Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Claassen over het openbare Facebookbericht op de pagina van cabaretier Rogier Kahlmann
Vragen van het lid Claassen (Groep Markuszower) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het openbare Facebookbericht op de pagina van cabaretier Rogier Kahlmann (ingezonden 18 februari 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 13 maart
2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het openbare Facebookbericht op de pagina van cabaretier Rogier
Kahlmann waarin wordt gesteld dat meerdere theaters en zalen onder druk zijn gezet
door linkse actiegroepen vanwege geplande optredens van Rogier Kahlmann en dat dit
in diverse gevallen heeft geleid tot de annulering van voorstellingen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat culturele instellingen door georganiseerde druk en dreigementen
worden bewogen om programmering aan te passen of te schrappen?
Antwoord 2
Ik zie dit als een ongewenste en zorgwekkende ontwikkeling die de artistieke vrijheid
van makers en culturele instellingen onder druk zet. Artistieke vrijheid vormt een
fundament van onze democratische rechtstaat, waarin iedereen de ruimte moeten krijgen
om zichzelf te uiten, ook als dit schuurt.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat het intimideren van podia en programmeurs vanwege de inhoud
van een voorstelling een ernstige aantasting vormt van de artistieke vrijheid en de
vrijheid van meningsuiting?
Antwoord 3
Ja, die opvatting deel ik.
Vraag 4
In hoeverre acht u het wenselijk dat een kleine, activistische linkse minderheid via
dreiging met klachten, reputatieschade of meldingen bij instanties feitelijk een veto
kan uitspreken over culturele programmering?
Antwoord 4
Culturele instellingen hebben de vrijheid om zelf te bepalen wie zij wel of niet programmeren.
Burgers hebben de vrijheid om iets van deze programmering te vinden, maar dat moet
wel op een correcte wijze. Ik acht iedere inmenging die culturele instellingen onder
druk zet om hun keuzes aan te passen onwenselijk.
Vraag 5
Kunt u aangeven of en hoe vaak gesubsidieerde culturele instellingen zich bij uw ministerie
hebben gemeld vanwege druk, bedreiging of intimidatie rondom programmering in de afgelopen
jaren?
Antwoord 5
Er zijn mij enkele incidenten bekend van door OCW gesubsidieerde culturele instellingen
die te maken kregen met druk, bedreiging of intimidatie vanwege hun programmering.
Bezien vanuit een breder perspectief constateer ik dat makers en culturele instellingen
druk ervaren op hun artistieke vrijheid, bijvoorbeeld in polariserende discussies
over programmeringskeuzes. Deze signalen ontving de Raad voor Cultuur ook en bewogen
hem ertoe om een advies uit te brengen over artistieke vrijheid, dat de Raad 21 januari
jl. aan uw kamer heeft aangeboden.2 Op dit moment bereid ik een reactie op dit advies voor.
Vraag 6
Welke verantwoordelijkheid ziet u voor de overheid om culturele instellingen te beschermen
tegen ongeoorloofde druk en intimidatie, juist wanneer deze instellingen afhankelijk
zijn van publieke middelen?
Antwoord 6
Ik vind het belangrijk een inclusieve, pluriforme en toegankelijke culturele sector
te waarborgen. Als de samenleving polariseert en de spanningen toenemen, moet de culturele
en creatieve sector een veilig podium blijven bieden voor het vrije woord, artistieke
expressie en dialoog. Om instellingen hierin te ondersteunen heeft mijn ambtsvoorganger
de Handreiking Weerbare Cultuursector3 van Kunsten ’92 en het Verwey-Jonker Instituut financieel mogelijk gemaakt. Deze
handreiking en het onderliggende onderzoek bieden culturele instellingen houvast om
zorgvuldige afwegingen te maken in de dynamiek van maatschappelijke spanningen, polarisatie
en toenemende druk om positie te kiezen.
Vraag 7
Deelt u de zorg dat het normaliseren van dergelijke actiemethoden leidt tot zelfcensuur
binnen de culturele sector, waarbij instellingen uit angst voor repercussies bepaalde
artiesten of thema’s mijden?
Antwoord 7
Ik deel de zorg dat acties die culturele instellingen onder druk zetten bepaalde keuzes
te maken de druk op de artistieke vrijheid vergroot. In tijden van maatschappelijke
spanningen en polarisatie is het daarom extra belangrijk om culturele instellingen
handvatten te bieden voor de omgang met maatschappelijke druk. Hiervoor heeft mijn
voorganger onlangs de handreiking van Kunsten ’92 en het Verwey-Jonker Instituut financieel
mogelijk gemaakt.
Vraag 8
Bent u bereid in overleg te treden met de culturele sector over richtlijnen of ondersteuning
voor instellingen die te maken krijgen met georganiseerde intimidatie of dreiging
rondom hun programmering?
Antwoord 8
Hierover ben ik reeds in gesprek met de sector. De handreiking van Kunsten ’92 en
het Verwey-Jonker Instituut is het resultaat van een onderzoek dat tot stand is gekomen
aan de hand van meerdere gesprekken met de sector.
Vraag 9
Welke maatregelen bent u bereid te nemen om culturele instellingen te beschermen tegen
druk en intimidatie rondom hun programmering?
Antwoord 9
Ik neem dit onderwerp zeer serieus. Daarom beraad ik me op dit moment goed op het
eerder genoemde advies van de Raad voor Cultuur over artistieke vrijheid. Ik zal in
mijn reactie op dit advies ook ingaan op de druk en intimidatie rondom programmering
van culturele instellingen.
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.