Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Diederik van Dijk over de terugroepactie van babyvoeding door Danone
Vragen van het lid Diederik van Dijk (SGP) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de terugroepactie van babyvoeding door Danone (ingezonden 12 februari 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 9 maart
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Danone roept al deze baby- en kindervoeding terug in
Nederland»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Is er een indicatie dat in Nederland baby’s overleden zijn door de aanwezigheid van
de giftige stof cereulide in melk? Bent u bereid de Kamer te informeren als hiervan
sprake blijkt te zijn?
Antwoord 2
Op dit moment is er geen indicatie dat in Nederland baby’s zijn overleden door de
aanwezigheid van cereulide in baby- en/of kindervoeding. Mocht dat onverhoopt wel
gebeuren, dan zal ik de Kamer daarover informeren.
Vraag 3
Kunt u, na afronding van het lopende NVWA-onderzoek, aangeven of Danone tijdig de
publiekswaarschuwing heeft geplaatst?2
Antwoord 3
Na het afronden van het NVWA-onderzoek – waarbij ook wordt gekeken naar tijdigheid
van waarschuwen – publiceert de NVWA het proces en de geaggregeerde resultaten op
de website. In het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) kan
ik over individuele bedrijven geen specifieke bedrijfsinformatie verschaffen.
Vraag 4
In hoeverre zijn verkooppunten van baby- en opvolgmelk wettelijk verplicht om klanten
te compenseren bij een terugroepactie, bijvoorbeeld door vervanging met een veilig
product of terugbetaling van het aankoopbedrag?
Antwoord 4
Allereerst zijn bedrijven zelf verantwoordelijk voor de productie van veilige en betrouwbare
voedingsmiddelen. Consumenten die babymelk kopen mogen dus verwachten dat zij een
veilig product krijgen. Als dat niet zo is, hebben zij op grond van de wettelijke
garantieregels recht op vervanging door een veilig product of terugbetaling van het
aankoopbedrag binnen een redelijke termijn. Verkopers van baby- en opvolgmelk die
onderdeel uitmaken van de terugroepactie zijn hiervoor wettelijk verantwoordelijk.
Vraag 5
Klopt de suggestie dat Nederland later in actie is gekomen dan autoriteiten in andere
landen? Hanteert de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) andere criteria
voor het terugroepen van babyvoeding dan toezichthoudende agentschappen elders in
de EU?
Antwoord 5
De NVWA heeft direct gereageerd op meldingen van Nestlé. Begin december 2025 werd
de eerste verontreiniging gemeld bij de NVWA. De oorzaak leek een enkele verontreinigde
productielijn bij de productielocatie van Nestlé in Nederland te zijn. De producten
van deze lijn waren wel in Nederland geproduceerd, maar niet in Nederland verkocht.
In landen waar de producten verkocht zijn, is onmiddellijk een veiligheidswaarschuwing
afgegeven. Op 5 januari jl. meldde Nestlé dat uit de oorzaakanalyse bleek dat niet
de productielijn, maar een verontreinigde grondstof de oorzaak leek te zijn. Daarop
is de terugroepactie uitgebreid naar andere producten vanuit de productielocatie in
Nederland als ook vanuit Nestlé productielocaties in andere lidstaten. Een tweetal
van die producten bleken wel in Nederland te zijn verkocht en dus heeft de NVWA op
5 januari een veiligheidswaarschuwing geplaatst.
Tot 2 februari 2026 was binnen de EU geen geharmoniseerde grenswaarde voor cereulide
in zuigelingenvoeding. De NVWA gebruikte tot die datum een grenswaarde die het RIVM
in 2013 had geadviseerd: 0,03 microgram cereulide per kilogram lichaamsgewicht. Op
2 februari heeft de European Food Safety Authority (EFSA) een grenswaarde van 0.014 microgram
cereulide per kilogram lichaamsgewicht geadviseerd. Die grenswaarde is vanaf dat moment
door alle toezichthoudende agentschappen in de EU (en dus ook de NVWA) overgenomen.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.