Schriftelijke vragen : De juridische implicaties van het on hold zetten van gaswinning
Vragen van het lid Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) aan Minister van Klimaat en Groene Groei over de juridische implicaties van het on hold zetten van gaswinning (ingezonden 13 maart 2026).
Vraag 1
Zou een tijdelijk staken van reeds vergunde gaswinning om bepaalde onderzoeken naar
de gevolgen ervan af te wachten, neerkomen op contractbreuk met de gaswinningsbedrijven?
Vraag 2
Heeft u binnen de huidige wetgeving juridische mogelijkheden om een algemene tijdelijke
of permanente stop op nieuwe gasboringen in te voeren in een specifiek gebied, inclusief
wanneer er exploratievergunningen zijn toegekend? Is er daarbij een verschil tussen
projecten die nog in een proefboorfase zitten en projecten die al volop gas aan het
winnen zijn? Zo ja, welke mogelijkheden heeft u?
Vraag 3
Welke juridische mogelijkheden heeft u om reeds verleende vergunningen voor gasboringen
weer in te trekken?
Vraag 4
Heeft u juridische mogelijkheden om reeds lopende gaswinningsprojecten tijdelijk of
permanent stil te leggen in een specifiek gebied? Zo ja, welke?
Vraag 5
In welke van deze gevallen zullen betrokken bedrijven financieel gecompenseerd moeten
worden en in welke gevallen is dat niet nodig?
Vraag 6
Zijn er omstandigheden waarin u meer ruimte heeft om vergunningen in te trekken of
vergunde projecten stil te leggen, bijvoorbeeld in het geval van nieuwe inzichten
over risico’s die bij op het moment van vergunningverlening niet bekend waren of als
minder riskant werden ingeschat?
Indieners
-
Gericht aan
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Indiener
Sjoukje van Oosterhout, Kamerlid