Schriftelijke vragen : Cumulatieve hydrodynamische effecten van offshore windparken op de Noordzee
Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over cumulatieve hydrodynamische effecten van offshore windparken op de Noordzee (ingezonden 9 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de recent gepubliceerde studie «Cumulative hydrodynamic impacts of offshore wind farms on North Sea currents and
surface temperatures»1, waaruit blijkt dat offshore windparken substantiële veranderingen veroorzaken in
stromingen, menging en temperatuur in de Noordzee?
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de conclusie dat grootschalige uitrol van windparken de gemiddelde
oppervlakte-stromingssnelheid met 10% tot 20% kan verlagen, en lokaal zelfs meer dan
20%? Welke implicaties heeft dit volgens u voor veiligheid, scheepvaart, ecologie
en morfologie?
Vraag 3
De studie laat zien dat zowel wind- als getijwakes turbulentie en mengprocessen veranderen,
met sterke lokale hotspots bij turbinefundaties en grootschalige afname van verticale
menging buiten windparken. In hoeverre worden deze hydrodynamische veranderingen momenteel
meegenomen in MER-procedures en vergunningverlening?
Vraag 4
Welke risico’s ziet u voor zuurstofhuishouding, eutrofiëring en visbestanden, met
name in kwetsbare gebieden zoals de Oyster Grounds, aangezien de studie aantoont dat
stratificatie in grote delen van de Noordzee sterker wordt door verminderde verticale
menging, inclusief het ondieper worden van de pycnocline met circa 2 meter?
Vraag 5
Waarom kent het Nederlandse ruimtelijke beleid momenteel geen minimale afstandsnormen
gebaseerd op hydrodynamische of ecologische criteria, aangezien de studie benadrukt
dat turbine-spacing (1.000 meter versus 3.000 meter) een cruciale factor is voor de
omvang van hydrodynamische verstoring?
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de conclusie dat de totale impact van toekomstige windparken lijkt
op een additionele antropogene klimaatforcing, met hydrodynamische en thermische veranderingen die zich op bekkenniveau verspreiden?
Vindt u dat dit type effecten voldoende worden erkend in internationale afspraken
binnen Noordzeesamenwerking?
Vraag 7
Acht u het wenselijk om conform de aanbeveling van de onderzoekers over te stappen
op volledig gekoppelde atmosfeer-oceaanmodellen bij de beoordeling van offshore windprojecten,
gezien het feit dat atmosferische terugkoppelingen (zoals veranderende windpatronen)
de huidige resultaten nog kunnen versterken?
Vraag 8
Kunt u aangeven hoe het huidige Nederlandse beleid borgt dat cumulatieve, grensoverschrijdende
en langjarige hydrodynamische effecten voldoende worden meegenomen, aangezien de studie
suggereert dat cumulatieve effecten een grotere rol spelen dan tot nu toe aangenomen
en zich honderden kilometers van de windparken kunnen manifesteren?
Vraag 9
Bent u bereid om, samen met buurlanden rond de Noordzee, een actualisatie van de gezamenlijke
strategische impactanalyses uit te voeren waarin deze nieuwe bevindingen expliciet
worden geïntegreerd, zodat toekomstige windenergieontwikkeling niet leidt tot onvoorziene
grootschalige veranderingen van het Noordzeesysteem?
Vraag 10
Indien u dat niet van plan bent, waarom niet?
Ondertekenaars
Henk Vermeer, Tweede Kamerlid