Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Beckerman over de naleving van de verplichting tot het registreren van nevenfuncties van hoogleraren
Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de naleving van de verplichting tot het registreren van nevenfuncties van hoogleraren (ingezonden 19 februari 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 12 maart
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Universiteit Leiden noemt niet-gemeld nevenwerk van
hoogleraar Kinneging voor pro-Orbán denktanks «uit hoofde van zijn functie»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u van mening dat alle nevenfuncties, waaronder activiteiten voor denktanks in
Hongarije, een docentschap in Polen en een voorzitterschap van een ANBI-stichting,
opgenomen hadden moeten worden in het register voor nevenfuncties? Kunt u uw antwoord
toelichten?
Antwoord 2
De Sectorale regeling nevenwerkzaamheden Nederlandse Universiteiten beschrijft welke
nevenwerkzaamheden meldingsplichtig zijn.2 Daarin staat dat hoogleraren transparant moeten zijn over hun nevenfuncties en hun
betaalde nevenfuncties en daarnaast onbetaalde nevenfuncties waarbij sprake is van
belangenverstrengeling moeten melden bij hun universiteit. Deze regeling nevenwerkzaamheden
maakt deel uit van de cao Nederlandse Universiteiten als zelfstandige bijlage. De
verantwoordelijkheid ligt dus primair bij de werknemers én werkgevers en ik verwacht
dan ook dat zij zich aan deze regeling houden. Het is belangrijk dat het register
nevenfuncties volledig, kloppend, vindbaar en actueel is.
Vraag 3
Wat vindt u van de uitspraak van de rector magnificus van de Universiteit Leiden dat
de nevenfuncties bij denktanks en als docent «uit hoofde van zijn functie zijn» en
derhalve niet in het register hoeven te worden opgenomen? Wordt deze route om het
register te omzeilen vaker genomen?
Antwoord 3
Werkzaamheden die behoren bij de functie van een wetenschapper worden binnen universiteiten
bepaald op basis van de indeling in het functieprofiel van het Universitair Functie-Ordeningsysteem
(UFO), het takenpakket zoals opgesteld door de universiteit en/of andere gemaakte
afspraken. Het is dus aan de instelling om te beoordelen of werkzaamheden tot het
reguliere takenpakket van de universiteit behoren. Omdat de verantwoordelijkheid hiervoor
primair bij de werkgever ligt, doe ik geen inhoudelijke uitspraken over een specifieke
casus.
Signalen dat het register via deze route omzeild wordt, zijn bij mij niet bekend.
Vraag 4
De Tweede Kamer heeft de afgelopen jaren meermalen aandacht gevraagd voor casussen
waarin nevenfuncties niet of onvolledig werden geregistreerd, welke stappen zijn gezet
om uitvoering te geven aan de aangenomen motie Heite c.s.?3
Antwoord 4
Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer in december jl. geïnformeerd over deze stappen.4 UNL geeft aan dat zij de actuele registratie van nevenfuncties in november jl. heeft
besproken met de HR-directeuren van de universiteiten en in januari jl. met de dossierhouders
die de opdracht hebben om dit bestand en de publieke gegevens actueel te houden. In
deze gesprekken werd het belang van een zorgvuldige registratie van nevenfuncties
benadrukt. Ook geeft UNL aan dat er in 2025 aanvullende afspraken zijn gemaakt met
de universiteiten. Dat waren de volgende afspraken: de universiteiten publiceren vier
keer per jaar een bijgewerkt overzicht van nevenwerkzaamheden hoogleraren; de nevenwerkzaamheden
van hoogleraren in het medische domein worden ook gepubliceerd; de universiteiten
blijven inzetten op verbetering van het register nevenwerkzaamheden, en zullen ten
minste één keer per jaar daarvoor samenkomen.
Daarnaast verwacht ik eind 2026 de vernieuwde Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke
Integriteit waarbij mijn voorganger extra aandacht heeft gevraagd voor transparantie,
onafhankelijkheid en het vermelden van het register nevenfuncties.
Vraag 5
Heeft de toegezegde agendering door Universiteiten van Nederland (UNL) van een actuele
registratie van nevenfuncties tijdens het jaarlijkse evaluatiemoment reeds plaatsgevonden
en zo ja, wat waren hiervan de uitkomsten?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Hebben de toegezegde gesprekken door UNL met alle HR-directeuren van universiteiten
over de actuele registratie van nevenfuncties reeds plaatsgevonden en zo ja, wat waren
hiervan de uitkomsten?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 7
Zijn er cijfers te noemen hoe vaak overtredingen de afgelopen jaren zijn geconstateerd
en hoe vaak zijn er maatregelen genomen in navolging van de Sectorale regeling nevenwerkzaamheden
Nederlandse universiteiten 2024, waarin is opgenomen dat bij (vermeende) schendingen
van wetenschappelijke integriteit, zoals het niet benoemen van nevenfuncties, het
aan de universiteit is wetenschappers hierop aan te spreken.
Antwoord 7
UNL geeft aan dat deze specifieke cijfers over overtredingen of maatregelen niet bekend
zijn. Mocht er een (vermeende) schending zijn van wetenschappelijke integriteit, dan
is het aan de instelling om de wetenschapper hierop aan te spreken. De Nederlandse
Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit biedt hiervoor een toetsingskader waarmee
deze schendingen beoordeeld kunnen worden, en indien nodig, kunnen er op basis van
artikel 1.14 van de cao Nederlandse Universiteiten maatregelen genomen worden door
de werkgever. Dit artikel verplicht werknemers om nevenwerkzaamheden te melden bij
de werkgever.
Vraag 8
Welke extra aandachtspunten aangaande de registratie van nevenfuncties worden opgenomen
in de dit jaar te verschijnen nieuwe Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (NGWI)?
Antwoord 8
De NGWI is een code die wordt opgesteld en onderschreven door de Koninklijke Nederlandse
Akademie van Wetenshappen (KNAW), Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek
(NWO), de samenwerkende organisaties in toegepast onderzoek (TO2-federatie), de Universitair
Medische Centra van Nederland (UMCNL), Universiteiten van Nederland (UNL) en Vereniging
Hogescholen (VH). Mijn ambtsvoorganger heeft de schrijfcommissie verzocht om bij de
herziening van de vernieuwde NGWI extra aandacht te besteden aan de principes transparantie
en onafhankelijkheid en hierbij ook het register nevenfuncties te vermelden. Op basis
van de internetconsultatie, in 2025, over de NGWI door genoemde partijen heb ik vernomen
dat de schrijfcommissie het voornemen heeft om dit ook te doen.
Vraag 9
Transparantie en onafhankelijkheid zijn cruciaal voor de wetenschap, herkent u dat
het het vertrouwen in de wetenschap kan schaden wanneer nevenfuncties onvermeld blijven?
Antwoord 9
Ja, ik vind het belangrijk dat hoogleraren transparant zijn over hun nevenfuncties
en onafhankelijk hun werk kunnen doen, omdat deze transparantie bijdraagt aan het
vertrouwen van de samenleving in de wetenschap.
Vraag 10
Acht u het nodig dat de Sectorale regeling nevenwerkzaamheden Nederlandse universiteiten
2024 moet worden aangescherpt en kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 10
Nee, dit acht ik niet nodig. De regeling biedt in combinatie met de NGWI als toetsingskader
voldoende handvatten voor de instellingen om onder andere de principes onafhankelijkheid
en transparantie van het wetenschappelijk integer handelen te waarborgen.
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.