Memorie van toelichting : Memorie van toelichting
36 915 XXII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING
INHOUDSOPGAVE
A.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
2
B.
BEGROTINGSTOELICHTING
3
1
Leeswijzer
3
2
Beleid
3
2.1
Overzicht belangrijkste uitgaven-
en ontvangstenmutaties
3
3
Beleidsartikelen
11
3.1
Artikel 1. Woningmarkt
11
3.2
Artikel 2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit
16
3.3
Artikel 3. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet
23
3.4
Artikel 4. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid
27
4
Niet-beleidsartikelen
31
4.1
Artikel 11. Centraal apparaat
31
4.2
Artikel 12. Algemeen
33
4.3
Artikel 13. Nog onverdeeld
35
5
Agentschappen
37
5.1
Rijksvastgoedbedrijf (RVB)
37
A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting worden, op grond van
artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016, elk afzonderlijk bij wet
vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om
voor het jaar 2026 wijzigingen aan te brengen in de begrotingsstaat van Volkshuisvesting
en Ruimtelijke Ordening en de begrotingsstaat inzake de agentschappen.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze
memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O'Sullivan
B. BEGROTINGSTOELICHTING
1 Leeswijzer
De eerste suppletoire begroting geeft een beeld van de uitvoering van de begroting
2026. De stand van de eerste suppletoire begroting wordt
vanaf de stand van de ontwerpbegroting 2026 opgebouwd (Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XXII, nr. 1).
De stand van de vastgestelde begroting 2026 is inclusief de amendementen-Flach (Kamerstukken
II 2025/26, 36 800 XXII, nr. 13 en Kamerstukken II 2025/26, 36 800 XXII, nr. 14).
In deze eerste suppletoire begroting wordt in de tabel budgettaire gevolgen van beleid
de cijfers van zes begrotingsjaren weergegeven. In de kolom van begrotingsjaar 2031
zijn de middelen in verband met de extrapolatie gepresenteerd.
Uitgangspunt bij de tabel budgettaire gevolgen van beleid is dat per artikel de beleidsmatige
en technische mutaties toegelicht worden, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens
zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) zijn opgenomen, de zogenaamde
staffel. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat mutaties
beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.
Tabel 1 Ondergrenzen conform RBV 2026
Artikel
Ondergrens beleidsmatige mutaties
Ondergrens technische mutaties
1. Woningmarkt
Verplichtingen/Uitgaven: € 10 mln. Ontvangsten: € 5 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: € 20 mln. Ontvangsten: € 10 mln.
2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit
Verplichtingen/Uitgaven: € 10 mln. Ontvangsten: € 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: € 20 mln. Ontvangsten: € 2 mln.
3. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet
Verplichtingen/Uitgaven: € 5 mln. Ontvangsten: € 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: € 10 mln. Ontvangsten: € 2 mln.
4. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid
Verplichtingen/Uitgaven: € 5 mln. Ontvangsten: € 2 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: € 10 mln. Ontvangsten: € 4 mln.
11. Centraal apparaat
Verplichtingen/Uitgaven: € 2 mln. Ontvangsten: € 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: € 4 mln. Ontvangsten: € 2 mln.
12. Algemeen
Verplichtingen/Uitgaven: € 1 mln. Ontvangsten: € 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: € 2 mln. Ontvangsten: € 2 mln.
13. Nog onverdeeld
Verplichtingen/Uitgaven: € 1 mln. Ontvangsten: € 1 mln.
Verplichtingen/Uitgaven: € 2 mln. Ontvangsten: € 2 mln.
2 Beleid
2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties
Tabel 2 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting)
(bedragen x € 1.000)
Artikel
Uitgaven 2026
Uitgaven 2027
Uitgaven 2028
Uitgaven 2029
Uitgaven 2030
Uitgaven 2031
Vastgestelde begroting 2026 (incl. amendementen)
9.366.858
10.160.000
9.642.590
9.591.885
9.407.599
0
Mutaties eerste suppletoire begroting 2026
– 147.488
99.852
55.192
– 98.897
– 33.899
8.816.184
– waarvan mutaties coalitieakkoord
– 101.279
– 7.090
– 73.260
– 79.851
– 89.358
– 83.042
1
Aftrek specifieke zorgkosten huurtoeslag
1
0
0
– 65.000
– 65.000
– 65.000
– 65.000
2
Overheveling Regiodeals naar BZK
3
– 101.279
– 383
– 383
– 383
– 383
0
3
Efficiencytaakstelling
11
0
– 1.244
– 2.414
– 3.609
– 5.041
– 4.777
4
Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid
11
0
0
0
– 5.396
– 13.471
– 12.874
5
Subsidietaakstelling
Alle
0
– 5.463
– 5.463
– 5.463
– 5.463
– 391
– waarvan overige suppletoire mutaties
– 46.209
106.942
128.452
– 19.046
55.459
8.899.226
6
Kasschuif Realisatiestimulans
1
– 80.698
– 1.961
26.827
13.765
42.067
0
7
Ophoging budget Woningbouwimpuls (amendement-Flach)
1
57.000
0
0
0
0
0
8
Raming uitgaven huurtoeslag
1
– 35.900
– 51.800
– 8.900
– 27.800
– 39.200
– 36.700
9
Kadercorrectie Grootschalige Rijksprojecten
1
– 11.106
6.504
11.868
17.324
13.594
9.009
10
Kasschuif stimuleringsregeling ontmoetingsruimten ouderen (SOO)
1
– 10.000
10.000
0
0
0
0
11
Kasschuif Renovatieversneller
1
– 5.167
4.116
1.051
– 2.350
2.350
0
12
Woningbouwversnelling Metropoolregio Eindhoven
1
4.114
0
0
0
0
0
13a
Reallocatie Realisatiestimulans naar SOO
1
0
30.000
0
0
0
0
13b
Reallocatie Realisatiestimulans naar SOO
1
0
– 30.000
0
0
0
0
14
Uitvoeringskosten Dienst Toeslagen
1
0
5.500
6.167
6.500
6.500
6.500
15
Subsidie Duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA)
2
– 197.011
0
0
0
0
197.011
16
Subsidieregeling verduurzaming vve's (SVVE)
2
16.000
10.790
3.250
– 16.000
– 12.547
– 1.493
17
Opvraag Klimaatfonds Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH)
2
15.000
23.500
0
0
38.500
0
18
Uitvoeringskosten RVO
2
– 9.500
7.500
2.000
0
0
0
19
Subsidie Verduurzaming Onderhoud Huurwoningen (SVOH)
2
0
– 25.000
0
0
25.000
0
20
Kasschuif SAH
2
0
– 15.000
– 15.000
0
0
30.000
21a
Reallocatie Warmtefonds naar DUMAVA
2
0
0
107.450
27.000
16.241
0
21b
Reallocatie Warmtefonds naar DUMAVA
2
0
0
– 107.450
– 27.000
– 16.241
0
22
Zakelijke lasten RVB
4
23.535
25.828
28.077
15.979
8.145
0
23
Desaldering compensatiegronden
4
20.000
7.000
7.000
7.000
7.000
0
24
Renovatie Binnenhof
4
0
0
0
0
0
54.361
25
Renovatie Grafelijke Zalen
4
0
0
0
0
0
11.500
26
Renovatie Binnenhof diversen
4
11.100
6.600
22.100
34.460
40.615
35.721
27
Verhuiskosten gebruikers Binnenhof
4
– 6.000
0
0
0
0
6.000
28
Vrijval huisvestingsbudget Hoge Colleges van Staat
4
– 3.845
– 11.626
– 19.976
– 111.426
– 111.426
0
29
Renovatie paleizen
4
1.500
3.000
3.500
3.500
3.500
3.500
30
Renovatie Algemene Rekenkamer
4
0
0
0
2.500
2.500
2.500
31
Vennootschapsbelasting
12
23.204
0
0
0
0
0
32
Eindejaarsmarge
Alle
83.785
0
0
0
0
0
33
Loon- en prijsbijstelling tranche 2026
Alle
76.012
102.075
57.115
50.702
41.528
16.016
34
Extrapolatie
Alle
0
0
0
0
0
8.572.383
35
Overige mutaties
Alle
– 18.232
– 84
3.373
– 13.200
– 12.667
– 7.082
Stand eerste suppletoire begroting 2026
9.219.370
10.259.852
9.697.782
9.492.988
9.373.700
8.816.184
Toelichting uitgavenmutaties
1) Aftrek specifieke zorgkosten huurtoeslag
In het coalitieakkoord is opgenomen dat de aftrek van specifieke zorgkosten wordt
geschrapt vanaf 2028. Door het afschaffen van deze aftrekpost wordt het toetsingsinkomen
hoger, waardoor de totale uitgaven aan huurtoeslag afnemen. Hierdoor zijn de begrote
uitgaven aan de huurtoeslag naar beneden bijgesteld met structureel € 65,0 mln. vanaf
2028.
2) Overheveling Regiodeals naar BZK
Sinds het aantreden van het kabinet-Jetten is de Minister van BZK verantwoordelijk
voor de Regiodeals. Het totale budget van de Regiodeals, in 2026 € 101,3 mln. en voor
de jaren 2027–2030 € 0,4 mln., is overgeboekt van de begroting van VRO naar de begroting
van BZK (VII).
3) Efficiencytaakstelling
Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid
doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties,
met als doel de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027
ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het centraal apparaat en zal
op een later moment verder worden doorverdeeld. Voor de begroting van VRO gaat het
om een bedrag oplopend tot € 5,0 mln. in 2030 en € 4,8 mln. structureel vanaf 2031.
4) Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid
Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele
taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een
slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling
en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het centraal
apparaat en zal op een later moment verder worden doorverdeeld. Voor de begroting
van VRO gaat het om een bedrag oplopend tot € 13,5 mln. in 2030 en € 12,9 mln. structureel
vanaf 2031.
5) Subsidietaakstelling
In het coalitieakkoord is afgesproken dat de subsidiebudgetten bij de departementen
structureel worden verlaagd vanaf 2027. Deze taakstelling is verdeeld naar rato van
de subsidieuitgaven per departement. Voor de begroting van VRO gaat het om een bedrag
van € 5,5 mln. voor de jaren 2027 tot en met 2030 en € 0,4 mln. structureel vanaf
2031.
6) Kasschuif Realisatiestimulans
Op basis van de herijking van de Realisatiestimulans vindt een kasschuif plaats. In
totaal wordt € 103,9 mln. aan middelen in een realistischer ritme gezet. Deze middelen
zijn onder andere bestemd voor het versterken van de uitvoeringskracht bij medeoverheden.
Hierbij wordt capaciteit beschikbaar gesteld voor gemeenten, worden er versnellingstafels
gefaciliteerd en wordt er een Landelijk Expertisecentrum opgericht. Daarnaast wordt
ook een deel van de middelen voor de bijdrage aan gemeenten voor betaalbare woningen
en voor de NPLV-gebieden in een realistischer ritme gezet. Per saldo verschuiven middelen
uit 2026 (€ 80,7 mln.) en 2027 (€ 2,0 mln.) naar 2028 (€ 26,8 mln.), 2029 (€ 13,8
mln.) en 2030 (€ 42,1 mln.).
7) Ophoging budget Woningbouwimpuls (amendement-Flach)
Bij het debat over de Najaarsnota 2025 is het amendement-Flach (Kamerstukken II 2025–2026,
36 850 XXII, nr. 8) aangenomen dat verzoekt om de onderuitputting op de Woningbouwimpuls (WBI, € 57
mln.) beschikbaar te houden voor de WBI in 2026. Dit bedrag wordt nu als additionele
eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting van VRO.
8) Raming uitgaven huurtoeslag
De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch
Plan 2026 van het Centraal Planbureau en de laatste uitvoeringsinformatie van Dienst
Toeslagen. Er worden voor de komende jaren minder huurtoeslagontvangers verwacht,
daartegenover staan hogere verwachte huurontwikkelingen. Per saldo is er sprake van
lagere uitgaven. Dit resulteert in een incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030
van € 163,6 mln. Vanaf 2031 is er structureel sprake van een meevaller van € 36,7
mln. Ook op de ontvangsten is er structureel een meevaller van € 47,1 mln. vanaf 2031.
De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal van uitgaven en ontvangsten) is daarmee
€ 83,8 mln. vanaf 2031.
9) Kadercorrectie Grootschalige Rijksprojecten
Dit betreft de herijking voor het grootschalige Rijksproject Zuiderhage. Met het Ministerie
van Financiën is afgesproken dat aanpassingen voor de Flevoprojecten leiden tot een
kadercorrectie aan zowel de uitgaven- als ontvangstenkant van de Rijksbegroting. In
2026 zijn de begrote uitgaven naar beneden bijgesteld met € 11,1 mln., in de jaren
2027–2031 zijn de begrote uitgaven naar boven bijgesteld met respectievelijk € 6,5
mln., € 11,9 mln., € 17,3 mln., € 13,6 mln. en € 9,0 mln.
10) Kasschuif stimuleringsregeling ontmoetingsruimten ouderen (SOO)
Met het amendement-Flach (Kamerstukken II 2025–2026, 36 800 XXII, nr. 13) is in 2026 € 10 mln. beschikbaar gesteld voor de SOO in 2026. De SOO betaalt echter
pas een jaar later uit nadat vergunningen zijn verleend, daarom wordt het kasbudget
naar 2027 geschoven.
11) Kasschuif Renovatieversneller
Op basis van de reeds aangegane verplichtingen van de tranches voor MEER (Meerjarige
Experimenten Effectieve Renovatiestromen) en de verlenging van het ondersteuningsprogramma
Verbouwstromen wordt het budget in het juiste kasritme gezet. Uit 2026 wordt € 5,2
mln. geschoven naar 2027 (€ 4,1 mln.) en 2028 (€ 1,1 mln.), en uit 2029 wordt € 2,4
mln. geschoven naar 2030.
12) Woningbouwversnelling metropoolregio Eindhoven
Er wordt € 4,1 mln. in 2026 beschikbaar gesteld voor de Woningbouwversnelling Metropoolregio
Eindhoven. Dit budget staat gelijk aan het bedrag dat in 2025 niet tot besteding is
gekomen. Meerjarig blijft het totaalbudget hiermee gelijk. Er komen geen aanvullende
middelen bij.
13) Reallocatie Realisatiestimulans naar SOO
In 2027 vindt een reallocatie van € 30 mln. van de Realisatiestimulans naar de SOO
plaats. In de Realisatiestimulans is in 2027 € 30 mln. beschikbaar voor een opslag
voor zorggeschikte en geclusterde woningen. Uit een verkenning blijkt echter dat deze
opslag niet aansluit bij de behoeften in het veld. Om de bouw van ouderenwoningen
te stimuleren, worden deze middelen daarom gebruikt voor een nieuwe tranche van de
Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO).
Hierover ontvangt de Tweede Kamer in een aparte Kamerbrief een separate onderbouwing
conform de rijksbrede werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.).
14) Uitvoeringskosten Dienst Toeslagen
Dit betreft hogere uitvoeringskosten bij Dienst Toeslagen. Het gaat om structureel
€ 6,5 mln. voor een reeds doorgevoerde verbetering van de uitvoering en dienstverlening
van Dienst Toeslagen. Deze middelen zijn overgeboekt naar de begroting van het Ministerie
van Financiën (IXB).
15) Subsidie Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed (DUMAVA)
De wijze van subsidieverlening van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
(DUMAVA) wordt aangepast, zodat die beter aansluit bij de jaargrenzen van de Rijksbegroting.
Hierdoor is eenmalig een kasschuif van € 197 mln. uit 2026 naar 2031 nodig, zodat
het budget in hetzelfde jaar staat als wanneer de betaling plaatsvindt.
16) Subsidieregeling verduurzaming vve's (SVVE)
Op basis van de prognose van RVO wordt het budget voor de SVVE in het juiste kasritme
gezet. Voor 2026 is het geraamde budget niet toereikend. Hiervoor worden middelen
uit de jaren 2029–2031 (€ 16,0 mln., € 12,5 mln. en € 1,5 mln.) geschoven naar de
jaren 2026–2028 (€ 16,0 mln., € 10,8 mln. en € 3,3 mln.).
17) Opvraag Klimaatfonds Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH)
Om meer woningen aardgasvrij te maken moeten die aangesloten kunnen worden op het
warmtenet. Al het beschikbare budget dat de komende jaren in de begroting staat is
reeds verplicht, waardoor er geen ruimte is voor nieuwe aanvragen. Vanuit het Ministerie
van EZK is momenteel een groot aantal warmteprojecten in ontwikkeling. Door het ontbreken
van de financiering voor inpandige kosten vanuit de SAH zouden minder woningen dan
gewenst daadwerkelijk aangesloten worden op het warmtenet. Er wordt in deze ronde
in totaal € 77 mln. (€ 15,0 mln. in 2026, € 23,5 mln. in 2027 en € 38,5 mln. in 2030)
overgeboekt vanuit het Klimaatfonds ten behoeve van de SAH. Met dit budget kunnen
extra huurwoningen, waaronder corporatiewoningen, worden aangesloten op het warmtenet.
Hierover ontvangt de Tweede Kamer in een aparte Kamerbrief een separate onderbouwing
conform de rijksbrede werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW 3.1.).
18) Uitvoeringskosten RVO
De geraamde uitgaven voor de RVO-jaaropdracht 2027 worden van 2026 (€ 9,5 mln.) geschoven
naar 2027 (€ 7,5 mln.) en 2028 (€ 2,0 mln.), zodat de uitgaven voor de opdracht 2027
ook daadwerkelijk in 2027 worden gedaan.
19) Subsidie Verduurzaming Onderhoud Huurwoningen (SVOH)
Op basis van de prognose van RVO wordt het budget voor de afhandeling van de aanvragen
van SVOH in het juiste kasritme gezet. Hiervoor wordt € 25,0 mln. geschoven van 2027
naar 2030.
20) Kasschuif SAH
Op de middelen van de SAH vindt een kasschuif plaats op basis van de verwachte prognose
van RVO voor de afhandeling van de aanvragen. Het kasritme wordt verklaard doordat
in de jaren 2030 en verder budget nodig is voor de vaststelling van projecten en de
betaling van de resterende subsidie (50%) van de toegekende subsidies. Uit de jaren
2027 en 2028 wordt per jaar € 15,0 mln. doorgeschoven naar 2031 (€ 30,0 mln.).
21) Reallocatie Warmtefonds naar DUMAVA
In 2025 is circa € 150 mln. vanuit het DUMAVA-budget geschoven naar het Warmtefonds,
waar een grotere financieringsbehoefte op korte termijn was. Deze financieringsbehoefte
wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er Europese cofinanciering is voor het Warmtefonds
uit het Social Climate Fund. De cofinanciering wordt echter achteraf ontvangen, nadat
dit eerst met nationale middelen is gefinancierd. Middels deze mutatie wordt hetzelfde
bedrag teruggezet van het Warmtefonds naar het DUMAVA-budget, en tegelijkertijd in
een realistischer kasritme gezet (€ 107,5 mln. in 2028, € 27,0 mln. in 2029 en € 16,2
mln. in 2030).
22) Zakelijke lasten RVB
Zakelijke lasten betreffen gemeentelijke en waterschapsbelastingen en heffingen op
onroerend goed (niet zijnde Rijkshuisvesting) van de Staat. Dit zijn werkzaamheden
die het RVB als privaatrechtelijke entiteit uitvoert voor het hele Rijk. Door tariefverhogingen
van de gemeentelijke en waterschapsbelastingen nemen de kosten structureel toe. De
hogere kosten (€ 23,5 mln. in 2026, € 25,8 mln. in 2027, € 28,1 mln. in 2028, € 16,0
mln. in 2029 en € 8,1 mln. in 2030) worden gedekt uit de afrekening van de uitvoering
van het Rijksvastgoedbeleid.
23) Desaldering compensatiegronden
Sinds 2023 kunnen de agrarische compensatiegronden van het Rijk niet alleen worden
ingezet voor rijksinfrastructuur en andere taken van rijkspartijen, maar ook voor
beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Hierdoor is de vraag naar
compensatiegronden toegenomen en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst
om naast het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten ook nieuwe aankopen te doen.
Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten
gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden. Middels een desaldering
wordt in 2026 € 13,0 mln. extra ingezet voor de aankoop van compensatiegronden, voor
2026 tot en met 2030 is dat jaarlijks € 7,0 mln.
24) Renovatie Binnenhof
In de 14de Voortgangsrapportage Renovatie Binnenhof (Kamerstukken II 2025–2026, 34 293, nr. 149) is de Tweede Kamer geïnformeerd dat de renovatie van het Binnenhof langer duurt.
Als gevolg van de langere doorlooptijd en marktspanning lopen de geraamde investeringskosten
op met circa € 700 mln. naar cumulatief minimaal € 2,7 mld. in totaal (prijspeil 1 januari
2026). Deze extra kosten leiden vanaf 2031, als het Binnenhof weer in gebruik genomen
wordt, tot een stijging van de structurele gebruikersvergoeding van ongeveer € 54,4
mln. per jaar.
25) Renovatie Grafelijke Zalen
De Grafelijke Zalen zijn het enige onderdeel op het Binnenhof dat tot nu toe niet
gerenoveerd wordt. De staat van het complex is echter dermate slecht dat renovatie
nodig is om het complex in stand te kunnen houden. Er moet, zoals is beschreven in
de 14de Voortgangsrapportage Renovatie Binnenhof, rekening worden gehouden met een
investeringsbedrag van circa € 225 mln. voor de renovatie (prijspeil 2031). Dit leidt
tot een stijging van de gebruiksvergoeding met circa € 11 mln. in 2031 en daarna structureel
met circa € 16 mln. vanaf 2032.
26) Renovatie Binnenhof diversen
Doordat de renovatie van het Binnenhof langer duurt, zijn er ook hogere tijdelijke
kosten van cumulatief circa € 150,6 mln. Dit betreft onder andere extra kosten voor
het langer in stand houden van het programmabureau, het omgevingsmanagement, leegstand
en beveiligingskosten, de kosten voor het informatiecentrum en uitkijkpunt en het
langere gebruik van tijdelijke huisvesting door de gebruikers van het Binnenhof elders.
Deze kosten kunnen niet worden opgenomen in de gebruiksvergoedingen en worden incidenteel
gedekt. De extra kosten bedragen € 11,1 mln. in 2026, € 6,6 mln. in 2027, € 22,1 mln.
in 2028, € 34,5 mln. in 2029, € 40,6 mln. in 2030 en € 35,7 mln. in 2031.
27) Verhuiskosten gebruikers Binnenhof
In 2026 is er op de begroting van VRO € 6,0 mln. beschikbaar voor verhuiskosten van
de gebruikers van het Binnenhof. Nu de gebruikers in 2031 terugkeren op het Binnenhof,
wordt dit budget geschoven naar 2031.
28) Vrijval huisvestingsbudget Hoge Colleges van Staat
In de 14e Voortgangsrapportage Binnenhof Renovatie is de Tweede Kamer geïnformeerd
over de herijkte planning van de renovatie van het Binnenhof. De gebruiksvergoeding
gaat in na afronding van de werkzaamheden in 2031. De middelen voor de gebruiksvergoeding
van de renovatie van het Binnenhof die gereserveerd stonden van 2026 tot en met 2030
vallen hierdoor vrij (cumulatief € 258,3 mln.).
29) Renovatie paleizen
Er is sprake van diverse onvermijdelijke huisvestingskosten voor het Koninklijk Huis.
Dit heeft verschillende oorzaken, te weten marktontwikkelingen en prijsstijgingen,
hogere opslagen voor onderhoud, (nieuwe) wettelijke eisen, aanvullende verduurzamingseisen
en tegenvallers op projecten. Dit leidt tot een hogere gebruiksvergoeding die oploopt
van € 1,5 mln. in 2026 tot structureel € 3,5 mln. vanaf 2028.
30) Renovatie Algemene Rekenkamer
De verwachting is dat de kosten voor de renovatie van de huisvesting van de Algemene
Rekenkamer hoger worden dan geraamd. Dit komt voornamelijk door het complexe werk
en de risicobeleving van de markt bij dit type van aanbestedingen. Bovendien is er
sprake van hogere marktspanning en prijsstijgingen dan verwacht. Daarom wordt voor
de renovatie van de huisvesting van de Algemene Rekenkamer vanaf het jaar 2029 structureel
€ 2,5 mln. toegevoegd aan de gebruiksvergoeding.
31) Vennootschapsbelasting
Over de opbrengsten van de benzineveilingen en bodemwinning moet het RVB jaarlijks
vennootschapsbelasting afdragen. Dit betreft een generaal dossier en gaat om € 23,2
mln. in 2026.
32) Eindejaarsmarge
Dit betreft de ontvangen reguliere eindejaarsmarge over 2025.
33) Loon- en prijsbijstelling tranche 2026
De loon- en prijsbijstelling tranche 2026 is toegevoegd aan de begroting van VRO.
34) Extrapolatie
Bij Miljoenennota 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begroting. De middelen voor
2031 zijn via de extrapolatie toegevoegd.
Tabel 3 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2026 (Eerste suppletoire begroting)
(bedragen x € 1.000)
Artikel
Ontvangsten 2026
Ontvangsten 2027
Ontvangsten 2028
Ontvangsten 2029
Ontvangsten 2030
Ontvangsten 2031
Vastgestelde begroting 2026
520.264
519.445
533.025
519.860
518.754
0
Mutaties eerste suppletoire begroting 2026
133.209
36.513
36.837
48.887
59.003
562.159
– waarvan mutaties coalitieakkoord
0
0
0
0
0
0
– waarvan overige suppletoire mutaties
133.209
36.513
36.837
48.887
59.003
562.159
1
Raming ontvangsten huurtoeslag
1
16.800
10.400
10.700
28.400
41.300
47.100
2
Kadercorrectie Grootschalige Rijksprojecten
1
– 12.020
18.971
19.046
13.396
10.612
– 1.097
3
Afrekening bevoorschotting uitvoering Rijksvastgoedbeleid
4
108.164
0
0
0
0
0
4
Desaldering compensatiegronden
4
20.000
7.000
7.000
7.000
7.000
0
5
Extrapolatie
Alle
0
0
0
0
0
516.156
6
Overige mutaties
Alle
265
142
91
91
91
0
Stand eerste suppletoire begroting 2026
653.473
555.958
569.862
568.747
577.757
562.159
Toelichting ontvangstenmutaties
1) Raming ontvangsten huurtoeslag
De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch
Plan 2026 van het Centraal Planbureau en de laatste uitvoeringsinformatie van Dienst
Toeslagen. Er worden voor de komende jaren meer terugvorderingen van te veel uitgekeerde
huurtoeslag verwacht dan eerder geraamd. Deze hogere ontvangsten resulteren in een
incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030 van € 107,6 mln. Vanaf 2031 is er structureel
sprake van een meevaller van € 47,1 mln. Op de uitgaven is er vanaf 2031 structureel
sprake van een meevaller van € 36,7 mln. De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal
van uitgaven en ontvangsten) is daarmee € 83,8 mln. vanaf 2031.
2) Kadercorrectie Grootschalige Rijksprojecten
Ook aan de ontvangstenkant is het grootschalige Rijksproject Zuiderhage herijkt. In
2026 zijn de begrote ontvangsten naar beneden bijgesteld met € 12,0 mln., in de jaren
2027–2030 zijn de begrote ontvangsten naar boven bijgesteld met respectievelijk € 19,0
mln., € 19,0 mln., € 13,4 mln. en € 10,6 mln. en in 2031 zijn de begrote ontvangsten
naar beneden bijgesteld met € 1,1 mln.
3) Afrekening bevoorschotting uitvoering Rijksvastgoedbeleid
De afrekening van het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) over 2024 en 2025 leiden tot een
meevaller van respectievelijk € 34 mln. en € 74 mln. Deze meevaller is ontstaan door
een combinatie van factoren. Enerzijds zijn er meer ontvangsten gerealiseerd dan geraamd
op met name de vervreemdingen, waaronder de Ontwikkellocatie Schapenweide (€ 46 mln.).
Anderzijds zijn er minder kosten gemaakt in 2025 dan eerder geraamd.
4) Desaldering compensatiegronden
Sinds 2023 kunnen de agrarische compensatiegronden van het Rijk niet alleen worden
ingezet voor rijksinfrastructuur en andere taken van rijkspartijen, maar ook voor
beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Hierdoor is de vraag naar
compensatiegronden toegenomen en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst
om naast het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten ook nieuwe aankopen te doen.
Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten
gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden. Middels een desaldering
wordt in 2026 € 13,0 mln. extra ingezet voor de aankoop van compensatiegronden, voor
2026 tot en met 2030 is dat jaarlijks € 7,0 mln.
5) Extrapolatie
Bij Miljoenennota 2026 is het jaar 2031 toegevoegd aan de begroting. De middelen voor
2031 zijn via de extrapolatie toegevoegd.
3 Beleidsartikelen
3.1 Artikel 1. Woningmarkt
Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Woningmarkt (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t
(1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB
(2)
Vastgestelde begroting
t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting
(4)
Stand 1e suppletoire begroting
(5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
7.811.850
0
7.811.850
– 34.545
7.777.305
– 39.557
– 34.365
– 60.991
– 49.403
7.797.561
Uitgaven
7.700.975
0
7.700.975
– 64.665
7.636.310
– 39.599
– 34.407
– 61.033
– 49.445
7.710.661
1.1
Woningmarkt
6.792.113
10.000
6.802.113
– 37.420
6.764.693
– 11.966
– 72.954
– 92.289
– 105.273
7.682.429
Subsidies (regelingen)
35.103
10.000
45.103
932
46.035
41.966
1.966
1.866
– 134
6.252
Bevordering eigen woningbezit
500
0
500
0
500
0
0
0
0
0
Ouderenhuisvesting
25.104
10.000
35.104
– 619
34.485
40.000
0
0
0
0
Stimuleringsmiddelen wooncoöperaties
626
0
626
658
1.284
– 2
– 2
– 2
– 2
0
Woningmarkt
4.496
0
4.496
768
5.264
1.937
1.937
1.937
– 63
4.387
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid
1.377
0
1.377
125
1.502
73
73
– 27
– 27
1.865
Projectsteun woningcorporaties
3.000
0
3.000
0
3.000
– 42
– 42
– 42
– 42
0
Opdrachten
7.892
0
7.892
635
8.527
135
1.035
– 280
– 280
9.119
Woningmarkt
6.835
0
6.835
675
7.510
135
1.035
– 280
– 280
8.577
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid
1.057
0
1.057
– 40
1.017
0
0
0
0
542
Inkomensoverdrachten
6.498.890
0
6.498.890
– 35.900
6.462.990
– 51.800
– 73.900
– 92.800
– 104.200
7.550.000
Huurtoeslag
6.498.890
0
6.498.890
– 35.900
6.462.990
– 51.800
– 73.900
– 92.800
– 104.200
7.550.000
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
3.787
0
3.787
0
3.787
0
0
0
0
3.767
Woningmarkt
3.787
0
3.787
0
3.787
0
0
0
0
3.767
Bijdrage aan medeoverheden
218.685
0
218.685
– 1.246
217.439
– 1.356
– 1.396
– 416
0
89.620
Caribisch Nederland
12.100
0
12.100
0
12.100
0
0
0
0
14.200
Grote gezinnen
1.600
0
1.600
150
1.750
0
0
0
0
0
Opvang Evacuees
1.500
0
1.500
0
1.500
0
0
0
0
1.500
Uitvoeringskosten Wetsvoorstellen Regie en Betaalbare Huur
74.860
0
74.860
– 1.000
73.860
– 960
– 1.000
– 416
0
73.920
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid
128.625
0
128.625
– 396
128.229
– 396
– 396
0
0
0
Bijdrage aan agentschappen
26.593
0
26.593
– 1.232
25.361
– 253
0
0
0
22.461
Dienst van de Huurcommissie
24.979
0
24.979
0
24.979
0
0
0
0
22.461
RVO (Uitvoeringskosten BEW)
1.614
0
1.614
– 1.232
382
– 253
0
0
0
0
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
1.163
0
1.163
– 609
554
– 658
– 659
– 659
– 659
1.210
Financiën (IXB)
0
0
0
0
0
0
0
0
0
53
Infrastructuur en Waterstaat (XII)
1.163
0
1.163
– 609
554
– 658
– 659
– 659
– 659
1.157
1.2
Woningbouw
908.862
– 10.000
898.862
– 27.245
871.617
– 27.633
38.547
31.256
55.828
28.232
Subsidies (regelingen)
28.547
0
28.547
1.843
30.390
– 39
– 63
– 63
– 63
1.679
Woningbouw
249
0
249
1.843
2.092
0
– 24
– 24
– 24
1.679
Opschalen Woningbouw
28.298
0
28.298
0
28.298
– 39
– 39
– 39
– 39
0
Opdrachten
8.165
0
8.165
2.809
10.974
206
230
230
230
3.078
Grootschalige woningbouwgebieden
3.584
0
3.584
– 350
3.234
0
0
0
0
0
Volkshuisvestingsfonds
142
0
142
0
142
0
0
0
0
0
Woningbouw
4.439
0
4.439
3.159
7.598
206
230
230
230
3.078
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
320
0
320
0
320
0
0
0
0
320
CBS
320
0
320
0
320
0
0
0
0
320
Bijdrage aan medeoverheden
837.525
– 10.000
827.525
– 15.004
812.521
– 31.961
26.827
13.765
42.067
0
Grootschalige woningbouwgebieden
208.250
0
208.250
0
208.250
0
0
0
0
0
Kwetsbare groepen
0
20.000
20.000
0
20.000
0
0
0
0
0
Versnelling huisvesting
28.585
0
28.585
0
28.585
0
0
0
0
0
Vestigingsklimaat
78.750
0
78.750
8.694
87.444
0
0
0
0
0
Volkshuisvestingsfonds
40
0
40
0
40
0
0
0
0
0
Woningbouwimpuls
95.000
– 30.000
65.000
57.000
122.000
0
0
0
0
0
Realisatiestimulans
336.900
0
336.900
– 80.698
256.202
– 31.961
26.827
13.765
42.067
0
Grondfaciliteit
90.000
0
90.000
0
90.000
0
0
0
0
0
Bijdrage aan agentschappen
34.305
0
34.305
– 16.893
17.412
4.161
11.553
17.324
13.594
23.155
Grootschalige Rijksprojecten
19.738
0
19.738
– 11.106
8.632
6.504
11.868
17.324
13.594
21.458
RVB
4.900
0
4.900
2.500
7.400
0
0
0
0
0
RVO
9.667
0
9.667
– 8.287
1.380
– 2.343
– 315
0
0
1.697
Ontvangsten
410.729
0
410.729
5.045
415.774
29.513
29.837
41.887
52.003
462.272
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 5 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 1
Artikel 1
2026
juridisch verplicht
97%
bestuurlijk gebonden
0%
beleidsmatig gereserveerd
3%
nog niet ingevuld / vrij te besteden
0%
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 97% juridisch verplicht.
1.1 Woningmarkt Subsidies (regelingen)
Ouderenhuisvesting
Met het amendement-Flach op de ontwerpbegroting 2026 van VRO (Kamerstukken II 2025–2026,
36 800 XXII, nr. 13) wordt in 2026 € 10 mln. beschikbaar gesteld voor de stimuleringsregeling ontmoetingsruimten
ouderen (SOO). De SOO betaalt echter pas een jaar later uit nadat vergunningen zijn
verleend, daarom wordt het kasbudget naar 2027 geschoven.
In 2025 vielen de betalingen tegen vanwege vertragingen bij het verstrekken van de
omgevingsvergunningen. De middelen voor deze overlopende verplichtingen komen in 2026
alsnog tot betaling, dit betreft € 9,4 mln.
Tot slot vindt in 2027 een reallocatie van € 30 mln. van de Realisatiestimulans naar
de SOO plaats. In de Realisatiestimulans is in 2027 € 30 mln. beschikbaar voor een
opslag voor zorggeschikte en geclusterde woningen. Uit een verkenning blijkt echter
dat deze opslag niet aansluit bij de behoeften in het veld. Om de bouw van ouderenwoningen
te stimuleren, worden deze middelen daarom gebruikt voor een nieuwe tranche van de
Stimuleringsregeling Ontmoetingsruimten in Ouderenhuisvesting (SOO).
Woningmarkt
Dit betreft een reallocatie ten behoeve van de inzet op vocht- en schimmel-problematiek.
Dat is een van de grootste uitdagingen met betrekking tot onderhoud voor woningcorporaties
én huurders. Hiermee wordt de kennis van experts ingezet die bij een conflict tussen
huurder en verhuurder kunnen bemiddelen en vanuit hun expertise een rapport opstellen,
om de terugkeer van vocht- en schimmelproblemen te voorkomen. De kosten worden verdeeld
tussen Rijk en corporaties. De reallocatie betreft cumulatief € 6,0 mln. in de jaren
2027 tot en met 2029 van artikel 2 naar artikel 1.
Het restant betreft diverse kleine technische reallocaties en de technische doorverdeling
van de subsidietaakstelling voortkomend uit het coalitieakkoord.
Inkomensoverdrachten
Huurtoeslag
De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch
Plan 2026 van het Centraal Planbureau en de laatste uitvoeringsinformatie van Dienst
Toeslagen. Er worden voor de komende jaren minder huurtoeslagontvangers verwacht,
daartegenover staan hogere verwachte huurontwikkelingen. Per saldo is er sprake van
lagere uitgaven. Dit resulteert in een incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030
van € 163,6 mln. Vanaf 2031 is er structureel sprake van een meevaller van € 36,7
mln. Ook op de ontvangsten is er structureel een meevaller van € 47,1 mln. vanaf 2031.
De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal van uitgaven en ontvangsten) is daarmee
€ 83,8 mln. vanaf 2031.
Dienst Toeslagen heeft te maken met hogere uitvoeringskosten. Het gaat om structureel
€ 6,5 mln. voor een reeds doorgevoerde verbetering van de uitvoering en dienstverlening
van Dienst Toeslagen. Deze middelen zijn overgeboekt naar de begroting van het Ministerie
van Financiën (IXB).
In het coalitieakkoord is opgenomen dat de aftrek van specifieke zorgkosten wordt
geschrapt vanaf 2028. Door het afschaffen van deze aftrekpost wordt het toetsingsinkomen
hoger, waardoor de totale uitgaven aan huurtoeslag afnemen. Hierdoor zijn de begrote
uitgaven aan de huurtoeslag naar beneden bijgesteld met structureel € 65,0 mln. vanaf
2028.
1.2 Woningbouw
Bijdrage aan medeoverheden
Vestigingsklimaat
In het voorjaar van 2024 zijn middelen beschikbaar gesteld naar aanleiding van het
Convenant van Rijk en Brainportregio over investeringen in het ondernemingsklimaat
van de microchipsector. Via de begroting van VRO wordt als onderdeel hiervan zorggedragen
voor verschillende maatregelen op het gebied van woningbouw, te weten het realiseren
van additionele (studenten)woningen en gebiedsmaatregelen. Daarnaast wordt er € 4,1
mln. in 2026 beschikbaar gesteld voor de Woningbouwversnelling Metro-poolregio Eindhoven.
Dit budget staat gelijk aan het bedrag dat in 2025 niet tot besteding is gekomen.
Meerjarig blijft het totaalbudget hiermee gelijk. Er komen geen aanvullende middelen
bij.
Daarnaast is een bedrag van € 4,6 mln. beschikbaar gesteld voor afdracht aan het btw-compensatiefonds,
zodat gemeenten een beroep kunnen doen op dit fonds. Dit betreffen geen aanvullende
middelen, aangezien de middelen voor 2026 worden aangevuld met de middelen uit 2025
die door een abusievelijke berekeningswijze nog niet waren afgedragen.
Woningbouwimpuls
Bij het debat over de Najaarsnota 2025 is het amendement-Flach (Kamerstukken II 2025–2026,
36850 XXII, nr. 8) aangenomen dat verzoekt om de onderuitputting op de Woningbouwimpuls (WBI, € 57
mln.) beschikbaar te houden voor de WBI in 2026. Dit bedrag wordt nu als additionele
eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting van VRO.
Realisatiestimulans
Op basis van de herijking van de Realisatiestimulans vindt een kasschuif plaats. In
totaal wordt € 103,9 mln. aan middelen in een realistischer ritme gezet. Deze middelen
zijn onder andere bestemd voor het versterken van de uitvoeringskracht bij medeoverheden.
Hierbij wordt capaciteit beschikbaar gesteld voor gemeenten, worden er versnellingstafels
gefaciliteerd en wordt er een Landelijk Expertisecentrum opgericht. Daarnaast wordt
ook een deel van de middelen voor de bijdrage aan gemeenten voor betaalbare woningen
en voor de NPLV-gebieden in een realistischer ritme gezet. Per saldo verschuiven middelen
uit 2026 (€ 80,7 mln.) en 2027 (€ 2,0 mln.) naar 2028 (€ 26,8 mln.), 2029 (€ 13,8
mln.) en 2030 (€ 42,1 mln.).
Daarnaast vindt in 2027 zoals eerder toegelicht een reallocatie plaats van € 30 mln.
van de Realisatiestimulans naar de SOO.
Bijdrage aan agentschappen
Grootschalige Rijksprojecten
Dit betreft de herijking voor het grootschalige Rijksproject Zuiderhage. Met het Ministerie
van Financiën is afgesproken dat aanpassingen voor de Flevoprojecten leiden tot een
kadercorrectie aan zowel de uitgaven- als ontvangstenkant van de Rijksbegroting. In
2026 zijn de begrote uitgaven naar beneden bijgesteld met € 11,1 mln., in de jaren
2027–2031 zijn de begrote uitgaven naar boven bijgesteld met respectievelijk € 6,5
mln., € 11,9 mln., € 17,3 mln., € 13,6 mln. en € 9,0 mln.
Ontvangsten
De huurtoeslagraming is bijgesteld op basis van de raming van het Centraal Economisch
Plan 2026 van het Centraal Planbureau en de laatste uitvoeringsinformatie van Dienst
Toeslagen. Er worden voor de komende jaren meer terugvorderingen van te veel uitgekeerde
huurtoeslag verwacht dan eerder geraamd. Deze hogere ontvangsten resulteren in een
incidentele cumulatieve meevaller t/m 2030 van € 107,6 mln. Vanaf 2031 is er structureel
sprake van een meevaller van € 47,1 mln. Op de uitgaven is er vanaf 2031 structureel
sprake van een meevaller van € 36,7 mln. De totale meevaller op de huurtoeslag (totaal
van uitgaven en ontvangsten) is daarmee € 83,8 mln. vanaf 2031.
Ook aan de ontvangstenkant is het grootschalige Rijksproject Zuiderhage herijkt. In
2026 zijn de begrote ontvangsten naar beneden bijgesteld met € 12,0 mln., in de jaren
2027–2030 zijn de begrote ontvangsten naar boven bijgesteld met respectievelijk € 19,0
mln., € 19,0 mln., € 13,4 mln. en € 10,6 mln. en in 2031 zijn de begrote ontvangsten
naar beneden bijgesteld met € 1,1 mln.
Het restant betreft diverse kleine technische desalderingen.
3.2 Artikel 2. Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit
Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Energietransitie gebouwde omgeving
en bouwkwaliteit (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t
(1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB
(2)
Vastgestelde begroting
t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting
(4)
Stand 1e suppletoire begroting
(5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
890.977
0
890.977
394.971
1.285.948
92.254
11.067
56.520
37.147
236.979
Uitgaven
1.086.912
0
1.086.912
– 128.245
958.667
8.427
– 5.240
– 28.954
44.886
452.815
2.1
Energietransitie en duurzaamheid
1.023.752
0
1.023.752
– 129.564
894.188
9.688
– 3.720
– 28.954
44.886
439.392
Subsidies (regelingen)
715.341
0
715.341
– 133.693
581.648
– 4.611
– 6.902
– 19.795
55.503
253.292
Energiebesparing Koopsector
20.000
0
20.000
19.572
39.572
10.390
2.850
– 16.000
– 12.547
0
Energietransitie en duurzaamheid
17.384
0
17.384
6.520
23.904
12
4.068
3.855
3.200
9.491
Kennis- en innovatieprogramma bouwproductie stikstof
2.000
0
2.000
0
2.000
0
0
0
0
0
Maatschappelijk vastgoed fonds
30.000
0
30.000
– 225
29.775
0
0
0
0
0
Nationaal Groeifonds
14.022
0
14.022
6.454
20.476
0
1.463
0
0
0
Nationaal Isolatie Programma
980
0
980
0
980
0
0
0
0
0
Ontzorgen Vereniging van Eigenaren
7.259
0
7.259
0
7.259
0
0
0
0
0
Renovatieversneller
23.435
0
23.435
– 508
22.927
4.076
1.051
– 2.350
2.350
0
SAH
17.100
0
17.100
22.505
39.605
– 15.000
– 15.000
0
0
30.000
Subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen
20.521
0
20.521
2.492
23.013
– 27.000
– 4.500
– 4.500
25.000
15.311
Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed
324.430
0
324.430
– 206.058
118.372
– 589
110.616
26.200
15.241
197.011
Warmtefonds
159.460
0
159.460
0
159.460
0
– 107.450
– 27.000
– 16.241
0
Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe
1.000
0
1.000
555
1.555
0
0
0
0
986
Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe Wooncorperaties
76.750
0
76.750
0
76.750
0
0
0
0
0
Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe innovatie
1.000
0
1.000
0
1.000
0
0
0
0
493
SAH warmteprojecten
0
0
0
15.000
15.000
23.500
0
0
38.500
0
Opdrachten
4.900
0
4.900
905
5.805
1.236
– 3.200
– 3.200
– 3.200
500
Energietransitie en duurzaamheid
2.900
0
2.900
731
3.631
986
– 3.200
– 3.200
– 3.200
500
Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie
2.000
0
2.000
174
2.174
250
0
0
0
0
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
3.084
0
3.084
0
3.084
0
0
0
0
1.250
Energietransitie en duurzaamheid
2.084
0
2.084
0
2.084
0
0
0
0
500
Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe
1.000
0
1.000
0
1.000
0
0
0
0
750
Bijdrage aan medeoverheden
153.353
0
153.353
2.604
155.957
6.814
2.551
– 595
– 595
142.481
Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie
9.000
0
9.000
246
9.246
0
0
0
0
0
NIP (Soortenmanagement)
281
0
281
– 281
0
– 186
0
0
0
0
Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe
8.854
0
8.854
0
8.854
0
0
0
0
33.250
Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed
0
0
0
2.639
2.639
0
– 449
– 595
– 595
0
Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe ontzorgingsprogramma
3.500
0
3.500
0
3.500
0
0
0
0
3.500
Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe isolatie en ventilatie
126.718
0
126.718
0
126.718
0
0
0
0
100.731
Verduurzaming Groningen en Noord-Drenthe uitvoeringsorganisatie
5.000
0
5.000
0
5.000
0
0
0
0
5.000
Energiehuis
SCF (Klimaatfonds)
0
0
0
0
0
7.000
3.000
0
0
0
Bijdrage aan agentschappen
39.349
0
39.349
9.342
48.691
11.466
2.569
0
0
23.905
Dienst Publiek en Communicatie
1.760
0
1.760
0
1.760
0
0
0
0
0
RVB
10.050
0
10.050
0
10.050
0
0
0
0
3.750
RVO (Energietransitie en duurzaamheid)
16.359
0
16.359
12.834
29.193
12.656
2.719
0
0
8.653
RVO
(Uitvoering Energieakkoord)
11.180
0
11.180
– 3.492
7.688
– 1.190
– 150
0
0
9.942
Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1.560
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
107.725
0
107.725
– 8.722
99.003
– 5.217
1.262
– 5.364
– 6.822
17.964
EGO (innovatie)
17.414
0
17.414
– 7.297
10.117
– 5.217
1.262
– 5.364
– 6.822
16.364
Handhaving energielabel C
1.600
0
1.600
0
1.600
0
0
0
0
1.600
Uitfaseren van slechte labels
1.000
0
1.000
– 1.000
0
0
0
0
0
0
Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed
87.711
0
87.711
– 425
87.286
0
0
0
0
0
2.2
Bouwregelgeving en bouwkwaliteit
63.160
0
63.160
1.319
64.479
– 1.261
– 1.520
0
0
13.423
Subsidies (regelingen)
19.139
0
19.139
19.429
38.568
– 1.261
– 1.520
0
0
2.248
Biobased bouwen
11.238
0
11.238
489
11.727
– 1.500
– 1.500
0
0
0
Bouwregelgeving en bouwkwaliteit
2.801
0
2.801
1.666
4.467
0
0
0
0
2.248
Aanpak funderingsschade
5.100
0
5.100
17.274
22.374
239
– 20
0
0
0
Opdrachten
17.249
0
17.249
4.806
22.055
0
0
0
0
9.275
Bouwregelgeving en bouwkwaliteit
12.749
0
12.749
4.806
17.555
0
0
0
0
9.275
Aanpak funderingsschade
4.500
0
4.500
0
4.500
0
0
0
0
0
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
0
0
0
297
297
137
0
0
0
0
Overige bijdragen
0
0
0
34
34
0
0
0
0
0
Aanpak funderingsschade
0
0
0
263
263
137
0
0
0
0
Bijdrage aan medeoverheden
24.791
0
24.791
– 23.213
1.578
– 137
0
0
0
0
Aanpak funderingsschade
24.791
0
24.791
– 23.213
1.578
– 137
0
0
0
0
Bijdrage aan agentschappen
1.981
0
1.981
0
1.981
0
0
0
0
1.900
RVB
1.981
0
1.981
0
1.981
0
0
0
0
1.900
Ontvangsten
91
0
91
0
91
0
0
0
0
91
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 7 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 2
Artikel 2
2026
juridisch verplicht
95%
bestuurlijk gebonden
4%
beleidsmatig gereserveerd
1%
nog niet ingevuld / vrij te besteden
0%
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 2 is 95% juridisch verplicht.
2.1 Energietransitie en duurzaamheid Subsidies (regelingen)
Energiebesparing Koopsector
Op basis van de prognose van RVO wordt het budget voor de subsidieregeling verduurzaming
vve's (SVVE) in het juiste kasritme gezet. Voor 2026 is het geraamde budget niet toereikend.
Hiervoor worden middelen uit de jaren 2029–2031 (€ 16,0 mln., € 12,5 mln. en € 1,5
mln.) geschoven naar de jaren 2026–2028 (€ 16,0 mln., € 10,8 mln. en € 3,3 mln.).
Het restant betreft de technische doorverdeling van de subsidietaakstelling voortkomend
uit het coalitieakkoord.
SAH
Het toekennen en beoordelen van de aanvragen van de nieuwe openstelling in 2025 en
een deel van (eerdere) aanvragen is in december 2025 niet meer tot betaling gekomen.
RVO heeft in het korte tijdbestek tussen openstelling en toekenning niet alle betalingen
kunnen doen. Deze overlopende verplichtingen komen in 2026 tot betaling, dit betreft
€ 22,5 mln.
Daarnaast vindt een kasschuif plaats op basis van de verwachte prognose van RVO voor
de afhandeling van de aanvragen. Het kasritme wordt verklaard doordat in de jaren
2030 en verder budget nodig is voor de vaststelling van projecten en de betaling van
de resterende subsidie (50%) van de toegekende subsidies. Uit de jaren 2027 en 2028
wordt per jaar € 15 mln. doorgeschoven naar 2031 (€ 30 mln.).
Subsidie verduurzaming en onderhoud huurwoningen
De aanvragen Subsidie Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) trekken aan ten
opzichte van 2024. Hierdoor neemt het vaststellen van (eerdere) aanvragen meer tijd
in beslag. De aangegane verplichtingen zijn hierdoor voor een deel niet meer in 2025
tot betaling gekomen en lopen over naar 2026. Dit betreft € 2,5 mln.
Op basis van de prognose van RVO wordt het budget voor de afhandeling van de aanvragen
van SVOH in het juiste kasritme gezet. Hiervoor wordt € 25,0 mln. geschoven van 2027
naar 2030.
Daarnaast vindt in de jaren 2027 t/m 2029 een reallocatie plaats van artikel 2 naar
artikel 1 van € 2,0 mln. per jaar voor de aanpak van vocht- en schimmelproblematiek
in huurwoningen.
Het restant betreft de technische doorverdeling van de subsidietaakstelling voortkomend
uit het coalitieakkoord.
Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed
De wijze van subsidieverlening van de Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed
(DUMAVA) wordt aangepast, zodat die beter aansluit bij de jaargrenzen van de Rijksbegroting.
Hierdoor is eenmalig een kasschuif van € 197 mln. uit 2026 naar 2031 nodig, zodat
het budget in hetzelfde jaar staat als wanneer de betaling plaatsvindt.
Aan RVO wordt een bijdrage gedaan voor de uitvoering van de regeling DUMAVA en het
Programma Utiliteitsbouw en monitoringsopdracht. Dit betreft € 6,5 mln. in 2026, € 1,2
mln. in 2027 en € 0,2 mln. in 2028. Er vindt een reallocatie plaats naar het juiste
instrument («RVO (Energietransitie en duurzaamheid)» onder bijdrage aan agentschappen)
om de middelen daar te verantwoorden.
De meerjarige Programmatische Aanpak Maatschappelijk Vastgoed wordt in 2026 uitgewerkt.
In de jaren hiervoor werd de uitvoering in de regeling maatschappelijk vastgoed opgenomen.
Het budget van € 5,0 mln. voor de verduurzaming middels de programmatische aanpak
wordt geschoven van 2026 naar 2027 om de aanpak vanaf 2027 meerjarig op te zetten.
Het totale beschikbare subsidiebudget voor DUMAVA is in 2025 aangevraagd en verplicht.
Voor een klein deel van de aanvragen wordt de subsidie betaald in 2026, dit betreffen
overlopende verplichtingen van € 1,9 mln.
Voor het verduurzamen van schoolgebouwen wordt ook subsidie verleend vanuit het DUMAVA-budget.
Het budget hiervan is afkomstig van het Ministerie van OCW. Middels de kasschuif wordt
het budget meerjarig in het juiste kasritme gezet. Uit 2027 wordt € 4,2 mln. geschoven
naar 2026 (€ 0,5 mln.), 2028 (€ 3,5 mln.) en 2029 (€ 0,2 mln.).
In 2025 is circa € 150 mln. vanuit het DUMAVA-budget geschoven naar het Warmtefonds,
waar een grotere financieringsbehoefte op korte termijn was. Deze financieringsbehoefte
wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er Europese cofinanciering is voor het Warmtefonds
uit het Social Climate Fund. De cofinanciering wordt echter achteraf ontvangen, nadat
dit eerst met nationale middelen is gefinancierd. Middels deze mutatie wordt hetzelfde
bedrag teruggezet van het Warmtefonds naar het DUMAVA-budget, en tegelijkertijd in
een realistischer kasritme gezet. Dit betreft € 107,5 mln. in 2028, € 27,0 mln. in
2029 en € 16,2 mln. in 2030.
Het restant betreft de technische doorverdeling van de subsidietaakstelling voortkomend
uit het coalitieakkoord.
Warmtefonds
Zoals toegelicht onder «Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed» is in 2025 circa € 150
mln. vanuit het DUMAVA-budget geschoven naar het Warmtefonds, waar een grotere financieringsbehoefte
op korte termijn was. Deze financieringsbehoefte wordt voornamelijk veroorzaakt doordat
er Europese cofinanciering is voor het Warmtefonds uit het Social Climate Fund. De
cofinanciering wordt echter achteraf ontvangen, nadat dit eerst met nationale middelen
is gefinancierd. Middels deze mutatie wordt hetzelfde bedrag teruggezet van het Warmtefonds
naar het DUMAVA-budget, en tegelijkertijd in een realistischer kasritme gezet. Dit
betreft € 107,5 mln. in 2028, € 27,0 mln. in 2029 en € 16,2 mln. in 2030.
SAH warmteprojecten
Om meer woningen aardgasvrij te maken moeten die aangesloten kunnen worden op het
warmtenet. Al het beschikbare budget dat de komende jaren in de begroting staat is
reeds verplicht, waardoor er geen ruimte is voor nieuwe aanvragen. Vanuit het Ministerie
van EZK is momenteel een groot aantal warmteprojecten in ontwikkeling. Door het ontbreken
van de financiering voor inpandige kosten vanuit de SAH zouden minder woningen dan
gewenst daadwerkelijk aangesloten worden op het warmtenet. Er wordt in deze ronde
in totaal € 77 mln. (€ 15,0 mln. in 2026, € 23,5 mln. in 2027 en € 38,5 mln. in 2030)
overgeboekt vanuit het Klimaatfonds ten behoeve van de SAH. Met dit budget kunnen
extra huurwoningen, waaronder corporatiewoningen, worden aangesloten op het warmtenet.
Bijdrage aan medeoverheden
Energiehuis SCF (Klimaatfonds)
Er wordt in totaal € 10 mln. uit het Klimaatfonds overgeheveld naar de begroting van
VRO voor ondersteuning voor huishoudens die in een kwetsbare positie verkeren voor
verduurzaming middels Energiehuizen. Dit is onderdeel van de Nederlandse invulling
van de middelen uit het Social Climate Fund (SCF). Dit gaat om € 7,0 mln. in 2027
en € 3,0 mln. in 2028.
Bijdrage aan agentschappen
RVO (Energietransitie en duurzaamheid)
De geraamde uitgaven voor de RVO-jaaropdracht 2027 worden van 2026 (€ 9,5 mln.) geschoven
naar 2027 (€ 7,5 mln.) en 2028 (€ 2,0 mln.), zodat de uitgaven voor de opdracht 2027
ook daadwerkelijk in 2027 worden gedaan.
RVO heeft een deel van de aanvragen en vaststellingen in 2025 niet tijdig kunnen uitvoeren.
Om deze overlopende verplichtingen wel in 2026 uit te kunnen voeren wordt er € 2,9
mln. beschikbaar gesteld.
Het restant (€ 19,4 mln. in 2026) betreft bijdragen aan RVO voor de uitvoering van
verschillende regelingen en jaaropdrachten. De voornaamste hiervan zijn de regeling
DUMAVA en het Programma Utiliteitsbouw, het Expertiseprogramma Woningbouw en het Programma
Energieprestatie Gebouwen.
2.2 Bouwregelgeving en bouwkwaliteit Subsidies (regelingen)
Aanpak funderingsschade
Voor de landelijke werking van het Fonds Duurzaam Funderingsherstel is een subsidie
verleend van € 20 mln. in 2026 aan Stichting Volkshuisvesting Nederland. De middelen
worden met deze reallocatie op het juiste instrument gezet.
Er gaat € 5,0 mln. naar de provincie Fryslân en enkele gemeenten ten behoeve van de
gebiedsgerichte leeraanpak funderingsproblematiek. Met deze reallocatie van € 4,5
mln. worden de middelen op de juiste plaats gezet.
Voor de periode 2025 t/m 2028 is in totaal € 56 mln. beschikbaar gesteld voor de Nationale
Aanpak Funderingsproblematiek. Een groot deel van deze middelen is bestemd voor informatievoorziening,
kennisontwikkeling en innovatie en de gebiedsgerichte leeraanpak, zoals beschreven
in de Kamerbrief van 4 juli 2025 (Kamerstukken II 2024–2025, 28 325, nr. 298). Het betreft middelen voor innovatie en opschaling van funderingsherstel en renovatie.
De in 2025 geleverde inspanningen hebben niet volledig geleid tot uitputting doordat
dit nog in de opstartfase zit. Om de inspanningen in 2026 onverminderd door te zetten
is in 2026 € 1,9 mln. budget voor overlopende verplichtingen beschikbaar gesteld.
Het restant betreft een bijdrage vanuit het Ministerie van IenW (€ 0,3 mln.) aan het
Kenniscentrum Bodemdaling en Fundering voor 2027 en diverse kleine technische reallocaties.
Bijdrage aan medeoverheden
Aanpak funderingsschade
Voor de landelijke werking van het Fonds Duurzaam Funderingsherstel is een subsidie
verleend van € 20 mln. in 2026 aan Stichting Volkshuisvesting Nederland. De middelen
worden met deze reallocatie op het juiste instrument gezet.
Als onderdeel van de Nationale Aanpak Funderingsproblematiek worden in 2026 bijdragen
gedaan van in totaal € 6,0 mln., verdeeld over de provincie Fryslân en de gemeenten
Rotterdam, Dordrecht, Zaanstad, Arnhem en Emmen (elk € 1,0 mln.). Deze middelen worden
uitgekeerd via het provinciefonds en het gemeentefonds.
Met de hierboven genoemde reallocatie van € 4,5 mln. naar dit instrument worden de
middelen voor de gebiedsgerichte leeraanpak op de juiste plaats gezet.
Het restant betreft overboekingen naar het Ministerie van EZK (€ 1,5 mln.) als bijdragen
aan Deltares en TNO en een kleine technische reallocatie.
3.3 Artikel 3. Ruimtelijke ordening en Omgevingswet
Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 Ruimtelijke Ordening en Omgevingswet
(bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t
(1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)
Vastgestelde begroting
t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting
(4)
Stand 1e suppletoire begroting
(5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
163.511
0
163.511
108
163.619
– 229
– 205
– 422
– 422
145.318
Uitgaven
264.407
0
264.407
– 100.788
163.619
– 229
– 205
– 422
– 422
145.318
3.1
Ruimtelijke ordening
67.825
0
67.825
– 5.518
62.307
182
206
– 11
– 11
65.322
Subsidies (regelingen)
1.186
0
1.186
648
1.834
– 11
– 11
– 11
– 11
763
Basisregistraties
581
0
581
0
581
– 7
– 7
– 7
– 7
467
Programma Ruimtelijk Ontwerp
0
0
0
408
408
0
0
0
0
0
Ruimtelijk
instrumentarium (diversen)
300
0
300
150
450
– 4
– 4
– 4
– 4
296
VNG
305
0
305
0
305
0
0
0
0
0
Gebiedsontwikkeling
0
0
0
90
90
0
0
0
0
0
Opdrachten
17.183
0
17.183
– 2.965
14.218
– 25
0
0
0
13.937
Basisregistraties Ondergrond
998
0
998
0
998
0
0
0
0
0
Gebiedsontwikkeling
3.828
0
3.828
– 1.890
1.938
– 25
0
0
0
3.719
Geo-informatie
188
0
188
0
188
0
0
0
0
0
Nationaal Groeifonds
141
0
141
0
141
0
0
0
0
194
Programma Ruimtelijk Ontwerp
4.804
0
4.804
– 520
4.284
0
0
0
0
3.911
Ruimtelijk
instrumentarium (diversen)
7.224
0
7.224
– 555
6.669
0
0
0
0
6.113
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
36.740
0
36.740
– 1.738
35.002
461
460
2.260
2.260
35.812
Geonovum
2.575
0
2.575
64
2.639
72
82
82
82
2.575
Kadaster (basisregistraties)
33.180
0
33.180
– 2.256
30.924
388
378
2.178
2.178
33.237
Nationaal Groeifonds
985
0
985
110
1.095
0
0
0
0
0
NOVEX
0
0
0
344
344
1
0
0
0
0
Bijdrage aan medeoverheden
215
0
215
0
215
0
0
0
0
234
Nationaal Groeifonds
215
0
215
0
215
0
0
0
0
234
Bijdrage aan agentschappen
5.001
0
5.001
3.537
8.538
217
217
0
0
3.841
ICTU
250
0
250
2.884
3.134
0
0
0
0
0
RIVM
126
0
126
0
126
0
0
0
0
126
RVB
2.680
0
2.680
653
3.333
217
217
0
0
2.413
RWS (leefomgeving)
1.945
0
1.945
0
1.945
0
0
0
0
1.302
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
7.500
0
7.500
– 5.000
2.500
– 460
– 460
– 2.260
– 2.260
10.735
Beheer NGII
5.000
0
5.000
– 5.000
0
– 460
– 460
– 2.260
– 2.260
4.540
Ontwikkeling NGII
2.500
0
2.500
0
2.500
0
0
0
0
6.195
3.2
Omgevingswet
95.303
0
95.303
6.009
101.312
– 28
– 28
– 28
– 28
79.996
Subsidies (regelingen)
2.285
0
2.285
0
2.285
– 28
– 28
– 28
– 28
1.972
Eenvoudig Beter
2.285
0
2.285
0
2.285
– 28
– 28
– 28
– 28
1.972
Opdrachten
6.386
0
6.386
– 232
6.154
0
0
0
0
2.150
Aan de Slag
6.206
0
6.206
– 232
5.974
0
0
0
0
2.000
Serviceteam Rijk
180
0
180
0
180
0
0
0
0
150
Bijdrage aan ZBO's/RWT's
62.080
0
62.080
– 25.849
36.231
– 27.879
– 27.890
– 27.892
– 27.892
37.226
Kadaster
62.080
0
62.080
– 25.849
36.231
– 27.879
– 27.890
– 27.892
– 27.892
37.226
Bijdrage aan agentschappen
24.552
0
24.552
32.090
56.642
27.879
27.890
27.892
27.892
38.648
Aan de Slag
20.095
0
20.095
32.090
52.185
27.879
27.890
27.892
27.892
35.541
RWS (STR)
3.083
0
3.083
0
3.083
0
0
0
0
1.883
Serviceteam Rijk
1.374
0
1.374
0
1.374
0
0
0
0
1.224
3.3
Regio
101.279
0
101.279
– 101.279
0
– 383
– 383
– 383
– 383
0
Subsidies (regelingen)
30
0
30
– 30
0
– 30
– 30
– 30
– 30
0
Regiodeals
30
0
30
– 30
0
– 30
– 30
– 30
– 30
0
Opdrachten
353
0
353
– 353
0
– 353
– 353
– 353
– 353
0
Regiodeals
353
0
353
– 353
0
– 353
– 353
– 353
– 353
0
Bijdrage aan medeoverheden
100.896
0
100.896
– 100.896
0
0
0
0
0
0
Regiodeals
100.896
0
100.896
– 100.896
0
0
0
0
0
0
Ontvangsten
3.824
0
3.824
0
3.824
0
0
0
0
3.824
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 9 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 3
Artikel 3
2026
juridisch verplicht
59%
bestuurlijk gebonden
34%
beleidsmatig gereserveerd
8%
nog niet ingevuld / vrij te besteden
0%
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 3 is 59% juridisch verplicht.
3.1 Ruimtelijke ordening
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
Beheer NGII
Er vindt in 2026 een overboeking plaats (€ 4,5 mln.) van de begroting van VRO naar
de begroting van KGG. Deze middelen zijn bij de Voorjaarsnota 2025 beschikbaar gesteld
voor de beleidsmatige doorontwikkeling van het programma basisregistratie ondergrond
(BRO). Via de begroting van KGG wordt opdracht gegeven aan TNO voor de BRO.
Daarnaast vindt er een reallocatie plaats van bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken
naar bijdrage aan ZBO’s/RWT’s. In tegenstelling tot eerder geraamd worden meer werkzaamheden
door het Kadaster uitgevoerd dan door TNO (Ministerie van EZK). De extra middelen
voor het Kadaster bedragen € 0,5 mln. voor 2026 tot en met 2028 en € 2,3 mln. voor
2029 tot en met 2031. Deze middelen zijn bij de Voorjaarsnota 2025 beschikbaar gesteld.
3.2 Omgevingswet Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s Kadaster
Er wordt € 27,0 mln. structureel gerealloceerd van bijdrage aan ZBO’s/RWT’s naar bijdrage
aan agentschappen voor het beheer van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV).
Deze middelen zijn bedoeld voor de opdrachtverstrekking aan Rijkswaterstaat. Omdat
deze niet meer plaatsvinden via de tactisch beheer organisatie maar direct vanuit
VRO, vindt een reallocatie plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.
Er wordt € 0,9 mln. structureel gerealloceerd van bijdrage aan ZBO’s/RWT’s naar bijdrage
aan agentschappen voor de uitbouw van DSO-LV. Deze middelen zijn bedoeld voor de opdrachtverstrekking
aan de operationeel beheerpartijen. Omdat deze niet meer plaatsvinden via de tactisch
beheer organisatie maar direct vanuit VRO, vindt een reallocatie plaats om de middelen
op het juiste instrument te verantwoorden.
In 2026 wordt € 2,0 mln. gerealloceerd van bijdrage aan agentschappen naar bijdrage
aan ZBO’s/RWT’s voor de afbouw van DSO-LV. Omdat een groter gedeelte van de werkzaamheden
zal plaatsvinden bij het Kadaster dan eerder werd ingeschat, vindt er een reallocatie
plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.
Bijdrage aan agentschappen
Aan de Slag
Er wordt € 27,0 mln. structureel gerealloceerd van bijdrage aan ZBO’s/RWT’s naar bijdrage
aan agentschappen voor het beheer van het DSO-LV. Deze middelen zijn bedoeld voor
de opdrachtverstrekking aan de operationeel beheerpartijen. Omdat deze niet meer plaatsvinden
via de tactisch beheer organisatie maar direct vanuit VRO, vindt een reallocatie plaats
om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.
Er wordt € 0,9 mln. structureel gerealloceerd van bijdrage aan ZBO’s/RWT’s naar bijdrage
aan agentschappen voor de uitbouw van DSO-LV. Deze middelen zijn bedoeld voor de opdrachtverstrekking
aan de operationeel beheerpartijen. Omdat deze niet meer plaatsvinden via de tactisch
beheer organisatie maar direct vanuit VRO, vindt een reallocatie plaats om de middelen
op het juiste instrument te verantwoorden.
In 2026 wordt € 2,0 mln. gerealloceerd van bijdrage aan agentschappen naar bijdrage
aan ZBO’s/RWT’s voor de afbouw van DSO-LV. Omdat een groter gedeelte van de werkzaamheden
zal plaatsvinden bij het Kadaster dan eerder werd ingeschat, vindt er een reallocatie
plaats om de middelen op het juiste instrument te verantwoorden.
Voor diverse overlopende verplichtingen worden middelen toegevoegd (€ 6,2 mln. in
2026) voor de uitvoering van de Omgevingswet (DSO-LV) aan KOOP en RWS.
3.3 Regio
Subsidies / Opdrachten / Bijdrage aan medeoverheden
Regiodeals
Sinds het aantreden van het kabinet-Jetten is de Minister van BZK verantwoordelijk
voor de Regiodeals. Het totale budget van de Regiodeals, in 2026 € 101,3 mln. en voor
de jaren 2027–2030 € 0,4 mln., is overgeboekt van de begroting van VRO naar de begroting
van BZK (VII).
3.4 Artikel 4. Uitvoering Rijksvastgoedbeleid
Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Uitvoering Rijksvastgoedbeleid
(bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t
(1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)
Vastgestelde begroting
t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting (4)
Stand 1e suppletoire begroting
(5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
214.784
0
214.784
48.389
263.173
33.090
42.989
– 47.899
– 49.578
418.976
Uitgaven
214.784
0
214.784
48.389
263.173
33.090
42.989
– 47.899
– 49.578
418.976
4.1
Doelmatige Rijkshuisvesting
126.819
0
126.819
2.654
129.473
– 1.938
5.712
– 70.878
– 64.723
339.744
Bijdrage aan agentschappen
126.819
0
126.819
2.654
129.473
– 1.938
5.712
– 70.878
– 64.723
339.744
RVB (Bijdrage voor huisvesting HCvS)
85.622
0
85.622
2.955
88.577
– 3.326
3.824
– 72.766
– 66.611
299.048
RVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)
18.495
0
18.495
1.500
19.995
3.000
3.500
3.500
3.500
21.941
RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)
10.662
0
10.662
– 1.801
8.861
– 1.801
– 1.801
– 1.801
– 1.801
8.182
RVB (Bijdrage voor monumenten)
4.916
0
4.916
0
4.916
189
189
189
189
3.487
RVB (Bijdrage voor rijkshuisvesting)
7.124
0
7.124
0
7.124
0
0
0
0
7.086
4.2
Beheer materiële activa
87.965
0
87.965
45.735
133.700
35.028
37.277
22.979
15.145
79.232
Bijdrage aan agentschappen
87.965
0
87.965
45.735
133.700
35.028
37.277
22.979
15.145
79.232
RVB
23.816
0
23.816
2.200
26.016
2.200
2.200
0
0
15.878
RVB (Bijdrage voor compensatiegronden en erfpachtrecht)
5.000
0
5.000
20.000
25.000
7.000
7.000
7.000
7.000
5.000
RVB (Onderhoud en beheerkosten)
4.779
0
4.779
0
4.779
0
0
0
0
4.129
RVB (Zakelijke lasten)
54.370
0
54.370
23.535
77.905
25.828
28.077
15.979
8.145
54.225
Ontvangsten
105.620
0
105.620
128.164
233.784
7.000
7.000
7.000
7.000
95.972
Geschatte budgetflexibiliteit
Tabel 11 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 4
Artikel 4
2026
juridisch verplicht
99%
bestuurlijk gebonden
1%
beleidsmatig gereserveerd
0%
nog niet ingevuld / vrij te besteden
0%
Juridisch verplicht
Van het totale uitgavenbudget op artikel 4 is 99% juridisch verplicht.
4.1 Doelmatige Rijkshuisvesting
Bijdrage aan agentschappen
RVB (Bijdrage voor huisvesting HCvS)
In de 14e voortgangsrapportage Binnenhof (Kamerstukken II 2025/26, 34 293, nr. 149) is de Tweede Kamer geïnformeerd dat de renovatie van het Binnenhof langer duurt.
De herijkte planning gaat uit van een afronding van de werkzaamheden in 2031. Daarnaast
leiden de aanhoudende marktspanning door een hoge inflatie, gestegen loonkosten en
schaarste aan specialistisch personeel tot hogere kosten.
Als gevolg van de langere doorlooptijd en marktspanning lopen de geraamde investeringskosten
op met circa € 700 mln. naar cumulatief minimaal € 2,7 mld. in totaal (prijspeil 1 januari
2026). Deze extra kosten leiden vanaf 2031, als het Binnenhof weer in gebruik genomen
wordt, tot een stijging van de structurele gebruikersvergoeding van ongeveer € 54,4
mln. per jaar.
Doordat de renovatie van het Binnenhof langer duurt zijn er ook hogere tijdelijke
kosten van cumulatief € 150,6 mln. Dit betreft met name extra kosten voor het langer
in stand houden van het programmabureau, het omgevingsmanagement, leegstand en beveiligingskosten,
de kosten voor het informatiecentrum en uitkijkpunt en het langere gebruik van tijdelijke
huisvesting door de gebruikers van het Binnenhof elders. Deze kosten kunnen niet worden
opgenomen in de gebruiksvergoedingen en worden incidenteel gedekt. De extra kosten
bedragen € 11,1 mln. in 2026, € 6,6 mln. in 2027, € 22,1 mln. in 2028, € 34,5 mln.
in 2029, € 40,6 mln. in 2030 en € 35,7 mln. in 2031. Daarnaast is in 2026 op de begroting
van VRO € 6,0 mln. beschikbaar voor verhuiskosten van de gebruikers van het Binnenhof.
Nu de gebruikers in 2031 terugkeren op het Binnenhof, wordt dit budget geschoven naar
2031.
Daarnaast is binnen dit artikel budget toegevoegd voor de renovatie van de Grafelijke
Zalen. De Grafelijke Zalen zijn het enige onderdeel op het Binnenhof dat tot nu toe
niet gerenoveerd wordt. De staat van het complex is echter dermate slecht dat renovatie
nodig is om het complex in stand te kunnen houden. Er moet, zoals is beschreven in
de 14de Voortgangsrapportage Renovatie Binnenhof, rekening worden gehouden met een
investeringsbedrag van circa € 225 mln. voor de renovatie (prijspeil 2031). Dit leidt
tot een stijging van de gebruiksvergoeding met circa € 11 mln. in 2031 en daarna structureel
met circa € 16 mln. vanaf 2032.
De gebruiksvergoeding gaat in na afronding van de werkzaamheden in 2031. De middelen
voor de gebruiksvergoeding van de renovatie van het Binnenhof die gereserveerd stonden
van 2026 tot en met 2030 vallen hierdoor vrij (cumulatief € 258,3 mln.).
De verwachting is dat de kosten voor de renovatie van de huisvesting van de Algemene
Rekenkamer hoger worden dan geraamd. Dit komt voornamelijk door het complexe werk
en de risicobeleving van de markt bij dit type van aanbestedingen. Bovendien is er
sprake van hogere marktspanning en prijsstijgingen dan verwacht. Daarom wordt voor
de renovatie van de huisvesting van de Algemene Rekenkamer vanaf het jaar 2029 structureel
€ 2,5 mln. toegevoegd aan de gebruiksvergoeding.
Ten slotte wordt er, om middelen op de juiste regeling te verantwoorden, structureel
€ 1,7 mln. gerealloceerd van de regeling «RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie
van AZ)» naar «RVB (Bijdrage voor huisvesting Hoge Colleges van Staat)».
RVB (Bijdrage voor huisvesting Koninklijk Huis)
Er is sprake van diverse onvermijdelijke huisvestingskosten voor het Koninklijk Huis.
Dit heeft verschillende oorzaken, te weten marktontwikkelingen en prijsstijgingen,
hogere opslagen voor onderhoud, (nieuwe) wettelijke eisen, aanvullende verduurzamingseisen
en tegenvallers op projecten. Dit leidt tot een hogere gebruiksvergoeding die oploopt
van € 1,5 mln. in 2026 tot structureel € 3,5 mln. vanaf 2028.
RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)
Om de middelen op de juiste regeling te verantwoorden wordt er structureel € 1,7 mln.
overgeboekt van de regeling «RVB (Bijdrage voor huisvesting Ministerie van AZ)» naar
«RVB (Bijdrage voor huisvesting Hoge Colleges van Staat)».
4.2 Beheer materiële activa Bijdrage aan agentschappen
RVB
Dit betreft de bijdrage aan het RVB voor de uitvoering van de wettelijke taak van
het (privaatrechtelijk) beheer van onroerende zaken (niet zijnde rijkshuisvesting)
die tot de Staat toebehoren, zoals de werkzaamheden rond (ver)huur en (erf)pacht.
Het tekort wordt veroorzaakt door de reguliere RVB-tariefaanpassingen. Hierdoor ontstaat
een tegenvaller van € 2,2 mln. per jaar in 2026 tot en met 2028.
RVB (Bijdrage voor compensatiegronden en erfpachtrecht)
Sinds 2023 kunnen de agrarische compensatiegronden van het Rijk niet alleen worden
ingezet voor rijksinfrastructuur en andere taken van rijkspartijen, maar ook voor
beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Hierdoor is de vraag naar
compensatiegronden toegenomen en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst
om naast het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten ook nieuwe aankopen te doen.
Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten
gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden. Middels een desaldering
wordt in 2026 € 13,0 mln. extra ingezet voor de aankoop van compensatiegronden, voor
2026 tot en met 2030 is dat jaarlijks € 7,0 mln.
RVB (Zakelijke lasten)
Zakelijke lasten betreffen gemeentelijke en waterschapsbelastingen en heffingen op
onroerend goed (niet zijnde Rijkshuisvesting) van de Staat. Dit zijn werkzaamheden
die het RVB als privaatrechtelijke entiteit uitvoert voor het hele Rijk. Door tariefverhogingen
van de gemeentelijke en waterschapsbelastingen nemen de kosten structureel toe. De
hogere kosten (€ 23,5 mln. in 2026, € 25,8 mln. in 2027, € 28,1 mln. in 2028, € 16,0
mln. in 2029 en € 8,1 mln. in 2030) worden gedekt uit de afrekening van de uitvoering
van het Rijksvastgoedbeleid.
Ontvangsten
De afrekening van het RVB over 2024 en 2025 leiden tot een meevaller van respectievelijk
€ 34 mln. en € 74 mln. Deze meevaller is ontstaan door een combinatie van factoren.
Enerzijds zijn er meer ontvangsten gerealiseerd dan geraamd op met name de vervreemdingen,
waaronder de Ontwikkellocatie Schapenweide (€ 46 mln.). Anderzijds zijn er minder kosten
gemaakt in 2025 dan eerder geraamd.
Sinds 2023 kunnen de agrarische compensatiegronden van het Rijk niet alleen worden
ingezet voor rijksinfrastructuur en andere taken van rijkspartijen, maar ook voor
beleidsdoelen die door medeoverheden worden gerealiseerd. Hierdoor is de vraag naar
compensatiegronden toegenomen en neemt de beschikbare voorraad af. Daarom is het gewenst
om naast het terugkopen van aangeboden erfpachtrechten ook nieuwe aankopen te doen.
Afgesproken is dat uitgaven slechts kunnen geschieden op het moment dat ontvangsten
gerealiseerd zijn of op zeer korte termijn gerealiseerd worden. Middels een desaldering
wordt in 2026 € 13,0 mln. extra ingezet voor de aankoop van compensatiegronden, voor
2026 tot en met 2030 is dat jaarlijks € 7,0 mln.
4 Niet-beleidsartikelen
4.1 Artikel 11. Centraal apparaat
De apparaatsuitgaven van VRO worden verantwoord op artikel 11 van de begroting van
BZK.
Tabel 12 Apparaatsuitgaven Kerndepartement (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t
(1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB
(2)
Vastgestelde begroting
t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting
(4)
Stand 1e suppletoire begroting
(5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
88.552
0
88.552
– 1.395
87.157
– 3.912
– 5.060
– 11.291
– 20.868
62.309
Uitgaven
88.552
0
88.552
– 1.395
87.157
– 3.912
– 5.060
– 11.291
– 20.868
62.309
11.1
Apparaat
88.552
0
88.552
– 1.395
87.157
– 3.912
– 5.060
– 11.291
– 20.868
62.309
Personele uitgaven
87.516
0
87.516
– 1.461
86.055
– 1.244
– 2.414
– 9.005
– 18.512
58.735
Eigen personeel
78.008
0
78.008
– 1.716
76.292
– 1.244
– 2.414
– 9.005
– 18.512
53.868
Inhuur externen
8.932
0
8.932
267
9.199
4
12
12
12
4.291
Overige personele uitgaven
576
0
576
– 12
564
– 4
– 12
– 12
– 12
576
Materiële uitgaven
811
0
811
66
877
– 2.668
– 2.646
– 2.286
– 2.356
3.350
Bijdrage SSO's
784
0
784
– 784
0
– 2.668
– 2.646
– 2.286
– 2.356
3.323
Overige materiële uitgaven
27
0
27
850
877
0
0
0
0
27
Bijdrage aan agentschappen
225
0
225
0
225
0
0
0
0
224
Diverse bijdragen
225
0
225
0
225
0
0
0
0
224
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Toelichting
11.1 Apparaat Personele uitgaven
Eigen personeel
De grootste mutaties worden hieronder toegelicht.
Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt een efficiencytaakstelling op de rijksoverheid
doorgevoerd naar rato van de apparaatsuitgaven per departement inclusief de uitvoeringsorganisaties,
met als doel de apparaatsuitgaven te verminderen. Deze taakstelling is vanaf 2027
ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het centraal apparaat en zal
op een later moment verder worden doorverdeeld. Voor de begroting van VRO gaat het
om een bedrag oplopend tot € 5,0 mln. in 2030 en € 4,8 mln. structureel vanaf 2031.
Aanvullend op de efficiencytaakstelling op de rijksoverheid wordt een additionele
taakstelling doorgevoerd in het kader van de vernieuwing van de rijksdienst en een
slagvaardige overheid. Deze taakstelling wordt op dezelfde wijze verdeeld als de efficiencytaakstelling
en wordt vanaf 2029 ingeboekt. Deze taakstelling is momenteel geboekt op het centraal
apparaat en zal op een later moment verder worden doorverdeeld. Voor de begroting
van VRO gaat het om een bedrag oplopend tot € 13,5 mln. in 2030 en € 12,9 mln. structureel
vanaf 2031.
Om de uitgaven voor de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) op het
juiste instrument te kunnen verantwoorden is er in 2026 een reallocatie van € 1,8
mln. bijdrage SSO's.
Verder is er een reallocatie van € 0,5 mln. om de uitgaven voor het Nationaal Programma
Lokale Warmtetransitie (NPLW) op het juiste instrument inhuur externen en overige
materiële uitgaven te kunnen verantwoorden.
4.2 Artikel 12. Algemeen
Tabel 13 Algemeen (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t
(1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB (2)
Vastgestelde begroting
t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting (4)
Stand 1e suppletoire begroting
(5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
11.228
0
11.228
23.204
34.432
0
0
0
0
9.728
Uitgaven
11.228
0
11.228
23.204
34.432
0
0
0
0
9.728
12.1
Algemeen
11.228
0
11.228
23.204
34.432
0
0
0
0
9.728
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
11.228
0
11.228
23.204
34.432
0
0
0
0
9.728
Financiën (IXB)
11.228
0
11.228
23.204
34.432
0
0
0
0
9.728
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Toelichting
12.1 Algemeen
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken
Financiën (IXB)
Over de opbrengsten van de benzineveilingen en bodemwinning moet het RVB jaarlijks
vennootschapsbelasting afdragen. Dit betreft een generaal dossier (€ 23,2 mln.).
4.3 Artikel 13. Nog onverdeeld
Tabel 14 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
Ontwerpbegroting t
(1)
Mutaties via NvW, moties, amendementen en ISB
(2)
Vastgestelde begroting
t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting
(4)
Stand 1e suppletoire begroting
(5) = (3) + (4)
Mutatie 2027
Mutatie 2028
Mutatie 2029
Mutatie 2030
Mutatie 2031
Art.
Verplichtingen
0
0
0
76.012
76.012
102.075
57.115
50.702
41.528
16.377
Uitgaven
0
0
0
76.012
76.012
102.075
57.115
50.702
41.528
16.377
13.0
Nog onverdeeld
0
0
0
76.012
76.012
102.075
57.115
50.702
41.528
16.377
Nog te verdelen
0
0
0
76.012
76.012
102.075
57.115
50.702
41.528
16.377
Loonbijstelling
0
0
0
5.677
5.677
6.340
6.074
5.823
5.806
5.896
Prijsbijstelling
0
0
0
70.335
70.335
95.735
51.041
44.879
35.722
10.481
Ontvangsten
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Toelichting
13.0 Nog onverdeeld Nog te verdelen
De loon- en prijsbijstelling tranche 2026 is toegevoegd aan de begroting van VRO.
5 Agentschappen
5.1 Rijksvastgoedbedrijf (RVB)
Exploitatieoverzicht
Tabel 15 Exploitatieoverzicht baten-lastenagentschap RVB (Eerste suppletoire begroting)
(bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting
t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting (4)
(3) = (1) + (2)
Totaal geraamd
Baten
– Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
1.755.970
59.708
1.815.678
Ingebruikgeving
1.192.578
34.686
1.227.264
In stand houden vastgoed
279.954
1.772
281.726
Projectrealisatie
162.148
– 4.954
157.194
Verkoop
21.758
26.914
48.672
Expertise en advies
99.532
1.290
100.822
– Baten als tegenprestatie voor de levering van input
0
0
0
waarvan bijdrage aan A
0
0
0
waarvan bijdrage aan B
0
0
0
waarvan bijdrage aan C
0
0
0
Rentebaten
6.000
– 2.000
4.000
Vrijval voorzieningen
0
0
0
Bijzondere baten
103.743
34.450
138.193
Totaal baten
1.865.713
92.158
1.957.871
Lasten
Apparaatskosten
542.935
41.462
584.397
– Personele kosten
438.488
35.241
473.729
waarvan eigen personeel
372.529
30.948
403.477
waarvan inhuur externen
65.959
4.293
70.252
waarvan overige personele kosten
0
0
0
– Materiële kosten
104.447
6.221
110.668
waarvan apparaat ICT
10.644
12.042
22.686
waarvan bijdrage aan SSO's
62.550
– 2.169
60.381
waarvan overige materiële kosten
31.253
– 3.652
27.601
Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten
0
0
0
Rentelasten
110.055
38.860
148.915
Afschrijvingskosten
514.162
13.429
527.591
– Materieel
514.162
13.429
527.591
waarvan apparaat ICT
0
0
0
waarvan overige materiële afschrijvingskosten
514.162
13.429
527.591
– Immaterieel
0
0
0
Overige lasten
698.561
– 1.593
696.968
waarvan dotaties voorzieningen
0
0
0
waarvan bijzondere lasten
698.561
– 1.593
696.968
Totaal lasten
1.865.713
92.158
1.957.871
Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening
0
0
0
Agentschapsdeel Vpb-lasten
0
0
0
Saldo van baten en lasten
0
0
0
Toelichting Baten
Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten
Verkoop
De toename in de geraamde omzet verkoop ten opzichte van de oorspronkelijk begroting
wordt verklaard door een toename in geraamde verkooptransacties van de eigendomsobjecten,
waaronder de af te stoten pachtboerderijen. Een deel van de eigendomsobjecten bestaat
uit objecten met een initieel geplande opleveringsdatum in boekjaar 2025 die naar
2026 zijn uitgesteld.
Rentebaten
De rentebaten worden lager geraamd dan de oorspronkelijke begroting als gevolg van
dalende rentestanden.
Bijzondere baten
Dit betreft met name het deel van de apparaatsinzet bij projecten dat wordt geactiveerd.
De hogere raming is het gevolg van de verwachte, toenemende capaciteitsinzet binnen
het product projectrealisatie.
Lasten
Apparaatskosten
De apparaatskosten nemen op totaalniveau met € 41,5 mln. (7,6%) toe ten opzichte van
de oorspronkelijke begroting. Dit is vrijwel volledig het gevolg van een toenemende,
geraamde, gemiddelde bezetting (7,5% hogere ten opzichte van de oorspronkelijke begroting).
Binnen de materiële apparaatskosten hebben enkele mutaties van budgetten plaatsgevonden.
Materiële kosten
Ten opzichte van de oorspronkelijk begroting is rekening gehouden met verder stijgende
uitgaven als gevolg van beheerslasten (project run) van nieuwe systemen in een veiligere
omgeving en extra investeringen in het kader van de nieuwe I-strategie (project change).
Daarnaast heeft er een verplaatsing in budget plaatsgevonden van SSC-ICT (Bijdrage
aan SSO’s) naar Apparaat ICT. Binnen de overige materiële kosten heeft het RVB een
interne, incidentele budgettaakstelling afgeroepen ten behoeve van de kostendekkendheid
RVB.
Rentelasten
De stijging van de verwachte rentelasten is een gevolg van nieuw opgeleverde investeringsprojecten
voor Rijkshuisvesting, inclusief de daarbij behorende DBFMO-contracten.
Kasstroomoverzicht
Tabel 16 Kasstroomoverzicht RVB (Eerste suppletoire begroting 2026) (bedragen x € 1.000)
Vastgestelde begroting
t (3) = (1) + (2)
Mutaties 1e suppletoire begroting (4)
(3) = (1) + (2)
Totaal geraamd
1.
Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen
363.637
273.165
636.802
Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)
3.292.231
223.874
3.516.105
Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)
– 2.767.360
– 219.805
– 2.987.165
2.
Totaal operationele kasstroom
524.871
4.069
528.940
Totaal investeringen (-/-)
– 1.148.453
– 406.862
– 1.555.315
Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)
0
1.196
1.196
3.
Totaal investeringskasstroom
– 1.148.453
– 405.666
– 1.554.119
Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)
0
0
0
Eenmalige storting door moederdepartement (+)
0
0
0
Aflossingen op leningen (-/-)
– 527.283
91.647
– 435.636
Beroep op leenfaciliteit (+)
1.148.453
406.862
1.555.315
4.
Totaal financieringskasstroom
621.170
498.509
1.119.679
5.
Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4)
361.225
370.077
731.302
Toelichting
De stand van de rekening courant RHB 1 januari 2026 is gebaseerd op het Jaarverslag
2025. Zowel de ontvangsten als de uitgaven bij de operationele kasstroom worden in
gelijke mate beïnvloed door de geprognosticeerde omzet op benzineveilingen, doorbelasting
programmagelden VRO en programmagelden Defensie.
Investeringskasstroom
Jaarlijks wordt een aanvullend bedrag opgenomen voor het voorwaardelijk deel bij het
beroep op leenfaciliteit tijdens de eerste suppletoire begroting. Het beroep is dit
jaar voornamelijk verhoogd vanwege de hogere verwachte productie binnen de projecten.
Financieringskasstroom
De aflossingen op leningen is bijgesteld conform het Jaarverslag 2025. Zie de toelichting
Investeringskasstroom voor de ontwikkelingen binnen de leenfaciliteit.
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.