Schriftelijke vragen : De brief van meer dan honderd economen over de economische doelmatigheid van de maatwerkafspraken met Tata Steel Nederland
Vragen van het lid Dassen (Volt) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over de brief van meer dan honderd economen over de economische doelmatigheid van de maatwerkafspraken met Tata Steel Nederland (ingezonden 11 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de open brief van meer dan honderd economen, waaronder ruim tachtig
hoogleraren, gepubliceerd op ESB.nu, waarin zij de economische doelmatigheid en effectiviteit
van de voorgestelde maatwerkafspraken met Tata Steel Nederland ter discussie stellen?1 Hoe beoordeelt u de daarin geuite kritiek?
Vraag 2
Herinnert uw zich uw antwoord op schriftelijke vragen d.d. 2 februari 2026, waarin
u stelt dat een maatwerkafspraak de snelste weg is om klimaatwinst en gezondheidswinst
voor omwonenden te behalen? Komt u, als u de overwegingen van de economen in de brief
betrekt bij deze afweging, tot dezelfde conclusie? Zo ja, kunt u aangeven waar de
economen volgens u dan verkeerd redeneren?
Vraag 3
Herinnert u zich uw anwoord op schriftelijke vragen d.d. 2 februari 2026, waarin u
stelt geen aanleiding te zien de intentieverklaring te beëindigen en de onderhandelingen
voort te zetten, onder meer omdat uitstel of afstel zou leiden tot het later of niet
optreden van klimaatwinst en gezondheidswinst? Komt u, als u de overwegingen van de
economen in de brief betrekt bij deze afweging, tot dezelfde conclusie? Zo ja, kunt
u gemotiveerd toelichten waarom?
Vraag 4
Erkent u dat Tata Steel Nederland over de periode 2023–2025 gemiddeld circa 157 miljoen
euro per jaar operationeel verlies heeft geleden en daarmee structureel onvoldoende
winstgevend is? Zo nee, op basis van welke cijfers of analyses komt u tot een andere
beoordeling?
Vraag 5
Hoe beoordeelt u het risico dat de voorgestelde eenmalige bijdrage van twee miljard
euro zich ontwikkelt tot een open-eindverplichting, gezien de structureel zwakke financiële
positie van Tata Steel Nederland?
Vraag 6
Heeft u kennisgenomen van de stelling van de economen dat een Europese aanbesteding
voor waterstofstaal economisch efficiënter is dan een nationale steunoperatie? Hoe
kijkt u kabinet tegen een dergelijk Europees aanbestedingsproces, en bent u bereid
zich hiervoor in te zetten? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Erkent u dat Tata Steel Nederland, gelet op het feit dat negentig procent van de staalproductie
wordt geëxporteerd, geen wezenlijk verschil maakt voor de Nederlandse hoogwaardige
maakindustrie en daarmee geen cruciale schakel vormt in een innovatief ecosysteem?
Zo nee, op welke onderbouwing baseert u een ander oordeel?
Vraag 8
Hoe beoordeelt u de juridische kwetsbaarheid van de maatwerkafspraken, zowel wat betreft
de staatssteunrechtelijke verdedigbaarheid als de lopende juridische procedures rondom
gezondheidsschade voor omwonenden, en kunt u daarbij ingaan op de stelling van de
economen dat publieke middelen worden ingezet zonder het onderliggende gezondheidsprobleem
op te lossen?
Vraag 9
Hoe ziet u de voorgestelde maatwerkafspraken in het licht van het rapport van de Wetenschappelijke
Klimaatraad (2026) dat stelt dat Nederland onvoldoende ruimte heeft om de huidige
omvang van de energie-intensieve industrie in stand te houden, en het rapport-Wennink
dat het kabinet oproept tot het maken van scherpe keuzes?
Vraag 10
Gezien EU-ETS Tata Steel al tot CO2-neutraliteit vóór 2040 verplicht en de maatwerkafspraken sturen op 2045, kunt u aantonen
dat de subsidie van twee miljard euro een transitie ondersteunt die aantoonbaar sneller
of verder gaat dan waartoe Tata Steel al wettelijk verplicht is? Zo nee, hoe houdt
deze staatssteun juridisch stand?
Vraag 11
Heeft u kennisgenomen van de stelling van de economen dat de schaarse middelen die
worden voorgesteld voor Tata Steel, waaronder technisch geschoolde arbeid, netcapaciteit,
duurzame energie en stikstofruimte, doelmatiger kunnen worden ingezet voor innovatieve
maakindustrie, netverzwaring en circulaire ketens. Deelt u deze analyse? Zo nee, waarom
niet, en kunt u dit per punt uiteenzetten?
Vraag 12
Heeft u kennisgenomen van de stelling van de economen dat strategische autonomie behoud
van staalproductie in Europa vereist, maar niet specifiek in Nederland? Deelt u deze
redenering? Zo nee, op welke gronden meent u dat staalproductie specifiek in Nederland
noodzakelijk is voor onze strategische autonomie?
Vraag 13
Heeft u kennisgenomen van de stelling van de economen dat afzien van steun aan structureel
verliesgevende bedrijven in een economie met schaarste geen politieke keuze maar een
economische noodzaak is? Deelt u deze kwalificatie? Zo nee, op welke analyse baseert
het de conclusie dat steun aan Tata Steel per saldo welvaartswinst oplevert?
Vraag 14
Deelt u de mening dat een nationale steunoperatie Europese coördinatie op basis van
comparatief voordeel doorkruist? Zo ja, waarom kiest u hier toch voor in plaats van
in te zetten op een Europese aanbesteding?
Vraag 15
Gezien de nationale steunoperatie voor Tata Steel bijdraagt aan een Europese subsidierace
waarbij lidstaten elkaar overbieden met publieke middelen, zoals Duitsland illustreert
met zijn energieprijsplafond, erkent u dat deze wedloop per saldo duurder uitvalt
voor Nederland dan wanneer het zou inzetten op Europese samenwerking en coördinatie?
Vraag 16
Gezien de schaarse middelen die Nederland tot haar beschikking heeft en het essentiële
belang van het steunen van de Nederlandse maakindustrie, erkent het kabinet dan dat
de middelen die voor de maatwerkafspraken met Tata Steel worden gebruikt doelmatiger
kunnen worden ingezet? Zo nee, kunt u toelichten waarom niet?
Vraag 17
Kunt u deze vragen afzonderlijk en voor het debat over de maatwerkafspraken en/of
binnen de geldende termijn beantwoorden?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Kostic (PvdD),
ingezonden 11 maart 2026 (vraagnummer 2026Z04882)
Ondertekenaars
Laurens Dassen, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.