Schriftelijke vragen : De rol van voormalig minister Gouke Moes bij een rechtszaak tegen de Staat
Vragen van het lid Ergin (DENK) aan de Minister-President en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de rol van voormalig Minister Gouke Moes bij een rechtszaak tegen de Staat (ingezonden 13 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat voormalig Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Gouke Moes zich kort na zijn aftreden heeft aangesloten als vicevoorzitter bij de
Stichting Democratische Vernieuwing, die een rechtszaak voorbereidt tegen de Nederlandse
Staat onder de noemer «cultuurdefensie»?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het dat een voormalig Minister van Cultuur zich binnen enkele weken
na zijn aftreden aansluit bij een stichting die een rechtszaak tegen de Staat voorbereidt
onder de noemer «cultuurdefensie»?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat het op zijn minst opmerkelijk en politiek problematisch is
wanneer een bewindspersoon die kort daarvoor nog deel uitmaakte van de regering zich
vrijwel direct daarna aansluit bij een initiatief dat de Staat juridisch wil aanklagen?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Heeft de heer Moes tijdens zijn ministerschap betrokkenheid gehad bij beleid of besluitvorming
rond migratie, integratie, cultuurbeleid of maatschappelijke cohesie die mogelijk
raakt aan het onderwerp van deze voorgenomen rechtszaak?
Vraag 5
Beschikte de heer Moes tijdens zijn ministerschap over vertrouwelijke informatie of
beleidsinzichten die relevant zouden kunnen zijn voor de voorbereiding van een rechtszaak
tegen de Staat? Zo ja, welke waarborgen bestaan er dat dergelijke informatie niet
wordt gebruikt?
Vraag 6
Vindt u het passend dat een voormalig Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
zich drie weken na zijn aftreden aansluit bij een initiatief dat de Nederlandse Staat
wil aanklagen onder de noemer «cultuurdefensie»? Zo ja, waarom?
Vraag 7
Klopt het dat, op grond van de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen, een gewezen
bewindspersoon binnen twee jaar na aftreden het Adviescollege rechtspositie politieke
ambtsdragers om advies moet verzoeken over de aanvaardbaarheid van een voorgenomen
functie?
Vraag 8
Heeft de heer Moes een dergelijk advies aangevraagd of ontvangen met betrekking tot
zijn functie als bestuurder van de Stichting Democratische Vernieuwing? Zo ja, wat
was de uitkomst van dit advies en wanneer is dit uitgebracht?
Vraag 9
Indien geen advies is aangevraagd, acht u dat in overeenstemming met de verplichtingen
uit de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen?
Vraag 10
Klopt het dat artikel 4 van de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen bepaalt
dat een gewezen bewindspersoon gedurende twee jaar na aftreden geen zakelijk contact
mag hebben met ambtenaren van zijn voormalig ministerie of met ambtenaren van andere
ministeries over beleidsterreinen waarbij hij intensief betrokken is geweest?
Vraag 11
Is bij u bekend of de heer Moes, sinds zijn aantreden als bestuurder van de Stichting
Democratische Vernieuwing, contact heeft gezocht of contact heeft laten zoeken met
ambtenaren van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of andere ministeries
over deze voorgenomen rechtszaak of over het onderwerp «cultuurdefensie»?
Vraag 12
Is voor de heer Moes een ontheffing verleend van het verbod op zakelijk contact met
ambtenaren zoals bedoeld in de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen? Zo ja,
op welke gronden en wanneer?
Vraag 13
Deelt u de opvatting dat het onwenselijk zou zijn wanneer een voormalig Minister van
Cultuur die drie weken na zijn aftreden betrokken raakt bij een initiatief dat de
Staat wil aanklagen alsnog ontheffing zou krijgen van het verbod op zakelijk contact
met ambtenaren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 14
Zijn bij u signalen bekend dat oud-bewindspersonen van kabinet Schoof 1 in vergelijkbare
situaties terecht zijn gekomen, bijvoorbeeld door kort na hun aftreden betrokken te
raken bij functies op beleidsterreinen waarvoor zij eerder verantwoordelijk waren?
Zo ja, zijn daarbij signalen bekend dat regels uit de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen,
handboek bewindspersonen en andere integriteitsregels mogelijk zijn overtreden?
Vraag 15
Vindt u dat de huidige Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen voldoende waarborgen
bevat om te voorkomen dat een oud-bewindspersoon kort na zijn aftreden betrokken raakt
bij initiatieven die de Staat juridisch activistisch procederen op beleidsterreinen
waarvoor hij zelf eerder verantwoordelijk was?
Vraag 16
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Ondertekenaars
Doğukan Ergin, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.