Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van den Brink over het bericht 'Vier op de tien jongeren zien strafbare of gewelddadige pornobeelden: "Soms kunnen ze het niet van hun netvlies krijgen"
Vragen van het lid Tijs van den Brink (CDA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Vier op de tien jongeren zien strafbare of gewelddadige pornobeelden: «Soms kunnen ze het niet van hun netvlies krijgen»» (ingezonden 28 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 16 maart 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1129.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Vier op de tien jongeren zien strafbare of gewelddadige
pornobeelden: «Soms kunnen ze het niet van hun netvlies krijgen»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het schokkend en zeer zorgelijk is dat 1 op de 6 jonge mannen
tussen de 18 en 25 jaar ooit pornografische beelden heeft gezien waarin seksueel misbruik
van minderjarigen wordt afgebeeld?
Antwoord 2
Ja, het is zeer zorgelijk dat jonge mannen tussen de 18 en 25 jaar ooit pornografische
beelden hebben gezien waarin seksueel misbruik van minderjarigen wordt afgebeeld.
Dit wijst op een ernstige maatschappelijke problematiek.
Vraag 3
Wat is uw reactie op de constatering dat die beelden doorgaans ongewild via advertenties
op pornowebsites verschijnen of via doorkliklinks op sociale media te zien zijn?
Antwoord 3
Het is verwerpelijk dat dit soort beelden rondgaan. Dit soort beelden is schokkend
en laat diepe en blijvende sporen na in het leven van slachtoffers. Ik kan mij ook
voorstellen dat kijkers die hiermee worden geconfronteerd hier last van kunnen hebben.
Dat beelden van seksueel misbruik van minderjarigen op deze wijze onder de aandacht
worden gebracht, vergroot het bereik en daarmee de impact op slachtoffers aanzienlijk.
Dit kan leiden tot hernieuwde confrontatie en extra leed bij betrokkenen. Zoals ik
al eerder heb aangegeven is de verspreiding van dergelijk beeldmateriaal onaanvaardbaar.
Online platforms en advertentieaanbieders dragen een eigen verantwoordelijkheid om
misbruik van hun diensten te voorkomen en snel en effectief op te treden wanneer dergelijke
content wordt aangetroffen. Van hen wordt verwacht dat zij doeltreffende maatregelen
nemen om de verspreiding van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik te stoppen,
content snel te verwijderen en herplaatsing te voorkomen.
Daarnaast richt ik mij op samenwerking met opsporingsdiensten en toezichthouders,
en heeft het kabinet aandacht voor preventie en bewustwording. Het ongevraagd en zonder
toestemming verspreiden van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik is strafbaar,
en waar mogelijk wordt daartegen opgetreden.
Vraag 4
Is dit naar uw oordeel in strijd met de zorgplicht die op grond van nationale en Europese
wetgeving op deze platforms rust?
Antwoord 4
Mogelijk wordt gedoeld op de zorgvuldigheidsverplichtingen die gelden voor online
platforms op grond van de digitaledienstenverordening (Digital Services Act, hierna:
DSA). Op grond van de DSA zijn online platforms onder meer verplicht om passende en
evenredige maatregelen te nemen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en bescherming
van minderjarigen binnen hun dienst te waarborgen. Dit houdt bijvoorbeeld in dat minderjarigen
worden beschermd tegen inhoud voor volwassenen.
Het is aan de toezichthouder om te beoordelen of aan deze verplichtingen wordt voldaan.
Vanaf 4 februari 2025 zijn in Nederland de Autoriteit Consument & Markt (hierna: ACM)
en de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP) de bevoegde toezichthouders voor de
naleving van in Nederland gevestigde aanbieders.
Op de zogenaamde «zeer grote online platforms» rust verder de verplichting om eventuele
systeemrisico’s bestaande uit, onder meer, negatieve effecten op het mentale en fysieke
welzijn van gebruikers, te beoordelen en te beperken. De Europese Commissie houdt
toezicht op naleving van de DSA op de zeer grote platforms en zoekmachines. In dat
kader is relevant dat de Europese Commissie onderzoeken is gestart naar Pornhub, XNXX
en XVideos om te beoordelen of zij voldoen aan hun verplichtingen uit de DSA.
Vraag 5
Bent u van mening dat jongeren die ongewild te maken krijgen met dergelijke beelden
weten waar zij terecht kunnen voor hulp en acht u de huidige informatievoorziening
hierover voldoende?
Antwoord 5
Wanneer jongeren (ongewild) te maken krijgen met beeldmateriaal van online seksueel
(kinder)misbruik kunnen zij zowel melding als aangifte doen bij de politie. De politie
vraagt daarbij of er bezwaar is tegen het doorgeven van de gegevens aan Slachtofferhulp
Nederland. Als er geen bezwaar is, worden de gegevens automatisch doorgestuurd en
worden slachtoffers actief benaderd door Slachtofferhulp Nederland. Zo kunnen slachtoffers
snel en kosteloos emotionele steun, juridisch advies en/of praktische hulp ontvangen.
Daarnaast staat er op de websites van Slachtofferwijzer en het Netwerk Mediawijsheid
toegankelijke informatie over veilig en slim gebruik van digitale media, slachtofferschap
en hulporganisaties. Hier wordt onder andere verwezen naar de kosteloze en anonieme
hulplijnen van het Centrum Seksueel Geweld (hierna: CSG), waar iedereen met een vervelende
seksuele ervaring terecht kan, en van Offlimits, die slachtoffers ondersteunt bij
het doen van een melding van illegale content en het doen van aangifte. Door het laagdrempelig
aanbieden van informatie weten zowel slachtoffers als professionals en ouders waar
ze terecht kunnen.
Voor wat betreft de bekendheid met hulpverleningsinstanties kan in zijn algemeenheid
worden gezegd dat er een stijging te zien is in het aantal meldingen van en hulpvragen
over (online) seksueel (kinder)misbruik. Dit blijkt uit zowel cijfers van Slachtofferhulp
Nederland als uit de Monitor seksueel geweld tegen kinderen 2020–2024 van de Nationaal
Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen kinderen. De Nationaal Rapporteur
rapporteert o.a. over cijfers van de politie, het CSG en Offlimits. Volgens de Nationaal
Rapporteur lijkt de toegenomen maatschappelijke aandacht onder andere bij te dragen
aan de bekendheid van hulporganisaties.2
Vraag 6
Deelt u de zorg dat blootstelling aan dergelijk beeldmateriaal kan leiden tot psychologische
impact of vervormde beeldvorming over seksualiteit en relaties bij jongeren?
Antwoord 6
Ik deel de zorg dat blootstelling aan strafbare of gewelddadige pornobeelden grote
gevolgen kan hebben voor de geestelijke gezondheid van jongeren. Dit kan leiden tot
desensibilisatie waarbij jongeren minder gevoelig worden voor geweld en onethisch
gedrag. Daarnaast kan het hun zelfbeeld verstoren en onrealistische verwachtingen
geven over seksualiteit en relaties. Bovendien kan de normalisering van geweld ertoe
leiden dat jongeren dit gedrag gaan accepteren als normaal. Het is cruciaal dat we
als samenleving jongeren beschermen tegen de schadelijke gevolgen van dit soort beelden
en hen voorzien van de tools die ze nodig hebben om gezonde relaties te vormen.
Vraag 7
Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat jongeren toegang krijgen tot
strafbare of gewelddadige pornografie via online platforms?
Antwoord 7
Er zijn verschillende verplichtingen en maatregelen die een rol spelen in het tegengaan
van toegang van jongeren tot illegale online content. Zo verplicht artikel 28 DSA
online platforms om passende en evenredige maatregelen te nemen om een hoog niveau
van privacy, veiligheid en bescherming van minderjarigen te waarborgen. De Europese
Commissie heeft daar recent richtsnoeren over gepubliceerd. Uw Kamer is daar op 14 november
jl. over geïnformeerd.3 Uit de richtsnoeren blijkt onder meer dat de risico’s van pornoplatforms zodanig
zijn dat zij de leeftijd van bezoekers moeten verifiëren. In dit kader wordt ook gewezen
op de onderzoeken van de Europese Commissie naar Pornhub, XNXX en Xvideos.4 Aangewezen zeer grote online platforms dienen de systeemrisico’s, waaronder de schadelijke
effecten van hun dienst op minderjarigen en de verspreiding van illegale inhoud, te
identificeren en beperken.
Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft in het kader van
het online kinderrechtenbeleid een kinderrechten impact assessment ontwikkeld die
kan worden ingezet om risico’s (overigens ook de kansen) van een digitale dienst in
kaart te brengen. Daarnaast is Offlimits een organisatie waar online illegale content
kan worden gemeld. Op basis van de DSA is Offlimits door de ACM aangewezen als trusted
flagger. Dit houdt in dat zij verwijderverzoeken van illegale content kan indienen
bij online platforms. Het platform dient vervolgens onverwijld en prioritair dit verwijderverzoek
te behandelen, en indien sprake is van illegale content dient het platform deze te
verwijderen.
Indien een platform haar verplichtingen onder de DSA niet naleeft, biedt de DSA mogelijkheden
tot handhaving waarbij in het geval van zeer grote platforms de Europese Commissie
kan ingrijpen. Zij kan als bevoegd toezichthouder een onderzoek instellen en boetes
opleggen tot 6% van de wereldwijde omzet.
Tenslotte schrijft de Richtlijn audiovisuele mediadiensten (hierna: AVMSD) maatregelen
voor op het gebied van de bescherming van minderjarigen. Voor content met pornografie
of nodeloos geweld moeten de zwaarste maatregelen worden getroffen. Lidstaten zorgen
ervoor dat de videoplatforms die onder hun jurisdictie vallen passende maatregelen
treffen ter bescherming van minderjarigen. De AVMSD is uitgewerkt in de Mediawet 2008.
Videoplatformdiensten (platformdiensten die video’s aanbieden bestemd voor algemeen
publiek) die in Nederland zijn gevestigd dienen een gedragscode te hanteren. Voor
in Nederland gevestigde aanbieders van mediadiensten, zoals omroepen of video-uploaders,
zijn de regels van het Kijkwijzer-systeem van NICAM5 van toepassing.
Vraag 8
Welke concrete stappen gaat u, naast het bestaande beleid, nemen richting grote sociale
mediaplatforms die hun verantwoordelijkheid niet nemen, om ervoor te zorgen dat dergelijke
beelden niet blijven circuleren?
Antwoord 8
Op de naleving van de DSA door sociale mediaplatforms wordt toezicht gehouden door
de ACM. De Europese Commissie houdt primair toezicht op aangewezen zeer grote online
platforms- en zoekmachines. Als de Europese Commissie concludeert dat een zeer groot
platform de DSA niet naleeft, kan zij verdere handhavingsmaatregelen nemen, zoals
de vaststelling van een besluit tot niet-naleving en de oplegging van een boete. Zo
heeft de Europese Commissie bijvoorbeeld in december 2025 een boete opgelegd aan X.
Ik blijf vanzelfsprekend mijn steun uitspreken voor effectieve handhaving van de DSA
door de Europese Commissie.
Tevens zet Nederland zich in voor aanvullende EU-wetgeving tegen de verspreiding van
online seksueel kindermisbruik in de onderhandelingen van de verordening ter voorkoming
en bestrijding van seksueel kindermisbruik (de CSAM-verordening). De voorgenomen EU-Verordening
bevat ten opzichte van de bestaande Nederlandse wetgeving en als lex specialis van
de DSA, aanvullende en specifiekere verplichtingen met het oog op het tegengaan van
de verspreiding van online beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik. Aanbieders
van hostingdiensten en interpersoonlijke communicatiediensten moeten op grond van
de voorgestelde verordening een risicobeoordeling uitvoeren om vast te stellen in
welke mate hun diensten kunnen worden gebruikt voor de verspreiding van online beeldmateriaal
van seksueel kindermisbruik of voor grooming doeleinden.
Verder moeten zij mitigerende maatregelen treffen om die risico’s te verkleinen en
meldingen doen van geconstateerd materiaal aan het nieuw op te richten Europees Centrum
voor de bestrijding van seksueel misbruik van kinderen, dat gaat fungeren als een
kennis- en coördinatiepunt. Uiteindelijk moeten deze bedrijven het desbetreffende
materiaal verwijderen of ontoegankelijk maken.
Vraag 9
In hoeverre kunnen pornoplatforms en sociale-mediabedrijven strafrechtelijk of bestuursrechtelijk
aansprakelijk worden gesteld wanneer zij onvoldoende optreden tegen strafbare content
die op hun platform wordt verspreid en acht u dit instrumentarium voldoende toereikend?
Antwoord 9
Waar het gaat om kinderpornografisch materiaal is op 1 juli 2024 de Wet bestuursrechtelijke
aanpak online kinderpornografisch materiaal in werking getreden. Deze wet geeft de
Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (hierna: ATKM) de
bevoegdheid om aanbieders van hosting- en communicatiediensten te verplichten online
kinderpornografisch materiaal te verwijderen of ontoegankelijk te maken, en om bestuursrechtelijk
op te treden wanneer zij dat nalaten. De ATKM kan in dat geval een last onder dwangsom
of een bestuurlijke boete opleggen, die kan oplopen tot 10 procent van de jaarlijkse
omzet van de onderneming. Daarnaast kan de ATKM besluiten om dergelijke sanctiebesluiten
openbaar te maken.
Aanbieders van hostingdiensten die geen opvolging geven aan een verwijderingsbevel
van de ATKM, kunnen strafrechtelijk vervolgd worden. De ATKM onderhoudt mede om die
reden nauw contact met het Openbaar Ministerie.
Als pornoplatforms of sociale media weten dat er via hun diensten strafbare content
wordt verspreid en daar niet tegen optreden dan kunnen ze zelf aansprakelijk worden
gesteld voor die strafbare content. Internationaal gezien is de bestuursrechtelijke
aanpak vernieuwend en er worden dan ook positieve effecten verwacht. Nederland heeft
daarmee een belangrijke en grote stap gezet in de aanpak van online beeldmateriaal
van seksueel kindermisbruik.
De officier van justitie kan in geval van een verdenking van een misdrijf zoals omschreven
in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv), waaronder
het aanbieden of verspreiden van beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik, met een
machtiging van de rechter-commissaris, een aanbieder van een communicatiedienst bevelen
om gegevens ontoegankelijk te maken op grond van artikel 125p van het Wetboek van
Strafvordering (hierna: Sv).
De DSA verplicht onder meer online platforms om illegale content te verwijderen of
ontoegankelijk te maken zodra zij er kennis van hebben. Doen zij dat niet, dan kunnen
zij geen beroep doen op de beperking van aansprakelijkheid die zij in beginsel genieten.
Kennis van illegale content kan bijvoorbeeld ontstaan door een melding van illegale
content. Online platforms moeten op grond van de DSA bovendien maatregelen nemen om
minderjarigen te beschermen. De Europese Commissie houdt toezicht op de naleving van
deze verplichtingen door zeer grote online platforms en zoekmachines. Aangezien de
DSA nog relatief nieuwe wetgeving betreft, is het raadzaam om deze de benodigde tijd
te geven om zich volledig te ontwikkelen.
De AVMSD kent regels voor videoplatformdiensten, die in Nederland zijn uitgewerkt
in de Mediawet 2008 voor in Nederland gevestigde videoplatformdiensten. Zij moeten
een gedragscode opstellen en naleven, waaronder ook wordt ingegaan op de bescherming
van minderjarigen. Het Commissariaat voor de Media houdt toezicht op de totstandkoming,
inhoud en toepassing van deze gedragscode van de videoplatformdiensten onder Nederlandse
jurisdictie.
Volgens de MAVISE-database van het Europees Audiovisueel Observatorium staan er geen
pornografische videoplatforms onder Nederlandse jurisdictie.6
Vraag 10
Bent u bereid om te onderzoeken of aan platforms een actieve en afdwingbare zorgplicht
opgelegd kan worden om strafbare pornografische content te detecteren en te verwijderen,
in plaats van alleen te reageren op meldingen?
Antwoord 10
Een afdwingbare zorgplicht om dergelijke content te detecteren en verwijderen betekent
in de praktijk dat een online platform alle content op het platform zal gaan scannen
en desnoods (uit voorzorg) verwijderen. Zo’n algemene monitoringsverplichting is op
grond van artikel 8 DSA niet toegestaan. Het verbod beoogt de vrijheid van meningsuiting
online te beschermen. Indien platforms aansprakelijk kunnen worden gesteld of kunnen
worden vervolgd dan zullen ze uit voorzorg waarschijnlijk meer informatie verwijderen
dan noodzakelijk.
Vraag 11
Heeft u inzicht in de gemiddelde doorlooptijd van verwijderverzoeken aan de sociale
mediaplatforms van strafbare en gewelddadige beelden en zo nee, bent u bereid om dit
in kaart te brengen en de Kamer hierover te informeren?
Antwoord 11
De ATKM en Offlimits hebben ieder vanuit hun eigen rol en verantwoordelijkheid beide
tot doel de verspreiding van online beeldmateriaal van seksueel kindermisbruik te
bestrijden. Offlimits richt haar verwijderverzoeken voornamelijk tot aanbieders van hostingdiensten. De ATKM richt haar verwijderbevelen
tot aanbieders van hosting- of communicatiediensten.
In Nederland is, via de Gedragscode Notice-and-Take-Down, de afspraak gemaakt met
de hostingsector dat meldingen door Offlimits van online seksueel kindermisbruik binnen
24 uur behandeld moeten worden. Vrijwel alle hostingpartijen werken goed mee. Hoewel
zij de 24-uurs norm wellicht niet altijd halen (zeker wanneer het kleine bedrijven
zijn), wordt er adequaat gereageerd op verwijderverzoeken van Offlimits en wordt strafbaar
materiaal offline gehaald. Wanneer er sprake is van een hoster die structureel niet
of te laat reageert, kan de ATKM bestuursrechtelijk optreden tegen deze weigerende
partijen.
Op 7 april 2025 is de ATKM gestart met het uitvaardigen van verwijderbevelen ten aanzien
van materiaal van seksueel kindermisbruik. Op grond van artikel 6, lid 4, onderdeel c,
van de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal moet de
ATKM in elk bevel een termijn opnemen waarbinnen het materiaal ontoegankelijk moet
worden gemaakt. Deze termijn bedraagt ten hoogste twaalf uur.
Artikel 15 van de DSA verplicht daarnaast aanbieders van online diensten om jaarlijks
transparantierapporten te publiceren over hun activiteiten op het gebied van contentmoderatie.
Deze rapporten moeten onder meer inzicht geven in de mediane tijd die nodig is om
actie te ondernemen in geval van bevelen vanuit autoriteiten of meldingen van trusted
flaggers.
Vraag 12
Op welke manier worden kwetsbare vrouwen beschermd tegen uitbuiting, illegale prostitutie
en andere seksuele misdrijven binnen de porno-industrie en acht u deze bescherming
in de praktijk voldoende?
Antwoord 12
Als dergelijke misstanden zich voordoen, beschouw ik dat als onacceptabel. Het is
belangrijk dat slachtoffers zich melden bij de politie wanneer zij misstanden waarnemen
of zelf slachtoffer worden. In zulke gevallen kan de overheid op basis van deze meldingen
effectief optreden. Elk signaal van mensenhandel wordt door de opsporingsdiensten
en het Openbaar Ministerie opgepakt, overeenkomstig de aanwijzing van het OM over
mensenhandel. Daarnaast is mensenhandel voor de periode 2023–2026 een van de belangrijke
thema's in de Veiligheidsagenda, waaruit landelijke beleidsdoelstellingen voor de
politietaken zijn afgeleid. Het heeft op deze manier hoge prioriteit. Verder is op
1 juli 2024 de Wet seksuele misdrijven in werking getreden, wat de strafrechtelijke
bescherming van de slachtoffers van seksuele misdrijven versterkt.
Tenslotte is bescherming en hulp van porno-acteurs onderdeel van lopend WODC-onderzoek
(zie vraag 15), waarbij onder andere in kaart wordt gebracht of en zo ja, op welke
wijze de pornosector (en betrokken organisaties) de veiligheid van de acteurs waarborgen
en garanderen.
Vraag 13
Welke rol speelt de Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal
bij de aanpak van deze problematiek?
Antwoord 13
Voor het antwoord op deze vraag, verwijs ik u naar mijn antwoorden op vragen 9 en
11.
Vraag 14
Bent u bekend met de schriftelijke vragen over misstanden in de porno-industrie en
de motie-Krul over het starten van een WODC-onderzoek naar misstanden in de porno-industrie?7, 8
Antwoord 14
Ik ben hiermee bekend.
Vraag 15
Wat is de stand van zaken van dit WODC-onderzoek en wanneer wordt het onderzoek afgerond?
Antwoord 15
Tijdens het commissiedebat mensenhandel en prostitutie van 11 september 2024 heb ik
toegezegd om het WODC te vragen een onderzoek uit te voeren naar de Nederlandse porno-industrie.
Op dit moment voert het Verwey-Jonker Instituut – in opdracht van het WODC en op aanvraag
van het Ministerie van Justitie en Veiligheid – onderzoek uit. Dit onderzoek beoogt
inzicht te krijgen in de Nederlandse pornosector en mogelijke misstanden. Er wordt
onderzoek gedaan naar het bestaan van mogelijke misstanden in brede zin, waarbij de
focus niet enkel ligt op strafbare feiten.
De onderzoekers zijn reeds gestart met het onderzoek en de eerste bijeenkomsten van
de begeleidingscommissie hebben plaatsgevonden. De volgende bijeenkomst van de begeleidingscommissie
staat gepland in het voorjaar van 2026. Het onderzoek zal naar verwachting een jaar
in beslag nemen en einde 2026 afgerond zijn. Bij ontwikkelingen ten aanzien van dit
tijdspad zal de Kamer, waar nodig, op de hoogte worden gehouden.
Vraag 16
Deelt u de mening dat er wel degelijk aanleiding is om te vermoeden dat misstanden
plaatsvinden in de Nederlandse porno-industrie, terwijl u dit eerder niet aannemelijk
achtte op basis van een korte en beperkte verkenning?
Antwoord 16
In 2023 heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid een verkenning gedaan naar
misstanden binnen de Nederlandse pornosector. De aanleiding hiervan was een rapport
van de Franse Senaat over misstanden in de Franse pornosector en de vraag of in Nederland
soortgelijke misstanden bekend zijn. Met misstanden werd in het kader van de uitgevoerde
verkenning bedoeld, het bestaan van strafbare feiten bij de productie van pornografisch materiaal op een Nederlandse filmset. De vraag
naar misstanden is toentertijd breed uitgezet bij de politie, het Openbaar Ministerie,
de Nederlandse Arbeidsinspectie, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel (CKM), het Coördinatiecentrum tegen
Mensenhandel (Comensha), de zestien regionale centra voor seksueel geweld (CSG’s),
Fier, SOA Aids Nederland en andere partijen binnen de Sekswerk Alliantie Destigmatisering.
Na raadpleging van de politie, het openbaar ministerie en de Arbeidsinspectie is destijds
niet gebleken van enige signalen van strafbare feiten bij de productie van pornografisch
materiaal op een Nederlandse filmset. Dat bij producties binnen de porno-industrie
(toentertijd) geen misstanden bij de bevraagde instanties bekend waren, betekent niet
dat deze er niet zijn. Wel dat deze destijds niet bekend waren bij organisaties die
over een goede informatiepositie beschikken over seksuele misdrijven, ook ten aanzien
van specifieke sectoren, en mensenhandel.
In de zomer van 2024 publiceerde de Volkskrant een artikel over een Nederlandse man
die vrouwen vanuit Oost-Europa naar Nederland lokte om modellenwerk te doen, maar
hen vervolgens dwong om mee te werken aan pornofilms. Naar aanleiding van dit artikel
ontstonden (wederom) zorgen. In hoeverre sprake is van misstanden en zo ja, wat voor
misstanden dit zijn, zal moeten blijken uit het onderzoek van het WODC.
Vraag 17
Zijn er inmiddels signalen bij u, hulpverleningsinstanties of de Arbeidsinspectie
bekend van mogelijke misstanden in de porno-industrie, zoals mogelijke mensenhandel
of seksuele uitbuiting? En zo ja, hoe worden deze opgevolgd?
Antwoord 17
Het kabinet blijft alert op signalen van mensenhandel en seksuele uitbuiting, ongeacht
de sector waarin deze zich voordoen. Signalen worden opgepakt door de daartoe bevoegde
instanties en waar sprake is van strafbare feiten wordt opgetreden. Tevens wordt ingezet
op vroegsignalering, samenwerking tussen ketenpartners en adequate ondersteuning van
mogelijke slachtoffers.
Op de vraag of bij hulpverleningsinstanties signalen bekend zijn heeft het Coördinatiecentrum
tegen Mensenhandel (Comensha) aangegeven dat uit hun cijfers geen blijk is van deze
signalen en dat dit is bevestigd nadat zij dit hadden uitgevraagd bij het Strategisch
Overleg Mensenhandel (hierna: SOM). De Arbeidsinspectie heeft geen rol in de aanpak
van (mensenhandel gerelateerd aan) seksuele uitbuiting. Een interne uitvraag op de
zoektermen «porno» of «porno-industrie» op de bij de Arbeidsinspectie binnengekomen
meldingen heeft geen hits opgeleverd. Wel heeft de Opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie
in juni vorig jaar, op verzoek van Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en
Mensenhandel (hierna: AVIM), collegiaal meegedacht over een melding die zag op activiteiten
binnen in de porno-industrie. In dat kader zijn relevante gegevens gedeeld met AVIM,
waarna AVIM de verdere behandeling van de zaak op zich heeft genomen. De melding was
afkomstig uit het buitenland en in overleg met het OM is besloten om een rechtshulpverzoek
op te stellen, om meer informatie over de melding te kunnen verzamelen. De politie
is nog in afwachting van de behandeling van dit rechtshulpverzoek. Het onderzoek naar
deze melding loopt dus nog.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.