Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Houwelingen over het Toezichtrapport 83
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over Toezichtrapport 83 (ingezonden 24 februari 2026).
Antwoord van Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
16 maart 2026)
Vraag 1
Is het correct dat de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten
(CTIVD) op pagina 9 van Toezichtrapport 83 het volgende schrijft:
«De CTIVD heeft door middel van zelfstandig onderzoek in de systemen van de AIVD vastgesteld
dat binnen de onderzoeksperiode personen onderwerp van onderzoek zijn geweest die
kritiek hadden geuit op het coronabeleid.»?
Antwoord 1
De parlementaire enquêtecommissie van de Tweede Kamer heeft de Commissie van Toezicht
op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) verzocht te verkennen of er aanleiding
is om onderzoek te doen naar het handelen van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
gericht op critici van en protest tegen coronabeleid.
De CTIVD vat op pagina 3 het volgende samen: «De CTIVD heeft vastgesteld dat het louter
uiten van coronakritiek in geen enkel geval aanleiding is geweest onderzoek te doen.
In alle gevallen was er sprake van een vermoeden van een dergelijk gevaar dat voortkwam
uit uitspraken of gedragingen. Deze uitspraken of gedragingen waren bijvoorbeeld gericht
op geweld, het verspreiden van angst of desinformatie, het zaaien van haat of een
combinatie van het voorgaande. Gezien het felt dat de diensten een taak hebben om
vast te stellen of een vermoedelijke dreiging voor de nationale veiligheid, de democratische
rechtsorde of defensiebelangen zich ook daadwerkelijk voordoet, waren er gegronde
redenen om deze personen te onderzoeken.»
Op pagina 19 concludeert de CTIVD De diensten hebben de wettelijke taak om onderzoek
doen naar personen die aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar
vormen voor de nationale veiligheid, democratische rechtsorde of voor defensiebelangen.
Uit het verkennend onderzoek is gebleken dat in de onderzoeksperiode anti-overheids-extremisme
onderdeel uitmaakte van deze taak. In dat kader hebben de diensten ook onderzoek gedaan
naar personen, waarbij ook personen zijn onderzocht die zich kritisch hebben uitgelaten
over het coronabeleid. Bij geen van deze personen was die kritiek als zodanig de aanleiding
om een onderzoek te starten of bevoegdheden in te zetten.»
Vraag 2
Wat vindt u hiervan? Is het wenselijk, in een (formeel) vrije en open samenleving,
dat kritische burgers door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in
de gaten worden gehouden simpelweg omdat ze kritisch zijn op het regeringsbeleid?
Antwoord 2
Dit wordt niet door de CTIVD geconcludeerd. Zie antwoord op vraag 1.
Vraag 3
Is het correct dat de CTIVD in dit rapport concludeert dat coronacritici onderzocht
mogen worden door de inlichtingendiensten als hun kritiek wordt gezien als een vorm
van «desinformatie» of een «complottheorie»?
Antwoord 3
Nee, zie ook het antwoord op vraag 1. Daarnaast benoemt de CTIVD dat de diensten personen
in onderzoek nam, enkel wanneer zij aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat
zij een gevaar vormden voor de nationale veiligheid, de democratische rechtsorde of
voor defensiebelangen, zoals wettelijk vastgesteld in de Wet op de Inlichtingen- en
Veiligheidsdiensten (WIV) 2017.
Vraag 4
Kunt u een lijst verschaffen met beweringen van coronacritici die door de inlichtingendiensten
worden gezien als «desinformatie» of een «complottheorie» en daarmee een onderzoek
door de inlichtingendienst naar de Nederlandse burger die die kritiek uit kan rechtvaardigen?
Antwoord 4
De AIVD kan onderzoek doen zoals beschreven in de WIV 2017. Het is casusafhankelijk
of dit in een individueel geval aan de orde is en over de werkwijze die daarbij wordt
gehanteerd kan vanwege dezelfde WIV 2017 geen mededeling worden gedaan.
Vraag 5
Bent u van mening dat een machtig internationaal netwerk dat gebruik maakt van (seksuele)
chantage als drukmiddel (bijvoorbeeld het netwerk van Jeffrey Epstein) een gevaar
kan opleveren voor onze democratische rechtsorde?
Antwoord 5
Er is sprake van een dreiging voor de democratische rechtsorde wanneer de democratische
rechtstaat en de open samenleving onder druk staat. Of er sprake is van een gevaar
voor de democratische rechtsorde is afhankelijk van de daadwerkelijke gedragingen
die worden ondernomen en welke intenties daar achter zitten.
Vraag 6
Verricht de AIVD onderzoek naar dit soort netwerken in het algemeen en het netwerk
van Epstein in het bijzonder? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Vanwege de WIV 2017 kan ik, in het openbaar geen uitspraken doen over al dan niet
lopende onderzoeken bij de diensten.
Vraag 7
Zou de AIVD, wat u betreft, onderzoek moeten doen naar dit soort internationale machtsnetwerken
die een gevaar kunnen vormen voor onze democratische rechtsorde? Meer specifiek: zou
de AIVD niet veel en veel beter onderzoek kunnen gaan doen naar bijvoorbeeld het netwerk
van Epstein en de mogelijk corrumperende werking daarvan op onze democratie in plaats
van kritische burgers die waarschuwen voor dit soort netwerken (van kwaadaardige elites
welteverstaan) te onderzoeken omdat deze kritische burgers daarmee «complottheorieën»
aanhangen en een «kwaadaardig elite-narratief» verspreiden?
Antwoord 7
De AIVD kan, op basis de WIV 2017, onderzoek verrichten met betrekking tot alle organisaties
en personen die door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun activiteiten aanleiding
geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van
de democratische rechtsorde, dan wel voor de nationale veiligheid of voor andere gewichtige
belangen van de staat.
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.