Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het bericht dat er vier Nederlandse baby’s ziek zijn geworden na het drinken van Nestlé-voeding
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat er vier Nederlandse baby’s ziek zijn geworden na het drinken van Nestlé-voeding (ingezonden 10 februari 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 maart
2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht dat er Nederlandse baby’s ziek zijn geworden na het
drinken van Nestlé-voeding, en dat er zich tot op de dag van vandaag nog meer gevallen
melden?1
Antwoord 1
Het kabinet vindt het zorgelijk dat onveilige levensmiddelen op de markt zijn gekomen
en begrijpt heel goed de ongerustheid die ouders hierover kunnen hebben. Het kabinet
volgt de situatie nauwgezet en heeft hierover nauw contact met de Nederlandse Voedsel-
en Warenautoriteit (NVWA). De NVWA houdt intensief toezicht op het opsporen en het
van de markt halen van deze producten.
Vraag 2
Deelt u de mening dat een besmetting van babyvoeding met de toxine cereulide een groot
risico kan vormen voor baby’s? Zo ja, bent u bereid zo snel mogelijk een publieke
waarschuwing uit te doen om ouders te waarschuwen?
Antwoord 2
Ja, die mening deelt het kabinet. Cereulide in zuigelingenvoeding kan een risico vormen
voor baby’s. Vanuit de producenten (Nestlé en Danone) zijn publieke waarschuwingen
uitgegaan om ouders te waarschuwen en de NVWA heeft eveneens veiligheidswaarschuwingen
afgegeven.
Vraag 3
Hoe kan het dat er pas 5 januari 2026 een veiligheidswaarschuwing door de Nederlandse
Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) werd geplaatst, terwijl de eerste verontreiniging
al op 9 december 2025 aan de NVWA werd gemeld?2
Antwoord 3
Begin december 2025 werd de eerste verontreiniging gemeld bij de NVWA. De oorzaak
leek een enkele verontreinigde productielijn bij de productielocatie van Nestlé in
Nederland te zijn. De producten van deze lijn waren wel in Nederland geproduceerd,
maar niet in Nederland verkocht. In landen waar de producten verkocht zijn, is een
veiligheidswaarschuwing afgegeven.
Op 5 januari jl. meldde Nestlé dat uit de oorzaakanalyse bleek dat niet de productielijn,
maar een verontreinigde grondstof de oorzaak leek te zijn. Daarop is de terugroepactie
uitgebreid naar andere producten vanuit de productielocatie in Nederland als ook vanuit
Nestlé productielocaties in andere lidstaten. Een tweetal van die producten bleken
wel in Nederland te zijn verkocht en dus heeft de NVWA op 5 januari een veiligheidswaarschuwing
geplaatst.
Vraag 4
Is het juist dat de NVWA geen Rapid Alert System for Food and Feed (RASFF) melding
heeft gedaan over de aangetroffen cereulide in babymelk, omdat de melk weliswaar in
Nederland werd geproduceerd, maar niet werd verkocht? Zo ja, deelt u de mening dat
er bij besmettingen van babyvoeding altijd onmiddellijk een Europese melding moet
worden gedaan? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Nee, dat is niet juist. De NVWA heeft zowel begin december na de eerste melding, als
begin januari na de aanvullende melding van mogelijk onveilige zuigelingenvoeding
geproduceerd in Nederland, een RASFF melding gedaan.
Vraag 5
Hoe kan het dat er tot deze week nog terugroepacties van babymelk zijn en de Nederlandse
overheid tot nu toe niet ingreep?3
Antwoord 5
Als er een stof in een product wordt gevonden dat een risico vormt voor de volksgezondheid,
dan is de producent verplicht een terugroepactie uit te voeren. Na een eerste vondst
worden vaak vervolgonderzoeken uitgevoerd. Als daar uit komt dat meer producten in
aanmerking komen voor terugroepacties, dan kan het zijn dat in verloop van tijd meerdere terugroepacties nodig zijn.
Zo riep Nestlé eerst zuigelingenvoeding terug vanwege mogelijke aanwezigheid van cereulide.
Nadat de veilige grens voor cereulide werd aangescherpt, volgde een terugroepactie
van Danone voor Nutrilon-producten. Zoals in het antwoord op vraag 3 aangegeven heeft
de NVWA direct ook acties ondernomen, zoals het plaatsen van veiligheidswaarschuwingen
op de website van de NVWA en het doen van RASFF meldingen om andere Europese landen
te waarschuwen. De prioriteit van de NVWA ligt momenteel bij het traceren van producten
met de betreffende grondstof en het actief weren van die producten op de markt. Daarnaast
wordt door de NVWA en het Controle Orgaan Kwaliteits Zaken (COKZ) onderzoek gedaan
naar de oorzaak, de risicobeoordelingen en maatregelen van de betrokken bedrijven.
Vraag 6
Wat is de reden dat er in het buitenland massaal terugroepacties zijn, maar niet in
Nederland?4
Antwoord 6
In Nederland zijn ook terugroepacties geweest. Zie het antwoord op vraag 5 voor een
toelichting op terugroepacties.
Vraag 7
Waarom plaatst de NVWA enkel terugroep acties van producten die in supermarkten te
koop zijn en niet die van online producten, zoals het teruggeroepen Babybio Optima
1? Deelt u de mening dat ook ouders die online kopen gewaarschuwd moeten worden?
Antwoord 7
Het kabinet deelt de mening dat ook ouders die online producten kopen geïnformeerd
dienen te worden over onveilige producten. Het online platform beschikt over contactgegevens
van een consument die producten heeft gekocht en moet de koper rechtstreeks benaderen
en waarschuwen. De NVWA controleert of dat ook gebeurt en als hierbij overtredingen
worden geconstateerd, wordt handhavend opgetreden.
Vraag 8
Deelt u de mening, nu de terugroepacties massaal in heel Europa plaatsvinden, dat
deze kwestie van besmetting met cereulide niet langer kan worden overgelaten aan de
producenten zelf? Zo ja, welke stappen gaat u ondernemen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Deze mening deelt het kabinet niet. In de Europese Algemene Levensmiddelenverordening
is vastgelegd dat de verantwoordelijkheid voor de voedselveiligheid primair bij het
levensmiddelbedrijf ligt. Die verantwoordelijkheid omvat ook het nemen van passende
maatregelen wanneer onveilige levensmiddelen zijn geproduceerd en in de handel gebracht,
als ook maatregelen om herhaling te voorkomen. In dit stelsel controleren de NVWA
en het COKZ of de levensmiddelenbedrijven zich aan de wettelijke regels houden en
de juiste maatregelen nemen. Er vindt intensief toezicht plaats door de NVWA en COKZ
op dit incident. Zie ook het antwoord op vraag 5 over de acties die door de toezichthouders
worden uitgevoerd.
Vraag 9
Bent u bekend met het feit dat de overheid in België de regie heeft gepakt en bezorgde
ouders via de overheidssite waarschuwt?5 Bent u tevens bekend met het feit dat de Britse overheid momenteel 36 gevallen van
zieke baby’s onderzoekt en de Franse overheid de dood van twee baby’s? Zo ja, wanneer
gaat de Nederlandse overheid stappen ondernemen om de ouders gerust te stellen en
de onderste steen boven te krijgen van dit voedselschandaal?
Antwoord 9
Het kabinet is bekend met het feit dat in België, als ook in andere lidstaten binnen
de Europese Unie, aandacht is voor deze situatie. In België, en andere lidstaten,
speelt hetzelfde incident, waardoor ook in België de nationale toezichthouder hierop
toeziet. Dat gebeurt op dezelfde wijze als de NVWA in Nederland doet. Het kabinet
kan zich de zorgen van ouders van een kind dat dergelijke voeding krijgt ook goed
voorstellen, zeker wanneer onderzoek wordt gedaan naar verontreinigde zuigelingenvoeding
als mogelijke oorzaak van het overlijden van drie baby’s. Daarom is het belangrijk
dat voeding die onveilig blijkt zo snel als mogelijk wordt teruggeroepen.
Zoals in eerdere antwoorden op de vragen aangegeven heeft de NVWA naast publiekswaarschuwingen
meermaals actief extra informatie gedeeld via persberichten, als ook op hun website.6 De NVWA heeft veelvuldig informatie gedeeld, mede gericht op ouders, en zijn vragen
van de media beantwoord. Daarbij is ook de oproep gedaan om melding te maken van kinderen
met klachten die overeenkomen met consumptie van cereulide en waarbij zuigelingenvoeding
die nog niet is teruggeroepen, mogelijk de oorzaak van die klachten is.
Daarnaast doen zoals ook in antwoord op vraag 5 aangegeven, de NVWA en het COKZ vanaf
de eerste melding onderzoek naar de oorzaak, de risicobeoordelingen en maatregelen
van de betrokken bedrijven. Verder heeft in Nederland ook het Voedingscentrum een
taak in het voorlichten van het publiek over voedselveiligheidsrisico’s.7 Het Voedingscentrum heeft gerichte informatie voor ouders en verzorgers naar aanleiding
van dit incident gepubliceerd op zijn website en via sociale media.
Vraag 10
Hebben de producenten inmiddels volledige openheid gegeven over de bron van besmetting
en de garantie dat ze dit probleem daadkrachtig hebben aangepakt?
Antwoord 10
Hier kan pas iets over worden geconcludeerd wanneer het onderzoek van de NVWA en het
COKZ is afgerond.
De prioriteit van de NVWA ligt momenteel bij het traceren van producten met de betreffende
grondstof en het actief weren van die producten op de markt. Daarnaast wordt ook gekeken
of meldingen van bedrijven tijdig en volledig zijn gedaan. Wanneer overtredingen worden
geconstateerd, wordt handhavend opgetreden.
Vraag 11
Bent u bereid om te zorgen voor één centraal, volledig en actueel overzicht (door
NVWA zelf of in afstemming met COKZ/Nestlé) met alle betrokken producten, batches/lotnummers,
verkooppunten/kanalen, distributieperiode en gezondheidsinformatie, zodat consumenten
en zorgprofessionals niet afhankelijk zijn van versnipperde updates?
Antwoord 11
Een volledig en actueel overzicht van betrokken producten en partijen is terug te
vinden op de website van de NVWA (https://www.nvwa.nl/actueel/actuele-onderwerpen/5-vragen-over-cereulide…), evenals gezondheidsinformatie (veiligheidsinformatie) voor ouders. Het is bijna
onvermijdelijk dat informatie over verkooppunten/-kanalen ook bij de NVWA gefragmenteerd
bekend wordt. Voor de distributieperiode geldt dat die per individuele verkooplocatie
kan verschillen. Om de informatie duidelijk te houden en niet gefragmenteerd door
te geven is er bewust voor gekozen om communicatie gericht te houden op het product
zoals de consument dat in huis kan hebben staan.
Vraag 12
Bent u bereid deze vragen met spoed te beantwoorden, gezien de onrust bij ouders en
het zich uitbreidende schandaal?
Antwoord 12
Ik heb me ervoor ingespannen om de antwoorden zo snel mogelijk na het aantreden van
het kabinet te sturen.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.