Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ellian over de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam ter zake een advocaat die verdacht wordt van deelname aan een criminele organisatie
Vragen van het lid Ellian (VVD) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam ter zake een advocaat die verdacht wordt van deelname aan een criminele organisatie (ingezonden 20 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 13 maart
2026)
Vraag 1
Bent u bekend met de beslissing van de Raad van Discipline van 19 januari 2026?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe vaak is sinds de totstandkoming van artikel 60ab van de Advocatenwet een schorsing
uitgesproken en hoe vaak is een voorlopige voorziening toegewezen zoals is gebeurd
op 19 januari 2026?
Antwoord 2
Ter beantwoording van deze vraag heb ik, via de Nederlandse Orde van Advocaten (hierna:
NOvA), gegevens opgevraagd bij de Stichting Ondersteuning Tuchtcolleges Advocatuur.
Sinds de inwerkingtreding van het huidig artikel 60ab Advocatenwet zijn er in totaal
bij de verschillende Raden van discipline 32 zaken geweest waarbij een verzoek op
grond van artikel 60ab Advocatenwet, dan wel een verzoek op grond van artikelen 60ab
én 60b Advocatenwet, is toegewezen. In 18 van deze 32 zaken ging het om een schorsing
voor onbepaalde tijd, in 10 zaken ging het om een schorsing voor onbepaalde tijd en
is een voorlopige voorziening getroffen en in 4 zaken is enkel een voorlopige voorziening
getroffen.
Sinds de inwerkingtreding van het huidig artikel 60ab Advocatenwet zijn er bij het
Hof van discipline 4 zaken geweest waarbij een verzoek op grond van artikel 60ab van
de Advocatenwet is toegewezen. In 3 zaken ging het om een schorsing voor onbepaalde
tijd en in 1 zaak om een ging het om een schorsing voor onbepaalde tijd en is een
voorlopige voorziening getroffen.
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat een advocaat tegen wie een verdenking van een zeer ernstig strafbaar
feit bestaat, namelijk deelname aan een criminele organisatie, werkzaamheden als advocaat
kan verrichten terwijl de strafzaak nog loopt?
Antwoord 3
In de zaak waar naar wordt gevraagd is een onafhankelijke tuchtrechter tot het oordeel
gekomen dat de schorsing van de advocaat in de uitoefening van zijn advocatenpraktijk
op grond van artikel 60ab, eerste lid, Advocatenwet niet langer kan worden gerechtvaardigd
en is in de zaak een voorlopige voorziening getroffen. Als Staatssecretaris van Justitie
en Veiligheid laat ik mij niet uit over individuele zaken.
In het algemeen kan ik zeggen dat voor iedereen in Nederland die verdacht wordt van
het begaan van een strafbaar feit, geldt dat diegene onschuldig wordt geacht totdat
het tegendeel is bewezen.
Voorts wijs ik uw Kamer erop dat er verschillende maatregelen zijn getroffen om voortgezet
crimineel handelen in detentie tegen te gaan en advocaten te beschermen. Uw kamer
is op 23 januari 2026 geïnformeerd over de voortgang hieromtrent.2
Vraag 4
Wat vindt u ervan dat een advocaat die verdacht wordt van het doorgeven van boodschappen
vanuit de Extra Beveiligde Inrichting zijn werkzaamheden als advocaat weer kan hervatten
en dus ook gebruik kan maken van de bescherming die een advocaat geniet?
Antwoord 4
Ik laat mij niet uit over individuele zaken. In zijn algemeenheid merk ik op dat voor
iedere verdachte in Nederland de onschuldpresumptie geldt. Alle advocaten in Nederland
hebben bepaalde plichten, maar ook rechten, zoals het verschoningsrecht. Het verschoningsrecht
beschermt de vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt en is van belang voor een
goede uitoefening van het beroep advocaat.
Vraag 5
Hoe kan een advocaat die verdacht wordt van een zeer ernstig strafbaar feit volgens
u voldoen aan alle kernwaarden die gelden voor de advocatuur?
Antwoord 5
Zoals in de antwoorden hierboven is gezegd, laat ik mij niet uit over individuele
zaken. In het algemeen kan ik zeggen dat alle advocaten in Nederland de kernwaarden
als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, Advocatenwet in acht moeten nemen. De lokale
deken houdt in zijn arrondissement onder meer toezicht op de naleving van de verplichtingen
op grond van de Advocatenwet. Op grond van artikel 46 Advocatenwet zijn alle advocaten
aan tuchtrechtspraak onderworpen onder meer voor het handelen in strijd met de in
dat artikel omschreven betamelijkheidsnorm en de Advocatenwet. De tuchtrechter toetst
het aan de advocaat verweten handelen of nalaten aan artikel 46 Advocatenwet. Zoals
hierboven ook genoemd, wordt iedere verdachte in Nederland onschuldig geacht totdat
het tegendeel is bewezen.
Vraag 6
Kunt u toelichten of er op een andere manier wordt beslist op een verzoek tot opheffing
van een schorsing ex artikel 60ab van de Advocatenwet na de voorziene wijziging van
de Advocatenwet waarmee de Onafhankelijk Toezichthouder Advocatuur wordt geïntroduceerd?
Antwoord 6
In het conceptwetsvoorstel waarmee de Onafhankelijk Toezichthouder Advocatuur (OTA)
wordt geïntroduceerd, is voorzien dat de OTA de bevoegdheid krijgt om, op grond van
de artikelen 60ab, 60b en 60c Advocatenwet, diverse ordemaatregelen te verzoeken aan
de tuchtrechter. Ik kan niet zeggen of deze voorziene wijziging zal leiden tot een
andere manier van beslissen door de tuchtrechter op verzoeken op grond van artikel
60abAdvocatenwet. Het is aan de tuchtrechter om elke zaak op zijn eigen merites te
beoordelen.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.