Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder over de rechterlijke uitspraak aangaande bescherming van Bonaire tegen klimaatverandering
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister voor Klimaat en Groene Groei over de rechterlijke uitspraak aangaande bescherming van Bonaire tegen klimaatverandering (ingezonden 29 januari 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de Minister
van Klimaat en Groene Groei (ontvangen 9 maart 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 1139.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de rechter en de overweging dat de Nederlandse
Staat niet voldoende heeft beschermd tegen de gevolgen van klimaatverandering voor
de inwoners van Bonaire? Wat is uw reactie op de uitspraak?1
Antwoord 1
Ja. Voor een eerste reactie wordt verwezen naar de brief die hierover is verzonden
door de Minister van Klimaat en Groene Groei (KGG), de Minister van Infrastructuur
en Waterstaat (IenW) en de Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
(BZK) op 2 februari 20262.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat de Staat niet in beroep zal gaan tegen de gedane uitspraak?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Dit kabinet zal moeten besluiten over het al dan niet instellen van hoger beroep.
Hiervoor geldt een termijn van drie maanden vanaf de datum van het vonnis.
Vraag 3
Kunt u aangeven hoe uitvoering is gegeven aan de motie van de leden Ceder en Wuite
over in kaart brengen wat nodig is aan klimaatadaptieve maatregelen voor de BES-eilanden
(Kamerstuk 36 200 IV, nr. 18) waarin de regering werd verzocht om samen met lokale autoriteiten in kaart te brengen
welke klimaatadaptieve maatregelen noodzakelijk zijn?
Antwoord 3
Sinds 2023 wordt op Bonaire, Sint Eustatius en Saba (BES) gewerkt aan klimaatplannen
in opdracht van de Openbare Lichamen met ondersteuning van het Rijk. Hierin zijn maatregelen
voor klimaatadaptatie opgenomen die zijn opgesteld met participatie van inwoners en
organisaties op de verschillende eilanden. Dit proces is zorgvuldig opgebouwd, onder
meer met als doel om een breed draagvlak te creëren. Dit proces heeft meer tijd gekost
dan vooraf ingeschat was, maar inmiddels staat de oplevering van deze plannen gepland
voor de komende maanden3. Overigens zijn in de afgelopen jaren met ondersteuning van het Rijk reeds maatregelen
getroffen die bijdragen aan de weerbaarheid tegen klimaatverandering. Hierbij gaat
het bijvoorbeeld op Bonaire om regenwaterbeheer en op Saba om de bouw van een orkaanbestendige
haven. Op Sint Eustatius loopt de aanpak van loslopend vee zodat vegetatie weer een
kans krijgt om te groeien, er minder erosie optreedt en er meer water wordt vastgehouden
in de bodem. Herbebossingsprojecten zijn belangrijk om meer schaduw te creëren, en
ook hiervoor is het een randvoorwaarde dat de graasdrukte door loslopende geiten wordt
verminderd.
Vraag 4
Op welke wijze garandeert de rijksoverheid dat inwoners van alle Nederlandse gemeenten,
inclusief die buiten Europees Nederland zoals Bonaire, gelijke bescherming genieten
tegen de gevolgen van klimaatverandering en evenredig wordt ingezet op klimaatadaptatie?
Hoe reflecteert u op de constatering van de rechtbank dat de inwoners van Bonaire
hierbij zonder goede reden anders behandeld worden dan de inwoners van Europees Nederland?
Antwoord 4
Sinds 2010 is er in Caribisch Nederland ingezet op tal van onderzoeken en maatregelen
in de sfeer van natuurbehoud, ruimtelijke ordening, tegengaan van erosie en het verbeteren
van basisvoorzieningen zoals drink- en afvalwater. Dit heeft allemaal een relatie
met klimaatadaptatie. Sinds 2023 wordt daarnaast ook inzet gepleegd in planvorming
ten behoeve van klimaatadaptatie. Naast de eilandelijke klimaatplannen (zie vraag 3),
wordt er gewerkt aan een herijking van de Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS)
waar Caribisch Nederland onderdeel van uit zal maken.
De rechtbank is inderdaad van oordeel dat de inwoners van Bonaire bij (de snelheid
van) het nemen van adaptatiemaatregelen anders zijn behandeld dan de inwoners van
Europees Nederland, zonder goede redenen waaruit volgt dat die afwijkende behandeling
passend, noodzakelijk en evenredig is. Tegelijk constateert de rechtbank dat er vanuit
de Staat sinds 2023 concrete stappen zijn gezet om tot een coherent en integraal klimaatbeleid
voor Caribisch Nederland te komen en dat die ondernomen stappen passend lijken. Dit
kabinet zal besluiten in hoeverre de bestaande klimaatmaatregelen en ondersteuning
geïntensiveerd moeten worden en wat nodig is om uitvoering te geven aan de klimaatplannen.
De wijze waarop vraagt nog een nadere en zorgvuldige bestudering van het vonnis.
Vraag 5
Klopt het dat er voor Bonaire geen vergelijkbare programma’s zijn ontwikkeld zoals
er voor Europees Nederland wel zijn ontwikkeld (Deltaprogramma, klimaatadaptatiestrategie)?
Wat is de verklaring waarom dit niet reeds is ontwikkeld? Wat is er in de afgelopen
jaren wel gebeurd om Bonaire (en andere delen van Caribisch Nederland c.q. het Caribisch
deel van ons Koninkrijk) te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering dan
wel in te zetten op klimaatadaptatie? In hoeverre zijn deze plannen vergelijkbaar
met de programma’s en maatregelen die in Europees Nederland worden uitgevoerd?
Antwoord 5
Voor Caribisch Nederland zijn specifieke programma’s ontwikkeld op basis van BES wet-
en regelgeving en beleid, zoals het Natuur en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland
(NMBP) en het Ruimtelijke ontwikkelingsprogramma Caribisch Nederland. In die programma’s
zijn klimaatmaatregelen opgenomen. De rechtbank is van oordeel dat dit niet voldoende
is en constateert dat voor het NMBP momenteel geen vervolgbudget is. Sinds 2023 wordt
aan eilandelijke klimaatplannen gewerkt (zie vraag 3) en aan een herijking van de
Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) waar Caribisch Nederland onderdeel van zal
uitmaken (zie vraag 4).
Vraag 6
Welke acties gaat u ondernemen c.q. in gang zetten om een antwoord te bieden op de
uitspraak en werk te maken van een échte klimaatadaptatiestrategie voor Bonaire (en
andere delen van Caribisch Nederland)? Kunt u een tijdlijn geven hoe de uitspraak
opgevolgd wordt, enerzijds om binnen 18 maanden te komen tot wettelijke bindende doelen
en anderzijds om voor 2030 een uitgewerkt plan voor Bonaire te hebben?
Antwoord 6
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat hieraan uitvoering moet worden
gegeven. Het vonnis vergt nadere en zorgvuldige bestudering. U wordt apart geïnformeerd
over de precieze invulling hiervan inclusief de tijdlijn.
Vraag 7
Op welke wijze betrekt de rijksoverheid de lokale bevolking van Bonaire bij de ontwikkeling,
implementatie en monitoring van klimaatbeschermingsmaatregelen?
Antwoord 7
De eilandelijke klimaatplannen, zoals hierboven beschreven in antwoord op vraag 3,
worden – met ondersteuning van het Rijk – opgesteld met brede maatschappelijk consultatie
en kennen een eigen lokaal participatietraject. De Nationale Klimaatadaptatiestrategie
kent een eigen participatietraject, om de bevolking van Caribisch Nederland mee te
nemen en te informeren. Hiervoor wordt een passend participatietraject ontwikkeld,
waar in elk geval voorzien zal worden in vertalingen in het Papiaments en Engels,
evenals advertenties in lokale media.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.