Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het “Nieuwsbericht Walibi Holland”
Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «Walibi laat medewerkers document ondertekenen waarin staat dat arbeidsvoorwaarden «redelijk» zijn: «Te bizar voor woorden»» (ingezonden 18 februari 2026).
Antwoord van Minister Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) (ontvangen 16 maart
2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Walibi laat medewerkers document ondertekenen waarin
staat dat arbeidsvoorwaarden «redelijk» zijn: «Te bizar voor woorden»» van maandag
16 februari 2026?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u van het feit dat Walibi Holland werknemers een verklaring laat tekenen
waarin wordt gesteld dat zij de arbeidsvoorwaarden «redelijk» vinden?
Antwoord 2
Het is in principe aan werknemer en werkgever om een arbeidsovereenkomst aan te gaan.
Hierbij dient wel rekening gehouden te worden met de wettelijke kaders, waaronder
de wetgeving voor een gelijke behandeling tussen tijdelijke en vaste werknemers, en
de geldende cao’s. Daarnaast dienen werkgevers zich te houden aan de in Nederland
geldende beginselen waaronder ook goed werkgeverschap. Het is uiteindelijk aan de
rechter om te oordelen of daaraan wordt voldaan.
Vraag 3
In hoeverre druist het ondertekenen van een verklaring zoals die is opgesteld door
Walibi Holland in tegen bijvoorbeeld het stakingsrecht?
Antwoord 3
Het recht op collectieve actie is verankerd in artikel 6, vierde lid, van het Europees
Sociaal Handvest. Daarin staat dat werkgevers en werknemers het recht hebben om collectief
op te treden als sprake is van een belangengeschil, met inbegrip van het stakingsrecht.
De werkgever kan zijn werknemers niet zomaar verbieden te staken of beperkingen opwerpen.
Het is aan de rechter om te toetsen of bij het ondertekenen van een bepaalde verklaring
sprake is van een inbreuk op het stakingsrecht. Tevens kan de rechter toetsen of een
dergelijke verklaring in strijd is met andere wettelijke kaders, desbetreffende cao
en de rechtsbeginselen.
Vraag 4
Welke bescherming hebben werknemers wanneer zij na het ondertekenen van het contract
toch in actie komen tegen de arbeidsomstandigheden bij Walibi Holland?
Antwoord 4
Het ondertekenen van het contract laat onverlet dat een werknemer in actie kan komen
tegen onredelijke arbeidsomstandigheden. In dat geval worden zij op meerdere manieren
beschermd. In algemene zin zijn werknemers beschermd tegen oneigenlijke behandeling
van hun werkgever. Zo geldt voor veel gelijke behandelingsregels, waaronder die tussen
tijdelijke en vaste werknemers, bescherming tegen benadeling. Zie ook het antwoord
op vraag 8. In deze gevallen kunnen werknemers zich wenden tot het College voor de
Rechten van de Mens. In andere gevallen kan de werknemer zich, al dan niet met hulp
van de vakbond of rechtsbijstandverlener richten tot de rechter. De wet bevat meerdere
artikelen (bijvoorbeeld artikel 6:248, tweede lid BW) die het contract tussen werknemer
en werkgever kunnen aantasten. Daarnaast biedt het arbeidsrecht een bepaalde minimumbescherming
(bijvoorbeeld ontslagbescherming) die dwingendrechtelijk van aard is. In veel gevallen
zullen werkgevers dit goed willen oplossen en is het niet nodig om hier juridische
stappen op te ondernemen.
Vraag 5
Bent u het eens met de Horecabond dat op deze manier druk uitoefenen kan bijdragen
aan een angstcultuur waarin werknemers terughoudend worden om misstanden aan te kaarten
en dat dit in strijd is met goed werkgeverschap?
Antwoord 5
Iedere situatie waarin er oneigenlijk druk uitgeoefend wordt op werknemers om misstanden
niet aan te kaarten vind ik onwenselijk, en kan geen onderdeel zijn van een gezonde
bedrijfscultuur. In hoeverre dat in deze situatie het geval is, kan ik niet beoordelen.
Vraag 6
Wat vindt u van de uitspraken van Marc Guffens, directielid bij Walibi Holland, die
stelt dat medewerkers akkoord moeten gaan met de arbeidsvoorwaarden en anders niet
in dienst mogen komen?
Antwoord 6
Het is in principe aan werknemers en werkgevers om een arbeidsovereenkomst aan te
gaan. Wel gelden hiervoor wettelijke kaders, cao’s en algemene beginselen. Deze regels
zien in het bijzonder op bescherming tegen ongelijke behandeling, waaronder ook die
tussen tijdelijke en vaste werknemers. In hoeverre dat in deze situatie het geval
is, kan ik niet beoordelen.
Vraag 7
Bent u het ermee eens dat de uitspraken van Guffens op gespannen voet staan met de
praktijk van arbeidsverhoudingen in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik naar mijn antwoord bij vraag 6.
Vraag 8
Wat vindt u van het feit dat Walibi Holland bij seizoensmedewerkers niet kiest voor
de horeca-cao waardoor deze minder goede arbeidsvoorwaarden hebben dan vaste krachten?
Antwoord 8
Ik kan deze specifieke situatie niet beoordelen. Tegelijkertijd wil ik in algemene
zin wel benadrukken dat het een werkgever verboden is om onderscheid te maken tussen
werknemers in de arbeidsvoorwaarden op grond van het al dan niet tijdelijke karakter
van de arbeidsovereenkomst, tenzij een dergelijk onderscheid objectief gerechtvaardigd
is. Dit is geregeld in artikel 7:648 BW. Indien een werknemer denkt dat hier sprake
van is, kan hij of zij zich tot het College voor de Rechten van de Mens wenden. Het
College kan onderzoeken of een dergelijk verboden onderscheid is of wordt gemaakt.
Het is een werkgever verboden om een werknemer te benadelen die een beroep doet op
dit gelijke behandelingsrecht.
Vraag 9
Wanneer heeft de laatste inspectie van de Nederlandse Arbeidsinspectie plaatsgevonden
bij Walibi Holland? Zijn er toen fouten geconstateerd rond arbeidsomstandigheden?
Antwoord 9
De Arbeidsinspectie was voor het laatst in juni 2025 bij Walibi Holland. Er zijn toen
geen overtredingen geconstateerd.
Vraag 10
Kunt u hierbij schriftelijk verklaren dat wanneer werknemers in actie komen tegen
de arbeidsomstandigheden bij Walibi Holland zij dit recht mogen uitoefenen en vanwege
een (vakbonds)actie dus niet op straat kunnen komen te staan?
Antwoord 10
Hiervoor verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 3. Het recht op collectieve actie
is verankerd in artikel 6, vierde lid, van het Europees Sociaal Handvest. Daarin staat
dat werkgevers en werknemers het recht hebben om collectief op te treden als sprake
is van een belangengeschil, met inbegrip van het stakingsrecht. Dit recht mag niet
zomaar worden beperkt of bestraft. Het is aan de rechter om te toetsen of sprake is
van een inbreuk op het stakingsrecht.
Vraag 11
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.