Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Claassen en Lammers over het rapport ‘Gevangen in Vrijheden’ van de Taskforce Antisemitismebestrijding
Vragen van de leden Claassen en Lammers (beiden Groep Markuszower) aan de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en van Justitie en Veiligheid over het rapport «Gevangen in Vrijheden» van de Taskforce Antisemitismebestrijding (ingezonden 3 februari 2026).
Antwoord van Minister Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), mede namens de
Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 9 maart 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1098.
Vraag 1
Bent u bekend met het rapport «Gevangen in Vrijheden» van de Taskforce Antisemitismebestrijding,
waaruit blijkt dat Joodse studenten worden uitgescholden voor «kankerjood», met stokken
geslagen, zich voortdurend moeten verantwoorden voor hun Joods-zijn en zich daardoor
zeer onveilig voelen op hun eigen campus?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat uit dit rapport en uit de voortdurende toename van antisemitisme
steeds duidelijker blijkt dat antizionisme een verkapte vorm is van antisemitisme?
Antwoord 2
Het kabinet sluit zich aan bij de manier waarop het rapport2 dit uiteenzet, namelijk dat in sommige gevallen antizionisme kan fungeren als dekmantel
voor antisemitische sentimenten. Het rapport stelt dat antizionisme een antisemitisch
karakter krijgt wanneer antizionistische uitingen gepaard gaan met ontkenning van
het recht op zelfbeschikking voor Joden, het gebruik van antisemitische stereotypen
of het collectief verantwoordelijk stellen van Joden voor het handelen van Israël.
Laat duidelijk zijn dat het kabinet dergelijke uitingen sterk afwijst.
Vraag 3
Welke middelen wendt u zelf aan en welke middelen stimuleert u bestuurders te gebruiken,
om met harde hand op te treden tegen terugkerend antisemitisme? Indien geen, waarom
niet?
Antwoord 3
Er worden, zowel door mij als Minister van OCW als door de onderwijsinstellingen,
verschillende acties ondernomen om de veiligheid op universiteiten en hogescholen
te verbeteren. Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer onlangs per brief uitgebreid geïnformeerd
over de sociale en fysieke veiligheid op universiteiten en hogescholen en de maatregelen
die in dit kader worden ingezet.3 Zo spreken de managers Integrale Veiligheid van universiteiten elkaar wekelijks om
een dreigingsbeeld te maken door actuele situaties te bespreken en ervaringen, kennis
en good practices te delen. Ook werk ik samen met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding
(NCAB) aan een handreiking voor vertrouwenspersonen en andere functionarissen over
het herkennen van en omgaan met antisemitisme waarbij ik gebruik maak van de expertise
van diverse organisaties uit het veld. Daarnaast hebben mijn voorgangers regelmatig
gesprekken gehad met Joodse studenten en medewerkers over hun ervaringen, met instellingsbesturen
over deze signalen en met de NCAB over de voortgang van de lopende acties. Die lijn
zet ik door.
Vraag 4
Deelt u de mening dat de visa ingetrokken moeten worden van buitenlandse studenten
die zich schuldig maken aan antisemitisme en dat een visumverbod tot de mogelijkheden
moet behoren om dergelijke studenten te weren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Onderwijsinstellingen moeten voor studenten en medewerkers een veilige plek bieden.
Voor antisemitisme is in onze samenleving, en daarmee ook op onze onderwijsinstellingen,
geen plaats. Ten aanzien van het intrekken van studentenvisa van studenten die afkomstig
zijn van buiten de EU, geldt zowel bij toegang als gedurende het verblijf het volgende:
wanneer bij onherroepelijke veroordeling is vast komen te staan dat zij een gevaar
zijn voor de openbare orde kan de verblijfsvergunning van deze persoon worden ingetrokken.
In deze veroordeling kan strafbaar antisemitisch handelen een rol spelen. Indien een
vreemdeling in Nederland is veroordeeld voor een misdrijf ontvangt de Immigratie-
en Naturalisatiedienst (IND) hiervan een bericht. De IND beoordeelt of een vergunning
kan worden ingetrokken.4 Hierbij toetst de IND aan de zogenoemde «glijdende schaal» (art. 3.86 Vreemdelingenbesluit
2000) en het evenredigheidsbeginsel. Afhankelijk van de ernst van het delict waarvoor
een vreemdeling is veroordeeld, kan de IND de vreemdeling ongewenst verklaren en een
inreisverbod opleggen. Het is dus niet aan de Minister van OCW of de Minister van
J&V om te oordelen over wanneer visa ingetrokken zouden moeten worden.
Vraag 5
Klopt het dat laffe bestuurders uit angst bedreigende spandoeken en haatteksten laten
hangen? Zo ja, gaat u eisen dat dergelijke uitingen per direct worden verwijderd en
dat daders worden gesanctioneerd?
Antwoord 5
Ik sluit mij niet aan bij de bewering dat bestuurders «laf» reageren op escalaties
en uitwassen bij demonstraties. Ik zie dat bestuurders zich dagelijks inzetten om
de veiligheid voor (Joodse) studenten en medewerkers te borgen. Het eindrapport van
de Taskforce Antisemitismebestrijding onderkent dit ook en stelt dat het duidelijk
is dat de protestacties veel vragen van bestuurders en vele medewerkers om hen heen
qua inzet. Ik steun hen in de complexe afweging die zij moeten maken. Ook stelt het
rapport dat instellingen acties hebben ondernomen, zoals het opstellen van een richtlijn
protesten5, het evalueren van veiligheidsbeleid en het versterken van de afstemming met de lokale
driehoek. Daarop aanvullend roept het rapport bestuurders en betrokkenen op om oog
te hebben voor de Joodse minderheid, naast hen te gaan staan en duidelijk en zichtbaar
voor hen op te komen. Dit onderstreep ik ten zeerste.
Verder is het niet aan de Minister van J&V of aan mij om aan te geven wanneer en hoe
een onderwijsinstelling moet ingrijpen bij (uitingen van) protesten en demonstraties.
Instellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van studenten en medewerkers.
Het is belangrijk dat keuzes voor het borgen van veiligheid waar mogelijk zoveel mogelijk
lokaal worden genomen door de instellingsbestuurders, in nauwe samenspraak met de
lokale veiligheidsdriehoek van burgemeester, OM en politie. Ter plekke kan de situatie
het beste worden ingeschat en hoe hiermee moet worden omgegaan.
Vraag 6
Bent u bereid maatregelen te nemen tegen docenten en bestuurders die een bepalende
rol spelen in het creëren of laten voortbestaan van een onveilige sfeer voor Joodse
studenten, door het niet nemen van adequate maatregelen dan wel door zelf bij te dragen
aan een antisemitische cultuur? Zo ja, hoever bent u bereid te gaan? Heeft u de hoofdverantwoordelijken
inmiddels in kaart gebracht?
Antwoord 6
Zoals hiervoor aangegeven zijn instellingsbesturen verantwoordelijk voor een veilige
leer- en werkomgeving. Daar spannen zij zich elke dag opnieuw weer voor in. Verwacht
mag worden dat in het onderwijs, onderzoek en bij de verschillende overige activiteiten
op instellingen, docenten en bestuurders zich bewust zijn van hun voorbeeldfunctie
en dat zij zorgen voor ruimte voor diversiteit aan inzichten. Ik verwacht dat instellingen
hun verantwoordelijkheid nemen in de zorg voor een veilige leer- en werkomgeving voor
studenten en medewerkers en hierbij het reguliere instrumentarium inzetten dat zij
hiervoor beschikbaar hebben, variërend van aanspreken, berispen tot en met ontslag
en aangifte. De inzet en proportionaliteit van de maatregelen hangt af van de aard
en ernst van de situatie, dit ter beoordeling door de instelling als werkgever.
Pas wanneer er voor de Inspectie van het Onderwijs aanleiding is geweest om een onderzoek
uit te voeren naar de sociale veiligheid op de instelling, en zij na dit gedegen onderzoek
in een rapport tot de conclusie komt dat er sprake is (geweest) van wanbeheer in de
zin van de Wet op hoger onderwijs en onderzoek (WHW), heb ik als Minister van OCW
als ultimum remedium de mogelijkheid de Raad van Toezicht van de betreffende instelling
een aanwijzing te geven. Een aanwijzing houdt in dat ik de Raad van Toezicht een opdracht
geef tot het nemen van een of meer maatregelen.
Vraag 7
Deelt u de mening dat de tijd van praten voorbij is en dat er per direct concrete
resultaten geboekt moeten worden om antisemitisme in de kiem te smoren? Zo ja, neemt
u de aanbevelingen uit het rapport over?
Antwoord 7
Het kabinet deelt de mening dat antisemitisme aangepakt dient te worden. Er is geen
ruimte voor antisemitisme in onze samenleving en op onze onderwijsinstellingen. De
aanbevelingen uit het rapport zijn van grote waarde voor de instellingbesturen en
mijn ministerie. In het voorjaar zal vanuit betrokken ministeries een uitgebreide
beleidsreactie op het rapport naar de Tweede Kamer worden verzonden, samen met de
jaarlijkse actualisatie van de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024–2030.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.