Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Diederik van Dijk en Bikker over het onderzoek van de Gezondheidsraad naar het voorschrijven van puberteitsremmers aan minderjarigen met genderdysforie
Vragen van de leden Diederik van Dijk (SGP) en Bikker (ChristenUnie) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het onderzoek van de Gezondheidsraad naar het voorschrijven van puberteitsremmers aan minderjarigen met genderdysforie (ingezonden 13 januari 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 maart
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1013.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel van prof. mr. J.L. Smeehuijzen «De Gezondheidsraad en
het reguleringsklimaat rond puberteitsremming bij minderjarigen» in het Nederlands
Juristenblad?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reactie op de bevindingen van prof. Smeehuijzen ten aanzien van de onafhankelijkheid
en de schijn van belangenverstrengeling van de leden van de commissie van de Gezondheidsraad
die onderzoek doet naar gezondheidsrechtelijke en medische aspecten van het gebruik
van puberteitsremmers bij minderjarigen met genderdysforie?
Antwoord 2
De Gezondheidsraad is gevraagd om een onafhankelijk advies en het is de verantwoordelijkheid
van de Gezondheidsraad om dat te borgen. De Gezondheidsraadierin v volgt de Code ter
voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling. Kandidaat-commissieleden
moeten aan de hand van een belangenverklaring inzicht geven in hun mogelijke (financiële)
belangen, persoonlijke relaties, reputatiemanagement en extern gefinancierd onderzoek.
Het bestuur van de Gezondheidsraad beoordeelt vervolgens of deze belangen het lidmaatschap
in de weg staan. Zie ook: Omgaan met belangen | Gezondheidsraad.
Alle leden van de commissie Transgenderzorg hebben een belangenverklaring ingevuld.
Het bestuur van de Gezondheidsraad heeft op basis van genoemde Code twee personen
in de commissie Transgenderzorg voor jongeren benoemd tot structureel geraadpleegd
deskundige in plaats van commissielid. Dit betekent onder andere dat zij geen stemrecht
hebben in de commissie. De belangen van de commissieleden en structureel geraadpleegd
deskundigen zijn openbaar en staan op de website van de Gezondheidsraad: Commissie Transgenderzorg voor jongeren | Gezondheidsraad.
Vraag 3
Hoe verhoudt in uw ogen de samenstelling van de genoemde commissie zich tot de «Code
ter voorkoming van oneigenlijke beïnvloeding door belangenverstrengeling» die de Gezondheidsraad
verplicht zijn commissies zo samen te stellen dat het risico op kleuring van de oordeelsvorming
door institutionele, professionele of persoonlijke belangen wordt geminimaliseerd
en de geloofwaardigheid van het advies gewaarborgd blijft?
Antwoord 3
Zie het antwoord op vraag 2 en vraag 4.
Vraag 4
Hoe reageert u met name op het feit dat de helft van de commissie op een wezenlijke
manier verbonden is met de interventie die zij moet beoordelen?
Antwoord 4
De Gezondheidsraad is een adviesorgaan dat de stand van de wetenschap naar beleidsadviezen
vertaalt. De Gezondheidsraad doet zelf geen onderzoek. Wanneer de voorzitter van de
Gezondheidsraad een commissie in het leven roept om een adviesvraag te beantwoorden,
weegt de wetenschappelijke expertise en de ervaringsdeskundigheid van de leden zwaar.
De tijdelijke commissie Transgenderzorg voor jongeren is door het bestuur van de Gezondheidsraad
samengesteld rekening houdend met relevante wetenschappelijke, klinische, culturele
en psychologische expertise. Bij de samenstelling van de commissie is gekeken of de
experts uit verschillende universitaire medische centra, universiteiten en onderzoeksinstellingen
komen. De commissie is multidisciplinair van samenstelling, om zoveel mogelijk invalshoeken
en perspectieven mee te nemen in de beantwoording van de adviesvraag.
Om (wetenschappelijke) bias en/of tunnelvisie te voorkomen heeft aan het begin van
het adviesproces een raadpleging plaatsgevonden, zodat de commissie kennis kon nemen
van perspectieven die niet of nauwelijks in de literatuur terug te vinden zijn. Hiervoor
zijn belanghebbenden en ervaringsdeskundigen (zowel kinderen als ouders) met positieve
en negatieve ervaringen met transgenderzorg uitgenodigd. Ook heeft de commissie verschillende
klinische experts uit Engeland, Frankrijk, Duitsland en Zweden geraadpleegd, met uiteenlopende
perspectieven op de transgenderzorg voor jongeren.
De Gezondheidsraad heeft aangegeven dat de auteur van het artikel uit het Nederland
Juristenblad ook is uitgenodigd door de commissie om zijn kennis en bezwaren in de
vergadering met de commissie te delen. De auteur heeft naar aanleiding van deze uitnodiging
een schriftelijk bijdrage geleverd.
Vraag 5
Kunt u aangeven hoe de interne controlemechanismen bij de Gezondheidsraad zijn georganiseerd
als het gaat om de onafhankelijkheid van haar onderzoeken en de betrokken onderzoekers?
Antwoord 5
De werkwijze van de Gezondheidsraad kent verschillende interne controlemechanismen.
Zo zijn er vaste momenten waarop het bestuur de commissie adviseert en bevraagt over
de kwaliteit van het proces en de inhoud van het advies. Dat gebeurt bij de tussentijdse
evaluatie, tijdens de laatste commissievergadering en bij het prepublicatieoverleg
voorafgaand aan de interne toetsing door de beraadsgroep. De beraadsgroep bestaat
uit wetenschappers uit een breed scala aan disciplines en heeft daardoor overzicht
over een breed terrein. De beraadsgroep toetst de conceptadviezen onder andere op
de gebruikte methodologie, de consistentie met eerdere adviezen van de Gezondheidsraad,
de begrijpelijkheid en kracht van de betooglijn.
Vraag 6
Hoe reflecteert u op de zeer beperkte juridische expertise die, blijkens de samenstelling
ervan, in de commissie aanwezig is? Heeft u er vertrouwen in dat de commissie in staat
is om een gefundeerd oordeel te vellen hoe de praktijk in Nederland zich verhoudt
tot het geldende gezondheidsrechtelijke kader?
Antwoord 6
In de commissie zit een jurist met expertise op het gebied van het jeugdrecht en het
gezondheidsrecht en het conceptadvies zal ter consultatie worden voorgelegd aan (gerenommeerde)
juristen met brede kennis van het gezondheidsrecht. Bovendien wordt ook dit advies
voor publicatie getoetst door de beraadsgroep. In de beraadsgroep zitten een rechtsfilosoof
en een gezondheidsrechtexpert.
Vraag 7
Wat is uw reactie op de zorgelijke opmerkingen die prof. Smeehuijzen maakt over het
bredere Nederlandse reguleringsklimaat rond puberteitsremming? Hoe wordt, bij alle
verwevenheid tussen klinische zorg, onderzoek en beleidsvorming, de onafhankelijkheid
en onbevangenheid van wetenschappelijk onderzoek gewaarborgd?
Antwoord 7
Professor Smeehuijzen stelt zich op het standpunt dat de Nederlandse transgenderzorg
voor jongeren omdat het onvoldoende evidence-based is, te snel ingrijpende medische stappen zet bij een exponentieel groeiend aantal
jongeren (vooral meisjes), zonder de oorzaken van deze groei te kennen. Hij bepleit
een grondige hervorming, waarbij medische interventies een ultimum remedium worden
voor een strikt gedefinieerde groep en psychologische ondersteuning prioriteit krijgt.
Hij verwijst hierbij o.a. naar de situatie in Zweden, Finland en het Verenigd Koninkrijk.
Overeenkomstig de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg ligt in Nederland het
primaat voor het beschrijven van wat goede zorg is bij veldpartijen. Dat gebeurt onder
andere in richtlijnen en kwaliteitsstandaarden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van
standaard methodieken als de GRADE methode om van bewijs naar aanbevelingen te komen.
Daarin neemt de transgenderzorg aan minderjarigen geen uitzonderingspositie in. De
vraag hoe de transgenderpraktijk zich verhoudt tot het geldende gezondheidsrechtelijke
kader is expliciet onderdeel van de adviesaanvraag aan de Gezondheidsraad.
Vraag 8
Hoe waarborgt u als Minister van VWS uw eigen positie in dezen? Voert u, naast uw
contacten met de betrokken Universitair Medisch Centra (UMC’s), ook het gesprek met
artsen en wetenschappers die kritisch zijn op de Nederlandse praktijk ten aanzien
van puberteitsremmers? Zo ja, hoe krijgt dit gestalte en in welke mate?
Antwoord 8
Kritische geluiden over de transgenderzorg en de controverse tussen voor- en tegenstanders
zijn bekend en hebben mede de achtergrond gevormd van de adviesaanvraag aan de Gezondheidsraad.
De Minister van VWS is (mede)verantwoordelijk voor het gezondheidsrechtelijk kader,
zoals neergelegd in de Wkkgz en in de WGBO. Zodra het advies van de Gezondheidsraad
is gepubliceerd zal het kabinet binnen drie maanden een beleidsreactie aan de Kamer
sturen.
Vraag 9
Kunt u aangeven wat de stand van zaken van het onderzoek van de Gezondheidsraad precies
is? Wanneer verwacht de commissie het onderzoek af te kunnen ronden?
Antwoord 9
De planning was dat de Gezondheidsraad het advies in het eerste kwartaal van 2026
zou kunnen aanbieden. De commissie heeft in aanvulling op haar commissieproces een
raadpleging gehouden van ervaringsdeskundigen, belangenorganisaties en buitenlandse
experts. Dit heeft geleid tot een aangepaste planning. Het advies zal naar verwachting
in het tweede kwartaal van 2026 worden uitgebracht.
Vraag 10
Is het de bedoeling dat de herziening van het Kwaliteitskader Transgenderzorg pas
wordt voltooid na ommekomst van het advies van het onderzoek van de Gezondheidsraad?
Antwoord 10
Nee, het advies van de Gezondheidsraad en de herziening van de Kwaliteitsstandaard
Transgenderzorg Somatisch waar veldpartijen mee bezig zijn, staan los van elkaar.
Voor de aanpassing van de Kwaliteitsstandaard zijn veldpartijen zelf verantwoordelijk.
Zoals eerder met de Kamer gedeeld staat
de herziening van de Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg Somatisch op de Meerjarenagenda
van het Zorginstituut2. Op de Meerjarenagenda staan onderwerpen waarvoor partijen een kwaliteitsinstrument
ontwikkelen en wanneer het af moet zijn. De uiterste opleverdatum voor de Kwaliteitsstandaard
Transgenderzorg Somatisch was 30 september 2025. Het is, ondanks inzet van de betrokken
partijen, niet gelukt om de Kwaliteitsstandaard voor de vastgestelde deadline op te
leveren. Partijen zullen op korte termijn een uitstelverzoek bij het Zorginstituut
indienen. Het Zorginstituut zal daarna een beslissing nemen over het al dan niet honoreren
van dit uitstelverzoek. Mocht het advies van de Gezondheidsraad daar aanleiding toe
geven, is het aan veldpartijen om op basis van de eventuele aanbevelingen de Kwaliteitsstandaard
waar nodig te herzien.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.