Schriftelijke vragen : De uitspraak van geschillencommissie GIP in geschil 2024-0536
Vragen van het lid Van Brenk (50PLUS) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de uitspraak van geschillencommissie GIP in geschil 2024-0536 (ingezonden 12 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de uitspraak van de Geschilleninstantie Pensioenfonden (GIP) in
geschil 2024-0536?1
Vraag 2
Wat vindt het kabinet ervan dat de ouderdomspensioenuitkering van de indiener in deze
zaak door het ABP is verlaagd, omdat verzoeker is gaan samenwonen?
Vraag 3
Welke juridische grondslag is er voor pensioenfondsen om pensioenuitkeringen te verlagen,
enkel en alleen omdat de pensioengerechtigde gaat samenwonen?
Vraag 4
Deelt het kabinet de conclusie alsmede de onderbouwing van de conclusie van de uitspraak
van de geschillencommissie? Indien nee, waarom niet?
Vraag 5
Deelt het kabinet de waarneming, dat er hoogstwaarschijnlijk meer personen zijn getroffen
door de interpretatie van de regels door het ABP? Zijn er indicaties die erop wijzen
dat pensioenverlagingen op deze grondslag vaker zijn voorgekomen?
Vraag 6
Is het aannemelijk dat ook andere pensioenfondsen pensioenverlagingen hebben doorgevoerd
op basis van dezelfde (afgewezen) grondslag en interpretatie van regels?
Vraag 7
Is het mogelijk om te achterhalen hoeveel pensioendeelnemers precies zijn getroffen
door pensioenverlagingen in dit verband?
Vraag 8
Welke gevolgen heeft de uitspraak van de geschillencommissie voor de deelnemers die
met een vergelijkbare pensioenverlaging te maken hebben gehad?
Vraag 9
Wordt de uitspraak gecommuniceerd aan de deelnemers in kwestie en worden de verlagingen
in dit verband dan automatisch en met terugwerkende kracht teruggedraaid of moeten
zij zelf in actie komen? Kunt u een toelichting geven?
Ondertekenaars
Corrie van Brenk, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.