Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Tijmstra over het artikel 'Verpleeghuisbewoners opsluiten mag niet meer: ook mensen met dementie zijn bovenal vrije burgers'
Vragen van het lid Tijmstra (CDA) aan Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het artikel «Verpleeghuisbewoners opsluiten mag niet meer: ook mensen met dementie zijn bovenal vrije burgers» (ingezonden 23 februari 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 9 maart
2026).
Vraag 1
Kent u dit bericht? zo ja wat vindt u hiervan?1
Antwoord 1
Ja. Het bericht geeft een juiste weergave van de bedoeling van de Wet zorg en dwang
psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten (Wzd) met betrekking tot
het openen van deuren en het inzetten van vormen van gedwongen zorg. Gedwongen zorg
mag alleen als uiterste middel (ultimum remedium) worden verleend als er sprake is
van ernstig nadeel en er geen mogelijkheden meer zijn voor vrijwillige zorg. Daarbij
geeft het artikel de emotie weer die het openen van deuren voor familie en naasten
soms met zich meebrengt, waarbij het gevoel dat een cliënt niet veilig is en risico’s
loopt een grote rol speelt. Tegelijkertijd hebben cliënten het recht op de vrijheid
om te gaan en staan waar zij willen. Ik zie ook dat cliënten en hun familie en naasten
steeds vaker aangeven dat risico’s bij het leven horen en het volledig proberen risico’s
uit te sluiten (bijvoorbeeld door deuren gesloten te houden) niet bijdraagt aan de
kwaliteit van leven van de cliënt. En iemand insluiten raakt cliënten, maar óók zorgverleners.
Daarom moeten de zorgprofessionals altijd onderzoeken of er vrijwillige of minder
ingrijpende oplossingen zijn. Indien er écht geen andere oplossing is dan de deur
sluiten, dan moet dit zo kort mogelijk, zorgvuldig en in nabijheid van een zorgprofessional
plaatsvinden. En altijd op basis van een wettelijke grondslag, in dit geval de Wzd.
Het is belangrijk dat zorgprofessionals goed in gesprek blijven met cliënten, familie
en naasten over dit onderwerp en de afwegingen die daarbij worden gemaakt delen.
Vraag 2
Kunt u een actueel beeld geven van het aantal verpleeghuizen dat sinds 2020 met een
opendeurenbeleid werkt en het aantal verpleeghuizen waar dat nog niet het geval is?
Antwoord 2
Nee, ik heb geen inzicht in de aantallen verpleeghuizen met een zogenoemd open deurenbeleid.
Ieder verpleeghuis dient zich aan de geldende wet- en regelgeving te houden. In het
kader van opendeurenbeleid is dat de Wzd.
Vraag 3
Kunt u de geest van de beweging achter het opendeurenbeleid schetsen en welke verandering
vraagt dit van bestuurlijk Nederland in de langdurige zorg?
Antwoord 3
Ieder mens heeft het recht om in vrijheid te leven en eigen keuzes te maken: zelf
beslissen hoe je de dag doorbrengt en waar je woont. Dit recht geldt ook voor mensen
met een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening, zoals dementie,
die (langdurige) zorg ontvangen. Van zorgorganisaties mag worden verwacht dat zij
zich maximaal inzetten om mensen in staat te stellen het leven naar eigen inzicht
in te richten. Het gedeelde beeld2 is dat een duidelijke focus op het openen van deuren zal helpen in het vergroten
van eigen regie en vrijheid. De ervaring is dat wanneer de cliënt zijn of haar leven
zoveel mogelijk naar eigen inzicht kan inrichten en daarbij wordt aangesloten bij
de behoeften en (vroegere) gewoonten van de cliënt er meer vrijheid wordt ervaren.
Het nauw betrekken van familie en naasten is hierbij van groot belang. Het streven
naar meer vrijheid is een van de pijlers van de Wzd. Steeds meer zorgaanbieders zijn
daarom al aan de slag om deuren te openen. Het meer openen van deuren is één van de
manieren om vrijheid te vergroten.
Tegelijkertijd wordt ook niet gevraagd van zorgorganisaties om alle deuren zonder
meer te openen. Als er bij mensen met dementie ernstig nadeel optreedt als zij de
veilige setting van een afdeling of locatie verlaten, mag deze deur gesloten blijven.
De Wzd vraagt om een zorgvuldige en individuele afweging.
De meest betrokken veldpartijen (zorgaanbieders, beroepsverenigingen en cliëntenorganisaties)
hebben met de bestuurlijke afspraken Uitvoering Wzd (december 2023) afgesproken zich
ervoor in te zetten om het openen van deuren te stimuleren, hier aandacht aan te besteden
en het lerende effect tussen zorgaanbieders en professionals te versterken. Vilans
heeft hieraan bijgedragen met onder andere de campagne «Een deur kan op veel manieren open»3 als onderdeel van een breder Wzd-programma 2023–2025.
Vraag 4
Welke factoren helpen volgens u om de invoering van het opendeurenbeleid te versnellen,
en waar liggen nog kansen voor ondersteuning van de VVT-sector en het voeren van de
maatschappelijke dialoog hierover?
Antwoord 4
Vilans heeft met het programma «Een deur kan op veel manier open» zorgorganisaties
geholpen bij het openen van deuren, inclusief de daarbij horende afwegingen. Ook heeft
Vilans in 2025 de week van de passende vrijheid georganiseerd. In deze week stond
het verminderen van gedwongen zorg door teamleren, praktijkvoorbeelden en het openen
van deuren centraal. Het programma heeft een belangrijke stimulans gegeven aan het
bieden van vrijheid door het openen van afdelingen en aan meer persoonsgerichte zorg.
In het kader van de doorlopende kennisfunctie van Vilans worden de kennisproducten
over het openen van deuren onderhouden en blijvend onder de aandacht van de zorgprofessionals
gebracht door Vilans4.
Vraag 5
Welke goede voorbeelden zijn er die laten zien hoe de Wet zorg en dwang nageleefd kan worden in de context van VVT-organisaties en het niet hebben van de
gesloten afdeling?
Antwoord 5
Vanuit de praktijk zijn in de afgelopen jaren diverse methodieken en kennisproducten
ontwikkeld die zorgverleners helpen bij het zoeken naar alternatieven voor gedwongen
zorg. Zo zijn er goede voorbeelden van aanbieders die de komst van de Wzd hebben aangegrepen
om te starten met «opendeurenbeleid», waardoor bewoners met dementie meer vrijheid
hebben gekregen om naar buiten te gaan voor een wandeling. Een goed voorbeeld hiervan
is De Vijverhof5, maar ook zorgaanbieder Aafje heeft een stappenplan ontwikkeld om het opendeurenbeleid
in de dagelijkse praktijk te laten werken6. Op de website van Vilans zijn meer goede voorbeelden te vinden7.
Vraag 6
Hoe zet de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) haar toezicht momenteel in om
instellingen te helpen tempo te maken, en welke lessen komen daaruit naar voren?
Antwoord 6
In 2024 zag de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) dat het insluiten van cliënten
of patiënten in alle zorgsectoren nog vaak voorkomt. Het aantal registraties van afgesloten
deuren stijgt elk jaar8. De IGJ maakt zich zorgen over deze ontwikkeling en besloot thematisch toezicht9 uit te voeren op de gesloten deuren. In 2025 bezocht de IGJ ruim 100 instellingen
in de gehandicaptenzorg, verpleeghuiszorg, geestelijke gezondheidszorg en jeugdhulp.
De inspecteurs zijn zonder aankondiging bij instellingen langsgegaan, om te kijken
of zij de deuren hebben geopend. En als de deuren toch dicht zijn of de besluitvorming
en uitvoering wel zorgvuldig verlopen. Eind maart 2026 publiceert de IGJ vanuit het
thematisch toezicht een Infographic met de succesfactoren en knelpunten voor het openen
van de deuren. Daarnaast organiseert de IGJ eind maart drie webinars om de bevindingen
vanuit de bezoeken te delen met zorgaanbieders. Ook vertellen enkele zorgaanbieders
tijdens deze webinars over hun ervaringen met het openen van de deuren.
Vraag 7
Is bekend hoe mensen met dementie, familieleden en medewerkers het opendeurenbeleid
na verloop van tijd ervaren?
Antwoord 7
Vanuit het Ministerie van VWS wordt veelvuldig gesproken met cliëntenorganisaties,
cliëntenvertegenwoordigers, ervaringsdeskundigen, naasten en de organisatie voor cliëntenvertrouwenspersonen
(Stemgever) over gedwongen zorg. Het is bekend dat familieleden en naasten een open
deur niet altijd als veilig ervaren en soms ook in situaties terechtkomen waarin zij
regelmatig dierbaren moeten zoeken en ophalen. Tegelijkertijd horen we dat de kwaliteit
van leven van cliënten erop vooruitgaat als zij zich meer in vrijheid kunnen bewegen.
Het is van belang dat zorgprofessionals in overleg met de familie en naasten van een
cliënt een goede afweging maken. Om deze afweging zorgvuldig voor elke individuele
cliënt te kunnen maken heeft Vilans in 2024 een handreiking10 gemaakt ter ondersteuning van zorgprofessionals. Vilans heeft over de handreiking
actief gecommuniceerd naar zorgprofessionals, onder andere via hun nieuwsbrief over
gedwongen zorg.
Vraag 8
Hoe verhoudt de beweging in de langdurige zorg zich tot de geest van de Wet zorg en dwang in de context van het ziekenhuis (en de geslotenheid van bijvoorbeeld geriatrieafdelingen)?
Antwoord 8
Het uitgangspunt van de Wzd is dat gedwongen zorg alleen wordt toegepast als uiterste
middel en er geen mogelijkheden meer zijn voor vrijwillige zorg. Dit uitgangspunt
geldt ook in het ziekenhuis.
Als een cliënt in het ziekenhuis wordt opgenomen met een zorgplan waarin gedwongen
zorg, zoals bepaald in de Wzd, is opgenomen, dan mag het ziekenhuis de in het zorgplan
opgenomen gedwongen zorg verlenen. De zorgverlening vindt dan plaats op basis van
dat plan dat een andere zorgaanbieder dan het ziekenhuis heeft gemaakt.
Als een cliënt in het ziekenhuis wordt opgenomen zonder een zorgplan met gedwongen
zorg, maar er toch gedwongen zorg moet worden verleend, kan worden teruggevallen op
de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo). Een voorbeeld is het beperken
van de bewegingsvrijheid, waarbij de cliënt de afdeling niet mag verlaten. Het gaat
in deze situaties namelijk altijd om een korte opname in een ziekenhuis, gericht op
geneeskundige behandeling. Een arts in het ziekenhuis en een cliënt die wordt opgenomen,
sluiten – juridisch gezien – een «behandelingsovereenkomst.» Een oudere cliënt met
bijvoorbeeld dementie kan veelal zelf geen toestemming geven voor verrichtingen ter
uitvoering van die behandelingsovereenkomst, ook niet als zijn bewegingsvrijheid moet
worden beperkt. De zorgverlener heeft dan toestemming nodig van de vertegenwoordiger
van de cliënt, tenzij onverwijlde uitvoering van de verrichting kennelijk nodig is
om ernstig nadeel voor de cliënt te voorkomen.
Vraag 9
Hoe kunt u vanuit de systeemverantwoordelijkheid ruimte creëren richting zorgorganisaties
om meer te kijken naar de individuele levenskwaliteit? En wat is de rol van het zorgkantoor
in het faciliteren en toetsen hiervan?
Antwoord 9
De Wzd gaat juist over beslissingen per individu: de inzet van gedwongen zorg is dan
ook per cliënt verschillend en vergt altijd een individuele afweging. Gedwongen zorg
mag alleen als uiterste middel worden ingezet. Ook bespreekt de IGJ, als toezichthouder,
met een zorgaanbieder of er een individuele afweging gemaakt is en of aantoonbaar
is waarom een cliënt op een gesloten afdeling moet verblijven. Mocht blijken dat deze
individuele afweging niet is gemaakt en/of niet aantoonbaar in het zorgdossier van
de cliënt is vastgelegd, vraagt de IGJ om een verbetermaatregel bij de zorgaanbieder.
De zorgaanbieder moet dan binnen een gegeven termijn aantonen dat hierover het gesprek
is gevoerd met de cliënt(vertegenwoordiger), alle bij de cliënt betrokken disciplines
en deze afweging is vastgelegd in het zorgdossier.
Een zorgkantoor en een zorgverzekeraar hebben een zorgplicht. Dit houdt in dat zij
zich moeten inspannen en zoveel mogelijk moeten doen om het recht van de cliënt (de
verzekerde) op passende (gedwongen) zorg te realiseren. De zorgaanbieder is verantwoordelijk
voor het verlenen van goede en passende zorg aan de cliënt. Dit kan ook, met inachtneming
van de geldende wet- en regelgeving, een vorm van gedwongen zorg betreffen.
Vraag 10
Hoe ziet u de rol van de Specialist Ouderengeneeskunde in deze ontwikkeling en hoe
kunnen zij hier nog beter in ondersteunen? En wat kunt u doen om hen hierin te faciliteren?
Antwoord 10
Ook de beroepsvereniging Verenso heeft de Bestuurlijke Afspraken Uitvoering Wzd ondertekend
en zich daarmee gecommitteerd aan de afspraken over het openen van deuren. De kennisproducten
en opleidingspagina11 van Vilans bieden ook voor specialisten ouderengeneeskunde handvatten bij het implementeren
van het opendeurenbeleid. Specialisten ouderengeneeskunde hebben in het besluitvormingsproces
ten aanzien van gedwongen zorg voor een cliënt vaak de rol van deskundige of Wzd-functionaris.
Vanuit deze rollen kunnen zij het opendeurenbeleid bij hun zorgorganisatie stimuleren,
waarborgen en het belang daarvan uitleggen.
Vraag 11
Wat is uw rol als bewindspersoon in het voorkomen dat we terugvallen op het systeem
van de gesloten afdeling en/of op zoek gaan naar een nieuwe vorm voor een soortgelijk
systeem van collectieve veiligheid boven individuele levenskwaliteit bij toekomstige
incidenten?
Antwoord 11
Terecht wordt gesteld dat voorkomen moet worden dat bij toekomstige incidenten teruggevallen
wordt op het systeem van de gesloten afdeling of andere vormen van collectieve veiligheid
die een onevenredige inbreuk maken op de individuele levenskwaliteit. Daarmee wil
ik niet zeggen dat een gesloten afdeling per definitie verkeerd is, maar dat in alle
gevallen sprake moet zijn van een zorgvuldige individuele afweging om ernstig nadeel
te voorkomen. Plaatsing op een gesloten afdeling mag nooit een automatisme zijn, de
Wzd biedt het wettelijk kader om cliënten hiertegen te beschermen. Ik zie het als
mijn rol om deze belangrijke waarborgen te bewaken, ook bij aanpassing van de wetgeving12. Hierbij handel ik conform de Grondwet en de voor Nederland geldende internationale
mensenrechtenverdragen. De bescherming van fundamentele rechten, waaronder het recht
op persoonlijke vrijheid en lichamelijke integriteit, is daarbij leidend.
Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat het wettelijk kader
zo is ingericht dat rechtsbescherming en veiligheid duurzaam met elkaar in balans
blijven.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.