Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Boon en Haijer over een incident tijdens een burgerschapsles bij het ROC Nijmegen
Vragen van de leden Boon en Raijer (beiden PVV) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over antisemitisme en politieke indoctrinatie door een docente van het ROC (ingezonden 22 januari 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 9 maart
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1111.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat een docente van het ROC Nijmegen minderjarige leerlingen
in de klas heeft geronseld voor pro-Palestina-demonstraties en hen heeft blootgesteld
aan eenzijdige, activistische en antisemitische propaganda?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het bericht uit de Telegraaf.2In de betreffende les verzorgde een gastspreker een bijdrage vanuit haar persoonlijke
ervaringen en werd een deel van een documentaire getoond over het leven in de Palestijnse
Gebieden. Aansluitend vond een klassengesprek plaats waarin studenten vragen stelden
en met elkaar in gesprek gingen over het onderwerp.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het ronselen van leerlingen voor demonstraties, het verspreiden
van boycotapps tegen Israëlische producten wat kan worden gezien als een antisemitische
boycot en het tonen van activistische en antisemitische propaganda in een klaslokaal
niets met onderwijs te maken heeft en een vorm is van politieke en ideologische indoctrinatie?
Antwoord 2
Het onderwijs is bedoeld om studenten de mogelijkheid te bieden kritisch na te denken
over complexe en soms polariserende onderwerpen en om een eigen mening te vormen.
Het is niet de rol van docenten om studenten actief te sturen naar politieke acties
of specifieke campagnes.
In de klas moet ruimte zijn om verschillende perspectieven te belichten en om dit
te doen in een veilig leerklimaat. Het bevoegd gezag en de instelling zijn verantwoordelijk
voor het waarborgen van deze veilige en pluriforme leeromgeving. In dit specifieke
geval geeft ROC Nijmegen aan dat dit beter had gekund. Ik heb er vertrouwen in dat
ROC Nijmegen de situatie goed oppakt en op basis van de evaluatie die de komende periode
plaatsvindt, zal waarborgen dat bij volgende burgerschapslessen verschillende perspectieven
worden belicht.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het door een docent in het onderwijs suggereren dat «Joden»
of «pro-Joden» genocide zouden steunen en het vals framen van Israël als een «genocidale
staat» antisemitisch is en rechtstreeks bijdraagt aan een onveilig en intimiderend
klimaat voor Joodse leerlingen op school en bovendien olie op het vuur gooit van Jodenhaat
in Nederland?
Antwoord 3
Het is onacceptabel wanneer in het onderwijs uitingen worden gedaan die kunnen leiden
tot stigmatisering van groepen of die bijdragen aan een onveilig leerklimaat voor
studenten. Antisemitisme hoort nergens thuis, in welke vorm dan ook, en zeker ook
niet in het onderwijs.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het feit dat deze docente actief is binnen Extinction Rebellion (XR)
en «Docenten voor Palestina» en haar antisemitische activisme zichtbaar verweeft met
haar onderwijs aan minderjarige studenten, en acht u dit verenigbaar met de vereiste
politieke en ideologische neutraliteit van het onderwijs?
Antwoord 4
Het staat docenten vrij om in hun eigen tijd activisme te bedrijven, binnen de kaders
van de democratische rechtsstaat. Dat is vrijheid van meningsuiting.
Vraag 5
Welke concrete maatregelen gaat u nemen om antisemitisme in het onderwijs hard aan
te pakken en Joodse leerlingen te beschermen, en bent u bereid landelijk en afdwingbaar
vast te leggen dat docenten zich tijdens lestijd strikt neutraal moeten opstellen
en het verboden is om leerlingen op te roepen tot politieke acties, demonstraties
en boycots, met daaraan verbonden duidelijke sancties bij overtreding?
Antwoord 5
Het kabinet deelt de opvatting dat antisemitisme aangepakt dient te worden. Er is
geen ruimte voor antisemitisme in onze samenleving en op onze onderwijsinstellingen.
De aanbevelingen uit het rapport van de Taskforce Antisemitismebestrijding zijn van
grote waarde voor de instellingbesturen en mijn ministerie.3 In het voorjaar zal vanuit betrokken ministeries een uitgebreide beleidsreactie
op het rapport naar de Tweede Kamer worden verzonden, samen met de jaarlijkse actualisatie
van de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030.»4
Het ministerie brengt tevens leermiddelen en trainingen gericht op het herkennen en
ingrijpen bij antisemitisme en andere vormen van discriminatie actief onder de aandacht
bij onderwijsinstellingen. Zo is de handreiking «omgaan met anti semitische incidenten»5 gepubliceerd. Het aanbod wordt onder meer via nieuwsbrieven, het Expertisepunt Burgerschap,
Stichting School en Veiligheid en campagnes verspreid onder de instellingen. In het
onderwijs moeten maatschappelijke en soms polariserende onderwerpen besproken kunnen
worden; het oproepen tot politieke acties tijdens lestijd past daar niet bij.
Daarnaast dienen instellingen actief zorg te dragen voor (sociale) veiligheid, onder
meer door duidelijke afspraken te maken over het professioneel handelen van docenten,
door signalen serieus te nemen en waar nodig in te grijpen. Het is daarbij aan instellingen
om, in het kader van goed werkgeverschap, passende maatregelen te treffen wanneer
grenzen worden overschreden. Veiligheidsincidenten kunnen ook gemeld worden bij de
Inspectie van het Onderwijs. Het College van Bestuur kan bij het vermoeden van een
strafbaar feit aangifte doen bij de politie.
De verantwoordelijkheid voor sociale veiligheid volgt uit bestaande wet- en regelgeving.
Op dit moment wordt gewerkt aan een wetsvoorstel om deze zorgplicht voor sociale veiligheid
van instellingen in het vervolgonderwijs en onderzoek te verduidelijken en expliciteren,
onder meer door randvoorwaarden te stellen aan het te voeren veiligheidsbeleid.
Ook stelt het wetsvoorstel Uitwerking burgerschapsopdracht WEB een helder kader: het
bevoegd gezag moet zorgdragen voor een instellingscultuur die in lijn is met de basiswaarden
van de democratische rechtsstaat. In een dergelijke cultuur hebben antisemitisme en
alle andere vormen van discriminatie geen plek.
Ik zie geen aanleiding om aanvullend landelijk vast te leggen dat docenten zich tijdens
lestijd strikt neutraal moeten opstellen of om landelijke sancties in te voeren.
Ondertekenaars
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.