Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bushoff over slechtere zorg na overname huisartsenpraktijk door commerciële partij Arts en Zorg
Vragen van het lid Bushoff (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over slechtere zorg na overname huisartsenpraktijk door commerciële partij Arts en Zorg (ingezonden 12 februari 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 10 maart
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1225.
Vraag 1
Bent u bekend met de uitzending van Radar van 9 februari jl. over de slechte zorg
bij commerciële huisartsenpraktijk Arts en Zorg?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de grote zorgen over de verhalen van patiënten bij Arts en Zorg, die soms
zelfs in levensgevaar komen doordat ze tegen digitale muren lopen, geen contact kunnen
krijgen met de praktijk of steeds wisselende artsen en praktijkondersteuners spreken?
Antwoord 2
Allereerst is het betreurenswaardig dat de patiënten waarover de uitzending van Radar
gaat slechte ervaringen in de huisartsenzorg hebben. Goede en toegankelijke huisartsenzorg
vormt het fundament van het Nederlandse zorgstelsel. Dat borgen we met wet- en regelgeving
van de overheid en normen en richtlijnen van de beroepsgroepen. Deze beschrijven onder
meer de eisen die aan de bereikbaarheid van een huisartsenpraktijk worden gesteld.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt aan de hand daarvan toezicht op
kwaliteit en veiligheid van de zorg. Dit toezicht vindt mede plaats op basis van signalen,
onder andere uit de media. De IGJ geeft aan dat zij de signalen uit de uitzending
niet herkennen vanuit de meldingen en signalen die zij binnenkrijgen. In dat licht
is het belangrijk dat patiënten die slechte ervaringen in de (huisartsen)zorg hebben
ook een melding doen bij de IGJ. Overigens heeft de IGJ in 2023 reeds een inspectiebezoek
aan een praktijk van Arts en Zorg gebracht en zij concludeerde toen dat deze bij de
getoetste onderwerpen voldeed aan de geldende wet- en regelgeving.2
Naast bovengenoemde kaders moeten aanbieders van huisartsenzorg werken volgens de
kernwaardenvan de huisartsenzorg. Deze beschrijven onder meer het belang van continuïteit in
de arts-patiëntrelatie. In lijn met afspraken in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord
(AZWA) heeft de beroepsgroep recent een uitgebreide duiding van deze kernwaarden opgeleverd.3 Hiermee hebben zorgverzekeraars, zorgaanbieders en toezichthouders extra handvatten
om te toetsen of een huisartsenpraktijk aan deze kernwaarden voldoet. Het kabinet
verwacht van deze partijen dat zij de zorg conform de duiding van de kernwaarden organiseren.
Partijen zullen de komende maanden, aan de hand van casuïstiek die onder meer door
de IGJ zal worden ingebracht, waar nodig verdere concretisering aanbrengen. Daarmee
wordt beoogd de IGJ en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) meer handvatten te geven
om vanuit hun toezicht eerder te kunnen interveniëren en zorgverzekeraars beter in
staat te stellen gericht te contracteren en zo de kwaliteit, toegankelijkheid en continuïteit
van de huisartsenzorg duurzaam te borgen.
Tot slot heeft de beroepsgroep recent aangegeven dat de toekomst van de huisartsenzorg
hybride is, maar dat belangrijke randvoorwaarden in acht moeten worden genomen om
digitale huisartsenzorg in te zetten.4 Fysieke zorg moet daarbij altijd mogelijk zijn binnen dezelfde praktijk. In het kader
van de kernwaarde «persoonsgericht» dient besluitvorming over digitale of fysieke
zorg te gebeuren op basis van samen beslissen.
Vraag 3
Hoe verklaart u dat deze wanpraktijken bij commerciële partijen blijven plaatsvinden,
ondanks eerdere stappen die mede op initiatief van de Kamer op dit terrein zijn gezet?
Antwoord 3
Of er sprake is van wanpraktijken is aan toezichthoudende instanties om te beoordelen.
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2, herkent de IGJ de signalen uit de uitzending
niet vanuit de meldingen en signalen die zij binnenkrijgen. Signalen in de media kunnen
voor de inspectie aanleiding zijn om extra toezichtsactiviteiten te starten. Samen
met partijen uit de huisartsenzorg en toezichthouders NZa en IGJ heeft het kabinet
de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet om risico’s van ketenvorming in de huisartsenzorg
tegen te gaan. Deze stappen zijn gebaseerd op de aanbevelingen van de NZa en IGJ in
hun rapport over de opkomst van bedrijfsketens in de huisartsenzorg5. Een van deze stappen is de duiding van de kernwaarden van de huisartsenzorg door
de beroepsgroep, waarover de Kamer recent is geïnformeerd.6 Zorgverzekeraars gaan aan de slag met de vertaling hiervan in het inkoopbeleid. In
het antwoord op vraag 2 is toegelicht welke stappen daarnaast zullen worden gezet.
Tevens wordt een werkgroep opgezet waarin vroegtijdig signalen tussen partijen, waaronder
zorgverzekeraars en toezichthouders, worden gedeeld. Het kabinet is ervan overtuigd
dat onwenselijke ontwikkelingen op deze manier vroegtijdig kunnen worden gesignaleerd
en gestopt.
Vraag 4
Welke concrete stappen zijn er gezet na het faillissement van Co-Med?
Antwoord 4
De volgende stappen zijn en worden gezet:
• Het Ministerie van VWS heeft, samen met de betrokken partijen, het faillissement van
Co-Med laten evalueren. De Kamer is over de uitkomst van deze evaluatie geïnformeerd.7 Toezichthouders, zorgverzekeraars en het Ministerie van VWS werken aan de verdere
uitwerking en implementatie van de leerpunten uit deze evaluatie.
• Naar aanleiding van het rapport van de NZa en IGJ «De opkomst van bedrijfsketens in
de huisartsenzorg» is, zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 en 3, door de beroepsgroep
gewerkt aan concretisering van de kernwaarden van de huisartsenzorg ten behoeve van
de inkoop door zorgverzekeraars en het toezicht van de IGJ en NZa. De Kamer is hierover
recent geïnformeerd.8
• Het kabinet zet verder in op het weren van niet integere zorgaanbieders en het versterken
van de continuïteit, toegankelijkheid en kwaliteit van zorg met:
– Het wetsvoorstel integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz).9 Dit wetsvoorstel beoogt onder andere voorwaarden te stellen aan winstuitkeringen
en een norm voor integere bedrijfsvoering te introduceren.
– Het aanscherpen van de zorgspecifieke fusietoets (Zft), waarbij de NZa meer mogelijkheden
krijgt om fusies en overnames te toetsen op kwaliteit van zorg, rechtmatige bedrijfsvoering
en de continuïteit van zorg10.
Vraag 5
Hoe kan worden voorkomen dat het bij Arts en Zorg net zo uit de hand loopt als bij
Co-Med, aangezien nu al een schrikbarend percentage van 42% van de patiënten negatieve
gevolgen voor hun gezondheid ervaart door de veranderingen in praktijken als gevolg
van de overname?
Antwoord 5
Het is aan de onafhankelijke toezichthouders IGJ en NZa, die toezien op de kwaliteit
en het rechtmatig functioneren van een specifieke aanbieder, om in situaties waarin
dat nodig is nader onderzoek te doen en effectief op te treden. Ook betrokken zorgverzekeraars,
die de zorg inkopen, hebben een rol in de toets op het leveren van kwalitatief goede
zorg en controle op declaraties. De NZa en IGJ hebben aangegeven dat zij de signalen
niet herkennen vanuit de meldingen en signalen die zij binnenkrijgen. Desalniettemin
vindt het kabinet het belangrijk om, conform de leerpunten die volgen uit de evaluatie
van Co-Med, de signalen serieus te nemen en met de betrokken partijen en toezichthouders
vinger aan de pols te houden.
Vraag 6
Hoe beziet u de klachten van patiënten over Arts en Zorg in relatie tot de gemaakte
afspraken in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)? Deelt u de mening dat
de praktijken van Arts en Zorg ingaan tegen de afspraken in het AZWA en zo ja, welke
acties gaat u ondernemen om deze commerciële partij tot de orde te roepen?
Antwoord 6
Het is primair aan zorgverzekeraars en toezichthoudende instanties om te beoordelen
of aanbieders voldoen aan wettelijke kaders, eisen vanuit de beroepsgroep en de kernwaarden
van de huisartsenzorg. Zorgverzekeraars en toezichthouders hebben instrumenten om
in te grijpen wanneer dat nodig is.
In het algemeen geldt dat in het AZWA concrete afspraken zijn gemaakt om de huisartsenzorg
toegankelijk te houden en het werken met een vaste patiëntenpopulatie voor huisartsen
weer de norm te maken. In een recente brief is de Kamer geïnformeerd over de voortgang
van deze afspraken.11 Een van de afspraken betreft de concretisering van de kernwaarden van de huisartsenzorg,
die in antwoord op vraag 2 is beschreven.
Vraag 7
Deelt u de zorg over het waterbedeffect dat ontstaat door het gebrek aan goede zorg
bij partijen als Arts en Zorg, waarbij patiënten uit wanhoop uitwijken naar huisartsenpraktijken
in andere dorpen en wijken die vervolgens weer moeten overgaan tot een patiëntenstop?
Hoe kunnen de afspraken uit het AZWA en de voorstellen uit de initiatiefnota van het
lid Bushoff «Stop de commercie, steun de huisarts»12 bijdragen aan een oplossing hiervoor?
Antwoord 7
Alle aanbieders van huisartsenzorg dienen te werken volgens de in het antwoord op
vraag 2 beschreven kaders, normen, richtlijnen en kernwaarden. Zorgverzekeraars hebben
een zorgplicht richting hun verzekerden en moeten er via de zorginkoop op sturen dat
hun verzekerden goede zorg krijgen. Toezichthouders IGJ en NZa zien toe op de (wettelijke)
verantwoordelijkheden van zorgaanbieders en zorgverzekeraars.
Ook wanneer zorg volgens alle geldende kaders wordt geleverd, kan het zijn dat patiënten
niet tevreden zijn over hun huisarts. In dat geval staat het hen vrij om een andere
zorgaanbieder te zoeken. Het klopt dat de toegankelijkheid van huisartsenzorg, zeker
in bepaalde gebieden, onder druk staat waardoor een andere aanbieder vinden niet eenvoudig
of zelfs onmogelijk is. De afspraken in het AZWA over de huisartsenzorg zijn er, in
lijn met de initiatiefnota van het lid Bushoff, op gericht om de toegankelijkheid
en continuïteit van huisartsenzorg overal in Nederland te borgen. Onder meer door
middel van een landelijk ruil- en inschrijfsysteem voor patiënten is het doel om de
toegankelijkheid van huisartsenzorg te vergroten. Dat neemt niet weg dat het voor
mensen die reeds een huisarts in de buurt hebben lastig kan blijven om te wisselen
van huisarts. Bij zo’n wens kunnen zij ook een beroep doen op de zorgbemiddeling van
de zorgverzekeraar.
Vraag 8
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de Kamerbreed aangenomen motie van het
lid Mohandis c.s.13 over het over het opstellen van een uitvoeringsagenda in de huisartsenzorg naar aanleiding
van de initiatiefnota van het lid Bushoff?
Antwoord 8
De motie Mohandis over het opstellen van een uitvoeringsagenda beschouwt het kabinet
als grote steun voor de werkagenda huisartsenzorg zoals afgesproken met landelijke
partijen in het AZWA.
De werkagenda huisartsenzorg in het AZWA is dan ook bedoeld als de gevraagde uitvoeringsagenda
en komt voor een groot deel overeen met de concrete voorstellen uit de initiatiefnota
van het lid Bushoff. Zoals gebruikelijk en toegezegd in de Kamerbrief van 2 februari
jl.14 zal ik de Kamer nader informeren over de voortgang van de afspraken die gemaakt zijn
in het IZA en het AZWA, dit betreft ook de voortgang op de gemaakte afspraken en de
situatie in de huisartsenzorg. De volgende Kamerbrief ontvangt de Kamer dit voorjaar.
Vraag 9
Wanneer wordt de uitvoeringsagenda op basis van de motie Mohandis c.s. met de Kamer
gedeeld?
Antwoord 9
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 8 is de werkagenda huisartsenzorg in het
AZWA bedoeld als de gevraagde uitvoeringsagenda. De Kamer is in de brief van 3 november
2025 hierover geïnformeerd.15 Middels de IZA/AZWA-monitoring wordt de Kamer meerdere keren per jaar geïnformeerd
over de voortgang op de gemaakte afspraken en de situatie in de huisartsenzorg. In
de recent verzonden brief over de voortgang van de AZWA-afspraken huisartsenzorg is
de Kamer geïnformeerd over de laatste stand van zaken van de uitvoering van de werkagenda.16
Vraag 10
Op welke manier wordt extra inzet gepleegd op de voorstellen uit de initiatiefnota
die volgens u al staande praktijk waren maar nog onvoldoende effect hebben, zoals
de motie verzocht?
Antwoord 10
Met de werkagenda in het AZWA zet het kabinet ook extra in op voorstellen die al staande
praktijk zijn. Een voorbeeld hiervan is de aanvullende inzet op (financieel) maatwerk
door zorgverzekeraars. Waar de staande praktijk is dat verschillende zorgverzekeraars
al maatwerk in de huisartsenzorg toepassen, is met deze afspraak landelijk vastgelegd
dat alle verzekeraars dit gaan doen en zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop.
De Kamer is over de uitvoering van deze afspraak recent geïnformeerd.17
Vraag 11
Kunt u deze vragen los van elkaar beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.