosperity
te beschermen tegen mogelijke Amerikaanse maatregelen naar aanleiding van het rapport
van de justitiecommissie?
Antwoord 11
De inzet van het kabinet is erop gericht dat toezichthouders en NGO’s hun wettelijke
en maatschappelijke taak zonder belemmering kunnen uitvoeren. Maatschappelijke organisaties
hebben daarbij het recht op vereniging en vrijheid van meningsuiting. Mogelijke maatregelen
naar aanleiding van het rapport tegen deze organisaties zal het kabinet volgen en
het kabinet zal daarbij opkomen voor hun belangen.
Vraag 12
Zegt u toe om deze Nederlandse organisaties bij te staan als tegen hen een inreisverbod
wordt ingevoerd? Op welke manier kunt u hen hulp aanbieden?
Antwoord 12
Zie de beantwoording van vraag 11. Het kabinet volgt de ontwikkelingen en zal indien
nodig opkomen voor de belangen van deze organisaties. Van inreisverboden is op dit
moment echter geen sprake.
Vraag 13
Hoe reageert u, in het licht van het rapport uit het Huis van Afgevaardigden, op het
feit dat de Verenigde Staten eerder toegang tot het land hebben geweigerd voor Eurocommissaris
Thierry Breton en vier vertegenwoordigers van NGO’s?
Antwoord 13
Zoals reeds aangegeven in de beantwoording van de Kamervragen van de leden Kathmann,
van der Lee en Dassen over de aangekondigde tegenreactie van de Verenigde Staten gericht
op Europese techbedrijven, heeft het kabinet net als de Europese Commissie en diverse
andere EU-lidstaten zijn zorgen uitgesproken over deze visa-restricties en deze veroordeeld.
Vraag 14
Veroordeelt u, net als de Europese Commissie, de handelwijze van de Verenigde Staten
nu zij pleitbezorgers van techregulering bestraffen?
Antwoord 14
Zie het antwoord op vraag 13.
Vraag 15
Deelt u de zorgen van de indiener dat de vijandige houding van de Verenigde Staten
richting de EU en haar lidstaten kan leiden tot aarzeling bij het versterken en handhaven
van Europese techregulering, zoals scherpere maatregelen tegen manipulatieve algoritmen
en een digitaledienstenbelasting?
Antwoord 15
Het kabinet steunt de Europese Commissie en andere toezichthouders in het onverkort
en niet-discriminatoir handhaven van de DSA, ongeacht waar de bedrijven vandaan komen.
Op dit moment lopen diverse onderzoeken en procedures naar bedrijven, waardoor het
kabinet op dit moment geen zorgen heeft dat de houding van de VS leidt tot terughoudendheid
of aarzeling bij handhaving.
Vraag 16
Bent u het met de indiener eens dat Europa juist ondubbelzinnig en eensgezind moet
blijven pleiten voor het strenger handhaven van wet- en regelgeving die de macht van
Big Tech beteugelen, zoals gevraagd in de motie-Kathmann [Kamerstuk 30 821-264]?
Antwoord 16
Het kabinet steunt de Europese Commissie in het handhaven van de Europese digitale
wetgeving en onderstreept het belang bij het als EU eensgezind op te treden in het
geval van druk of tegenmaatregelen.
Vraag 17
Ziet u in de vijandige houding van de Verenigde Staten richting de EU aanleiding om
versneld te verkennen hoe Nederland haar afhankelijkheid van Amerikaanse techdiensten
kan afbouwen, zowel in de ICT-dienstverlening als bij de communicatieplatforms?
Antwoord 17
De VS zijn de wereldmacht met wie wij de meeste belangen delen. We blijven ons daarom
inspannen voor goede trans-Atlantische relaties. Tegelijkertijd is het kabinet zich
bewust van potentiële risico’s van afhankelijkheden. In het regeerakkoord wordt dan
ook stevig ingezet op het versterken van onze digitale autonomie. Hiertoe zet het
kabinet onder andere in op het versterken van de Europese digitale sector, met stimulerende,
beschermende en partner maatregelen (promote, protect, partner).
Vraag 18
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en zo snel mogelijk beantwoorden?
Antwoord 18
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Mede ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.