Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Piri over het bericht Israël neemt het bestuur van Palestijnse steden deels over
Vragen van het lid Piri (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht «Israël neemt het bestuur van Palestijnse steden deels over: «Einde aan de Oslo-akkoorden»» (ingezonden 11 februari 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 9 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Israël neemt het bestuur van Palestijnse steden deels
over: «Einde aan de Oslo-akkoorden»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u het eens met de constatering in het artikel dat met de besluiten van het Israëlische
kabinet «een einde [is gekomen] aan de Oslo-akkoorden»? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Een van de besluiten ontneemt de Palestijnse Autoriteit bepaalde bevoegdheden op het
gebied van toezicht en handhaving in Gebieden A en B. Dit is niet in overeenstemming
met de Oslo-akkoorden, waarin is vastgelegd dat Israël geen zeggenschap heeft over
burgerzaken in die gebieden. Ook zetten de plannen de fragiele situatie op de Westelijke
Jordaanoever verder onder druk, juist op het moment dat alle inspanningen gericht
moeten zijn op het laten slagen van het vredesplan en het werken naar een tweestatenoplossing.
Het is dan ook zaak dat de besluiten niet in uitvoering worden gebracht.
Vraag 3
Veroordeelt u, in navolging van onder andere het Verenigd Koninkrijk, de besluiten
van het Israëlische kabinet? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Ja, Nederland heeft deze besluiten van het Israëlische veiligheidskabinet veroordeeld
en zich hier publiekelijk over uitgesproken op politiek niveau en onder andere ook
op 17 februari jl. in New York in een breed gezelschap van 80 VN-landen.
Vraag 4
Heeft u uw Israëlische ambtsgenoot aangesproken op de besluiten van het Israëlische
kabinet? Zo nee, bent u bereid dit te doen?
Antwoord 4
In een publieke verklaring heeft Nederland Israël opgeroepen deze besluiten niet te
implementeren. Daarnaast is deze boodschap bilateraal meermaals op politiek en hoog
ambtelijk niveau aan Israël overgebracht, waaronder in mijn gesprek met Israëlische
Minister van Buitenlandse Zaken op 25 februari jl.
Vraag 5
Bent u bereid om consequenties te verbinden aan de blijvende ondermijning van het
perspectief op een Palestijnse Staat door het Israëlische kabinet? Zo ja, welke? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 5
Nederland beschouwt de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden als onrechtmatig.
Daar spreekt Nederland zich consequent en nadrukkelijk over uit, en ondersteunt dit
standpunt met beleid. Zo ontmoedigt de Nederlandse overheid economische relaties met
bedrijven in illegale nederzettingen, en beperkt het kabinet de samenwerking met Israël
tot binnen de grenzen van 1967. Daarnaast heeft het kabinet reeds verschillende acties
ondernomen naar aanleiding van unilaterale stappen van Israël die een tweestatenoplossing
ondermijnen. Zo heeft het kabinet o.a. naar aanleiding van de ontwikkelingen op de
Westelijke Jordaanoever het initiatief genomen tot de evaluatie van de naleving door
Israël van artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord. Ook heeft het kabinet, o.a.
na het besluit tot uitbreiding van nederzettingen in E1-gebied in augustus 2025, besloten
nationale maatregelen voor te bereiden om producten uit onrechtmatige nederzettingen
in door Israël bezette gebieden te weren. Daarnaast heeft Nederland Israëlische Ministers
Smotrich en Ben Gvir tot persona non grata verklaard n.a.v. uitspraken over annexatie van de Westelijke Jordaanoever. Het kabinet
blijft met relevante partners bespreken welke inzet, waaronder in EU-verband, effectief
kan zijn. Zie ook antwoord op vraag 6.
Vraag 6
Heeft u reeds opvolging gegeven aan de aangenomen motie-Piri (Kamerstuk 23 432, nr. 620) over het opnieuw agenderen van de opschorting van het handelsdeel van het EU-Israël-associatieakkoord?
Zo ja, kunt u toelichten hoe? Zo nee, bent u bereid dit spoedig te doen?
Antwoord 6
Met het vredesplan van president Trump is de inzet van Nederland en de EU erop gericht
om dit plan te laten slagen. Dat betekent niet dat de voorgestelde EU-maatregelen,
zoals het gedeeltelijk opschorten van het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord,
van tafel zijn. Naast de ontwikkelingen op de Westelijke Jordaanoever heeft Nederland
o.a. ook grote zorgen over de humanitaire situatie in Gaza. Deze zorgen heeft Nederland
ook bilateraal overgebracht bij Israel en Nederland heeft in de bijeenkomst van de
Raad Buitenlandse Zaken van 23 februari jl. overgebracht dat, indien de situatie niet
verbetert, het nodig kan zijn om de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen
in het kader van de evaluatie van artikel 2 van het Associatieakkoord tussen de EU
en Israël opnieuw te agenderen.
Vraag 7
Kunt u bovenstaande vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 7
Ja.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.