Schriftelijke vragen : Het bericht ‘Afspraken over turfvrije potgrond eindigen met een kater’
Vragen van het lid Bromet (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht «Afspraken over turfvrije potgrond eindigen met een kater» (ingezonden 9 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Afspraken over turfvrije potgrond eindigen met een
kater»?1
Vraag 2
In hoeverre bent u van mening dat het huidige, door de industrie geleide convenant
uitvoering geeft aan de in 2021 met een zeer ruime meerderheid aangenomen motie-Boswijk/Bromet
(Kamerstuk 21 501-32, nr. 1324) die vraagt om een mogelijk turfverbod te onderzoeken?
Vraag 3
Bent u het ermee eens dat een door de industrie geïnitieerd en gedomineerd convenant
geen vervanging kan zijn voor een onafhankelijk beleidsonderzoek naar een uitfasering
van turfwinning, zoals door de Kamer gevraagd in de motie-Boswijk/Bromet (Kamerstuk
21 501-32, nr. 1324)?
Vraag 4
Kunt u verduidelijken of deelname aan het convenantproces het onafhankelijke onderzoek
naar een turfverbod schaadt of vertraagt?
Vraag 5
Bent u ervan op de hoogte dat een centraal lid van het convenant, de belangrijkste
lobbyorganisatie voor substraten, de Vereniging Potgrond- en Substraatfabrikanten
Nederland (VPN), sinds enkele maanden tegelijkertijd lobbyt voor uitbreiding en versoepeling
van de regelgeving voor turfwinningslocaties en dat dit een belangrijke reden was
waarom de enige ngo zich uit het proces heeft teruggetrokken?
Vraag 6
Vindt u het verenigbaar dat partijen die pleiten voor de uitbreiding van de turfwinning
een proces aansturen dat wordt gepresenteerd als een proces om het turfgebruik te
verminderen?
Vraag 7
Bent u bereid alle formele en informele contacten tussen uw ministerie en de substraat-/turflobby
openbaar te maken met betrekking tot de regulering van de turfwinning op internationaal
niveau?
Vraag 8
Bent u ervan op de hoogte dat pogingen om de deelname van bepaalde ngo's, zoals Urgenda,
bij het convenant om daarmee meer gelijk gewicht aan tafel te krijgen door het secretariaat
zijn afgewezen en dat er inmiddels helemaal geen ngo's of andere natuurorganisaties
meer aan de tafel zitten?
Vraag 9
Bent u het ermee eens dat, wil een overeenkomst publieke legitimiteit hebben, kritische
maatschappelijke actoren en onafhankelijke wetenschappers op zinvolle wijze moeten
zijn vertegenwoordigd?
Vraag 10
Bent u ervan op de hoogte dat er momenteel geen echte koplopers uit de industrie,
bijvoorbeeld telers die al volledig turfvrij telen, structureel zijn vertegenwoordigd
bij het convenant en vindt u hun afwezigheid verenigbaar met een evenwichtig en toekomstgericht
beleidsproces?
Vraag 11
Gaat u ervoor zorgen dat toekomstige processen over beleid rondom het gebruik van
turf in de Nederlandse tuinbouwsector onafhankelijk worden voorgezeten en een evenwichtige
vertegenwoordiging wordt gegarandeerd?
Vraag 12
Kunt u bevestigen dat de levenscyclusanalyse (LCA), die het centrale evaluatie-instrument
van het convenant vormt, is gefinancierd door de lobby van de turfindustrie (Growing
Media Europe, GME), dat de turflobby centraal is vertegenwoordigd in de expertcommissies
van de LCA en dat de LCA gebruikmaakt van door de sector aangeleverde gegevens en
dat er geen transparantie is over de gegevens waarop het instrument is gebaseerd?
Vraag 13
Vindt u het gepast dat de onderzochte sector de financiering verzorgt, de gegevens
aanlevert en deelneemt aan het beheer van het instrument dat zijn eigen milieuprestaties
meet?
Vraag 14
Bent u van plan een onafhankelijke, door de overheid gefinancierde LCA te laten uitvoeren
met volledige datatransparantie en openbare toegang tot datasets en methodologische
uitgangspunten?
Vraag 15
Bent u het ermee eens dat het aanvoeren van voedselzekerheid als algemene rechtvaardiging
voor turfgebruik misleidend kan zijn als minder dan 25 procent van de substraten in
de praktijk wordt gebruikt voor voedselproductie?
Vraag 16
Bent u van plan in nieuw beleid onderscheid te maken tussen essentiële voedselproductie
en niet-essentiële of luxe toepassingen van turf?
Vraag 17
Bent u ermee bekend dat in verschillende Europese landen al succesvolle grootschalige
turfvrije tuinbouwsystemen bestaan en bent u bereid om actief in overleg te treden
met onafhankelijke koplopers op dit gebied, zowel nationaal als internationaal, en
op basis hiervan nationaal beleid vast te stellen?
Vraag 18
Bent u het ermee eens dat het uitsluiten van succesvolle turfvrije telers van structurele
participatie in convenant- en beleidsprocessen het risico met zich meebrengt van een
vertekend beeld van de technische haalbaarheid?
Vraag 19
Klopt het dat certificeringssystemen zoals Responsibly Produced Peat (RPP) certificaten
afgeven voor grotere volumes dan ze certificeren via hun Chain of Custody, en dat
RPP scenario's toestaat die na gebruik nog steeds kunnen leiden tot voortdurende drainage
en de daarmee samenhangende CO2-uitstoot? Bent u bereid dit nader te onderzoeken en hierover met betrokken partijen
het gesprek aan te gaan?
Vraag 20
Vindt u het wenselijk dat wij in Nederland, onder andere omwille van het klimaat,
actief inzetten op herstel van veengebied en hervernatting, terwijl Nederland doorgaat
met de import van turf met alle (klimaat)schade in winningsgebieden van dien?
Vraag 21
Bent u bereid om een duidelijk en ambitieus afbouwpad op te stellen voor turfwinning?
Vraag 22
Bent u het ermee eens dat consumenten momenteel onvoldoende transparantie hebben (bijvoorbeeld
op het gebied van etikettering of ingrediëntenlijsten) bij de aankoop van planten,
waardoor het maken van weloverwogen, duurzame keuzes in de praktijk onmogelijk is
en bent u van plan dit aan te pakken?
Ondertekenaars
Laura Bromet, Tweede Kamerlid