Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Coenradie inzake sepots en strafbeschikkingen door het Openbaar Ministerie
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over sepots en strafbeschikkingen door het Openbaar Ministerie (ingezonden 4 februari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 16 maart 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1178.
Vraag 1
Hoeveel zaken zijn in 2023, 2024 en 2025 door het Openbaar Ministerie (OM) geseponeerd
(absoluut en als percentage van het totaal aantal afdoeningen)?
Antwoord 1
Het Openbaar Ministerie (OM) kan beslissen om een strafzaak voor te leggen aan de
rechter, zelfstandig af te doen (met een strafbeschikking) of niet (verder) te vervolgen.
Laatstgenoemde beslissing wordt een sepot genoemd. Een voorwaardelijk sepot houdt
in dat de verdachte niet wordt vervolgd indien hij/zij zich binnen een proeftijd aan
één of meer voorwaarden houdt. Bij een onvoorwaardelijk sepot, is de beslissing tot
niet (verdere) vervolging niet afhankelijk gesteld van het gedrag van de verdachte.
Hieronder staat de gevraagde informatie per jaar.1
2023
In 2023 heeft het OM 56.400 misdrijfzaken onvoorwaardelijk geseponeerd en 9.400 misdrijfzaken
voorwaardelijk. De onvoorwaardelijke sepots betroffen 29 procent van het totaal aantal
uitgestroomde misdrijfzaken bij het OM en de voorwaardelijke sepots betroffen 5 procent.
In 2023 heeft het OM 66.3000 overtredingszaken onvoorwaardelijk geseponeerd en 300 overtredingszaken
voorwaardelijk. De onvoorwaardelijke sepots betroffen 40 procent van het totaal aantal
uitgestroomde overtredingszaken bij het OM en de voorwaardelijke sepots betroffen
0.2 procent.
Voornoemde cijfers zijn te vinden in het openbare jaarbericht 2023 van het OM.2
2024
In 2024 heeft het OM 64.700 misdrijfzaken onvoorwaardelijk geseponeerd en 9.400 misdrijfzaken
voorwaardelijk. De onvoorwaardelijke sepots betroffen 30 procent van het totaal aantal
uitgestroomde misdrijfzaken bij het OM en de voorwaardelijke sepots betroffen 4 procent.
In 2024 heeft het OM 86.000 overtredingszaken onvoorwaardelijk geseponeerd en 500
overtredingszaken voorwaardelijk. De onvoorwaardelijke sepots betroffen 45 procent
van het totaal aantal uitgestroomde overtredingszaken bij het OM en de voorwaardelijke
sepots betroffen 0.3 procent.
Voornoemde cijfers zijn te vinden in het openbare jaarbericht 2024 van het OM.3
2025
De cijfers over 2025 zijn nog niet definitief, waardoor deze hier niet worden vermeld.
De cijfers zullen verschijnen in het (openbare) jaarbericht 2025 van het OM, dat naar
verwachting voor het zomerreces aan uw Kamer wordt aangeboden.
Vraag 2
Kunt u deze sepotcijfers uitsplitsen naar delictcategorie (bijvoorbeeld: geweld, vermogensdelicten,
zedendelicten, cybercriminaliteit/digital crime, drugsdelicten, verkeersdelicten,
overige) en daarbij de definities van de gebruikte categorieën vermelden?
Antwoord 2
Voor de misdrijfzaken zijn deze cijfers verder uit te splitsen. Deze treft u hieronder.4 Door na-ijleffecten en afgeronde aantallen wijkt het eindtotaal licht af van de hierboven
gepresenteerde aantallen. Voor de overtredingscijfers vindt geen registratie per delictscategorie
plaats, omdat deze voornamelijk verkeersovertredingen en een aantal lichtere delicten
betreffen die niet op eenvoudige wijze zijn in te delen in categorieën. De delictscategorieën
zijn gebaseerd op de standaardclassificatie misdrijven zoals die wordt gehanteerd
door het Centraal Bureau voor de Statistiek.5
Vraag 3 en 5
Kunt u de sepotcijfers daarnaast uitsplitsen naar sepotgrond (bijvoorbeeld: technisch
sepot, beleidssepot/opportuniteitssepot, onvoldoende bewijs, geringe ernst/geen maatschappelijk
belang, capaciteits-/prioriteringsredenen, anders) en aangeven welk deel van de sepots
(mede) samenhangt met capaciteits- of prioriteringskeuzes?
Kunt u kwalitatief en kwantitatief uiteenzetten welke factoren in de praktijk ten
grondslag liggen aan het seponeren van strafzaken door het OM, bijvoorbeeld capaciteits-
en prioriteringskeuzes, kwaliteit en volledigheid van politiedossiers, complexiteit
van zaken en bewijslast, beleidsmatige keuzes in het kader van het opportuniteitsbeginsel
of overige oorzaken?
Antwoord 3 en 5
Het OM kan op dit moment op basis van 50 verschillende gronden en daaraan gekoppelde
sepotcodes overgaan tot niet verdere vervolging. Het beleid voor het seponeren van
strafbare feiten heeft het OM neergelegd in de Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden.
Er zijn twee categorieën sepotgronden: technische gronden en beleidsgronden. Een technisch
sepot volgt als op grond van het opsporingsonderzoek geconcludeerd wordt dat niet
kan worden vervolgd of een veroordeling niet haalbaar is, bijvoorbeeld omdat er te
weinig bewijs is. Bij een beleidssepot luidt het oordeel van het OM dat een vervolging
wel als haalbaar wordt ingeschat, maar niet opportuun is op gronden aan het algemeen
belang ontleend.6 Mede naar aanleiding van het recente rapport «Afgezien van vervolging» van de procureur-generaal
bij de Hoge Raad is het College voornemens om het grote aantal sepotgronden terug
te brengen naar een beperkt aantal gronden, met als achterliggend doel om de sepotbeslissingen
begrijpelijker en duidelijker te maken voor betrokkenen.7
In onderstaande tabellen8 staat in hoeveel procent van de gevallen is gekozen voor een technisch sepot en verschillende
vormen van een beleidssepot. Daarmee wordt inzicht verschaft in de factoren die in
de praktijk ten grondslag liggen aan het seponeren van strafzaken.
Vraag 4
Hoeveel sepots betroffen zaken die waren aangeleverd door de politie met het oordeel
«voldoende bewijs» of «verdenking blijft», en wat zijn daarvoor de belangrijkste redenen?
Antwoord 4
Er vindt geen registratie en/of inzending van zaken plaats door de politie aan het
OM met een voorlopig oordeel «voldoende bewijs» of «verdenking blijft». Beoordeling
van de zaken vindt plaats door het OM aan de hand van het kader als geschetst onder
antwoord op de vragen 3 en 5. Indien een zaak wordt geseponeerd, is deze afgedaan,
tenzij de beslissing op grond van nieuwe feiten of omstandigheden moet worden herzien
of het gerechtshof een bevel tot vervolging geeft op grond van artikel 12 Wetboek
van Strafvordering.
Vraag 6
Hoeveel zaken zijn in 2023, 2024 en 2025 afgedaan met een strafbeschikking (absoluut
en als percentage van het totaal aantal afdoeningen)?
Antwoord 6
2023
In 2023 heeft het OM 42.300 misdrijven afgedaan met een OM-strafbeschikking. Dit is
22 procent van het totaal aantal uitgestroomde misdrijfzaken bij het OM: 195.300.
Het OM heeft 47.500 overtredingen afgedaan met een OM-strafbeschikking in 2023. Dit
is 29 procent van het totaal aantal uitgestroomde overtredingszaken bij het OM: 166.100.
Voornoemde cijfers zijn te vinden in het openbare jaarbericht 2023 van het OM.
2024
In 2024 heeft het OM 52.900 misdrijven afgedaan met een OM-strafbeschikking. Dit is
25 procent van het totaal aantal uitgestroomde misdrijfzaken bij het OM: 214.500.
In 2024 heeft het OM 47.700 overtredingen afgedaan met een OM-strafbeschikking. Dit
is 25 procent van het totaal aantal uitgestroomde overtredingszaken bij het OM: 190.300.
Voornoemde cijfers zijn te vinden in het openbare jaarbericht 2024 van het OM.
2025
De cijfers over 2025 zijn nog niet definitief, waardoor deze hier niet worden vermeld.
De cijfers zullen verschijnen in het (openbare) jaarbericht 2025 van het OM, dat naar
verwachting voor het zomerreces aan uw Kamer wordt aangeboden.
Vraag 7
Kunt u de strafbeschikkingscijfers uitsplitsen naar delictcategorie (zoals genoemd
in vraag 2) en ook aangeven welk deel ziet op first offenders en welk deel op recidivisten?
Antwoord 7
Voor de misdrijfzaken zijn deze cijfers verder uit te splitsen. Deze treft u hieronder.9 Door na-ijleffecten en afgeronde aantallen wijkt het eindtotaal licht af van de hierboven
gepresenteerde aantallen. Voor de overtredingscijfers vindt geen registratie per delictscategorie
plaats, omdat deze voornamelijk verkeersovertredingen en een aantal lichtere delicten
betreffen die niet op eenvoudige wijze zijn in te delen in categorieën. Het is eveneens
niet mogelijk om aan te geven welk deel ziet op first offenders en welk deel op recidivisten,
nu hiervoor dossieronderzoek nodig is omdat dit niet uit de systemen kan worden gehaald.
In het algemeen geldt dat meervoudige recidive (dat wil zegen vanaf de tweede keer
recidiveren) binnen vijf jaren ter zake van een misdrijf een contra-indicatie voor
het opleggen van een strafbeschikking is op basis van het beleid van het OM.
Vraag 8
Kunt u aangeven hoeveel strafbeschikkingen in 2023, 2024 en 2025 zijn betaald/nagekomen
binnen de gestelde termijn, bij hoeveel verzet is aangetekend (en met welk resultaat),
hoeveel zijn ingetrokken of aangepast, en hoeveel niet ten uitvoer zijn gelegd wegens
onvindbaarheid, betalingsonmacht of een andere reden?
Antwoord 8
Meestal verstuurt en int het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) de strafbeschikkingen
die het OM oplegt. In de navolgende tabel staat de huidige status van de oplegde strafbeschikkingen
uit 2023 en 2024 volgens de systemen van het OM.
Vraag 9
Kunt u toelichten welke factoren bepalend zijn voor de keuze van het OM om strafzaken
af te doen via een strafbeschikking in plaats van dagvaarding en kunt u daarbij inzichtelijk
maken in hoeverre deze keuze wordt beïnvloed door beschikbare capaciteit binnen het
OM en de rechtspraak, beleidsmatige aansturing en standaardisering van afdoeningen,
aard en ernst van het delict, doorlooptijden en efficiëntieoverwegingen of andere
relevante factoren?
Antwoord 9
Het OM heeft beleidsregels uitgevaardigd voor het afdoen met een OM-strafbeschikking:
de Aanwijzing OM-strafbeschikking uit het jaar 2022. Uit deze beleidsregels volgt
dat het uitgangspunt is dat een zaak in beginsel met een strafbeschikking wordt afgedaan
wanneer dat wettelijk mogelijk is én de strafzaak zich ervoor leent. Wettelijk gezien
is het voor de officier van justitie mogelijk om een strafbeschikking uit te vaardigen
voor een overtreding of voor een misdrijf waarop een maximum gevangenisstraf van 6
jaar staat. Of een strafzaak zich voor een strafbeschikking leent, beoordeelt de officier
van justitie op grond van alle feiten en omstandigheden, waarbij veel gewicht toekomt
aan de ernst van het feit. Zo ligt het meer voor de hand om een strafbeschikking op
te leggen in het geval twee volwassenen een rolletje drop stelen bij de supermarkt
dan wanneer een professionele inbrekersgroep een woning leegrooft. In beide gevallen
is er sprake van diefstal waarop een gevangenisstraf van maximaal 6 jaar staat. Bij
de beoordeling of een strafzaak zich leent voor afdoening met een strafbeschikking,
slaat de officier van justitie ook acht op de strafvorderingsrichtlijnen van het OM.
Deze zijn door het OM opgesteld met het streven naar een landelijk uniform strafvorderingsbeleid.
Afdoening door middel van een strafbeschikking ligt in beginsel niet in de rede wanneer
op basis van de strafvorderingsrichtlijn het uitgangspunt is dat een gevangenisstraf
wordt geëist voor dat delict en er geen feiten en omstandigheden zijn die maken dat
van dit uitgangspunt dient te worden afgeweken. De beleidsregels kennen verder een
aantal contra-indicaties voor het uitvaardigen van een strafbeschikking:
– politiek of publicitair gevoelige zaken;
– ernstige spreekrechtwaardige feiten waarbij het slachtoffer of familieleden van het
overleden slachtoffer te kennen heeft/hebben gegeven van het spreekrecht gebruik te
willen maken (NB: zoals aangekondigd zal de contra-indicatie gaan gelden voor alle
spreekwaardige feiten, waarbij slachtoffers hebben aangegeven van hun spreekrecht
gebruik te willen maken10);
– bepaalde ernstige feiten op het vlak van (huiselijk) geweld, zeden en belaging;
– bij meervoudige recidive (dat wil zeggen: vanaf de tweede keer recidiveren) binnen
vijf jaren ter zake van een misdrijf;
– feiten gepleegd door illegale vreemdelingen, asielzoekers, mensen zonder vaste woon-
of verblijfplaats;
– de sanctie-aanwijzing ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel (art.
257a, derde lid onder c Sv), zowel bij natuurlijke als rechtspersonen.
Het OM maakt sinds 2008 gebruik van de strafbeschikking. Hiervoor heeft uw Kamer een
wet aangenomen die het OM de bevoegdheid geeft om bij sommige relatief lichtere misdrijven
een strafbeschikking op te leggen (op grond van de wet kan de officier van justitie
een strafbeschikking uitvaardigen voor overtredingen en misdrijven waar maximaal een
gevangenisstraf van 6 jaar op staat). Sinds 1 februari 2025 past het OM op grond van
een tijdelijke instructie de strafbeschikking vaker toe bij veelvoorkomende vermogenscriminaliteit,
zoals winkeldiefstal en heling. Hiermee wordt de strafrechter verder ontlast en kan
rechterlijke capaciteit worden benut voor zwaardere strafzaken. De intensivering heeft
tot doel doorlooptijden te verkorten en meer criminaliteit aan te pakken.
Zoals de vorige Staatssecretaris van JenV en mijn ambtsvoorganger hebben toegelicht
in een brief 19 december 2025 wacht het OM onder meer de uitkomst van een onderzoek
van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad naar de strafbeschikking af, een onderzoek
van het WODC naar de strafbeschikking en het debat hierover in uw Kamer alvorens tot
een eventuele verdere verruiming van de toepassing van de strafbeschikking wordt besloten.11 Naar verwachting zullen de rapporten van genoemde onderzoeken in de eerste helft
van 2026 worden gepubliceerd. Ik zal u hierover informeren.
Vraag 10
Zijn er binnen de sepots en strafbeschikkingen de afgelopen tien jaar trends of trendbreuken
waar te nemen? En, zo ja, welke zijn dat en wat valt hier aan ten grondslag?
Antwoord 10
Tot 2019 kon de politie onder mandaat van het OM zelf seponeren (de zogenoemde politiesepot
of BOSZ-sepot). Vanaf 2019 is dit beleid gewijzigd, nu seponeert het OM zelf. Vanaf
dat jaar is daarom een hoger aantal onvoorwaardelijke sepots door het OM te zien.
Vraag 11
Welke verwachtingen heeft het OM voor de komende jaren ten aanzien van het aantal
vervolgingen, sepots en strafbeschikkingen?
Antwoord 11
Het OM wil meer en andere soorten zaken op het gebied van veelvoorkomende criminaliteit
binnenhalen om deze meer in lijn te brengen met het criminaliteitsbeeld. In dit kader
moet bijvoorbeeld worden gedacht aan meer zaken die zien op gedigitaliseerde criminaliteit.
Daarbij streeft het OM ernaar om meer bewijsbare feiten bij het OM te laten binnenstromen,
waardoor er minder geseponeerd hoeft te worden. Zoals hiervoor is toegelicht wordt
nog bezien of de toepassing van de strafbeschikking wordt verruimd.
Vraag 12
Wat heeft het OM concreet nodig om de komende jaren meer strafzaken daadwerkelijk
te kunnen vervolgen?
Antwoord 12
Het OM zet zich optimaal in om zoveel mogelijk criminaliteit aan te kunnen pakken.
Tegelijkertijd is de realiteit dat de opsporings- en vervolgingscapaciteit niet oneindig
is, wat betekent dat het OM altijd keuzes zal moeten maken in welke zaken het oppakt.
Om het OM te ondersteunen in de onmisbare rol die het vervult in de strafrechtketen,
is in het coalitieakkoord neergelegd dat er oplopend tot een bedrag van 50 miljoen euro
structureel per jaar voor het OM beschikbaar wordt gesteld voor de ICT-problemen waar
het op dit moment mee kampt.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.